From a277cb062f8fd8b9588b4bbcb16c40c7b87ba101 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Oct 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-10-01 | BWBR0007513 | Besluit verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet --- .../BWBR0007513/README.md | 26 +++++++++++-------- 1 file changed, 15 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md b/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md index 2d8a9bf8174..61d4019a5b7 100644 --- a/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md +++ b/amvb/besluit-verklaringhouders-scheepvaartverkeerswet/BWBR0007513/README.md @@ -17,17 +17,17 @@ citeertitel: Besluit verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. verklaring: de verklaring van vrijstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van dit besluit, betreffende de verplichting, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet; -b. lengte: de lengte, zoals bepaald in artikel 1, onderdeel *n*, van de Meetbrievenwet 1981 en vermeld in een Internationale Meetbrief (1969) als bedoeld in artikel 1, onderdeel *i*, van die wet; +b. lengte over alles: de lengte over alles volgens Lloyd’s Register of Ships; c. regio: een gebied binnen de grenzen vastgesteld krachtens artikel 10, derde lid, van de Loodsenwet; -d. bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, onderdeel *a*, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen functionaris; -e. regionale autoriteit: de voor een regio of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, eerste lid, onderdeel *c*, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen bevoegde autoriteit; +d. bevoegde autoriteit: de voor een scheepvaartweg of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, onderdeel a, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen functionaris; +e. regionale autoriteit: de voor een regio of gedeelte daarvan krachtens artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Loodsplichtbesluit 1995 aangewezen bevoegde autoriteit; f. gelijksoortige zeeschepen: zeeschepen die naar het oordeel van de regionale autoriteit vergelijkbaar zijn, beoordeeld op ten minste de volgende aspecten: 1°. scheepstype; 2°. hoofdafmetingen; 3°. bruginrichting en -uitrusting; 4°. manoeuvreerbaarheid; -g. zeeschepen met gevaarlijke lading: zeeschepen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *g*, van het Loodsplichtbesluit 1995; +g. zeeschepen met gevaarlijke lading: zeeschepen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van het Loodsplichtbesluit 1995; h. examencommissie: de commissie voor de verklaringhoudersexamens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 11, eerste lid; i. commissie van gecommitteerden: de commissie, bedoeld in artikel 12. @@ -61,7 +61,7 @@ a. voldoende bewijsstukken, waaruit blijkt dat de aanvrager: 2°. als verkeersdeelnemer met het zeeschip de betreffende scheepvaartweg ten minste achttien maal per jaar, in beide richtingen naar zee gaand en van zee komend zal bevaren; b. voldoende bewijs, waaruit blijkt dat de aanvrager de bevoegdheid bezit om als kapitein op te treden aan boord van het zeeschip; c. een getuigschrift, waaruit blijkt dat de aanvrager het examen, bedoeld in artikel 5, met goed gevolg heeft afgelegd, afgegeven uiterlijk een jaar voor de aanvraag; -d. geldige geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40 van de Zeevaartbemanningswet. +d. een geldige geneeskundige verklaring zeevaart als bedoeld in artikel 104, eerste lid, van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart, en een verklaring betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor als bedoeld in het tweede lid van dat artikel, dan wel door Onze Minister daarmee gelijkgestelde verklaringen; e. twee goedgelijkende pasfoto’s van de aanvrager, aan de achterkant voorzien van zijn naam, voorletters en geboortedatum, en f. een kopie van de meetbrief van het zeeschip of de zeeschepen, waarop de aangevraagde verklaring betrekking heeft. @@ -79,12 +79,12 @@ In dit artikel wordt verstaan onder: a. lage kruiplijn-coaster: zeeschip dat -1°. een lengte heeft van minder dan 110 meter, en +1°. een lengte over alles heeft van minder dan 110 meter, en 2°. een zodanige vorm of constructie heeft dat het geschikt is voor de vaart op niet-loodsplichtige binnenwateren en daarvoor wordt gebruikt of zal worden gebruikt; b. Denemarkenvaarder: zeeschip dat als zodanig is opgenomen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit 1995; c. binnen/buiten-schip: zeeschip dat als zodanig is opgenomen in het Register loodsplicht kleine zeeschepen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit 1995; -**2.** In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, 2°, dient de aanvrager die optreedt als verkeersdeelnemer op een lage kruiplijn-coaster, Denemarkenvaarder of binnen/buiten-schip voldoende bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat hij de betreffende scheepvaartweg ten minste zes maal per jaar naar zee gaand of ten minste zes maal per jaar van zee komend zal bevaren. +**2.** In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, 2°, dient de aanvrager die optreedt als verkeersdeelnemer op een lage kruiplijn-coaster, Denemarkenvaarder of binnen/buiten-schip voldoende bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat hij de betreffende scheepvaartweg ten minste zes maal per jaar naar zee gaand of ten minste zes maal per jaar van zee komend zal bevaren. **3.** Op lage kruiplijn-coasters is artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995, van overeenkomstige toepassing. @@ -102,11 +102,11 @@ c. binnen/buiten-schip: zeeschip dat als zodanig is opgenomen in het Register lo De verklaring verliest zijn geldigheid van rechtswege, indien zich een van de navolgende omstandigheden voordoet: -a. de houder van een verklaring voldoet niet meer aan de eisen voor afgifte, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, 1°; -b. de houder van een verklaring niet telkens na perioden van een jaar na de afgifte van de verklaring een geldige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart of niet telkens na perioden van twee jaar een geldige verklaring betreffende het gezichts- en gehoororgaan van kapiteins en stuurlieden, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *d*, aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven overlegt; +a. de houder van een verklaring voldoet niet meer aan de eisen voor afgifte, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, 1°; +b. de houder van een verklaring niet telkens na perioden van twee jaar na de afgifte van de verklaring een geldige geneeskundige verklaring zeevaart en een geldige verklaring betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, overlegt aan de regionale autoriteit die de verklaring heeft afgegeven; c. na de toepassing van artikel 9, tweede lid, is geen scheepsnaam meer in de verklaring vermeld; d. de houder van de verklaring heeft de bevoegdheid verloren om als kapitein of stuurman op te treden aan boord van een zeeschip; of -e. de houder van de verklaring bevaart de scheepvaartweg waarvoor de verklaring is afgegeven niet met het bij artikel 3, eerste lid, onderdeel *a*, 2°, of 4, tweede lid, bepaalde aantal malen als verkeersdeelnemer aan boord van het zeeschip waarop de verklaring betrekking heeft. +e. de houder van de verklaring bevaart de scheepvaartweg waarvoor de verklaring is afgegeven niet met het bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, 2°, of 4, tweede lid, bepaalde aantal malen als verkeersdeelnemer aan boord van het zeeschip waarop de verklaring betrekking heeft. **2.** @@ -114,7 +114,7 @@ Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de regionale autoriteit een verk a. de houder van de verklaring komt de in dit besluit bedoelde verplichtingen niet na; b. de houder van de verklaring komt de voor de scheepvaartweg geldende reglementen en voorschriften niet na; -c. de houder van de verklaring voldoet niet aan de eisen, gesteld voor de afgifte van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *d*; +c. de houder van de verklaring voldoet niet aan de eisen, gesteld voor de afgifte van de verklaringen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d; d. het zeeschip waarop de verklaring betrekking heeft is verbouwd; of e. de houder van de verklaring treedt niet op zoals het een goed verkeersdeelnemer betaamt. @@ -360,6 +360,10 @@ b. geldige geneeskundige verklaringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onde **4.** Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9, eerste lid, van het Loodsplichtbesluit afgegeven getuigschriften, worden gelijkgesteld met getuigschriften als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*, van dit besluit. +### Artikel 35a + +De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, op grond van artikel 2 van dit besluit, afgegeven en geldige verklaringen die betrekking hebben op het bevaren van een of meer scheepvaartwegen of gedeelten daarvan waarop het Scheldereglement van toepassing is, blijven geldig tot de dag dat de in die verklaring vermelde periode is verstreken. + ### Artikel 36 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.