2006-07-05 | BWBR0013430 | Besluit glastuinbouw

This commit is contained in:
Coornhert 2006-07-05 12:00:00 +00:00
parent f565c9eb61
commit a2b03de64b

View file

@ -70,12 +70,13 @@ kk. substraatteelt: wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die lo
ll. teeltplan: plan voor een glastuinbouwbedrijf dat ingevolge voorschrift 1.1.1 opgenomen in bijlage 1, wordt overgelegd;
mm. voedingswater: water dat aan het gewas wordt toegediend en waar eventueel meststoffen aan zijn toegevoegd;
nn. vooronderzoek: onderzoek uit te voeren op een wijze als aangegeven in NVN 5725 «Bodem leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek», uitgave 1999, dan wel een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen norm;
oo. Wm-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wm-vergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouwbedrijf waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit;
pp. Wm-vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
qq. woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a;
rr. Wvo-vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
ss. Wvo-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wvo-vergunning te verlenen voor het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten;
tt. zeer licht ontvlambare stof: stof die of preparaat dat in vloeibare toestand (K0-vloeistof) met een vlampunt van minder dan 0°C en een kookpunt van 35°C of minder, alsmede gasvormige stof die of gasvormig preparaat dat, bij normale temperatuur en druk aan de lucht blootgesteld, kan ontbranden.
oo. warmtekrachtinstallatie: installatie toegerust voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend;
pp. Wm-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wm-vergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit;
qq. Wm-vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
rr. woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a;
ss. Wvo-vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste of derde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
tt. Wvo-bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wvo-vergunning te verlenen voor het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten;
uu. zeer licht ontvlambare stof: stof die of preparaat dat in vloeibare toestand (K0-vloeistof) met een vlampunt van minder dan 0°C en een kookpunt van 35°C of minder, alsmede gasvormige stof die of gasvormig preparaat dat, bij normale temperatuur en druk aan de lucht blootgesteld, kan ontbranden.
**2.**
@ -95,14 +96,24 @@ b. glastuinbouwbedrijf type A: glastuinbouwbedrijf waarvoor de verboden bedoeld
2°. een andere brandstof dan aardgas, propaan, butaan, gasolie of petroleum wordt gebruikt in een ketelinstallatie ten behoeve van ruimteverwarming of warmwatervoorziening;
3°. een andere brandstof dan aardgas, propaangas of butaangas dan wel een combinatie van deze brandstoffen wordt gestookt in een zuigermotor ten behoeve van een warmtepompinstallatie, onderscheidenlijk een installatie voor warmtekrachtkoppeling;
4°. een zuigermotor als bedoeld onder 3° of een ketelinstallatie als bedoeld onder 2° wordt gebruikt voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of van technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxiden, stikstofoxiden of stof;
5°. een warmtekrachtinstallatie danwel warmtepompinstallatie als bedoeld onder 3° wordt gebruikt met een groter thermisch vermogen dan 7500 kW;
6°. een ketelinstallatie als bedoeld onder 2° wordt gebruikt met een groter thermisch vermogen dan 7500 kW;
5°. een warmtekrachtinstallatie danwel warmtepompinstallatie als bedoeld onder 3° wordt gebruikt met een groter gezamenlijk nominaal elektrisch vermogen dan 10 MW;
6°. een ketelinstallatie als bedoeld onder 2° wordt gebruikt met een groter thermisch vermogen dan 7500 kW per toestel;
7°. activiteiten of handelingen plaatsvinden, als bedoeld in categorie 21, bijlage I, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;
8°. in een specifieke daartoe ingerichte ruimte behandeling voor derden van bloembollen of knollen met gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt;
9°. nitraathoudende kunstmeststoffen worden bewaard anders dan die van type C als bedoeld in CPR 1;
10°. bewaring van meer dan 10 000 kg gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
11°. windenergie in elektrische energie wordt omgezet met een of meer windturbines;
12°. opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen of vloeibare gevaarlijke afvalstoffen in tanks plaatsvindt, tenzij sprake is van opslag in een of meer ondergrondse tanks, waarop het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing is, dan wel sprake is van opslag van brandbare vloeistoffen in bovengrondse tanks, dan wel sprake is van opslag van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15 000 liter;
10°. bewaring van meer dan 10 000 kg gevaarlijke stoffen in emballage plaatsvindt;
11°. windenergie in elektrische energie wordt omgezet met één of meer windturbines, tenzij:
aa. windturbines elk afzonderlijk een vaste verbinding hebben met de bodem of waterbodem in de vorm van een mast,
bb. windturbines zijn voorzien van een horizontale draaias van de rotor,
cc. de afstand tussen een afzonderlijke windturbine en de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige bestemming, ten minste viermaal de ashoogte bedraagt, en
dd. de windturbine of het samenstel van windturbines een gezamenlijk elektrisch vermogen heeft, kleiner dan 15 MW;
12°. opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen, vloeibare gevaarlijke afvalstoffen of brandbare vloeistoffen in tanks plaatsvindt, tenzij sprake is van:
a. opslag in een of meer ondergrondse tanks, waarop het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing is,
b. opslag van brandbare vloeistoffen in een of meer bovengrondse tanks,
c. opslag van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15.000 liter, of
d. opslag van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks;
13°. op het bewaren van butaan of propaan, anders dan in spuitbussen of gasflessen, het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer niet van toepassing is;
14°. meer dan 1000 kg bestrijdingsmiddelen aanwezig is;
15°. aflevering van brandstoffen ten behoeve van tractiedoeleinden plaatsvindt aan motorvoertuigen van derden;
@ -146,6 +157,8 @@ f. lozen type II: het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of daarmee
**3.** De voorschriften, opgenomen in bijlage 2, zijn niet van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen waarop het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing is, voorzover de voorschriften betrekking hebben op het ontwerp, de vervaardiging, de overeenstemmingsbeoordeling, de ingebruikneming en het gebruik bedoeld in dat besluit.
**3.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1, voor zover zij betrekking hebben op meststoffen, gelden niet indien geen emissie van meststoffen naar bodem, lucht of oppervlaktewater plaatsvindt.
### Artikel 5
**1.** Degene die een glastuinbouwbedrijf type B drijft, draagt er zorg voor dat de voor het betrokken glastuinbouwbedrijf geldende artikelen en voorschriften worden nageleefd.
@ -190,7 +203,7 @@ d. de indeling en de uitvoering van het glastuinbouwbedrijf;
e. het tijdstip waarop het glastuinbouwbedrijf of de verandering daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking verwezenlijkt zal zijn;
f. de aard, omvang en frequentie van de transportactiviteiten en
g. de plaats waar wordt geladen en gelost en
h. indien een glastuinbouwbedrijf wordt opgericht: een teeltplan.
h. vervallen.
**4.**
@ -225,7 +238,7 @@ e. het volume en de samenstelling van het te lozen afvalwater;
f. een opgave van de afstand tussen de plaats waar het afvalwater ontstaat en de dichtstbijzijnde voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
g. een opgave van het aantal inwonerequivalenten van bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard, dat wordt geloosd;
h. een opgave van de voorzieningen, bedoeld in de voorschriften 4, eerste en zesde lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, 8, derde lid, 9, tweede en vierde lid , 10, tweede lid, 11, tweede en vierde lid, 12, tweede lid, en 14, achtste lid opgenomen in bijlage 3 en
i. in geval van een voornemen te lozen type II als bedoeld in het eerste lid: een teeltplan.
i. vervallen.
**4.** De in het derde lid vermelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt, indien degene die loost, deze gegevens reeds aan het Wvo-bevoegd gezag heeft verschaft en het Wvo-bevoegd gezag over die gegevens beschikt.
@ -241,15 +254,15 @@ De meldingen bedoeld in de artikelen 7 en 8 worden gedaan op een formulier waarv
### Artikel 10
**1.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1 gelden voor een ieder die een glastuinbouwbedrijf type A drijft of een akkerbouwbedrijf, waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit, niet van toepassing is. Artikel 5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**1.** De voorschriften opgenomen in bijlage 1 gelden voor een ieder die een glastuinbouwbedrijf type A drijft of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt, waarop het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer in verband met artikel 1, onder a, onder 11°, van dat besluit, niet van toepassing is. Artikel 5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** De voorschriften, opgenomen in bijlage 3, gelden voor een ieder die loost type II vanuit een bedrijf als bedoeld in het eerste lid. De artikelen 5, eerste en derde lid, 6, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 8 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 4:. Voorschriften voor lozen type II, anders dan vanuit een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouwbedrijf met een permanente opstand van glas of kunststof van meer dan 2500 m
### Paragraaf 4:. Voorschriften voor lozen type II, anders dan vanuit een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt met een permanente opstand van glas of kunststof van meer dan 2500 m
### Artikel 11
**1.** De voorschriften, opgenomen in bijlage 3, gelden voor een ieder die loost type II anders dan vanuit een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouwbedrijf als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
**1.** De voorschriften, opgenomen in bijlage 3, gelden voor een ieder die loost type II anders dan vanuit een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
**2.** Op lozen type II als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 5, eerste en derde lid, 6, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en 8 van overeenkomstige toepassing.
@ -320,7 +333,7 @@ Ingetrokken worden:
a. het Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer en
b. het Lozingenbesluit Wvo glastuinbouw.
**2.** Hetgeen direct voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit gold bij of krachtens het besluit, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot het onder een permanente opstand van glas of van kunststof telen van eetbare paddestoelen of witlof, blijft van toepassing.
**2.** Hetgeen direct voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit gold bij of krachtens het besluit, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot het in opstallen telen van eetbare paddestoelen of witlof, blijft van toepassing.
**3.** Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling slibvangputten en vet- of olie-afscheiders mede op het in bijlage 2 opgenomen voorschrift 1.3.6, onder b en c.
@ -344,6 +357,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit glastuinbouw.
**LIJST 1, onderdeel E: **
## Bijlage 2. Behorende bij het besluit glastuinbouw
## Bijlage 2. behorende bij het Besluit glastuinbouw
## Bijlage 3. Behorende bij het Besluit glastuinbouw
## Bijlage 3. behorende bij het Besluit glastuinbouw