2013-01-01 | BWBR0002458 | Drank- en Horecawet
This commit is contained in:
parent
e465f79d70
commit
a3171a7d63
1 changed files with 253 additions and 119 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Drank- en Horecawet
|
|||
bwb_id: BWBR0002458
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-07-09'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002458
|
||||
citeertitel: Drank- en Horecawet
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -34,13 +34,11 @@ Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan ond
|
|||
|
||||
– leidinggevende:
|
||||
|
||||
1°. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4;
|
||||
1°. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend;
|
||||
2°. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen;
|
||||
3°. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van zodanig bedrijf in een inrichting;
|
||||
|
||||
– inspecteur: de bevoegde inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid;
|
||||
|
||||
– wijn: de drank, die door alcoholische gisting is verkregen uit en geen andere bestanddelen bevat dan die, afkomstig van het sap van druiven – vruchten van Vitis Vinifera L. – alsmede de drank, die met toepassing van bijzondere technische bewerkingen of met toevoeging van andere bestanddelen is verkregen uit bovenbedoeld sap, voor zover deze toepassing of toevoeging in het land van oorsprong van zodanige drank bij de bereiding daarvan gebruikelijk is;
|
||||
– wijn: de categorieën alcoholhoudende dranken als opgesomd in Bijlage IV van Verordening (EG) 479/2008;
|
||||
|
||||
– sterke drank: de drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn;
|
||||
|
||||
|
|
@ -48,18 +46,23 @@ Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan ond
|
|||
|
||||
– zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank;
|
||||
|
||||
– bedrijfslichaam: een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 66 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22);
|
||||
– paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf;
|
||||
|
||||
– bijlage: bijlage bedoeld in artikel 44b, eerste lid.
|
||||
– barvrijwilliger: de natuurlijke persoon die, niet in dienstverband, alcoholhoudende drank verstrekt in een horecalokaliteit in beheer bij een paracommerciële rechtspersoon;
|
||||
|
||||
– vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in artikel 3, is verleend;
|
||||
|
||||
bijlage: bijlage bedoeld in artikel 44b, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Onder een inrichting wordt niet verstaan een vervoermiddel voor het rondtrekkend uitoefenen van een bedrijf.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Deze wet is, met uitzondering van de artikelen 20, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, 21 en 24, tweede lid, niet van toepassing op:
|
||||
Deze wet is, met uitzondering van de artikelen 20, 21 en 24, derde lid, niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van personen, tijdens hun gebruik als zodanig;
|
||||
b. legerplaatsen en lokaliteiten, aan het militair gezag onderworpen, gedurende de tijd dat deze uitsluitend voor militaire doeleinden worden gebruikt.
|
||||
b. legerplaatsen en lokaliteiten, aan het militair gezag onderworpen, gedurende de tijd dat deze uitsluitend voor militaire doeleinden worden gebruikt;
|
||||
c. op luchtvaartterreinen opengesteld voor verkeer van en naar landen buiten de Europese Unie gelegen winkels in het gebied dat uitsluitend toegankelijk is voor personen die in het bezit zijn van een geldig reisbiljet of een daartoe afgegeven persoonsgebonden kaart.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -75,7 +78,7 @@ b. legerplaatsen en lokaliteiten, aan het militair gezag onderworpen, gedurende
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van burgemeester en wethouders het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen.
|
||||
**1.** Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen.
|
||||
|
||||
**2.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -93,31 +96,25 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Aan een vergunning, die op grond van artikel 3 voor het horecabedrijf wordt verleend aan een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, verbinden burgemeester en wethouders een of meer voorschriften of beperkingen die, gelet op de plaatselijke of regionale omstandigheden, nodig zijn ter voorkoming van mededinging door het verstrekken van alcoholhoudende drank, die uit een oogpunt van ordelijk economisch verkeer als onwenselijk moet worden beschouwd.
|
||||
**1.** Bij gemeentelijke verordening worden ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Bij zodanige verordening is het de gemeente toegestaan rekening te houden met de aard van de paracommerciële rechtspersoon.
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde voorschriften of beperkingen kunnen op geen andere onderwerpen betrekking hebben dan:
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
a. in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
|
||||
b. het openlijk aanprijzen van de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten als bedoeld onder a;
|
||||
c. de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank wordt verstrekt.
|
||||
De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op de volgende onderwerpen:
|
||||
|
||||
**3.** Bij gemeentelijke verordening kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften of beperkingen.
|
||||
a. de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt;
|
||||
b. in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
|
||||
c. in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Door burgemeester en wethouders worden, indien dit in verband met een wijziging in de plaatselijke of regionale omstandigheden nodig is, aan een reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid voorschriften of beperkingen als in dat lid bedoeld verbonden of aan een zodanige vergunning verbonden voorschriften of beperkingen gewijzigd of ingetrokken.
|
||||
**4.** De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit artikel gestelde regels.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard ontheffing verlenen van de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
**5.** De ontheffing, of een afschrift daarvan, is in de inrichting aanwezig.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 4 is niet van toepassing, indien de betrokken rechtspersoon gehouden is uitvoering te geven aan een regeling, betrekking hebbend op een of meer van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde onderwerpen, die door die rechtspersoon of een organisatie waarbij deze is aangesloten, schriftelijk is overeengekomen met het Bedrijfschap Horeca en Catering.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders trekken aan een vergunning verbonden voorschriften en beperkingen als bedoeld in artikel 4 op verzoek van de vergunninghouder in, indien voor deze een verplichting is ontstaan als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van een reeds verleende vergunning is, indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid eindigt, artikel 4, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
|
|
@ -125,7 +122,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Op de voorbereiding van een beslissing tot verlening van een vergunning op grond van artikel 3 voor het horecabedrijf aan een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en op de voorbereiding van een beslissing op grond van artikel 4, eerste of vierde lid, of artikel 5, derde lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
Op de voorbereiding van een beslissing tot verlening van een vergunning op grond van artikel 3 voor het horecabedrijf aan een paracommerciële rechtspersoon is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -137,31 +134,45 @@ Op de voorbereiding van een beslissing tot verlening van een vergunning op grond
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Voor het verkrijgen van een vergunning moet worden voldaan aan het bij en krachtens de volgende leden bepaalde.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
Leidinggevenden van het horecabedrijf en het slijtersbedrijf voldoen aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
Leidinggevenden dienen aan de volgende eisen te voldoen:
|
||||
a. zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
|
||||
b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
|
||||
c. zij staan niet onder curatele en zijn evenmin uit het ouderlijk gezag of de voogdij ontzet.
|
||||
|
||||
a. zij mogen niet onder curatele staan dan wel uit het ouderlijk gezag of voogdij ontzet zijn;
|
||||
b. zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
|
||||
c. zij moeten de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt.
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden naast de in het eerste lid gestelde eisen andere eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden gesteld en kan de in dat lid, onder b, gestelde eis nader worden omschreven.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden naast de in het tweede lid gestelde eisen andere eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden gesteld en kan de in dat lid, onder b, gestelde eis nader worden omschreven.
|
||||
**3.** Leidinggevenden beschikken tevens over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
|
||||
|
||||
**4.** Leidinggevenden, bij rechtspersonen als bedoeld in artikel 4 is zulks beperkt tot 2 leidinggevenden per rechtspersoon, dienen tevens te beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
|
||||
**4.** De in het derde lid gestelde eis geldt niet voor leidinggevenden voor wier rekening en risico het horecabedrijf of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, indien die leidinggevenden geen bemoeienis hebben met de bedrijfsvoering of de exploitatie van het horecabedrijf of het slijtersbedrijf waarvoor vergunning wordt gevraagd of is verkregen en de vergunninghouder dit in een schriftelijke verklaring bevestigt.
|
||||
|
||||
**5.** Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden de bewijsstukken aangewezen waaruit het voldoen aan de eisen, bedoeld in het vierde lid, moet blijken.
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister worden de bewijsstukken aangewezen waaruit moet blijken dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid. Van deze bewijsstukken wordt door een door Onze Minister aan te wijzen instantie een register bijgehouden. Dit register kan worden geraadpleegd door:
|
||||
|
||||
a. de burgemeester, bij het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3, bij het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 35 en bij een melding als bedoeld in artikel 30a;
|
||||
b. de ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een paracommerciële rechtspersoon het horecabedrijf uitoefent, voldoen ten minste twee leidinggevenden aan de bij of krachtens dit artikel gestelde eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 dient voor het verkrijgen van een vergunning een reglement vast te stellen dat waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting gedurende de openingstijden vanuit het oogpunt van sociale hygiëne te allen tijde geschiedt door op dit gebied gekwalificeerde personen. De kwalificatienormen hiervoor worden eveneens in het in dit artikel genoemde reglement vastgesteld.
|
||||
**1.** Het bestuur van een paracommerciële rechtspersoon stelt voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf een reglement vast dat waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting vanuit het oogpunt van sociale hygiëne op verantwoorde wijze geschiedt.
|
||||
|
||||
**2.** Het reglement geeft in ieder geval aan op welke dagen en tijdstippen bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Deze dagen en tijdstippen worden duidelijk zichtbaar in de horecalokaliteit aangegeven.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Het reglement voorziet in de wijze waarop wordt toegezien op de naleving.
|
||||
In het reglement wordt vastgelegd:
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het reglement.
|
||||
a. welke kwalificatienormen worden gesteld aan de voorlichtingsinstructie op het gebied van sociale hygiëne die barvrijwilligers krijgen om te kunnen voldoen aan de eis gesteld in artikel 24, tweede lid onder c;
|
||||
b. de wijze waarop door of namens het bestuur wordt toegezien op de naleving van het reglement.
|
||||
|
||||
**3.** De paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van de barvrijwilligers die de in het tweede lid bedoelde voorlichtingsinstructie hebben gekregen. Deze registratie of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.
|
||||
|
||||
**4.** Het reglement of een afschrift daarvan, is in de inrichting aanwezig.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het reglement.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,7 +180,7 @@ De inrichting dient te voldoen aan bij algemene maatregel van bestuur in het bel
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Een krachtens artikel 3 verleende vergunning geldt ten aanzien van het verstrekken van alcoholhoudende drank niet voor andere gedeelten van de openbare weg dan die, waar dat verstrekken door burgemeester en wethouders uitdrukkelijk is toegestaan.
|
||||
Een krachtens artikel 3 verleende vergunning geldt ten aanzien van het verstrekken van alcoholhoudende drank niet voor andere gedeelten van de openbare weg dan die, waar dat verstrekken door de burgemeester uitdrukkelijk is toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,7 +198,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden in een slijtlokaliteit alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse of toe te laten dat daar alcoholhoudende drank wordt genuttigd.
|
||||
**2.** Het is verboden in een slijtlokaliteit alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse, tenzij het betreft verstrekking om niet door een persoon die in die slijtlokaliteit dienst pleegt te doen en die verstrekking tot doel heeft een klant die daarom verzoekt een alcoholhoudende drank die in dat slijtersbedrijf verkrijgbaar is te laten proeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -200,15 +211,17 @@ Vervallen
|
|||
De in het tweede lid bedoelde activiteiten zijn:
|
||||
|
||||
a. het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van goederen in het kader van een openbare verkoping, als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen;
|
||||
b. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten;
|
||||
b. het bedrijfsmatig aanbieden van diensten, uitgezonderd diensten van recreatieve en culturele aard;
|
||||
c. het bedrijfsmatig verhuren van goederen;
|
||||
d. het in het openbaar bedrijfsmatig opkopen van goederen.
|
||||
|
||||
**4.** Onder diensten van recreatieve aard als bedoeld in het derde lid, onder b, wordt niet verstaan het aanbieden van kansspelen, met uitzondering van het aanwezig hebben van speelautomaten als bedoeld in Titel Va van de Wet op de kansspelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden de kleinhandel, met uitzondering van de kleinhandel in condooms en damesverband, of de zelfbedieningsgroothandel of een in artikel 14, derde lid, genoemde activiteit, uit te oefenen in een lokaliteit behorende tot een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, tenzij het publiek slechts toegang heeft tot die lokaliteit zonder een lokaliteit te betreden waar alcoholhoudende drank aanwezig is.
|
||||
**1.** Het is verboden de kleinhandel, met uitzondering van de kleinhandel in condooms en damesverband, of de zelfbedieningsgroothandel of een in artikel 14, derde lid, genoemde activiteit, uit te oefenen in een lokaliteit behorende tot een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, indien het publiek uitsluitend toegang heeft tot die lokaliteit door een lokaliteit te betreden waar alcoholhoudende drank aanwezig is.
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden dat een slijtlokaliteit rechtstreeks in verbinding staat met een ruimte waarin de kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel of enige in artikel 14, derde lid, genoemde activiteit wordt uitgeoefend.
|
||||
**2.** Het is verboden dat een slijtlokaliteit in verbinding staat met een ruimte waarin de kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel of enige in artikel 14, derde lid, genoemde activiteit wordt uitgeoefend, tenzij is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
|
|
@ -235,10 +248,10 @@ Vervallen
|
|||
Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ten aanzien van het verstrekken in:
|
||||
|
||||
a. een winkel waarin in overwegende mate levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen of uitsluitend zwak-alcoholhoudende dranken al dan niet tezamen met alcoholvrije dranken worden verkocht;
|
||||
b. een winkel waarin een gevarieerd assortiment aan levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen wordt verkocht;
|
||||
b. een warenhuis met een levensmiddelenafdeling met een vloeroppervlakte van ten minste 15 m² waarop een gevarieerd assortiment aan verpakte en onverpakte eetwaren wordt verkocht;
|
||||
c. een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoofdzakelijk gerede eetwaren voor gebruik ter plaatse en elders dan ter plaatse plegen te worden verkocht, niet zijnde een horecalokaliteit.
|
||||
|
||||
**3.** Zwak-alcoholhoudende dranken zijn in de gevallen bedoeld in het tweede lid, zodanig in de besloten ruimte geplaatst, dat deze dranken voor het publiek duidelijk te onderscheiden zijn van alcoholvrije dranken.
|
||||
**3.** Zwak-alcoholhoudende dranken zijn in de gevallen bedoeld in het tweede lid, zodanig in de besloten ruimte geplaatst, dat deze dranken voor het publiek duidelijk te onderscheiden zijn van alcoholvrije dranken. Alcoholvrije alternatieven voor bier en wijn behoeven niet te worden onderscheiden van zwak-alcoholhoudende dranken.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -252,6 +265,14 @@ a. een niet voor publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin overeenkomstige b
|
|||
b. een ruimte als bedoeld in artikel 18, tweede lid;
|
||||
c. een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester kan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een bedrijf exploiteert als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a, en die in een periode van 12 maanden drie maal artikel 20, eerste lid, heeft overtreden, de bevoegdheid ontzeggen zwak-alcoholhoudende drank te verkopen vanaf de locatie waar bedoeld gedrag heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** De ontzegging wordt opgelegd voor ten minste een week en ten hoogste 12 weken.
|
||||
|
||||
**3.** De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtens dit artikel opgelegde ontzegging.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken als bedoeld in de eerste volzin wordt eveneens begrepen het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.
|
||||
|
|
@ -260,13 +281,18 @@ c. een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend.
|
|||
|
||||
**3.** Het is verboden in een slijtlokaliteit de aanwezigheid toe te laten van een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, anders dan onder toezicht van een persoon van 21 jaar of ouder.
|
||||
|
||||
**4.** De vaststelling, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. De vaststelling geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen document.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** Bij gemeentelijke verordening kan worden verboden dat in de gemeente of een bij de verordening aangewezen deel daarvan, in een horecalokaliteit van een bij de verordening aangewezen aard de aanwezigheid wordt toegelaten van personen beneden een bij die verordening te bepalen leeftijd welke echter niet hoger mag zijn dan 21 jaar.
|
||||
De vaststelling, bedoeld in het eerste tot en met derde lid:
|
||||
|
||||
**6.** Op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, alsmede bij de toegang tot een slijtlokaliteit, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven welke leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen gelden. Onze Minister kan daaromtrent nadere regels stellen en modellen voorschrijven.
|
||||
a. geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen andere wijze;
|
||||
b. blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**7.** Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.
|
||||
**5.** Bij de voor het publiek bestemde toegang tot een horecalokaliteit, een slijtlokaliteit, een ruimte als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of een vervoermiddel waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven welke leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen gelden. Bij regeling van Onze Minister kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld of modellen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.
|
||||
|
||||
**7.** Het is verboden in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -293,23 +319,28 @@ b. in gebouwen of in die maatregel aangewezen delen daarvan, die in gebruik zijn
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Bij gemeentelijke verordening kan, de inspecteur gehoord, het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank worden verboden, met dien verstande dat een verbod dat betrekking heeft op het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank anders dan in een inrichting slechts betrekking heeft op een beperkte tijdsruimte.
|
||||
|
||||
**2.** Bij zodanige verordening kan worden bepaald, dat het verbod slechts geldt voor inrichtingen van een bij de verordening aangewezen aard, in bij de verordening aangewezen delen van de gemeente of voor een bij of krachtens die verordening aangewezen tijdsruimte.
|
||||
|
||||
**3.** Bij een verordening als bedoeld in het eerste lid kunnen regels worden gesteld omtrent de voorschriften die aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 kunnen worden verbonden en omtrent het beperken van een vergunning tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur zendt van zijn oordeel over de ontwerpverordening een afschrift aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
**5.** Een verordening wordt in afschrift gezonden aan gedeputeerde staten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden een horecalokaliteit of slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden, met uitzondering van een lokaliteit in beheer bij een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder. Met betrekking tot rechtspersonen als bedoeld in artikel 4 geldt, dat aanwezig is ofwel de leidinggevende die vermeld staat op een vergunning met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder, ofwel een andere op dit gebied gekwalificeerde persoon als bedoeld in artikel 9, eerste lid. Voor deze laatste categorie rechtspersonen geldt deze aangepaste voorwaarde slechts op momenten dat alcoholhoudende drank wordt geschonken.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daarin dranken worden verstrekt, personen jonger dan 16 jaar dienst te laten doen.
|
||||
Het is verboden een horecalokaliteit of een slijtlokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:
|
||||
|
||||
**3.** Indien dit voor de naleving van artikel 20, eerste tot en met vierde lid, noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur de leeftijd, genoemd in het tweede lid, op 18 jaar worden gesteld, met dien verstande dat zulks alsdan niet geldt voor personen die alcoholhoudende drank verstrekken in het kader van een in de maatregel aan te geven beroepsopleiding.
|
||||
a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
|
||||
b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon verboden een horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daar alcoholhoudende drank wordt verstrekt, geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:
|
||||
|
||||
a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of
|
||||
b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 30a, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist of
|
||||
c. een barvrijwilliger die een voorlichtingsinstructie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, heeft gekregen.
|
||||
|
||||
**3.** Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit, gedurende de tijd dat daarin dranken worden verstrekt, personen jonger dan 16 jaar dienst te laten doen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien dit voor de naleving van artikel 20, eerste tot en met vierde lid, noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur de leeftijd, genoemd in het derde lid, op 18 jaar worden gesteld, met dien verstande dat zulks alsdan niet geldt voor personen die alcoholhoudende drank verstrekken in het kader van een in de maatregel aan te geven beroepsopleiding.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -323,7 +354,7 @@ b. in de voor het publiek niet toegankelijke delen van die ruimte alcoholhoudend
|
|||
1°. het in voorraad hebben van zwak-alcoholhoudende drank ten dienste van het in de rechtmatige uitoefening van een ander bedrijf dan het slijtersbedrijf bedrijfsmatig aan particulieren verstrekken van deze drank voor gebruik elders dan ter plaatse, mits deze drank zich bevindt in een verpakking die voldoet aan de bij artikel 17 gestelde eis;
|
||||
2°. het in voorraad hebben van alcoholhoudende drank ten dienste van het uitoefenen van een bedrijf, waarin waren uit onder meer alcoholhoudende drank plegen te worden vervaardigd.
|
||||
|
||||
**2.** Het is degene die, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het horecabedrijf, een ruimte voor publiek geopend houdt, verboden toe te laten dat in die ruimte alcoholhoudende drank wordt genuttigd.
|
||||
**2.** Het is degene die, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het horecabedrijf, een ruimte voor publiek geopend houdt, verboden toe te laten dat in die ruimte alcoholhoudende drank wordt genuttigd. Dit verbod geldt niet, indien er sprake is van de uitzondering bedoeld in artikel 13, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -332,15 +363,62 @@ Het is degene die een vervoermiddel gebruikt voor het rondtrekkend uitoefenen va
|
|||
a. het rechtmatig aan particulieren afleveren van alcoholhoudende drank op bestelling;
|
||||
b. het binnen het vervoermiddel verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank in het kader van het rondtrekkend uitoefenen van de kleinhandel overwegend bestaand uit de handel in een gevarieerd assortiment levensmiddelen en kruideniersartikelen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3a. Gemeentelijke verordenende bevoegdheid
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
**1.** Bij gemeentelijke verordening kan het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank in inrichtingen worden verboden of aan beperkingen worden onderworpen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat:
|
||||
|
||||
a. het verbod slechts geldt voor inrichtingen van een bij die verordening aangewezen aard, in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente of voor een bij die verordening aangewezen tijdsruimte;
|
||||
b. de burgemeester volgens bij die verordening te stellen regels voorschriften aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 kan verbinden en de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
|
||||
|
||||
### Artikel 25b
|
||||
|
||||
**1.** Bij gemeentelijke verordening kan worden verboden dat in horecalokaliteiten en op terrassen bezoekers worden toegelaten beneden een bij die verordening te bepalen leeftijd welke echter niet hoger mag zijn dan 21 jaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat:
|
||||
|
||||
a. het verbod slechts geldt voor horecalokaliteiten en terrassen van een bij die verordening aangewezen aard, in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente of voor een bij die verordening aangewezen tijdsruimte;
|
||||
b. de leeftijd van degene die wenst te worden toegelaten, wordt vastgesteld op de in artikel 20, vierde lid, bedoelde wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 25c
|
||||
|
||||
**1.** Bij gemeentelijke verordening kan het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank in of vanuit locaties als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a, worden verboden of aan beperkingen worden onderworpen. Een dergelijk verbod of beperking heeft slechts betrekking op een beperkte tijdsruimte.
|
||||
|
||||
**2.** Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat het verbod slechts geldt in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 25d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij gemeentelijke verordening kan het ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde worden verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken:
|
||||
|
||||
a. te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd;
|
||||
b. aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van één week of korter lager is dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat het verbod slechts geldt voor aanbiedingen en verstrekkingen van een bij die verordening aangewezen aard of in bij die verordening aangewezen delen van de gemeente.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Vergunningen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister bepaalt welke gegevens een aanvrage om een vergunning als bedoeld in artikel 3 dient te bevatten.
|
||||
**1.** Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 wordt gesteld op een formulier of een elektronische informatiedrager, die bij regeling van Onze Minister worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald welke gegevens een aanvraag voor een vergunning eveneens dient te bevatten in verband met krachtens artikel 23, derde lid, gestelde voorschriften en beperkingen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Op de aanvraag wordt beslist binnen drie maanden na ontvangst daarvan.
|
||||
De gemeenteraad kan bij verordening een formulier vaststellen met aanvullende vragen, voor zover hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid om:
|
||||
|
||||
a. in een verordening op grond van artikel 4 rekening te houden met de aard van de paracommerciële rechtspersoon;
|
||||
b. aan een vergunning voorschriften of beperkingen te verbinden op grond van artikel 25a;
|
||||
c. in een verordening op grond van artikel 25b rekening te houden met de aard van de horecalokaliteiten of terrassen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen ten aanzien van het formulier, bedoeld in het tweede lid, nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -350,10 +428,10 @@ Een vergunning wordt geweigerd indien:
|
|||
|
||||
a. niet wordt voldaan aan de ingevolge de artikelen 8 tot en met 10 geldende eisen;
|
||||
b. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn;
|
||||
c. artikel 7, tweede lid, of artikel 31, derde lid, zich tegen de verlening van de gevraagde vergunning verzet;
|
||||
c. artikel 7, tweede lid, artikel 31, vierde lid, en artikel 32, tweede lid, zich tegen de verlening van de gevraagde vergunning verzet;
|
||||
d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een of meer van de bij of krachtens de artikelen 2 en 13 tot en met 24 gestelde verboden zal worden overtreden of dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 31, eerste lid, onder d, is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd.
|
||||
**2.** Een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd.
|
||||
|
||||
**3.** Een vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
|
||||
|
||||
|
|
@ -361,63 +439,81 @@ d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een of meer van de bij of krachtens
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Een vergunning wordt verleend, indien geen der in artikel 27 bedoelde weigeringsgronden aanwezig is.
|
||||
|
||||
**2.** De beschikking tot verlening, wijziging of intrekking van de vergunning wordt mede aan de inspecteur toegezonden.
|
||||
Een vergunning wordt verleend, indien geen der in artikel 27 bedoelde weigeringsgronden aanwezig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In een vergunning worden vermeld:
|
||||
De burgemeester vermeldt in een vergunning:
|
||||
|
||||
a. de natuurlijke of rechtspersoon of -personen aan wie de vergunning is verleend;
|
||||
b. de leidinggevenden;
|
||||
c. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
|
||||
d. de plaats waar de inrichting zich bevindt;
|
||||
e. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen;
|
||||
f. de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.
|
||||
a. de vergunninghouder;
|
||||
b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
|
||||
c. de plaats waar de inrichting zich bevindt;
|
||||
d. de situering en de oppervlakten van de horeca- of slijtlokaliteiten en terrassen;
|
||||
e. de voorschiften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** De vergunning of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.
|
||||
**2.** De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. Ten aanzien van een leidinggevende bij wie sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, maakt de burgemeester daaromtrent een aantekening.
|
||||
|
||||
**3.** De vergunning wordt gesteld op een formulier, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
|
||||
**3.** De vergunning en het daarbij behorende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.
|
||||
|
||||
**4.** De vergunning en het aanhangsel worden gesteld op een formulier dat bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij burgemeester en wethouders te melden. Burgemeester en wethouders verstrekken, indien nog aan de ten aanzien van de inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge artikel 29 vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.
|
||||
Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien nog aan de ten aanzien van de inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge artikel 29 vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 30a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens:
|
||||
|
||||
a. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven;
|
||||
b. de aantekening door te laten halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de bedrijfsvoering of de exploitatie van het horecabedrijf of slijtersbedrijf.
|
||||
|
||||
**2.** Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag wordt gesteld op een formulier of een elektronische informatiedrager, die bij regeling van Onze Minister worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel:
|
||||
|
||||
a. indien de persoon bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 8 gestelde eisen;
|
||||
b. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
|
||||
|
||||
**6.** Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een vergunning wordt ingetrokken, indien:
|
||||
Een vergunning wordt door de burgemeester ingetrokken, indien:
|
||||
|
||||
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
|
||||
b. niet langer wordt voldaan aan de ingevolge de artikelen 8 en 10 geldende eisen;
|
||||
c. een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft;
|
||||
d. zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
|
||||
e. de vergunninghouder in het in artikel 30 bedoelde geval geen melding als in dat artikel bedoeld heeft gedaan.
|
||||
b. niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikelen 8 en 10 geldende eisen;
|
||||
c. zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
|
||||
d. de vergunninghouder in de in de artikelen 30 en 30a, eerste lid, bedoelde gevallen geen melding als in die artikelen bedoeld heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Een vergunning kan door de burgemeester worden ingetrokken indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen, niet nakomt.
|
||||
|
||||
Een vergunning kan voorts worden ingetrokken indien:
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
a. is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 4 of artikel 23, derde lid;
|
||||
b. een bij of krachtens de artikelen 2, 13 tot en met 17, 19 tot en met 21, 22, eerste lid, onder b, tot en met 23, tweede lid, of 24 gesteld verbod of het bij artikel 29, tweede lid, gesteld gebod wordt overtreden;
|
||||
c. het reglement bedoeld in artikel 9, eerste lid, niet wordt nageleefd, of niet wordt voldaan aan het gebod, bedoeld in artikel 9, tweede lid, dat de dagen en tijdstippen waarop bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt duidelijk zichtbaar in de horecalokaliteit zijn aangegeven;
|
||||
d. er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
|
||||
Een vergunning kan voorts door de burgemeester worden ingetrokken, indien:
|
||||
|
||||
**3.** Indien een vergunning op grond van het tweede lid, onder a, is ingetrokken, wordt de bevoegdheid om aan de betrokken rechtspersoon een nieuwe vergunning te verlenen, opgeschort tot een jaar nadat het besluit tot intrekking onherroepelijk is geworden.
|
||||
a. er sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat daaraan toepassing wordt gegeven, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van voornoemde wet, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd;
|
||||
b. een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 30a, eerste lid, om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 30a, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**4.** De intrekking van een vergunning krachtens het eerste lid, onder b, c of e, of het tweede lid, kan, voor zover de grond tot intrekking niet de persoon van de vergunninghouder betreft, eerst geschieden een maand nadat van het voornemen daartoe aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan.
|
||||
|
||||
**5.** Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, aanhef en onder d, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
|
||||
**4.** Indien een vergunning is ingetrokken omdat is gehandeld in strijd met de voorschriften en beperkingen verbonden aan de vergunning, bedoeld in artikel 4 of 25a, wordt de bevoegdheid om aan de betrokken rechtspersoon een nieuwe vergunning te verlenen opgeschort tot een jaar nadat het besluit tot intrekking onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Indien de burgemeester of de inspecteur van oordeel is, dat een vergunning op een der in artikel 31 genoemde gronden moet worden ingetrokken, doet hij daartoe onder opgave van redenen aan burgemeester en wethouders een voorstel.
|
||||
**1.** Een vergunning kan in de gevallen bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, door de burgemeester worden geschorst voor een periode van ten hoogste 12 weken.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen drie maanden na ontvangst van zodanig voorstel nemen burgemeester en wethouders daaromtrent een besluit. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de inspecteur, indien deze het voorstel heeft gedaan.
|
||||
**2.** Tijdens de schorsing verleent de burgemeester de vergunninghouder geen nieuwe vergunning op grond van artikel 3.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -429,34 +525,40 @@ c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Een faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen heeft ten aanzien van het krachtens artikel 31, eerste lid, onder c, of 33, onder b, intrekken of vervallen van de vergunning een opschortende werking tot het tijdstip waarop het faillissement onderscheidenlijk de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt.
|
||||
Een faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen heeft ten aanzien van het krachtens artikel 31, eerste lid, onder d, of 33, onder b, intrekken of vervallen van de vergunning een opschortende werking tot het tijdstip waarop het faillissement onderscheidenlijk de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Ontheffing
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester kan ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die voldoet aan artikel 8, tweede en vierde lid.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De burgemeester kan ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die:
|
||||
|
||||
a. de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt;
|
||||
b. niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
|
||||
|
||||
De naam van deze persoon staat op de ontheffing vermeld.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van een ontheffing is artikel 31, eerste lid, onder a en d, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Ten aanzien van een ontheffing is artikel 31, eerste lid, onder a en c, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Besluiten tot verlening, wijziging of intrekking van een ontheffing worden in afschrift aan de inspecteur gezonden.
|
||||
**4.** De ontheffing, of een afschrift daarvan, is ter plaatse aanwezig.
|
||||
|
||||
**5.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Een burgemeester kan naar aanleiding van een aanvraag voor ontheffingen als bedoeld in dit artikel, voor jaarlijks terugkerende identieke bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard, besluiten één ontheffing te verlenen, mits de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank telkenmale geschiedt onder onmiddellijke leiding van dezelfde persoon.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan andere personen dan hen, die wonen in de ruimte, waarin in strijd met deze wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, de toegang tot die ruimte te ontzeggen.
|
||||
De burgemeester is bevoegd aan andere personen dan hen, die wonen in de ruimte, waarin in strijd met deze wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, de toegang tot die ruimte te ontzeggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
In gevallen, waarin het betreft de uitoefening van het horecabedrijf of slijtersbedrijf door een gemeente:
|
||||
|
||||
a. treden voor de toepassing van de artikelen 3 en 32 gedeputeerde staten in de plaats van burgemeester en wethouders;
|
||||
b. treedt voor de toepassing van artikel 32 Onze commissaris in de provincie in de plaats van de burgemeester.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -474,7 +576,19 @@ Voor zover in deze wet niet anders is bepaald, kunnen ten aanzien van de onderwe
|
|||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast:
|
||||
|
||||
a. in geheel Nederland: de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
b. in een gemeente: de door de burgemeester van die gemeente aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:
|
||||
|
||||
a. wordt de taakverdeling tussen de ambtenaren, behorende tot de onderscheidene in het eerste lid bedoelde categorieën geregeld;
|
||||
b. kunnen eisen omtrent de opleiding van die ambtenaren worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -482,28 +596,44 @@ De in artikel 41 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodig
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Van een besluit als bedoeld in artikel 41 wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
Van een besluit als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder a wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.
|
||||
Onze Minister en de burgemeester zijn bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7a. Bestuurlijke boete
|
||||
### Paragraaf 8. Bestuurlijke boete
|
||||
|
||||
### Artikel 44a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9, tweede lid, 12 tot en met 20, vierde lid, 20, zesde lid, 22, 24, 25 of 29, tweede lid.
|
||||
**1.** De burgemeester kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding binnen zijn gemeente van het bij of krachtens de artikelen 3, 4, 9, derde, vierde en vijfde lid, 12 tot en met 19, 20, eerste tot en met vijfde lid, 22, eerste en tweede lid, 24, 25, behoudens het derde lid, 25a tot en met 25d, 29, derde lid, 35, tweede en vierde lid, of 38 gestelde.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 100 000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Overtredingen, met uitzondering van overtreding van artikel 9, tweede lid, of artikel 29, tweede lid, kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien:
|
||||
Overtredingen kunnen, in afwijking van het eerste lid, niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien:
|
||||
|
||||
a. de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft; of
|
||||
b. de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel.
|
||||
a. de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft;
|
||||
b. de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel; of
|
||||
c. door de burgemeester toepassing is gegeven aan artikel 19a, eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt, indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de bestuurlijke boete kan worden opgelegd door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken, overeenkomstig artikel 31, vierde lid.
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt, indien ter zake van de overtreding op grond waarvan de bestuurlijke boete kan worden opgelegd door de burgemeester aan de vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan van het voornemen de vergunning in te trekken.
|
||||
|
||||
**5.** De boete komt toe aan de gemeente, waar de overtreding heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 44aa
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het gestelde bij of krachtens:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 2 en 25, derde lid, waar ook te lande gepleegd;
|
||||
b. de artikelen 20, eerste tot en met vijfde lid, en 24, derde lid, gepleegd in of op de in artikel 1, derde lid, onder a, b en c, genoemde vervoermiddelen, legerplaatsen en lokaliteiten, die aan het militair gezag onderworpen zijn, en op luchtvaartterreinen gelegen winkels.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 44a, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De boete komt toe aan de staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 44b
|
||||
|
||||
|
|
@ -541,11 +671,15 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Bepaling van strafrechtelijke aard
|
||||
### Paragraaf 8a. Bepaling van strafrechtelijke aard
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het is degene die de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, verboden op voor het publiek toegankelijke plaatsen alcoholhoudende drank aanwezig te hebben of voor consumptie gereed te hebben, met uitzondering van plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Overtreding van het eerste lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
|
||||
|
||||
**3.** De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue