diff --git a/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md b/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md index d80dfc12003..eff430e5069 100644 --- a/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md +++ b/wet/planwet-verkeer-en-vervoer/BWBR0009642/README.md @@ -30,7 +30,7 @@ essentiële onderdelen van het provinciale verkeers- en vervoerplan: provinciale **1.** Er is een nationaal verkeers- en vervoerplan, dat richting geeft aan de te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Het plan is een plan als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. -**2.** Het nationale verkeers- en vervoerplan wordt voorbereid door Onze Minister, die daartoe in overleg treedt met de besturen van provincies en gemeenten. Na afloop van dit overleg doen Onze Ministers aan de Staten-Generaal mededeling van het voornemen tot voorbereiding van het nationale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, vierde volzin, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. +**2.** Het nationale verkeers- en vervoerplan wordt voorbereid door Onze Minister, die daartoe in overleg treedt met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders. Na afloop van dit overleg doen Onze Ministers aan de Staten-Generaal mededeling van het voornemen tot voorbereiding van het nationale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, vierde volzin, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. ### Artikel 3 @@ -58,7 +58,7 @@ e. de termijn waarbinnen het provinciale plan moet worden vastgesteld of herzien ### Artikel 5 -**1.** Het provinciaal bestuur stelt een of meer provinciale verkeers- en vervoerplannen vast, die richting geven aan de door de provincie te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Het provinciaal bestuur neemt hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan in acht. +**1.** Provinciale staten stellen een of meer provinciale verkeers- en vervoersplannen vast, die richting geven aan de door provinciale staten en gedeputeerde staten te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Provinciale staten nemen hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoersplan in acht. **2.** Het plan bevat de hoofdzaken van het door de provincie te voeren verkeers- en vervoerbeleid. @@ -72,19 +72,19 @@ c. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging van d d. de termijn waarvoor het plan geldt; e. de termijn waarbinnen het gemeentelijk beleid in overeenstemming moet zijn gebracht met het plan. -**4.** Voor afloop van de in het derde lid, onder d, bedoelde termijn stelt het provinciaal bestuur een nieuw provinciaal verkeers- en vervoerplan vast. +**4.** Voor afloop van de in het derde lid, onder d, bedoelde termijn stellen provinciale staten een nieuw provinciaal verkeers- en vervoerplan vast. -**5.** In het plan geeft het provinciaal bestuur in ieder geval aan, in hoeverre het voorgenomen beleid leidt tot aanpassing van het provinciale ruimtelijke beleid of het provinciale milieubeleid en in hoeverre en binnen welke termijn het voornemens is een of meer geldende streekplannen als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, het geldende provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer, of het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding, te herzien. +**5.** In het plan geven provinciale staten in ieder geval aan, in hoeverre het voorgenomen beleid leidt tot aanpassing van het provinciale ruimtelijke beleid of het provinciale milieubeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn een of meer geldende streekplannen als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, het geldende provinciale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van de Wet milieubeheer, of het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding, te herzien. ### Artikel 6 -**1.** Het provinciaal bestuur betrekt bij de voorbereiding van het provinciale verkeers- en vervoerplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende bestuursorganen. Daartoe behoren in ieder geval Onze Minister, de besturen van gemeenten, van de aangrenzende provincies en van waterschappen die tevens wegbeheerder zijn. +**1.** Gedeputeerde staten betrekken bij de voorbereiding van het provinciale verkeers- en vervoersplan de naar hun oordeel meest belanghebbende bestuursorganen. Daartoe behoren in ieder geval Onze Minister, de colleges van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten van de aangrenzende provincies en de besturen van waterschappen die tevens wegbeheerder zijn. **2.** Op de voorbereiding van het provinciale verkeers- en vervoerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. ### Artikel 7 -**1.** Onze Minister kan het provinciaal bestuur een aanwijzing geven omtrent de inhoud van het provinciale verkeers- en vervoerplan. De aanwijzing kan alleen worden gegeven voorzover het een essentieel onderdeel van het nationale verkeers- en vervoerplan betreft. De aanwijzing wordt slechts gegeven nadat tevoren met het provinciaal bestuur terzake overleg is gepleegd. +**1.** Onze Minister kan provinciale staten een aanwijzing geven omtrent de inhoud van het provinciale verkeers- en vervoersplan. De aanwijzing kan alleen worden gegeven voorzover het een essentieel onderdeel van het nationale verkeers- en vervoersplan betreft. De aanwijzing wordt slechts gegeven nadat tevoren met gedeputeerde staten terzake overleg is gepleegd. **2.** Bij de aanwijzing stelt Onze Minister de termijn vast, waarbinnen het provinciale verkeers- en vervoerplan in overeenstemming dient te zijn gebracht met de aanwijzing. Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling aan de Staten-Generaal en publiceert het besluit in de Staatscourant. @@ -92,11 +92,11 @@ e. de termijn waarbinnen het gemeentelijk beleid in overeenstemming moet zijn ge ### Artikel 8 -Het gemeentebestuur draagt zorg voor het – zichtbaar – voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoerbeleid, dat richting geeft aan de door het gemeentebestuur te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Het gemeentebestuur neemt hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan in acht en houdt rekening met het beleid van naburige gemeenten. +De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het – zichtbaar – voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid, dat richting geeft aan de door de raad en het college te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders neemt hierbij de essentiële onderdelen van het nationale verkeers- en vervoerplan en van het provinciale verkeers- en vervoerplan in acht en houdt rekening met het beleid van naburige gemeenten. ### Artikel 9 -**1.** Het provinciaal bestuur kan het gemeentebestuur de verplichting opleggen tot het vaststellen van een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan indien het gemeentebestuur aantoonbaar nalatig is in de uitoefening van de hem in artikel 8 opgedragen taak. De verplichting wordt niet eerder opgelegd dan nadat tevoren met het gemeentebestuur terzake overleg is gepleegd. +**1.** Gedeputeerde staten kunnen de gemeenteraad de verplichting opleggen tot het vaststellen van een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan indien de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders aantoonbaar nalatig is in de uitoefening van de hen in artikel 8 opgedragen taak. De verplichting wordt niet eerder opgelegd dat nadat tevoren met de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders overleg is gepleegd. **2.** @@ -107,23 +107,23 @@ b. de afstemming met andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening, econom c. de fasering, de prioriteitsstelling en een indicatie van de bekostiging; d. de termijn waarvoor het plan geldt. -**3.** Bij het opleggen van de verplichting tot het vaststellen van een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan stelt het provinciaal bestuur de termijn vast waarbinnen het plan moet worden vastgesteld. Het provinciaal bestuur kan hierbij tevens een aanwijzing geven als bedoeld in artikel 11, eerste lid. +**3.** Bij het opleggen van de verplichting tot het vaststellen van een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan stellen gedeputeerde staten de termijn vast waarbinnen het plan moet worden vastgesteld. Gedeputeerde staten kunnen hierbij tevens een aanwijzing geven als bedoeld in artikel 11, eerste lid. ### Artikel 10 -**1.** Het gemeentebestuur betrekt bij de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid of van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende bestuursorganen en stelt hen op de hoogte van het door het gemeentebestuur te voeren beleid. Daartoe behoren in ieder geval het bestuur van de provincie, de besturen van aangrenzende gemeenten, de besturen van betrokken waterschappen die tevens wegbeheerder zijn en, in voorkomende gevallen, Onze Minister. +**1.** De gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders betrekt bij de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid of van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende bestuursorganen en stelt hen op de hoogte van het door de gemeenteraad onderscheidenlijk het college te voeren beleid. Daartoe behoren in ieder geval gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de aangrenzende gemeenten, de besturen van betrokken waterschappen die tevens wegbeheerder zijn en, in voorkomende gevallen, Onze Minister. **2.** Op de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. -**3.** Voor zover het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid gevolgen heeft voor het ruimtelijk beleid, geeft het gemeentebestuur in ieder geval aan binnen welke termijn de daarvoor aangewezen procedures op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in gang gezet worden. +**3.** Voor zover het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid gevolgen heeft voor het ruimtelijk beleid, geeft de gemeenteraad onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders in ieder geval aan binnen welke termijn de daarvoor aangewezen procedures op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in gang gezet worden. ### Artikel 11 -**1.** Het provinciaal bestuur kan het gemeentebestuur een aanwijzing geven omtrent de inhoud van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan. De aanwijzing kan alleen worden gegeven voorzover het een essentieel onderdeel van het nationale of provinciale verkeers- en vervoerplan betreft. De aanwijzing wordt slechts gegeven nadat tevoren met het gemeentebestuur terzake overleg is gepleegd. +**1.** Gedeputeerde staten kunnen de gemeenteraad een aanwijzing geven omtrent de inhoud van het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan. De aanwijzing kan alleen worden gegeven voorzover het een essentieel onderdeel van het nationale of provinciale verkeers- en vervoerplan betreft. De aanwijzing wordt slechts gegeven nadat tevoren met de gemeenteraad terzake overleg is gepleegd. -**2.** Bij de aanwijzing stelt het provinciaal bestuur de termijn vast, waarbinnen het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan in overeenstemming dient te zijn gebracht met de aanwijzing. +**2.** Bij de aanwijzing stellen gedeputeerde staten de termijn vast, waarbinnen het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan in overeenstemming dient te zijn gebracht met de aanwijzing. -**3.** Het provinciaal bestuur doet van een besluit als bedoeld in het eerste lid, mededeling in de Staatscourant. +**3.** Gedeputeerde staten doen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, mededeling in de Staatscourant. ### Paragraaf 5. Uitvoering en overleg @@ -137,7 +137,7 @@ d. de termijn waarvoor het plan geldt. **1.** Ten behoeve van de onderlinge afstemming van het verkeers- en vervoerbeleid van Rijk, provincies en gemeenten en de uitvoering daarvan is er op nationaal en provinciaal niveau een verkeers- en vervoerberaad. -**2.** Onze Minister draagt zorg voor de organisatie van het verkeers- en vervoerberaad op nationaal niveau en het provinciaal bestuur draagt zorg voor de organisatie van het verkeers- en vervoerberaad op provinciaal niveau. +**2.** Onze Minister draagt zorg voor de organisatie van het verkeers- en vervoerberaad op nationaal niveau en gedeputeerde staten dragen zorg voor de organisatie van het verkeers- en vervoerberaad op provinciaal niveau. ### Artikel 14 @@ -161,7 +161,7 @@ a. voor de toepassing van de artikelen 2, tweede lid, 3, derde lid, onder b, 12, b. voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onder a en b, na «provincies» ingevoegd wordt: ,regionale openbare lichamen; c. het in artikel 5 bedoelde provinciale verkeers- en vervoerplan uitsluitend betrekking heeft op het gebied van een in de provincie gelegen regionaal openbaar lichaam voor zover daarin essentiële onderdelen van beleid zijn opgenomen die noodzakelijk zijn voor de bovenregionale samenhang en het bestuur van de provincie over deze onderdelen overleg heeft gevoerd met het bestuur van het betrokken regionaal openbaar lichaam; d. in artikel 6, eerste lid, tweede volzin, na «provincies» toegevoegd wordt: , alsmede het algemeen bestuur van het in de provincie bestaand regionaal openbaar lichaam; -e. voor de toepassing van artikel 7 «het provinciaal bestuur» en «het provinciale verkeers- en vervoerplan» vervangen worden door «het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam» respectievelijk «het regionaal verkeers- en vervoerplan»; +e. voor de toepassing van artikel 7 «provinciale staten» en «het provinciale verkeers- en vervoerplan» vervangen worden door «het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam» respectievelijk «het regionaal verkeers- en vervoerplan»; f. de artikelen 8 tot en met 10 niet toepassing zijn; g. voor de toepassing van artikel 11 het «gemeentebestuur» en het «gemeentelijk verkeers- en vervoerplan» wordt vervangen door: «het bestuur van een regionaal openbaar lichaam» respectievelijk het «regionaal verkeers- en vervoerplan» en in de tweede volzin van het eerste lid de aanwijzing van het provinciaal bestuur uitsluitend betrekking heeft op de essentiële onderdelen van beleid van het provinciale verkeers- en vervoerplan die noodzakelijk zijn voor de bovenregionale samenhang.