From a34bfbf95a994cfb5af7eefec13dc106f65afead Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 23 May 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-05-23 | BWBR0002375 | Wet op de Ruimtelijke Ordening --- .../BWBR0002375/README.md | 20 +++++++++---------- 1 file changed, 10 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-ruimtelijke-ordening/BWBR0002375/README.md b/wet/wet-op-de-ruimtelijke-ordening/BWBR0002375/README.md index e0337d5a0d9..a0d6fcfcac4 100644 --- a/wet/wet-op-de-ruimtelijke-ordening/BWBR0002375/README.md +++ b/wet/wet-op-de-ruimtelijke-ordening/BWBR0002375/README.md @@ -125,9 +125,9 @@ De in deze wet voorziene algemene maatregelen van bestuur treden niet eerder in **5.** Binnen twaalf weken na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling beslist Onze Minister omtrent toepassing van artikel 6. -**6.** Onze Minister maakt zijn besluit binnen een week na dagtekening daarvan bekend aan provinciale staten. Indien Onze Minister niet heeft beslist binnen de in het vierde lid bedoelde termijn, wordt het besluit van Onze Minister vervangen door een schriftelijke mededeling van dat feit. +**6.** Onze Minister maakt zijn besluit binnen een week na dagtekening daarvan bekend aan provinciale staten. Indien Onze Minister niet heeft beslist binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn, wordt het besluit van Onze Minister vervangen door een schriftelijke mededeling van dat feit. -**7.** Het besluit van Onze Minister of de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, wordt met het vaststellingsbesluit van provinciale staten en het vastgestelde streekplan door gedeputeerde staten bekendgemaakt door terinzagelegging voor een ieder op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. +**7.** Het besluit van Onze Minister of de mededeling, bedoeld in het zesde lid, wordt met het vaststellingsbesluit van provinciale staten en het vastgestelde streekplan door gedeputeerde staten bekendgemaakt door terinzagelegging voor een ieder op het provinciehuis en ter secretarie van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. **8.** Indien het besluit van Onze Minister strekt tot toepassing van artikel 6 blijft voor wat betreft het daarbij aangegeven gebied, het besluit van provinciale staten tot vaststelling van het streekplan buiten werking. @@ -286,7 +286,7 @@ Vervallen **2.** Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in door gedeputeerde staten, in overeenstemming met de inspecteur van de ruimtelijke ordening, aangegeven categorieën van gevallen. Gedeputeerde staten kunnen daarbij tevens bepalen onder welke omstandigheden vooraf een verklaring van gedeputeerde staten dat zij tegen het verlenen van vrijstelling geen bezwaar hebben, is vereist. Het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot een goede ruimtelijke onderbouwing is van overeenkomstige toepassing. -**3.** Burgemeester en wethouders kunnen eveneens vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen. +**3.** Burgemeester en wethouders kunnen eveneens vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen. Het derde lid van artikel 15 is van overeenkomstige toepassing. **4.** @@ -313,7 +313,7 @@ c. indien geen verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten is vereist, b **5.** De gemeenteraad beslist of in voorkomend geval burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzageligging, genoemd in het vierde lid, onder a, omtrent het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar. -**6.** Indien tot aanvraag van de verklaring van geen bezwaar wordt besloten, wordt deze binnen twee weken nadien met de aanvraag om vrijstelling en de in voorkomend geval ingebrachte bedenkingen aan gedeputeerde staten gezonden. +**6.** Indien tot aanvraag van de verklaring van geen bezwaar wordt besloten, wordt deze binnen twee weken nadien met de aanvraag om vrijstelling en de in voorkomend geval ingebrachte zienswijzen aan gedeputeerde staten gezonden. **7.** Alvorens het besluit omtrent de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 19, eerste lid, of in voorkomend geval tweede lid, te nemen, horen gedeputeerde staten de inspecteur van de ruimtelijke ordening. @@ -323,7 +323,7 @@ c. indien geen verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten is vereist, b **10.** Onze Minister kan gedurende acht weken na verzending aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening van de mededeling, bedoeld in het negende lid, het besluit van gedeputeerde staten vervangen door een eigen besluit inhoudende weigering van de verklaring. Alvorens te besluiten hoort hij de Rijksplanologische Commissie en gedeputeerde staten. Indien Onze Minister binnen die termijn geen besluit heeft bekendgemaakt dan wel zoveel eerder als hij heeft medegedeeld van vervanging af te zien, treedt het besluit van gedeputeerde staten in werking. Gedeputeerde staten doen daarvan mededeling aan de gemeenteraad of in voorkomend geval burgemeester en wethouders. -**11.** De gemeenteraad beslist, of in voorkomend geval burgemeester en wethouders beslissen omtrent het verlenen van vrijstelling binnen twee weken na de inwerkingtreding van het besluit van gedeputeerde staten. +**11.** De gemeenteraad beslist, of in voorkomend geval burgemeester en wethouders beslissen omtrent het verlenen van vrijstelling binnen twee weken na de inwerkingtreding van het besluit van gedeputeerde staten. Burgemeester en wethouders zenden afschrift van het besluit omtrent vrijstelling aan de inspecteur van de ruimtelijke ordening. **12.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven die in acht moeten worden genomen alvorens vrijstelling mag worden verleend. @@ -368,7 +368,7 @@ b. het ontwerp gedurende vier weken ter inzage ligt gedurende welke periode het c. een ieder gedurende de termijn van terinzageligging schriftelijk zijn zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kan maken, en d. de gemeenteraad degenen die hun zienswijze kenbaar hebben gemaakt in de gelegenheid stelt tot het geven van een nadere mondelinge toelichting. -**2.** Worden in het ontwerp van een bestemmingsplan ingevolge artikel 13, eerste lid, gronden aangewezen ten aanzien waarvan de verwerkelijking van het plan in de naaste toekomst nodig wordt geacht, dan geschiedt daarvan, onverminderd het tweede lid, afzonderlijke kennisgeving aan degenen die in de kadastrale registratie staan vermeld als eigenaar van die gronden of rechthebbende op een beperkt recht waaraan die gronden onderworpen zijn. +**2.** Worden in het ontwerp van een bestemmingsplan ingevolge artikel 13, eerste lid, gronden aangewezen ten aanzien waarvan de verwerkelijking van het plan in de naaste toekomst nodig wordt geacht, dan geschiedt daarvan, onverminderd het eerste lid, afzonderlijke kennisgeving aan degenen die in de kadastrale registratie staan vermeld als eigenaar van die gronden of rechthebbende op een beperkt recht waaraan die gronden onderworpen zijn. ### Artikel 24 @@ -466,7 +466,7 @@ Vervallen **2.** Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de gemeenteraad voor ten hoogste tien jaren vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. -**3.** Op de totstandkoming van de vrijstelling is artikel 23, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. +**3.** Op de totstandkoming van het besluit tot vrijstelling is artikel 23, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 34 @@ -782,7 +782,7 @@ b. een geval als bedoeld in artikel 19, tweede of derde lid. **9.** -Op de voorbereiding van het besluit tot vergunningverlening is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat +Op de voorbereiding van het besluit tot vergunningverlening, bedoeld in het achtste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande dat a. de aanvraag gedurende vier weken ter inzage ligt, en b. gedurende de termijn van terinzageligging een ieder schriftelijk zijn zienswijze omtrent de aanvraag kenbaar kan maken. @@ -937,7 +937,7 @@ k. een beschikking als bedoeld in artikel 41, eerste lid. Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt: -a. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 15, tweede lid, 16, 19, eerste, of, in voorkomend geval, tweede lid, 46, zevende of tiende lid, of een besluit als bedoeld in artikel 19a, tiende lid, en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft; +a. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 15, tweede lid, 16, 19, eerste, of, in voorkomend geval, tweede lid, 46, zevende of tiende lid, en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft; b. een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 29, zevende lid, en een besluit van gedeputeerde staten als bedoeld in 28, tweede lid, voor zover niet vervangen; c. een besluit omtrent een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 40, eerste lid, en besluiten omtrent medewerking als bedoeld in artikel 40, derde, achtste en negende lid, en het besluit omtrent die vrijstelling; d. een besluit tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 40 en een besluit omtrent een beschikking als bedoeld in artikel 41, in onderlinge samenhang genomen; @@ -1137,7 +1137,7 @@ Overtreding van voorschriften, die deel uitmaken van een bestemmingsplan voorzov ### Artikel 60 -Overtreding van artikel 45, tweede lid, dan wel van voorschriften gegeven ingevolge artikel 21, derde lid, artikel 28, vierde lid, of artikel 29, zevende lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie. +Overtreding van artikel 45, tweede lid, dan wel van voorschriften gegeven ingevolge artikel 21, derde lid, artikel 28, vierde lid, of artikel 29, achtste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie. ### Artikel 61