diff --git a/wet/wijzigingswet-wet-op-het-basisonderwijs-enz-het-totstandbrengen-van-onder-meer-e/BWBR0009525/README.md b/wet/wijzigingswet-wet-op-het-basisonderwijs-enz-het-totstandbrengen-van-onder-meer-e/BWBR0009525/README.md index 69ab553b3ba..4ebe22f0f2f 100644 --- a/wet/wijzigingswet-wet-op-het-basisonderwijs-enz-het-totstandbrengen-van-onder-meer-e/BWBR0009525/README.md +++ b/wet/wijzigingswet-wet-op-het-basisonderwijs-enz-het-totstandbrengen-van-onder-meer-e/BWBR0009525/README.md @@ -52,6 +52,13 @@ c. aanspraken die op die datum op grond van artikel E 17 of E 18 van die wet bes **7.** De algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel E 35, vierde lid, van de Overgangswet WBO tot stand is gekomen, geldt met ingang van 1 augustus 1998 als algemene maatregel van bestuur, gebaseerd op het vijfde lid. +**8.** + +De op 31 juli 1998 uit de openbare kassen bekostigde scholen, uitgaande van de Stichting Muziekinstituut van de Kathedraal St. Bavo te Haarlem, onderscheidenlijk van de Stichting Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek te Utrecht, ten behoeve waarvan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Lager-onderwijswet 1920 vergunning is verleend dat deze scholen minder dan 6 achtereenvolgende leerjaren omvatten, worden bekostigd als basisscholen, waarbij: + +a. op deze scholen de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs voorzover mogelijk van overeenkomstige toepassing zijn, met dien verstande dat het onderwijs is bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van omstreeks 8 jaar, en +b. voor deze scholen voor de toepassing van artikel 153, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs als opheffingsnorm het getal 45 geldt. + ### Artikel VI **1.** De Overgangswet ISOVSO wordt ingetrokken. @@ -70,7 +77,7 @@ c. aanspraken die op die datum op grond van artikel E 16, E 17 of E 18 van die w **5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de uitvoering van het derde lid. Deze algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de verplichtingen van het bevoegd gezag ten opzichte van de gemeente, indien de gebouwen bedoeld in het derde lid, niet meer voor het geven van speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of basisonderwijs worden gebruikt. -**6.** Geschillen tussen de gemeente en het bevoegd gezag over de toepassing van het bij of krachtens dit artikel bepaalde, worden onderworpen aan de beslissing van gedeputeerde staten, tenzij het geschillen betreft ter zake van gebouwen als bedoeld in artikel 184 van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967, welke geschillen worden onderworpen aan de beslissing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. +**6.** Geschillen tussen de gemeente en het bevoegd gezag over de toepassing van het bij of krachtens dit artikel bepaalde, worden onderworpen aan de beslissing van gedeputeerde staten, tenzij het geschillen betreft ter zake van gebouwen als bedoeld in artikel 184 van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967, welke geschillen worden onderworpen aan de beslissing van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. **7.** De algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel E24, vierde lid, van de Overgangswet ISOVSO tot stand is gekomen, geldt met ingang van 1 augustus 1998 als algemene maatregel van bestuur, gebaseerd op het vijfde lid. @@ -186,9 +193,9 @@ De bij of krachtens de artikelen XXX tot en met LV gegeven voorschriften, voor z ### Artikel XXXI -**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kan bepalen dat de vergoedingen geheel of gedeeltelijk worden ingehouden, indien het bevoegd gezag van een openbare school, onderscheidenlijk het bevoegd gezag van een bijzondere school, de bij of krachtens de artikelen XXX tot en met LV gegeven voorschriften, onderscheidenlijk gestelde bekostigingsvoorwaarden, niet nakomt. +**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan bepalen dat de vergoedingen geheel of gedeeltelijk worden ingehouden, indien het bevoegd gezag van een openbare school, onderscheidenlijk het bevoegd gezag van een bijzondere school, de bij of krachtens de artikelen XXX tot en met LV gegeven voorschriften, onderscheidenlijk gestelde bekostigingsvoorwaarden, niet nakomt. -**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kent de vergoedingen wederom toe, indien blijkt dat de reden voor toepassing van het eerste lid is vervallen. +**2.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kent de vergoedingen wederom toe, indien blijkt dat de reden voor toepassing van het eerste lid is vervallen. ### Paragraaf 2.2. SAMENSTELLING SAMENWERKINGSVERBANDEN @@ -357,7 +364,7 @@ a. personeelslid met een werkgelegenheidsgarantie: een personeelslid als bedoeld 1°. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel XXXV, eerste lid, ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan die school, of 2°. het bevoegd gezag van een andere speciale school voor basisonderwijs waarbij dat personeelslid in aansluiting op het onder 1° bedoelde dienstverband wordt herplaatst in een functie als bedoeld in artikel XLII ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan die school; b. samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel XXXII, eerste lid, dat is goedgekeurd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; -c. zorgformatie voor de basisscholen: de formatie die aan het bevoegd gezag van alle scholen in een samenwerkingsverband dan wel, indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in een samenwerkingsverband, de centrale dienst op grond van artikel 96h, eerste of tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs is toegekend, verminderd met de WSNS-faciliteiten ad f 28,– per basisschoolleerling die in het schooljaar 1998–1999 ten behoeve van de basisscholen in het samenwerkingsverband zijn toegekend; +c. zorgformatie voor de basisscholen: de formatie die aan het bevoegd gezag van alle scholen in een samenwerkingsverband dan wel, indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in een samenwerkingsverband, de centrale dienst op grond van artikel 96h, eerste of tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs is toegekend, verminderd met de WSNS-faciliteiten ad f 28,– per basisschoolleerling die in het schooljaar 1998–1999 ten behoeve van de basisscholen in het samenwerkingsverband zijn toegekend; d. zorgformatie voor de speciale scholen voor basisonderwijs: de formatie waarover de bevoegde gezagsorganen van de gezamenlijke scholen voor speciaal onderwijs in een samenwerkingsverband beschikken op grond van artikel 96b1, eerste lid, onder c, van de Wet op het primair onderwijs; e. zorgformatie voor de gezamenlijke scholen: de som van de zorgformatie, bedoeld onder c en d. @@ -461,7 +468,7 @@ d. voor het schooljaar 2002–2003: 20%. ### Artikel XLVI -**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kan, voor de eerste maal met ingang van 1 augustus 1999, op aanvraag van de bevoegde gezagsorganen van de gezamenlijke basisscholen in een samenwerkingsverband besluiten extra formatierekeneenheden toe te kennen aan het bevoegd gezag van alle scholen in een samenwerkingsverband, dan wel, indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in het verband, het bestuur van de centrale dienst van het verband, voor zover de zorgformatie voor de basisscholen, vermeerderd met de overgangsformatie als bedoeld in artikel XLV, tweede lid, ontoereikend is om te voldoen aan de overdrachtsverplichting ingevolge artikel XLIV. +**1.** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan, voor de eerste maal met ingang van 1 augustus 1999, op aanvraag van de bevoegde gezagsorganen van de gezamenlijke basisscholen in een samenwerkingsverband besluiten extra formatierekeneenheden toe te kennen aan het bevoegd gezag van alle scholen in een samenwerkingsverband, dan wel, indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in het verband, het bestuur van de centrale dienst van het verband, voor zover de zorgformatie voor de basisscholen, vermeerderd met de overgangsformatie als bedoeld in artikel XLV, tweede lid, ontoereikend is om te voldoen aan de overdrachtsverplichting ingevolge artikel XLIV. **2.** @@ -511,7 +518,7 @@ b. de programma's van eisen voor de afzonderlijke soorten speciaal onderwijs als In het schooljaar 1998–1999 wordt ten behoeve van besteding aan personele uitgaven aan de basisscholen naast de formatie, bedoeld in artikel 96a, eerste lid onder a en b, van de Wet op het primair onderwijs verstrekt: -a. een bedrag van f 28,- per leerling op basis van 103% van het feitelijke aantal leerlingen op 1 oktober 1997, en +a. een bedrag van f 28,- per leerling op basis van 103% van het feitelijke aantal leerlingen op 1 oktober 1997, en b. in voorkomende gevallen het bedrag, bedoeld in het tweede lid. **2.** Indien in het schooljaar 1998–1999 in een samenwerkingsverband de som van de formatierekeneenheden op grond van de artikelen 96b1 en 96h van de Wet op primair onderwijs hoger zou zijn geweest dan de som van de op grond van artikel XLV, eerste lid, toegekende formatierekeneenheden en de in formatierekeneenheden uitgedrukte middelen bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt aan de gezamenlijke basisscholen in dat verband een bedrag toegekend dat overeen komt met de geldswaarde van het verschil tussen beide sommen. Het Rijk verdeelt dit bedrag naar rato van het aantal leerlingen van elk van die basisscholen op 1 oktober 1997.