2020-01-01 | BWBR0034553 | Wet maatregelen woningmarkt 2014 II

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6b5f503b56
commit a3a6152166

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
bwb_id: BWBR0034553
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2017-02-01'
datum_inwerkingtreding: '2020-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034553
citeertitel: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
---
@ -36,9 +36,9 @@ c. *groep:* de combinatie van rechtspersonen in het geval een rechtspersoon meer
3°. in het kapitaal van die andere rechtspersoon;
d. *heffingsjaar:* kalenderjaar waarover de verhuurderheffing is verschuldigd;
e. *huurwoning:* in Nederland gelegen voor verhuur bestemde woning die ingevolge artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt en waarvan de huurprijs niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, met uitzondering van een woning die wordt verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden en van een woning die krachtens artikel 3.1 van de Erfgoedwet als rijksmonument is aangewezen;
f. *investeringskosten:* door de belastingplichtige betaalde investeringskosten die drukken op de belastingplichtige en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 7°;
f. *investeringskosten:* door de belastingplichtige betaalde investeringskosten die drukken op de belastingplichtige en noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 8°;
g. *Onze Minister:* Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde, waarbij voor de toepassing van deze wet een waarde van € 270.000 wordt gehanteerd, indien deze waarde hoger is dan dat bedrag.
h. *WOZ-waarde:* volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor een kalenderjaar vastgestelde waarde, waarbij voor de toepassing van deze wet een waarde van € 294.000 wordt gehanteerd, indien deze waarde hoger is dan dat bedrag.
**2.**
@ -85,7 +85,7 @@ De verhuurderheffing wordt geheven naar het belastbare bedrag.
### Artikel 1.6
**1.** Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd met vijftig maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen.
**1.** Het belastbare bedrag is de som van de WOZ-waarden van de huurwoningen waarvan de belastingplichtige bij aanvang van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met vijftig maal de gemiddelde WOZ-waarde van die huurwoningen.
**2.**
@ -97,15 +97,32 @@ c. de belastingplichtige hiervoor een verklaring heeft van Onze Minister.
**3.** De uitzondering, bedoeld in het tweede lid, geldt voor een periode van twintig jaren nadat de huurwoning in eigendom is verworven.
**4.** De aanvraag om in aanmerking te komen voor de toepassing van de uitzondering, bedoeld in het tweede lid, wordt langs elektronische weg ingediend bij Onze Minister.
**4.**
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, alsmede omtrent de aanvraag, bedoeld in het vierde lid.
Van de huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, zijn voorts uitgezonderd de huurwoningen die de belastingplichtige realiseert in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 voor zover:
a. hiervoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.23a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met een termijn van maximaal vijftien jaren is verleend voor een tijdelijk bouwwerk;
b. voor de bouw van die huurwoningen geen heffingsvermindering als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel o, is verleend; en
c. de belastingplichtige hiervoor een verklaring heeft van Onze Minister.
**5.** De uitzondering, bedoeld in het vierde lid, geldt voor een periode van vijftien jaren nadat de huurwoning is gerealiseerd.
**6.**
Onze Minister kan overgaan tot intrekking van:
a. een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
b. een verklaring als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b.
**7.** De aanvraag om in aanmerking te komen voor de toepassing van de uitzondering, bedoeld in het tweede of vierde lid, wordt langs elektronische weg ingediend bij Onze Minister.
**8.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het tweede, vierde en zesde lid, alsmede omtrent de aanvraag, bedoeld in het zevende lid.
### Afdeling 4. Tarief
### Artikel 1.7
De verhuurderheffing bedraagt 0,561% van het belastbare bedrag.
De verhuurderheffing bedraagt 0,562% van het belastbare bedrag.
### Afdeling 5. Wijze van heffing
@ -152,11 +169,13 @@ f. verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen: € 0 per
g. sloop van huurwoningen: € 0 per gesloopte huurwoning;
h. kleinschalige verbouw van huurwoningen: € 0 per verbouwde huurwoning;
i. samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrijgen: € 0 per huurwoning waarmee het aantal huurwoningen door die samenvoeging is verminderd;
j. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die gelegen zijn in een gebied als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: € 0 per gebouwde huurwoning; en
j. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die gelegen zijn in een gebied als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a: € 0 per gebouwde huurwoning;
k. een verduurzaming van categorie 1: € 0 per verduurzaamde huurwoning;
l. een verduurzaming van categorie 2: € 0 per verduurzaamde huurwoning;
m. een verduurzaming van categorie 3: € 0 per verduurzaamde huurwoning; en
n. een verduurzaming van categorie 4: € 0 per verduurzaamde huurwoning.
m. een verduurzaming van categorie 3: € 0 per verduurzaamde huurwoning;
n. een verduurzaming van categorie 4: € 0 per verduurzaamde huurwoning;
o. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, die gelegen zijn in een gemeente als genoemd in bijlage 2 bij deze wet: € 25.000 per gebouwde huurwoning;
p. de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2⁰, die niet zijn gelegen in een gemeente als genoemd in bijlage 2 bij deze wet: € 12.500 per gebouwde huurwoning.
**2.**
@ -165,12 +184,14 @@ De heffingsvermindering is:
a. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, e en h, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de gebieden Charlois, Feijenoord en IJsselmonde van de gemeente Rotterdam;
b. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2014 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden en in de gemeenten Appingedam, Beek, Beekdaelen, Brunssum, Delfzijl, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Het Hogeland, Hulst, Kerkrade, Landgraaf, Loppersum, Maastricht, Meerssen, Oldambt, Pekela, Simpelveld, Sittard-Geleen, Sluis, Stadskanaal, Stein, Terneuzen, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Veendam, Voerendaal en Westerwolde;
c. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en i, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden, de in onderdeel b genoemde gemeenten en de gemeenten Aalten, Achtkarspelen, Berkelland, Bronckhorst, Dantumadiel, Doetinchem, Montferland, Noardeast-Fryslân, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Tytsjerksteradiel en Winterswijk;
d. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de gemeenten, genoemd in de bijlage bij deze wet;
d. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de gemeenten, genoemd in bijlage 1 bij deze wet;
e. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2017 uitsluitend van toepassing in de in onderdeel a genoemde gebieden;
f. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen gerealiseerd zijn op of na 1 januari 2014;
g. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen gerealiseerd zijn op of na 1 januari 2017;
h. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen zijn gerealiseerd in de in onderdeel a genoemde gebieden in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016; en
i. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen k tot en met n, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen gerealiseerd zijn op of na 1 januari 2019.
h. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen zijn gerealiseerd in de in onderdeel a genoemde gebieden in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016;
i. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen k tot en met n, uitsluitend van toepassing voor zover die investeringen gerealiseerd zijn op of na 1 januari 2019;
j. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2020 uitsluitend van toepassing in de gemeenten, genoemd in bijlage 2 bij deze wet;
k. met betrekking tot investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, die zijn gerealiseerd op of na 1 januari 2020.
**3.**
@ -188,12 +209,14 @@ i. de samenvoeging van huurwoningen teneinde een of meer huurwoningen te verkrij
j. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, ten minste € 62.500 per gebouwde huurwoning bedragen; en
k. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, ten minste € 25.000 per verduurzaamde huurwoning bedragen;
l. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, ten minste € 17.500 per verduurzaamde huurwoning bedragen;
m. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, ten minste € 12.500 per verduurzaamde huurwoning bedragen; en
n. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel n, ten minste € 7.500 per verduurzaamde huurwoning bedragen.
m. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m, ten minste € 12.500 per verduurzaamde huurwoning bedragen;
n. de verduurzaming van huurwoningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel n, ten minste € 7.500 per verduurzaamde huurwoning bedragen;
o. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel o, ten minste € 62.500 per gebouwde huurwoning bedragen;
p. de bouw van huurwoningen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, ten minste € 31.250 per gebouwde huurwoning bedragen.
**4.** Indien naar het oordeel van Onze Minister op enig tijdstip onvoldoende evenwicht bestaat of komt te bestaan tussen de heffingsverminderingen en het daarvoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag, kunnen bij ministeriële regeling met ingang van 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van enig jaar de in het eerste lid en derde lid genoemde bedragen worden verhoogd, verlaagd, dan wel op nihil worden gesteld. De nieuwe bedragen gelden voor voorlopige investeringsverklaringen waarvan de voorgenomen investering is aangemeld na het tijdstip waarop de ministeriële regeling in werking treedt.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het toepassingsbereik van de verschillende onderdelen van het eerste lid. Bij ministeriële regeling kan de begrenzing van de gebieden, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, nader worden aangevuld, kunnen de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, en de gemeenten, genoemd in de bijlage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, worden gewijzigd indien dit noodzakelijk is ten gevolge van een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene regels herindeling.
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het toepassingsbereik van de verschillende onderdelen van het eerste lid. Bij ministeriële regeling kan de begrenzing van de gebieden, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, nader worden aangevuld, kunnen de gemeenten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, de gemeenten, genoemd in bijlage 1 bij deze wet, en de gemeenten, genoemd in bijlage 2 bij deze wet, worden gewijzigd indien dit noodzakelijk is ten gevolge van een wijziging van de gemeentelijke indeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene regels herindeling, en kunnen gemeenten waarmee Onze Minister afspraken heeft gemaakt over de bouw van huurwoningen worden toegevoegd aan bijlage 2.
### Artikel 1.12
@ -205,7 +228,7 @@ De aanmelding, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk gedaan op:
a. 31 december 2017 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, betreft in huurwoningen waarvan de huurprijs hoger dan of gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag, is;
b. 31 december 2019 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 3°, 5°, 6° of 7°, betreft, dan wel indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, betreft in huurwoningen waarvan de huurprijs lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
c. 31 december 2021 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, betreft.
c. 31 december 2019 indien het een voorgenomen investering als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, betreft in huurwoningen als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdelen b, c, d of j.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de inhoud van de aanmelding en welke gegevens daarbij worden verstrekt.
@ -216,8 +239,9 @@ Onze Minister geeft met betrekking tot de aanmelding, bedoeld in het eerste lid,
a. de voorgenomen investering:
1°. bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdelen a tot en met g, voor de desbetreffende activiteit is aangevangen op of na het ten aanzien van die activiteit genoemde tijdstip;
2°. bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel h, is aangevangen op of na 1 januari 2014 en voor 31 december 2016; en
3°. bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel i, is aangevangen op of na 1 januari 2019;
2°. bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel h, is aangevangen op of na 1 januari 2014 en voor 31 december 2016;
3°. bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel i, is aangevangen op of na 1 januari 2019; en
4°. bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdelen j of k, is aangevangen op of na 1 januari 2020.
b. de voorgenomen investering voldoet aan het daarover bij of krachtens deze wet bepaalde en
c. niet aannemelijk is dat ter verkrijging van die verklaring gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanmelding een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens of bescheiden bekend zouden zijn geweest.
@ -241,7 +265,7 @@ b. aannemelijk is dat ter verkrijging van die verklaring gegevens of bescheiden
### Artikel 1.13
**1.** Een gerealiseerde investering wordt langs elektronische weg aangemeld door de belastingplichtige bij Onze Minister. Artikel 1.12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**1.** Een gerealiseerde investering wordt langs elektronische weg aangemeld door de belastingplichtige bij Onze Minister. Artikel 1.12, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.**
@ -255,7 +279,7 @@ e. ingeval sprake is van een gerealiseerde investering als bedoeld in artikel 1.
**3.** Het in een definitieve investeringsverklaring opgenomen bedrag aan heffingsvermindering is niet hoger dan het bedrag dat ten aanzien van de voorgenomen investering is opgenomen in de voorlopige investeringsverklaring.
**4.** Artikel 1.12, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 1.12, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**5.** In het besluit tot intrekking van een definitieve investeringsverklaring wordt het bedrag vermeld waarmee de heffingsvermindering wordt verminderd. Onze minister verstrekt het in dit lid bedoelde besluit aan de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
@ -263,7 +287,7 @@ e. ingeval sprake is van een gerealiseerde investering als bedoeld in artikel 1.
### Artikel 1.14
**1.** Als diensten van algemeen economisch belang zijn aan de belastingplichtige opgedragen de activiteiten, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 8°, juncto artikel 1.11, tweede lid, en artikel 1.6, tweede lid.
**1.** Als diensten van algemeen economisch belang zijn aan de belastingplichtige opgedragen de activiteiten, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 1° tot en met 8°, juncto artikel 1.11, tweede lid, en artikel 1.6, tweede en vierde lid.
**2.** De belastingplichtige komt uitsluitend compensatie toe voor de activiteiten, genoemd in het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven omtrent de compensatie.
@ -282,11 +306,11 @@ b. tien jaar voor zover het een activiteit als bedoeld in artikel 1.2, tweede li
### Artikel 1.15
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13 bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de artikelen 1.6, tweede, vierde en achtste lid, 1.12 en 1.13 bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**2.** De Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de artikelen 63 en 67, is niet van toepassing met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13. Voor de toepassing van de artikelen 63 en 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen betreffende de uitvoering van de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13 door Onze Minister of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën.
**2.** De Algemene wet inzake rijksbelastingen, met uitzondering van de artikelen 63 en 67, is niet van toepassing met betrekking tot de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 1.6, tweede, vierde en achtste lid, 1.12 en 1.13. Voor de toepassing van de artikelen 63 en 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen betreffende de uitvoering van de artikelen 1.6, tweede, vierde en achtste lid, 1.12 en 1.13 door Onze Minister of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën.
**3.** De in de artikelen 47, 47a, 47b, 48 tot en met 51 en 53, eerste en vierde lid, tot en met 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen gelden mede jegens de door Onze Minister met betrekking tot de toepassing van de artikelen 1.6, tweede en vijfde lid, 1.12 en 1.13 door op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaren.
**3.** De in de artikelen 47, 47a, 47b, 48 tot en met 51 en 53, eerste en vierde lid, tot en met 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen gelden mede jegens de door Onze Minister met betrekking tot de toepassing van de artikelen 1.6, tweede, vierde en achtste lid, 1.12 en 1.13 door op grond van het eerste lid aangewezen ambtenaren.
**4.** De artikelen 68, 69 en 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in het derde lid.
@ -294,7 +318,11 @@ b. tien jaar voor zover het een activiteit als bedoeld in artikel 1.2, tweede li
### Artikel 2.1
Wijzigt deze wet.
Indien artikel 5.36 van de Omgevingswet in werking treedt, komt artikel 1.6, vierde lid, onderdeel a, op hetzelfde tijdstip te luiden:
a. hiervoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.36 van de Omgevingswet, voor een termijn van maximaal vijftien jaren, is verleend voor een tijdelijk bouwwerk;
### Artikel 2.2
@ -320,6 +348,14 @@ Wijzigt deze wet.
Wijzigt deze wet.
### Artikel 2.6
Met ingang van 1 januari 2024 wordt in artikel 1.7 het genoemde percentage verhoogd met 0,001 procentpunt.
### Artikel 2.7
Met ingang van 1 januari 2037 wordt in artikel 1.7 het genoemde percentage verlaagd met 0,001 procentpunt.
## Hoofdstuk 3. Wijzigingen in de
### Artikel 3.1
@ -620,7 +656,7 @@ c. artikel 3.2, onderdeel A, eerst toepassing vindt nadat artikel I van het Bela
Deze wet wordt aangehaald als: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.
## Bijlage . bij
## Bijlage 1. behorende bij
Gemeenten bedoeld in artikel 1.11, tweede lid, onderdeel d, per 1 januari 2017
@ -879,3 +915,353 @@ Zandvoort
Zeist
Zoeterwoude
## Bijlage 2. behorende bij
Aalsmeer
Albrandswaard
Alkmaar
Almere
Amersfoort
Amstelveen
Amsterdam
Apeldoorn
Arnhem
Asten
Baarn
Barendrecht
Barneveld
Beemster
Beemster
Bergeijk
Bergen (Noord-Holland)
Bernheze
Best
Beverwijk
Bladel
Blaricum
Bloemendaal
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Breda
Brielle
Bunnik
Bunschoten
Buren
Capelle aan den IJssel
Cranendonck
Cuijk
Culemborg
De Bilt
De Ronde Venen
Delft
Den Haag
Deurne
Deventer
Diemen
Dordrecht
Edam-Volendam
Ede
Eemnes
Eersel
Eindhoven
Elburg
Emmen
Enschede
Epe
Ermelo
Geldrop-Mierlo
Gemert-Bakel
Gooise Meren
Grave
Groningen
Haaren
Haarlem
Haarlemmermeer
Harderwijk
Hattem
Heemskerk
Heemstede
Heerde
Heerhugowaard
Heeze-Leende
Heiloo
Hellevoetsluis
Helmond
s-Hertogenbosch
Heusden
Hillegom
Hilversum
Hoorn
Houten
Huizen
IJsselstein
Kaag en Braassem
Katwijk
Krimpen aan den IJssel
Laarbeek
Landerd
Landsmeer
Langedijk
Lansingerland
Laren
Leeuwarden
Leiden
Leiderdorp
Leidschendam-Voorburg
Lelystad
Leusden
Lisse
Lopik
Maasdriel
Maassluis
Maasstricht
Meierijstad
Midden-Delfland
Mill en Sint Hubert
Montfoort
Neder-Betuwe
Nieuwegein
Nijkerk
Nijmegen
Nissewaard
Noordwijk
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Nunspeet
Oegstgeest
Oirschot
Oldebroek
Oostzaan
Oss
Ouder-Amstel
Oudewater
Pijnacker-Nootdorp
Purmerend
Putten
Renswoude
Reusel-De Mierden
Rhenen
Ridderkerk
Rijswijk
Rotterdam
Scherpenzeel
Schiedam
Sint Anthonis
Sint-Michielsgestel
Soest
Someren
Son en Breugel
Stichtse Vecht
Teylingen
Tiel
Tilburg
Uden
Uitgeest
Uithoorn
Utrecht
Utrechtse Heuvelrug
Valkenswaard
Veenendaal
Veldhoven
Velsen
Venlo
Vijfheerenlanden
Vlaardingen
Voorschoten
Voorst
Vught
Waalre
Wageningen
Wassenaar
Waterland
Weert
Weesp
West Betuwe
West Maas en Waal
Westland
Westvoorne
Wijdemeren
Wijk bij Duurstede
Woerden
Wormerland
Woudenberg
Zaanstad
Zaltbommel
Zandvoort
Zeist
Zoetermeer
Zoeterwoude