2016-01-01 | BWBR0020871 | Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent 045d332574
commit a3b5955aa9

View file

@ -42,7 +42,7 @@ b. fonds:
### Artikel 3
**1.** Een fonds dient ieder jaar vóór 1 juli de berekening van de technische voorzieningen per het einde van het voorafgaande jaar in bij De Nederlandsche Bank.
**1.** Een fonds dient ieder jaar vóór 1 juli de berekening van de technische voorzieningen per het einde van het voorafgaande jaar in bij De Nederlandsche Bank.
**2.** Onverminderd het eerste lid, dient een fonds desgevraagd een berekening van de technische voorzieningen in bij De Nederlandsche Bank indien De Nederlandsche Bank tekenen ontwaart van een ontwikkeling die het eigen vermogen, de liquiditeit of de bedrijfsvoering van het fonds in gevaar kunnen brengen.
@ -155,8 +155,8 @@ Van het obligo van het geplaatste kapitaal of van het in aandelen verdeelde waar
Voor zover het fonds arbeidsongeschiktheidpensioen uitvoert, wordt de hoogste uitkomst van de volgende berekeningen gerekend:
a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 50 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 50 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent;
b. zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 35 miljoen, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 35 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
a. achttien procent van de in het afgelopen boekjaar geboekte dan wel verdiende premies, naargelang welk bedrag het hoogst is en van de in rekening gebrachte poliskosten, voor zover deze premies en kosten niet meer bedragen dan € 50 miljoen, vermeerderd met zestien procent van deze premies en kosten voor zover deze meer bedragen dan € 50 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent;
b. zesentwintig procent van de gemiddeld geboekte bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren en van de gemiddelde toevoeging aan de schadevoorziening in deze jaren, voor zover deze schaden en toevoeging niet meer bedragen dan € 35 miljoen, vermeerderd met drieëntwintig procent van deze schaden en toevoeging, voor zover deze meer bedragen dan € 35 miljoen. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met de verhouding tussen de schaden die voor eigen rekening komen van het fonds na overdracht uit hoofde van verzekering en de bruto schaden in de afgelopen drie boekjaren. Dit verhoudingsgetal is ten minste vijftig procent.
**7.** Indien de hoogste uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het zesde lid, lager is dan in het afgelopen boekjaar, is de uitkomst ten minste gelijk aan de uitkomst van het afgelopen boekjaar vermenigvuldigd met de verhouding tussen de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit verzekering aan het einde van het afgelopen boekjaar en de technische voorzieningen voor te betalen schaden onder aftrek van de overdrachten uit verzekering aan het begin van het afgelopen boekjaar. Dit verhoudingsgetal is ten hoogste honderd procent.
@ -181,7 +181,7 @@ e. het kredietrisico;
f. het verzekeringtechnisch risico;
g. het liquiditeitsrisico;
h. het concentratierisico;
i. het operationeel risico; en
i. het operationeel risico; en
j. het actief beheer.
**2.** In aanvulling op het standaardmodel, bedoeld in het eerste lid, hanteert een fonds, na voorafgaande toestemming van De Nederlandsche Bank, een of meer partiële modellen, indien het risicoprofiel van het fonds niet voldoende aansluit op de uitgangspunten van het standaardmodel.
@ -258,7 +258,7 @@ j. het actief beheer.
Het herstelplan, bedoeld in artikel 138 van de Pensioenwet of artikel 133 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat in ieder geval een beschrijving van:
a. de oorzaak van het, gezien de beleidsdekkingsgraad, niet meer voldoen aan de bij of krachtens artikel 132 van de Pensioenwet of artikel 127 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen;
a. de oorzaak van het, gezien de beleidsdekkingsgraad, niet meer voldoen aan de bij of krachtens artikel 132 van de Pensioenwet of artikel 127 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling gestelde vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen;
b. de voorziene ontwikkeling van de technische voorzieningen en de waarden;
c. de concrete maatregelen waardoor, gezien de beleidsdekkingsgraad, het eigen vermogen binnen de looptijd van het herstelplan op het vereiste niveau komt, waarbij rekening wordt gehouden met de naar verwachting toe te kennen toeslagverlening en de overige verplichtingen van het fonds.
@ -286,6 +286,8 @@ Vervallen
**3.** Een fonds draagt er zorg voor dat er een balans is tussen omvang, aard en complexiteit van de beleggingsportefeuille enerzijds en de aanwezige kennis en ervaring en het risicobeheer anderzijds.
**4.** Een algemeen pensioenfonds voldoet aan het eerste, tweede en derde lid en draagt er daarbij zorg voor dat de administratieve en boekhoudkundige procedures de scheiding waarborgen tussen de afgescheiden vermogens die per collectiviteitkring worden aangehouden.
### Artikel 19
Een fonds draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitrisicos en stelt aan de hand van deze analyse een integriteitbeleid vast en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid.
@ -379,9 +381,9 @@ Een fonds gaat voor de berekeningen, bedoeld in de artikelen 126, 128, 138, 139,
a. minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten van het prijs- en loonindexcijfer van 2% respectievelijk 2,5% per jaar;
b. een verwacht bruto meetkundig rendement op beursgenoteerde aandelen van maximaal 7% met daarbij een uniforme kostenafslag voor beleggingskosten van 25 basispunten en een standaarddeviatie van 20%;
c. een verwacht bruto meetkundig rendement op overige zakelijke waarden van maximaal 7,5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 25 basispunten en een standaarddeviatie van 25%;
d. een verwacht bruto meetkundig rendement op grondstoffen van maximaal 5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 40 basispunten en een standaarddeviatie van 20%;
e. een verwacht bruto meetkundig rendement op niet beursgenoteerd vastgoed van maximaal 6% met daarbij een uniforme kostenafslag van 80 basispunten en een standaarddeviatie van 15%;
c. een verwacht bruto meetkundig rendement op overige zakelijke waarden van maximaal 7,5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 25 basispunten en een standaarddeviatie van 25%;
d. een verwacht bruto meetkundig rendement op grondstoffen van maximaal 5% met daarbij een uniforme kostenafslag van 40 basispunten en een standaarddeviatie van 20%;
e. een verwacht bruto meetkundig rendement op niet beursgenoteerd vastgoed van maximaal 6% met daarbij een uniforme kostenafslag van 80 basispunten en een standaarddeviatie van 15%;
f. een maximaal verwacht bruto meetkundig rendement op risicovrije vastrentende waarden conform de toekomstige rentetermijnstructuur met daarbij een uniforme kostenafslag van 15 basispunten en een standaarddeviatie van 8% daarbij rekening houdend met de looptijd van de vastrentende waarden; en
g. een maximaal verwacht meetkundig rendement voor vastrentende waarden met kredietrisico als een combinatie van het rendement op kredietrisicovrije vastrentende waarden en het rendement op aandelen op basis van de tabel, bedoeld in het vijfde lid, met daarbij een uniforme kostenafslag en een standaarddeviatie eveneens gebaseerd op deze tabel.
@ -643,9 +645,7 @@ voor zover het gegevens betreft van de bij de betreffende organisatie aangeslote
### Artikel 35
**1.** In afwijking van artikel 12a, tweede lid, kan een fonds bij de berekening van de beleidsdekkingsgraad in 2015 de dekkingsgraad per het einde van een kalenderkwartaal in 2014 aanmerken als de dekkingsgraad van de kalendermaanden in dat kwartaal.
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016.
Vervallen
### Artikel 36
@ -653,13 +653,11 @@ Een fonds dat op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, e
### Artikel 36a
**1.** In afwijking van artikel 22, tweede lid, voert een fonds binnen negen maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel U, en artikel II, onderdeel S, van de Wet aanpassing financieel toetsingskader een aanvangshaalbaarheidstoets als bedoeld in artikel 22, eerste lid, uit.
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016.
Vervallen
### Artikel 37
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.
### Artikel 38