From a3d8f0d24d0d12c044bab718195fecfc21a2b789 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-01-01 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs --- .../BWBR0003420/README.md | 149 +++++++++--------- 1 file changed, 72 insertions(+), 77 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md index 7b3e33baea5..de140701c93 100644 --- a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md +++ b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md @@ -110,7 +110,7 @@ een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18, tenzij het tegendeel blijkt; *personeel*: a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs, het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, het personeel dat is benoemd voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van meer dan een school of meer dan een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling; -b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 37, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, 138 en 139, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; +b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, 138 en 139, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; *leerlinggebonden budget:* @@ -348,6 +348,10 @@ b. een schoolbegeleidingsdienst, indien de leerling is opgenomen in een ziekenhu **3.** De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen. +### Artikel 9b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 10 Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: de zorg voor het personeelsbeleid, voor zover het betreft de duurzame borging van de kwaliteit van het onderwijspersoneel, en het uitvoeren van het in het schoolplan, bedoeld in artikel 12, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd. @@ -533,9 +537,9 @@ b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan. **2.** Het statutaire doel van de stichting is in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk bijzonder onderwijs. -**3.** De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. +**3.** De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. -**4.** Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school en niet zonder benoeming is tewerkgesteld, wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. +**4.** Het personeel dat werkzaam is aan de openbare school wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, met uitzondering van degenen die zonder benoeming zijn tewerkgesteld. **5.** @@ -592,7 +596,7 @@ e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en ### Artikel 17d -**1.** Een rechtspersoon die een openbare school in stand houdt, en een rechtspersoon die een bijzondere school in stand houdt, kunnen de instandhouding van hun school overdragen aan een stichting waarvan het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool, onverminderd de artikelen 17, derde lid, 47, derde lid, en 48, vijfde lid. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. De artikelen 49 en 56 zijn van overeenkomstige toepassing. +**1.** Een rechtspersoon die een openbare school in stand houdt, en een rechtspersoon die een bijzondere school in stand houdt, kunnen de instandhouding van hun school overdragen aan een stichting waarvan het statutaire doel in ieder geval is het in stand houden van een samenwerkingsschool. Een samenwerkingsschool is een school waarin zowel openbaar onderwijs als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. De artikelen 49 en 56 zijn van overeenkomstige toepassing. **2.** Een samenwerkingsschool kan uitsluitend tot stand komen indien daardoor de continuïteit van het openbaar of het bijzonder onderwijs gehandhaafd kan blijven en met totstandkoming van een samenwerkingsschool wordt voorkomen dat een of meer daarbij betrokken scholen door toepassing van de artikelen 151 tot en met 161 wordt opgeheven of niet meer voor bekostiging in aanmerking komt. Het bevoegd gezag van de betreffende school toont dat aan op basis van een prognose van de ontwikkeling van het aantal leerlingen waaruit blijkt dat die school binnen een termijn van zes jaar dreigt te worden opgeheven of niet meer te worden bekostigd. @@ -871,11 +875,11 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent d ### Artikel 29 -**1.** Aan elke school zijn 1 of 2 directeuren verbonden, bij wie onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag de onderwijskundige, organisatorische en huishoudelijke leiding berust. De functie van directeur kan minder dan een volledige formatieplaats omvatten. De directeur van een school kan tevens met de leiding worden belast van een andere school waar de functie van directeur vacant is. De directeur van een school kan tevens directeur zijn van een andere school of van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. +**1.** Aan elke school zijn 1 of 2 directeuren verbonden, bij wie onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag de onderwijskundige, organisatorische en huishoudelijke leiding berust. De directeur van een school kan tevens directeur zijn van een andere school of van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. **2.** Aan een school zijn een of meer leraren verbonden. -**3.** Een of meer leraren kunnen tevens tot adjunct-directeur worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. Indien geen adjunct-directeur wordt benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming en aan de school slechts 1 directeur is verbonden, wijst het bevoegd gezag een leraar aan als plaatsvervanger van de directeur. +**3.** Een of meer leraren kunnen tevens tot adjunct-directeur worden benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming. **4.** Voor zover het betreft de functie van directeur en adjunct-directeur, wordt in geval van samenvoeging van scholen de overblijvende school gelijkgesteld met een nieuwe school. De directeur, onderscheidenlijk de adjunct-directeur of adjunct-directeuren, kan slechts een van de directeuren onderscheidenlijk kunnen slechts een of meer van de adjunct-directeuren van de samen te voegen scholen zijn, tenzij geen van de betrokkenen de desbetreffende functie wenst te aanvaarden. @@ -883,9 +887,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent d **6.** Aan een school kan onderwijsondersteunend personeel zijn verbonden. -**7.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke rechtspositionele gevolgen zijn verbonden aan functies die zowel onderwijsgevende als onderwijsondersteunende taken omvatten. - -**8.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van de verschillende categorieën personeel van de school. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid, stelt het bevoegd gezag tevens jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van dat personeel. Zoveel mogelijk tegelijk met de vaststelling van het in de eerste en tweede volzin bedoelde beleid met betrekking tot de formatie, bepaalt het bevoegd gezag functies en taken van het personeel van de school, met inachtneming van de daaromtrent bij algemene maatregel van bestuur te geven nadere voorschriften, en in voorkomend geval functies en taken van het in het vijfde lid bedoelde personeel. +**7.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van de verschillende categorieën personeel van de school. ### Artikel @@ -965,7 +967,7 @@ b. te voldoen aan de overige vereisten voor de te vervullen functie. **8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven omtrent de vereisten, bedoeld in het zevende lid, onder b. -**9.** De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder a.1°, artikel 3, eerste lid, onder a, en artikel 3a, eerste lid, onder a, die in verband met de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming wordt overgelegd, mag op het tijdstip van overlegging niet ouder zijn dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode. +**9.** De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder a.1°, artikel 3, eerste lid, onder a, en artikel 3a, eerste lid, onder a, die in verband met de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming wordt overgelegd, mag op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder zijn dan zes maanden. **10.** Indien betrokkene in het bezit is van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin. Het bevoegd gezag dat betrokkene voor de eerste maal na afgifte van de geschiktheidsverklaring benoemt of tewerkstelt zonder benoeming, tekent het feit en de datum van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming aan op die verklaring. @@ -1000,10 +1002,10 @@ Het bevoegd gezag beschikt ten aanzien van elk personeelslid dat een functie of **2.** -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor het personeel, bedoeld in artikel 32, voorschriften vastgesteld betreffende: +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende: a. salarisschalen en uitgangspunten waaraan een door het bevoegd gezag in te richten functiewaarderingssysteem moet voldoen, en -b. vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte of ongeval, ontslaguitkeringen, alsmede omtrent andere rechten en verplichtingen, dan wel de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag een of meer onderdelen van in dit onderdeel bedoelde rechten en verplichtingen zelf regelt of voor de regeling daarvan zorg draagt. +b. vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte of ongeval, ontslaguitkeringen, alsmede omtrent andere rechten en verplichtingen, dan wel de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag bedoelde rechten en verplichtingen zelf regelt of voor de regeling daarvan zorg draagt. **3.** Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen het vaststellen van bepalingen omtrent aanstelling, benoeming, schorsing, disciplinaire maatregelen en ontslag van het personeel. De bepalingen omtrent ontslag mogen het personeel van de openbare scholen niet minder rechten verschaffen dan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voortvloeien uit de bepalingen van dwingend recht van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -1011,7 +1013,7 @@ b. vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte ### Artikel 33a -Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat het personeel. Van een benoeming in vaste dienst en in tijdelijke dienst voor langer dan een half jaar, alsmede van een ontslag uit een zodanige betrekking, doet het bevoegd gezag terstond mededeling aan de inspecteur. +Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat het personeel. ### Artikel 34 @@ -1044,11 +1046,11 @@ b. in een schooljaar gelijktijdig niet meer studenten als bedoeld onder a, dan d ### Artikel 37 -Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel bedoeld in artikel 32, wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties en, voor zover zij daarbij belang hebben, organisaties van gemeente- en schoolbesturen. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt. +Vervallen ### Artikel 38 -Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel van de desbetreffende school, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht. +Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. De schriftelijk overeengekomen wijze voorziet in elk geval in een procedure voor het oplossen van geschillen. ### Artikel 38a @@ -1192,7 +1194,7 @@ Van de ontheffing van de verplichting bedoeld in de vorige volzin doet het bevoe **2.** De gemeenteraad of gemeenteraden maken het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend. -**3.** De openbare rechtspersoon oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden uit van het bevoegd gezag. Hij bezit rechtspersoonlijkheid. +**3.** De openbare rechtspersoon oefent alle taken en bevoegdheden uit van het bevoegd gezag. Hij bezit rechtspersoonlijkheid. **4.** @@ -1236,7 +1238,7 @@ e. de periode waarvoor de openbare rechtspersoon in het leven wordt geroepen, me **4.** Het statutaire doel van de stichting is uitsluitend het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 46. -**5.** De stichting oefent met uitzondering van de besluitvorming over de opheffing van een openbare school alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. +**5.** De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. **6.** @@ -1335,7 +1337,7 @@ i. voor personeelsleden die bij de uitoefening van hun functie kennis nemen van ### Artikel 54 -De aanstelling of tewerkstelling zonder aanstelling van de mede-directeur, de adjunct-directeur of leraren geschiedt de directeur gehoord. +Vervallen #### Afdeling 3. Overige voorwaarden voor bekostiging uit de openbare kassen van het bijzonder onderwijs @@ -1398,12 +1400,11 @@ Het bevoegd gezag is aangesloten bij een commissie van beroep. Het personeel kan a. een disciplinaire maatregel; b. schorsing; c. het direct of indirect onthouden van promotie; -d. het verminderen van de omvang van de betrekking; -e. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt; -f. de beslissing van het bevoegd gezag ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn vermindering van diens betrekkingsomvang kan plaatsvinden; -g. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; -h. de aanwijzing als personeelslid boven de basisformatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift welke aanwijzing op termijn kan leiden tot ontslag, vermindering van de betrekkingsomvang of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; -i. de aanwijzing van een andere school of andere scholen waaraan een personeelslid werkzaamheden zal verrichten. +d. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, is bereikt; +e. de beslissing van het bevoegd gezag ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn opheffing van zijn betrekking kan plaatsvinden; +f. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; +g. de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift welke aanwijzing op termijn kan leiden tot ontslag of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; +h. de aanwijzing van een andere school of andere scholen waaraan een personeelslid werkzaamheden zal verrichten. **2.** Een beslissing als bedoeld in het vorige lid, aanhef, wordt schriftelijk aan de betrokkene medegedeeld. Daarbij wordt tevens vermeld de beroepstermijn en het adres van de commissie waar het beroep kan worden ingesteld. @@ -1473,7 +1474,7 @@ a. *fusie:* een bestuurlijke of institutionele fusie, b. *institutionele fusie:* een fusie waarbij een school ontstaat door samenvoeging van twee of meer scholen, c. *bestuurlijke fusie:* een fusie waarbij een of meer rechtspersonen de instandhouding van een school, een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra dan wel de Wet op het voortgezet onderwijs overdragen. -**2.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op het instellen van een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 47, eerste lid, eerste volzin, of de instandhouding van een of meer openbare scholen door een stichting als bedoeld in artikel 48, eerste lid. +**2.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op het instellen van een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 47, eerste lid, eerste volzin, de instandhouding van een of meer openbare scholen door een stichting als bedoeld in artikel 48, eerste lid, of de overdracht aan de gemeente van de instandhouding van een openbare school of openbare nevenvestiging, bedoeld in artikel 159, tweede lid. ### Artikel 64a @@ -1575,7 +1576,7 @@ Voor de toepassing van de eerste volzin, onder b, wordt onder het geven van onde **5.** Burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag dat deel uitmaakt van het bestuur van de rechtspersoon, zijn verplicht op de naleving van de in de voorgaande leden genoemde voorschriften toe te zien. -**6.** De artikelen 37, 38, 60 en 61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het personeel van de rechtspersoon met dien verstande dat een geschillencommissie haar werkzaamheden uitstrekt over ten minste vijf rechtspersonen als bedoeld in dit artikel. +**6.** De artikelen 38, 60 en 61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het personeel van de rechtspersoon met dien verstande dat een commissie als bedoeld in artikel 60 haar werkzaamheden uitstrekt over ten minste vijf rechtspersonen als bedoeld in dit artikel. **7.** De artikelen 164, 171, 172, 175, 177 en 182 zijn van overeenkomstige toepassing voor de centrale diensten die op grond van artikel 132 personeelsbekostiging voor zorgvoorzieningen ontvangen. @@ -1684,9 +1685,13 @@ b. de beschrijving van het voedingsgebied, c. de aanduiding van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven en d. de voorgestelde datum van ingang van de bekostiging. -**2.** De gemeenteraad neemt een openbare school in elk geval in het plan op, indien binnen 10 kilometer van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven over de weg gemeten geen school aanwezig is waarbinnen openbaar onderwijs wordt gegeven en aan het volgen van openbaar onderwijs behoefte bestaat. De gemeenteraad neemt een openbare school voorts in het plan op, indien op grond van de bij het voorstel overgelegde gegevens aannemelijk is, dat zij voldoet aan de normen van artikel 77, eerste lid. +**2.** Burgemeester en wethouders dienen in elk geval een voorstel in indien ten minste 50 verschillende ouders van kinderen tot en met de leeftijd van 12 jaar voor 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van het plan schriftelijk hebben verklaard dat er behoefte bestaat aan het volgen van openbaar onderwijs en dat in die behoefte niet of onvoldoende wordt voorzien. -**3.** +**3.** Een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 47, of een stichting als bedoeld in artikel 17 of 48, kan voor 1 februari van het jaar van vaststelling van het plan bij de gemeenteraad een verzoek indienen tot opneming in het plan van een of meer openbare scholen. Het verzoek vermeld de naam en het adres van het bevoegd gezag en gaat vergezeld van de gegevens genoemd in het eerste lid. Indien de door het bevoegd gezag, verstrekte gegevens onvoldoende zijn om het verzoek te beoordelen, delen burgemeester en wethouders voor 1 maart volgend op de in de eerste volzin van dit lid genoemde datum aan het bevoegd gezag mede dat de gegevens voor 1 april daaropvolgend dienen te worden aangevuld. Indien de aangevulde gegevens niet voor 1 april zijn verstrekt, wordt het verzoek buiten behandeling gelaten. + +**4.** De gemeenteraad neemt een openbare school in elk geval in het plan op, indien binnen 10 kilometer van de plaats in de gemeente waar het onderwijs moet worden gegeven over de weg gemeten geen school aanwezig is waarbinnen openbaar onderwijs wordt gegeven en aan het volgen van openbaar onderwijs behoefte bestaat. De gemeenteraad neemt een openbare school voorts in het plan op, indien op grond van de bij het voorstel of verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is, dat zij voldoet aan de normen van artikel 77, eerste lid. + +**5.** De in het eerste lid bedoelde prognose: @@ -1706,7 +1711,7 @@ De prognose bevat gegevens omtrent: De prognose kan tevens gegevens bevatten naar aanleiding van de directe meting. -**4.** Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor het verstrekken van de prognose, bedoeld in het eerste lid. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze de prognose wordt ingediend. +**6.** Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor het verstrekken van de prognose, bedoeld in het eerste lid. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze de prognose wordt ingediend. ### Artikel 76 @@ -1714,7 +1719,7 @@ De prognose kan tevens gegevens bevatten naar aanleiding van de directe meting. **2.** -Het verzoek vermeldt de richting van de school en naam en adres van het bevoegd gezag en gaat vergezeld van de gegevens genoemd in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, derde lid, met dien verstande dat in afwijking van artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, derde lid onder c 6°en c 7° de prognose gegevens bevat omtrent: +Het verzoek vermeldt de richting van de school en naam en adres van het bevoegd gezag en gaat vergezeld van de gegevens genoemd in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, vijfde lid, met dien verstande dat in afwijking van artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, vijfde lid, onderdeel c, onder 6° en 7°, de prognose gegevens bevat omtrent: a. indien het betreft een richting waarvoor nog geen basisonderwijs binnen de gemeente wordt gegeven: het belangstellingspercentage voor het basisonderwijs van die richting in een vergelijkbare gemeente, of b. indien het betreft een school van een richting waarvoor reeds een school binnen de gemeente aanwezig is: het belangstellingspercentage voor de school of scholen van die richting binnen de gemeente. @@ -1749,11 +1754,11 @@ Bij de berekening van het aantal leerlingen dat een openbare of een bijzondere s Onze minister onthoudt zijn goedkeuring voor zover: -a. de in artikel 75, tweede lid eerste volzin, omschreven situatie zich voordoet en geen openbare school in het plan werd opgenomen; +a. de in artikel 75, vierde lid, eerste volzin, omschreven situatie zich voordoet en geen openbare school in het plan werd opgenomen; b. 1°. op grond van de bij het verzoek om goedkeuring overgelegde gegevens niet aannemelijk is dat een school overeenkomstig de artikelen 77 en 78 zal worden bezocht door het ingevolge artikel 77 vereiste aantal leerlingen, dan wel -2°. indien het in een zodanig geval betreft een openbare school de stichting daarvan niet noodzakelijk is, omdat de in artikel 75, tweede lid eerste volzin, omschreven situatie zich niet voordoet; +2°. indien het in een zodanig geval betreft een openbare school de stichting daarvan niet noodzakelijk is, omdat de in artikel 75, vierde lid, eerste volzin, omschreven situatie zich niet voordoet; c. 1°. wegens een in het plan opgenomen andere school of een in een plan van een andere gemeente opgenomen school, die voor bekostiging in aanmerking zal worden gebracht, niet aannemelijk is dat een school overeenkomstig de artikelen 77 en 78 zal worden bezocht door het ingevolge artikel 77 vereiste aantal leerlingen, dan wel -2°. indien het in een zodanig geval betreft een openbare school de stichting daarvan niet noodzakelijk is, omdat de in artikel 75, tweede lid eerste volzin, omschreven situatie zich niet meer zal voordoen; +2°. indien het in een zodanig geval betreft een openbare school de stichting daarvan niet noodzakelijk is, omdat de in artikel 75, vierde lid, eerste volzin, omschreven situatie zich niet meer zal voordoen; d. niet is voldaan aan het bij en krachtens deze wet bepaalde met betrekking tot de prognoses; e. is uitgegaan van kennelijk ondeugdelijke prognoses, of f. ten aanzien van een op het plan geplaatste school ten onrechte niet is bepaald dat zij voor bekostiging in aanmerking komt bij de aanvang van het eerste schooljaar van de planperiode. @@ -1804,7 +1809,7 @@ c. indien zich naar het oordeel van de gemeenteraad omstandigheden hebben voorge De vaststelling van een plan blijft achterwege indien: a. geen verzoeken om opneming in het plan zijn ingekomen of geen der ingekomen verzoeken voor inwilliging in aanmerking komt, -b. stichting van een openbare school niet noodzakelijk is, omdat de in artikel 75, tweede lid eerste volzin, omschreven situatie zich niet voordoet en +b. stichting van een openbare school niet noodzakelijk is, omdat de in artikel 75, vierde lid, eerste volzin, omschreven situatie zich niet voordoet en c. geen scholen uit het voorafgaande plan voor opneming in het plan in aanmerking komen. **2.** Het besluit bedoeld in het eerste lid onder b, behoeft uitsluitend de goedkeuring van Onze minister, indien in het voorafgaande jaar een zelfde besluit werd genomen en daarvoor geen goedkeuring is gevraagd. Het goed te keuren besluit wordt voor 1 augustus voorafgaande aan de betrokken planperiode aan Onze minister gezonden. Artikel 79, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -1836,7 +1841,7 @@ d. een samenwerkingsschool met inachtneming van artikel 17d tot stand zou kunnen Een verzoek om een besluit als bedoeld in het eerste lid is met redenen omkleed en gaat vergezeld van: -a. voor zover het betreft de nieuwe school, de gegevens, bedoeld in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, derde lid, of de gegevens, bedoeld in artikel 76, tweede lid, +a. voor zover het betreft de nieuwe school, de gegevens, bedoeld in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, vijfde lid, of de gegevens, bedoeld in artikel 76, tweede lid, b. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op het overblijvende deel van de school met uitzondering van nevenvestigingen, of, indien van toepassing, op het overblijvende deel van de nevenvestiging, en c. een opgave van het aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaand aan het verzoek daadwerkelijk onderwijs volgde op het deel van de school waarop het verzoek betrekking heeft. @@ -2543,6 +2548,8 @@ c. van speciale scholen voor basisonderwijs. **4.** Op het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid, van het overblijvende deel van de school, bedoeld in artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, wordt het aantal leerlingen in mindering gebracht dat op grond van het tweede lid meetelt voor de bekostiging van een nieuwe school die op grond van artikel 84a voor bekostiging in aanmerking is gebracht. +**5.** Indien van het aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, van een nieuwe school die op grond van een plan van scholen als bedoeld in artikel 74 voor bekostiging in aanmerking is gebracht, een substantieel aantal leerlingen afkomstig is van andere scholen van hetzelfde bevoegd gezag, worden die leerlingen niet meegeteld voor de bekostiging van die andere scholen op grond van het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de omvang van dat aantal leerlingen bepaald, die voor categorieën van scholen kan verschillen. + ### Artikel 122 Vervallen @@ -2675,7 +2682,7 @@ b. het aantal leerlingen op 1 oktober in die periode, verhoogd met 3% daarvan, w **6.** In afwijking van het vierde lid wordt het aantal leerlingen van het overblijvende deel van de school, bedoeld in artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, waarop de bekostiging, bedoeld in het vierde lid, gebaseerd is, gedurende de in het vijfde lid bedoelde periode verminderd met het aantal leerlingen dat op grond van dat lid meetelt voor de bekostiging van een nieuwe school die op grond van artikel 84a, eerste lid, voor bekostiging in aanmerking is gebracht. -**7.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**7.** Indien van het aantal leerlingen als bedoeld in artikel 121, tweede lid van een nieuwe school die op grond van een plan van scholen als bedoeld in artikel 74 voor bekostiging in aanmerking is gebracht, een substantieel aantal leerlingen afkomstig is van andere scholen van hetzelfde bevoegd gezag, worden die leerlingen gedurende de in het vijfde lid bedoelde periode niet meegeteld voor de bekostiging van die andere scholen als bedoeld in dit artikel. Bij een algemene maatregel van bestuur wordt de omvang van dat aantal leerlingen bepaald die voor categorieën van scholen kan verschillen. **8.** @@ -2742,36 +2749,21 @@ b. voor zover het gebruik van die ruimte ontoereikend is een overeenkomstig het ### Artikel 138 -**1.** +**1.** Op de bekostiging, bedoeld in artikel 137, worden in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat is benoemd met voorbijgaan van personeel dat een gelijksoortige functie uitoefent of heeft uitgeoefend aan een school van het bevoegd gezag, voor zover laatstbedoeld personeel in het genot is van een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering of een andere ontslaguitkering en direct aan die uitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt, indien het betreft openbaar onderwijs, onder «school van het bevoegd gezag» verstaan elke binnen de desbetreffende gemeente gelegen school, met uitzondering van de binnen die gemeente gelegen nevenvestigingen waarvan de hoofdvestiging in een andere gemeente is gelegen. -Op de bekostiging, bedoeld in artikel 137, worden in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat is benoemd met voorbijgaan van personeel dat een gelijksoortige functie uitoefent of heeft uitgeoefend aan een school van het bevoegd gezag, voor zover laatstbedoeld personeel +**2.** Op de bekostiging worden eveneens in mindering gebracht de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is niet van toepassing, indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 184, op een daartoe strekkend verzoek van het bevoegd gezag, voorafgaand aan het ontslag heeft ingestemd met het ten laste van die rechtspersoon brengen van de kosten van uitkeringen of suppleties als bedoeld in de eerste volzin. -a. gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering, of -b. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder a, in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. +**3.** Het eerste lid is eveneens van toepassing, indien de benoeming heeft plaatsgevonden in aansluiting op een benoeming in tijdelijke dienst in dezelfde functie. -Voor de toepassing van de eerste volzin wordt, indien het betreft openbaar onderwijs, onder «school van het bevoegd gezag» verstaan elke binnen de desbetreffende gemeente gelegen school, met uitzondering van de binnen die gemeente gelegen nevenvestigingen waarvan de hoofdvestiging in een andere gemeente is gelegen. +**4.** Met gewezen personeel dat in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering als bedoeld in het eerste lid wordt gelijk gesteld personeel aan wie op grond van het leerlingenverloop op of na 1 februari ontslag is of zal worden aangezegd, op grond van welk ontslag recht op wachtgeld of een andere ontslaguitkering zou kunnen ontstaan. In afwijking van de eerste volzin kan voor een periode tot uiterlijk de datum van ingang van het recht op wachtgeld of op een andere ontslaguitkering in een vacature worden voorzien zonder dat de vermindering, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt. -**2.** +**5.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen geen vermindering als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt. -Op de bekostiging, bedoeld in artikel 137, worden eveneens in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat langer dan 1 jaar anders dan wegens vervanging onafgebroken, met een onderbreking van een week of minder, dan wel met een of meer onderbrekingen gedurende een schoolvakantie, in een gelijksoortige functie in tijdelijke dienst verbonden is geweest aan een school van het bevoegd gezag. - -De termijn van 1 jaar kan ingeval van een of meer ziekteperioden van langer dan 4 weken met deze ziekteperioden worden verlengd. - -**3.** Op de bekostiging worden eveneens in mindering gebracht de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. De eerste volzin is niet van toepassing, indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 184, op een daartoe strekkend verzoek van het bevoegd gezag, voorafgaand aan het ontslag heeft ingestemd met het ten laste van die rechtspersoon brengen van de kosten van uitkeringen of suppleties als bedoeld in de eerste volzin. - -**4.** Het eerste lid is eveneens van toepassing, indien de benoeming heeft plaatsgevonden in aansluiting op een benoeming in tijdelijke dienst in dezelfde functie. - -**5.** Met gewezen personeel dat in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering als bedoeld in het eerste lid onder b, wordt gelijk gesteld personeel aan wie op grond van het leerlingenverloop op of na 1 februari ontslag is of zal worden aangezegd, op grond van welk ontslag recht op wachtgeld of een andere ontslaguitkering zou kunnen ontstaan. In afwijking van de eerste volzin kan voor een periode tot uiterlijk de datum van ingang van het recht op wachtgeld of op een andere ontslaguitkering in een vacature worden voorzien zonder dat de vermindering, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt. - -**6.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke gevallen geen vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid plaatsvindt. - -**7.** Onze minister kan in andere gevallen dan voorzien in de ministeriële regeling bedoeld in het zesde lid, wegens gewichtige redenen op verzoek van het bevoegd gezag besluiten dat de vermindering van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, niet zal plaatsvinden. Onze minister besluit binnen 4 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien het besluit niet binnen 4 maanden kan worden genomen, stelt Onze minister de verzoeker daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien. Uitsluitend op grond van door het bevoegd gezag aangevoerde bijzondere omstandigheden kan Onze minister bepalen dat het besluit, bedoeld in de eerste volzin, betrekking heeft of mede betrekking heeft op een periode voorafgaand aan de datum waarop het bevoegd gezag het in de eerste volzin bedoelde verzoek heeft ingediend. - -**8.** Onze minister kan projecten aanwijzen waarvoor het tweede lid niet van toepassing is. +**6.** Onze minister kan in andere gevallen dan voorzien in de ministeriële regeling bedoeld in het vijfde lid, wegens gewichtige redenen op verzoek van het bevoegd gezag besluiten dat de vermindering van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, niet zal plaatsvinden. Onze minister besluit binnen 4 maanden na ontvangst van het verzoek. Indien het besluit niet binnen 4 maanden kan worden genomen, stelt Onze minister de verzoeker daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen het besluit wel tegemoet kan worden gezien. Uitsluitend op grond van door het bevoegd gezag aangevoerde bijzondere omstandigheden kan Onze minister bepalen dat het besluit, bedoeld in de eerste volzin, betrekking heeft of mede betrekking heeft op een periode voorafgaand aan de datum waarop het bevoegd gezag het in de eerste volzin bedoelde verzoek heeft ingediend. ### Artikel 139 -**1.** Artikel 138 is van overeenkomstige toepassing indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel als bedoeld in artikel 138, eerste en vijfde lid, van de rechtspersoon of van een bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, dan wel niet handelt overeenkomstig het bepaalde in laatstgenoemde artikelleden. Van het gewezen personeel, bedoeld in de eerste volzin, is uitgezonderd het personeel van het bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, waarvan de dienstbetrekking is beëindigd op een tijdstip dat meer dan twee jaar ligt voor de aanvang van de dienstverlening. +**1.** Artikel 138 is van overeenkomstige toepassing indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel als bedoeld in artikel 138, eerste en vierde lid, van de rechtspersoon of van een bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, dan wel niet handelt overeenkomstig het bepaalde in laatstgenoemde artikelleden. Van het gewezen personeel, bedoeld in de eerste volzin, is uitgezonderd het personeel van het bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, waarvan de dienstbetrekking is beëindigd op een tijdstip dat meer dan twee jaar ligt voor de aanvang van de dienstverlening. **2.** In geval van toepassing van het eerste lid wordt het in mindering te brengen bedrag in gelijke mate verdeeld over de scholen waarvoor diensten worden verricht. @@ -2782,7 +2774,7 @@ Artikel 138 is eveneens van overeenkomstige toepassing a. indien een bevoegd gezag waarvoor diensten worden verricht, personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, en b. indien een bevoegd gezag waarvoor geen diensten meer worden verricht, in het tijdvak van vijf jaar na beëindiging van de dienstverlening personeel benoemt met voorbijgaan van gewezen personeel als bedoeld in onderdeel a. -**4.** Artikel 138, derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, personeel ontslaat zonder voorafgaande instemming van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 184, met dien verstande dat het in mindering te brengen bedrag in gelijke mate wordt verdeeld over de bevoegde gezagsorganen waarvan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, uitgaat. +**4.** Artikel 138, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, personeel ontslaat zonder voorafgaande instemming van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 184, met dien verstande dat het in mindering te brengen bedrag in gelijke mate wordt verdeeld over de bevoegde gezagsorganen waarvan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 68, uitgaat. ##### Paragraaf 4. Gemeentelijk beleid met betrekking tot personele en materiële voorzieningen @@ -2994,13 +2986,12 @@ a. alle scholen van elk bevoegd gezag dat aan de overeenkomst deelneemt, bevinde b. de overeenkomst is aangegaan voor een termijn van ten minste 10 jaren en c. in de overeenkomst is in elk geval opgenomen de verplichting voor elk bevoegd gezag om geen personeel te benoemen met voorbijgaan van personeel van een der scholen waarvan het bevoegd gezag aan de overeenkomst deelneemt en dat -1°. werkzaam is met gebruikmaking van bekostiging, die is toegekend op grond van artikel 123, tweede lid, wegens samenvoeging van scholen, -2°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering, dan wel -3°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° en 2° in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. +1°. werkzaam is met gebruikmaking van bekostiging, die is toegekend op grond van artikel 123, tweede lid, wegens samenvoeging van scholen, dan wel +2°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. **4.** De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, kan bepalen dat geen verplichting als bedoeld in het derde lid onder c 3° bestaat in gevallen, genoemd in de ministeriële regeling bedoeld in artikel 138, zesde lid, en in gevallen waarin Onze minister op grond van artikel 138, zevende lid, heeft besloten dat de vermindering van de bekostiging, bedoeld in artikel 138, eerste lid en tweede lid onder a, niet zal plaatsvinden. -**5.** Indien de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, voor afloop van de termijn bedoeld in het derde lid onder b door een bevoegd gezag wordt beëindigd, wordt de bekostiging van een bijzondere school die op grond van de samenwerkingsovereenkomst in afwijking van artikel 153, eerste tot en met derde lid, werd bekostigd, beëindigd, dan wel een openbare school die op grond van de samenwerkingsovereenkomst in afwijking van artikel 153, eerste tot en met derde lid, in stand werd gehouden, opgeheven overeenkomstig artikel 153 met dien verstande dat de bekostiging niet wordt beëindigd onderscheidenlijk de school niet wordt opgeheven voor 1 augustus volgend op de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst. Bij een beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst voor afloop van de termijn bedoeld in het derde lid onder b, wordt op de bekostiging van het Rijk voor de school of scholen van elk bevoegd gezag dat aan de samenwerkingsovereenkomst deelnam een bedrag ingehouden, waarvan de hoogte door middel van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regeling wordt bepaald. +**5.** De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het derde lid, kan bepalen dat geen verplichting als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, subonderdeel 2, bestaat in gevallen, genoemd in de ministeriële regeling bedoeld in artikel 138, vijfde lid, en in gevallen waarin Onze Minister op grond van artikel 138, zesde lid, heeft besloten dat de vermindering van de bekostiging, bedoeld in artikel 138, eerste lid, niet zal plaatsvinden. **6.** Een bevoegd gezag kan slechts deelnemen aan 1 samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid. Bij deelname aan meer dan 1 samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het derde lid, is voor de toepassing van dit artikel uitsluitend de eerst gesloten samenwerkingsovereenkomst van belang. @@ -3045,7 +3036,11 @@ c. de nevenvestiging naar zijn oordeel voldoet aan een van de voorwaarden genoem ### Artikel 159 -De gemeenteraad kan besluiten tot vermindering van het aantal openbare scholen en nevenvestigingen. In afwijking van de eerste volzin vindt opheffing van een openbare school of nevenvestiging niet plaats in de gevallen bedoeld in artikel 153, vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 158, eerste lid onder d. +**1.** De gemeenteraad kan besluiten tot vermindering van het aantal door de gemeente in stand gehouden openbare scholen en nevenvestigingen. + +**2.** De openbare rechtspersoon, bedoeld in artikel 47, of de stichting, bedoeld in artikel 17 of 48, kan besluiten tot opheffing van een door die openbare rechtspersoon of stichting in stand gehouden openbare school of nevenvestiging. Een besluit tot opheffing wordt uiterlijk op 1 augustus van het schooljaar voorafgaand aan de beoogde datum van opheffing medegedeeld aan de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad voor 1 februari daaropvolgend besluit dat hij de school in stand wenst te houden, wordt deze niet opgeheven, maar wordt de instandhouding daarvan overgedragen aan de gemeente. + +**3.** In afwijking van het eerste lid en het tweede lid, eerste volzin, vindt opheffing van een openbare school of nevenvestiging niet plaats in de gevallen, bedoeld in artikel 153, vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 158, eerste lid, onder d. ### Artikel 160 @@ -3072,7 +3067,7 @@ b. met ingang van 1 augustus van het volgende schooljaar de bekostiging van de b ### Artikel 162 -Artikel 159, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op speciale scholen voor basisonderwijs en nevenvestigingen daarvan, met dien verstande dat voor opheffing van de laatste speciale school voor basisonderwijs van een samenwerkingsverband de in artikel 18, zevende lid, bedoelde goedkeuring van Onze minister is vereist. +Artikel 159, eerste lid, en tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op speciale scholen voor basisonderwijs en nevenvestigingen daarvan, met dien verstande dat voor opheffing van de laatste speciale school voor basisonderwijs van een samenwerkingsverband de in artikel 18, zevende lid, bedoelde goedkeuring van Onze minister is vereist. ##### Paragraaf 3. Overige bepalingen @@ -3099,9 +3094,10 @@ Artikel 159, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op speciale schole Onder wanbeheer wordt uitsluitend verstaan: a. financieel wanbeleid, -b. ongerechtvaardigde verrijking, al dan niet beoogd, van de rechtspersoon die de school in stand houdt, zichzelf dan wel een derde of -c. onrechtmatig handelen, waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen of de kennelijke geest van wettelijke bepalingen waarmee financieel voordeel wordt behaald ten gunste van de rechtspersoon die de school in stand houdt, zichzelf of een derde, en -d. het in ernstige mate verwaarlozen van de zorg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen in de schoolorganisatie, waaronder wordt verstaan intimidatie of bedreiging van personeel, leerlingen of ouders door een bestuurder of toezichthouder. +b. ernstige nalatigheid om, in ieder geval in strijd met artikel 10, maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de school en om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel van primair onderwijs in gevaar komt, +c. ongerechtvaardigde verrijking, al dan niet beoogd, van de rechtspersoon die de school in stand houdt, zichzelf dan wel een derde of +d. onrechtmatig handelen, waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen waarmee financieel voordeel wordt behaald ten gunste van de rechtspersoon die de school in stand houdt, zichzelf of een derde, en +e. het in ernstige mate verwaarlozen van de zorg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen in de schoolorganisatie, waaronder wordt verstaan intimidatie of bedreiging van personeel, leerlingen of ouders door een bestuurder of toezichthouder. **3.** In de aanwijzing geeft Onze minister met redenen omkleed aan op welke punten sprake is van wanbeheer alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. @@ -3496,7 +3492,7 @@ b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen v **4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben. -**5.** In afwijking van het derde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden Onze minister gegevens uit het basisregister kan gebruiken tezamen met het persoonsgebonden nummer van een leerling ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een school, alsmede welke gegevens dit gebruik kan betreffen. +**5.** In afwijking van het derde lid kan Onze Minister in het verkeer met het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging het persoonsgebonden nummer gebruiken. In afwijking van het vierde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald welke overige gegevens uit het basisregister onderwijs tezamen met het persoonsgebonden nummer hiervoor kunnen worden gebruikt. **6.** In afwijking van het derde lid, kan Onze minister uit het basisregister onderwijs ten behoeve van het zenden van de samenvatting van het inspectierapport aan de ouders van de leerlingen ingevolge artikel 45a, tweede lid, het persoonsgebonden nummer van die leerlingen gebruiken. @@ -3538,16 +3534,11 @@ Het bevoegd gezag van een bijzondere school is verplicht de uit de overheidskass ### Artikel 183 -**1.** - -Het bevoegd gezag van een school onderscheidenlijk het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is benoemd op bekostiging voor zorgvoorzieningen als bedoeld in artikel 120, vierde lid, of artikel 132 is aangesloten bij een door Onze minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor - -a. de kosten voor vervanging bij afwezigheid van personeel, en -b. de kosten voortvloeiend uit rechtspositionele verplichtingen ten aanzien van personeel dat gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering. +**1.** Het bevoegd gezag van een school onderscheidenlijk het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is benoemd op bekostiging voor zorgvoorzieningen als bedoeld in artikel 120, vierde lid, of artikel 132 is aangesloten bij een door Onze minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor de kosten voor vervanging bij afwezigheid van personeel. **2.** Het bevoegd gezag van een school onderscheidenlijk het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is benoemd op bekostiging voor zorgvoorzieningen als bedoeld in artikel 120, vierde lid, of artikel 132 is voorts verplicht jaarlijks een door het bestuur van de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon te bepalen bijdrage te voldoen aan die rechtspersoon in verband met de kosten voor vervanging. -**3.** Van de in het eerste juncto tweede lid bedoelde verplichting kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze minister verleent de ontheffing slechts indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de gevolgen van vervanging bij afwezigheid van personeel en de gevolgen die voortvloeien uit rechtspositionele verplichtingen ten aanzien van personeel dat gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in de eerste volzin. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**3.** Van de in het eerste juncto tweede lid bedoelde verplichting kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze minister verleent de ontheffing slechts indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de gevolgen van vervanging bij afwezigheid van personeel. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in de eerste volzin. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. **4.** Het bestuur van de rechtspersoon kan regels vaststellen ter uitvoering van het eerste lid. @@ -3579,7 +3570,7 @@ e. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van **3.** Van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze Minister verleent de ontheffing slechts, indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een verzoek. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de verzoeker daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. -**4.** Het bestuur van de rechtspersoon stelt regels vast voor de behandeling, beoordeling en beantwoording van een verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst als bedoeld in artikel 138, derde lid. Indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst zich beroept op overwegingen van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard, betrekt het bestuur van de rechtspersoon die overwegingen bij de beoordeling van een in de eerste volzin bedoeld verzoek. +**4.** Het bestuur van de rechtspersoon stelt regels vast voor de behandeling, beoordeling en beantwoording van een verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst als bedoeld in artikel 138, tweede lid. Indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst zich beroept op overwegingen van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard, betrekt het bestuur van de rechtspersoon die overwegingen bij de beoordeling van een in de eerste volzin bedoeld verzoek. **5.** Indien het bestuur van de rechtspersoon het in het vierde lid bedoelde verzoek heeft ingewilligd, vergoedt hij aan de instantie die de werkloosheidsuitkeringen, de suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede de uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet verstrekt of heeft verstrekt, de kosten van die uitkeringen of suppleties. @@ -3658,6 +3649,10 @@ c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader Onze minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 10a en 164b, en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de artikelen 10a en 164b in de praktijk. +### Artikel 188b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ## Hoofdstuk IV. Overgangsbepalingen ### Artikel 189