From a41e5e57341d7dcd625f1bcdb332282cd711d453 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 84 ++++++++----------- 1 file changed, 35 insertions(+), 49 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 4d347079993..62db7c50f06 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -2976,17 +2976,17 @@ Uitgangspunt in de Vw is dat de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf in Nede De rechtsplicht om Nederland te verlaten ontstaat op het moment waarop het rechtmatig verblijf eindigt. Dit wordt in voorkomende gevallen door middel van een meeromvattende beschikking die tevens geldt als een terugkeerbesluit aan de vreemdeling kenbaar gemaakt. Conform artikelen 27 en 45 Vw heeft deze meeromvattende beschikking een vertrekplicht tot gevolg. De termijn waarbinnen de vreemdeling Nederland moet verlaten is vastgesteld in artikel 62 Vw. De vreemdeling die na afloop van de termijn die vermeld is in het terugkeerbesluit Nederland niet zelfstandig heeft verlaten kan worden uitgezet. In aanvulling op het genomen terugkeerbesluit krijgt hij in overeenstemming met A5/1 een inreisverbod opgelegd (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). In het geval uitzetting niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling zich aan toezicht heeft onttrokken, wordt eveneens in aanvulling op het terugkeerbesluit een inreisverbod uitgevaardigd. In dat geval moet van de beschikking mededeling worden gedaan in de Stcrt (artikel 66a, vijfde lid, Vw). Voor personen die Nederland legaal zijn ingereisd voor een bepaalde duur en waarvan de termijn voor verblijf in Nederland is verlopen, geldt ook dat een terugkeerbesluit wordt uitgereikt, dat tevens een inreisverbod (zie artikel 66a Vw en zie A5/1) zal inhouden. -Vreemdelingen die nooit rechtmatig verblijf in Nederland hebben gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft, krijgen in geval van aantreffen een terugkeerbesluit, waarmee zij van de op hen rustende vertrekplicht in kennis worden gesteld. Alvorens tot het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt overgegaan, wordt de vreemdeling eerst hieromtrent gehoord. Als uit dat gehoor blijkt dat het voornemen van de vreemdeling bestaat asiel te vragen wordt de vreemdeling de gelegenheid gegeven een dergelijke aanvraag in te dienen en wordt pas een terugkeerbesluit uitgevaardigd als hij van deze mogelijkheid geen gebruik maakt. Voor zover blijkt dat vreemdeling om andere redenen verblijf hier te lande wenst, wordt de vreemdeling erop gewezen dat een verblijfsvergunning regulier ingediend kan worden. In laatstgenoemde situatie bestaat er geen aanleiding om het uitbrengen van een terugkeerbesluit achterwege te laten. In het terugkeerbesluit kan worden bepaald dat de vreemdeling de Unie – en daarmee ook Nederland – moet verlaten binnen vier weken. De vreemdeling die na afloop van de termijn vermeld in het terugkeerbesluit Nederland niet zelfstandig heeft verlaten kan worden uitgezet en krijgt onder intrekking of wijziging van het genomen terugkeerbesluit een nieuw terugkeerbesluit dat tevens een inreisverbod inhoudt (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). +Vreemdelingen die nooit rechtmatig verblijf in Nederland hebben gehad en zich dus illegaal toegang tot Nederland hebben verschaft, krijgen in geval van aantreffen een terugkeerbesluit, waarmee zij van de op hen rustende vertrekplicht in kennis worden gesteld. Alvorens tot het uitvaardigen van een terugkeerbesluit wordt overgegaan, wordt de vreemdeling eerst hieromtrent gehoord. Als uit dat gehoor blijkt dat het voornemen van de vreemdeling bestaat asiel te vragen wordt de vreemdeling de gelegenheid gegeven een dergelijke aanvraag in te dienen en wordt pas een terugkeerbesluit uitgevaardigd als hij van deze mogelijkheid geen gebruik maakt. Voor zover blijkt dat vreemdeling om andere redenen verblijf hier te lande wenst, wordt de vreemdeling erop gewezen dat een verblijfsvergunning regulier ingediend kan worden. In laatstgenoemde situatie bestaat er geen aanleiding om het uitbrengen van een terugkeerbesluit achterwege te laten. In het terugkeerbesluit kan worden bepaald dat de vreemdeling de Unie – en daarmee ook Nederland – moet verlaten binnen vier weken. De vreemdeling die na afloop van de termijn vermeld in het terugkeerbesluit Nederland niet zelfstandig heeft verlaten en geen andere rechtsgrond voor verblijf hier ten lande heeft (zoals rechtmatig verblijf vanwege een ingediende verblijfsaanvraag of artikel 64 Vw), kan worden uitgezet en krijgt door middel van een zelfstandige beschikking of wijziging van het genomen terugkeerbesluit een inreisverbod opgelegd (zie artikel 66a Vw en zie A5/1). Ingeval echter een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken, kan een vertrektermijn worden onthouden. In dat geval moet de vreemdeling de Unie onmiddellijk verlaten en wordt in het terugkeerbesluit als regel een inreisverbod opgenomen (zie A5/1). Voor vreemdelingen die een aanvraag hebben ingediend, maar waarvan de aanvraag is afgewezen en het bezwaar of beroep de werking van de bestreden beschikking niet opschort, ontstaat de rechtsplicht na afwijzing van de aanvraag. Als bezwaar of beroep de werking van de bestreden beschikking opschort, dan ontstaat de rechtsplicht nadat de opschorting is geëindigd. Hetzelfde geldt indien het rechtsmiddel (waaronder hoger beroep) op grond van een rechterlijk oordeel mag worden afgewacht. -Voor vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en in het bezit zijn van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf, geldt dat zij een aanzegging krijgen om zich onmiddellijk naar het grondgebied van die andere lidstaat te begeven. Wanneer deze aanzegging niet wordt nageleefd, of uit de verklaringen of gedragingen van de vreemdeling aannemelijk kan worden geacht dat hij deze aanzegging niet zal opvolgen of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdelingen vereist is, zal wel een terugkeerbesluit worden uitgereikt. Van openbare orde aspecten in de vorige zin is in ieder geval sprake indien de vreemdeling is veroordeeld wegens het plegen van een strafbaar feit. Dat de nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek vereist kan ondermeer uit een ambtsbericht van de AIVD volgen. Nadat de vreemdeling een terugkeerbesluit is uitgereikt, zal een terugkeerprocedure worden opgestart die in beginsel is gericht op de terugkeer naar het land van herkomst. Indien de vreemdeling alsnog – al dan niet gefaciliteerd door de overheid – bereid en in staat is terug te keren naar de lidstaat die hem een vergunning heeft verleend, dan wordt hij begeleid in de terugkeer naar dat land. Op dit punt wordt in dat geval ten gunste van de vreemdeling afgeweken van de richtlijn 2008/115. +Voor vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en in het bezit zijn van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf, geldt dat zij een aanzegging krijgen om zich onmiddellijk naar het grondgebied van die andere lidstaat te begeven. Wanneer deze aanzegging niet wordt nageleefd, of uit de verklaringen of gedragingen van de vreemdeling aannemelijk kan worden geacht dat hij deze aanzegging niet zal opvolgen of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdelingen vereist is, zal wel een terugkeerbesluit worden uitgereikt. Zie voor een nadere uitleg van redenen van openbare orde en nationale veiligheid A4/3.3. Nadat de vreemdeling een terugkeerbesluit is uitgereikt, zal een terugkeerprocedure worden opgestart die in beginsel is gericht op de terugkeer naar het land van herkomst. Indien de vreemdeling alsnog – al dan niet gefaciliteerd door de overheid – bereid en in staat is terug te keren naar de lidstaat die hem een vergunning heeft verleend, dan wordt hij begeleid in de terugkeer naar dat land. Op dit punt wordt in dat geval ten gunste van de vreemdeling afgeweken van de richtlijn 2008/115. Indien de vreemdeling een verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de Unie wordt geen inreisverbod uitgevaardigd aangezien deze vreemdelingen immers wel elders in de Unie verblijf heeft. Alvorens een terugkeerbesluit uit te reiken dat tevens een inreisverbod inhoudt, zal in dit geval (via Sirene) contact opgenomen moeten worden met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat. Pas indien de betreffende lidstaat over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, kan een inreisverbod worden opgelegd. Indien hieruit geconcludeerd moet worden dat het uitvaardigen van het terugkeerbesluit strijd oplevert met internationale verplichtingen (het verbod op refoulement), wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. -Vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en kunnen worden overgedragen aan een andere lidstaat op grond van een bilaterale overeenkomst of regeling, die al van kracht was op 13 januari 2009, ontvangen ook geen terugkeerbesluit, omdat zij de Unie niet verlaten. +Vreemdelingen uit derde landen die illegaal in Nederland verblijven en kunnen worden overgedragen aan een andere lidstaat op grond van een bilaterale overeenkomst of regeling, die al van kracht was op 13 januari 2009, ontvangen ook geen terugkeerbesluit, omdat zij de Unie niet verlaten (zie A4/11). Vreemdelingen die voldoen aan de uit het terugkeerbesluit voortvloeiende terugkeerverplichting en die opnieuw Nederland binnenkomen krijgen een nieuw terugkeerbesluit, voor zover hun verblijfsrechtelijke positie daar aanleiding toe geeft, bijvoorbeeld indien een verblijfsaanvraag wordt afgewezen, maar ook indien de vreemdeling zonder het indienen van een aanvraag als illegaal wordt aangetroffen. @@ -3037,7 +3037,19 @@ De vertrektermijn wordt op grond van artikel 62, tweede lid, Vw, onthouden indie • de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen van een verblijfsvergunning of tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning is afgewezen als kennelijk ongegrond of wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens; of • de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. -Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt op grond van artikel 6.1, lid 1en 2, Vb aangenomen ten minste twee van de feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1b Vb op de vreemdeling van toepassing zijn. Een dergelijk risico zal niet worden aangenomen bij een eerste asielaanvraag. +Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken wordt op grond van artikel 6.1, lid 1 en 2, Vb aangenomen indien ten minste twee van de feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1b Vb op de vreemdeling van toepassing zijn. Echter, ook als twee of meer feiten of omstandigheden aanwezig zijn, zal niet zonder meer sprake zijn van een risico op onttrekken aan toezicht. Steeds is vereist dat nader wordt toegelicht waarom uit de geconstateerde feiten of omstandigheden kan worden afgeleid dat aannemelijk is dat dit risico zich voordoet. Dit is slechts anders als uit de aard van de betreffende feiten of omstandigheden reeds aanstonds van zodanig risico blijkt. + +Onverkort het gestelde in artikel 6.1, lid 2 Vb juncto artikel 5.1b, lid 2, Vb brengen de volgende feiten en omstandigheden naar hun aard aanstonds een risico op onttrekken aan toezicht met zich mee: + +a. Nederland niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en zich vervolgens in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht onttrekken (artikel 5.1b, eerste lid, onder a, Vb); +b. Eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging hebben ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg hebben gegeven (artikel 5.1b, eerste lid, onder c, Vb); +c. Niet dan wel niet voldoende meewerken aan de vaststelling van identiteit en nationaliteit (artikel 5.1b, eerste lid, onder d, Vb); +d. In verband met de aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens hebben verstrekt met betrekking tot de identiteit of nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat (artikel 5.1b, eerste lid, onder f, Vb); +e. Zich zonder noodzaak hebben ontdaan van reis- of identiteitsdocumenten (artikel 5.1b, eerste lid, onder g, Vb); +f. In het Nederlandse rechtsverkeer gebruik hebben gemaakt van valse of vervalste documenten (artikel 5.1b, eerste lid, onder h, Vb); +g. Tot ongewenst vreemdeling zijn verklaard als bedoeld in artikel 67 Vw dan wel onderworpen zijn aan een inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw (artikel 5.1b, eerste lid, onder m, Vb) en niet onmiddellijk vertrokken na oplegging ervan terwijl daartoe wel gelegenheid bestond. Als na bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring dan wel het besluit tot opleggen van een zwaar inreisverbod direct, op dezelfde dag, inbewaringstelling plaatsvindt, kan het niet onmiddellijk vertrekken uiteraard niet worden tegengeworpen. + +Een risico op onttrekken aan toezicht zal niet worden aangenomen bij een eerste asielaanvraag, tenzij het een grensgeweigerde of een in bewaringgestelde vreemdeling betreft, de vreemdeling zich niet onverwijld heeft gemeld voor het indienen van een asielaanvraag of indien tegen de vreemdeling reeds eerder een terugkeerbesluit is uitgevaardigd. Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, lid 1 onder j, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en Vc B1/4.3.3. @@ -3047,9 +3059,7 @@ Als gevaar voor de openbare orde wordt hier aangemerkt iedere verdenking of vero Om te kunnen spreken van gevaar voor de nationale veiligheid is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere de Dienst Nationale Recherche, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten. -Bij EU-/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, is verkorting of onthouding van de vertrektermijn alleen mogelijk in naar behoren aantoonbare dringende gevallen (zie artikel 8.24, derde lid, Vb en A6/5.3.3.7). Hiervan is slechts sprake bij een actuele, werkelijke en genoegzaam ernstige bedreiging van de openbare orde - -(AbRS, 15 juli 2005, 200505057/1). +Bij EU-/EER-onderdanen en Zwitserse onderdanen, alsmede de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, is verkorting of onthouding van de vertrektermijn alleen mogelijk in naar behoren aantoonbare dringende gevallen (zie artikel 8.24, derde lid, Vb en A6/5.3.3.7). Hiervan is slechts sprake bij een actuele, werkelijke en genoegzaam ernstige bedreiging van de openbare orde (AbRS, 15 juli 2005, 200505057/1). De verkorting of onthouding van de vertrektermijn kan op twee manieren door de rechter worden beoordeeld: @@ -3698,8 +3708,6 @@ Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden o Hierbij kan gedacht worden aan een vreemdeling die een gevaar is voor de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid, indien er redenen bestaan om in een dergelijk geval de vreemdeling – in afwijking van artikel 62, tweede lid, onder c Vw – een vertrektermijn te gunnen dan wel indien er redenen bestaan (de ratio van) artikel 64 Vw op hem van toepassing te achten. -De in artikel 66a, tweede lid neergelegde bevoegdheid wordt toegepast overeenkomstig het beleid zoals dat geldt ten aanzien van de ongewenstverklaring (paragraaf A5/10 Vc). - #### 2.2. Geen rechtmatig verblijf Op grond van artikel 66a, zesde lid, Vw kan de vreemdeling die een inreisverbod heeft ontvangen of die is gesignaleerd ter fine van weigering van de toegang geen rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8 Vw. @@ -3712,9 +3720,11 @@ Uitzonderingen hierop zijn: Door middel van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt gewaarborgd dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod voor het rechtmatig verblijf vergelijkbaar zijn met de gevolgen voor het rechtmatig verblijf in geval de vreemdeling ongewenst (ex art. 67 Vw 2000) zou zijn verklaard. Voor het overige is gewaarborgd dat het inreisverbod in vergelijkbare gevallen kan worden gegeven als waarin een ongewenstverklaring kan worden gegeven, doordat in het zevende lid de gronden voor de ongewenstverklaring, beschreven in artikel 67, eerste lid, onder b tot en met e, zijn overgenomen in artikel 66a, zevende lid, onderdelen a tot en met d. Ten aanzien van artikel 67, eerste lid, onder a, Vw geldt dat overeenkomstig het geldende beleid voor de ongewenstverklaring in een dergelijke situatie ook een inreisverbod wordt opgelegd. Voor een uitleg bij de onderdelen a, b en d van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt verwezen naar A5/10.2 ad b tot en met e. -Het inreisverbod betekent dus dat behoudens genoemde uitzonderingen artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang het inreisverbod van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven. Dit betekent ook dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. +Het inreisverbod betekent dus dat behoudens genoemde uitzonderingen artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang het inreisverbod van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven. Dit betekent ook dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een reguliere aanvraag in Nederland af te wachten. -Vreemdelingen die een inreisverbod hebben en op wie artikel 66a, zevende lid, Vw niet van toepassing is, kunnen een verblijfsaanvraag indienen die verband houdt met een verblijfsdoel dat wordt genoemd in art. 6.5(2) Vb. Dit geldt ook verblijfsaanvragen voor gezinshereniging/-vorming. Indien aan alle voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, dan bestaat aanleiding het lichte inreisverbod op te heffen. +Vreemdelingen jegens wie een inreisverbod geldt en op wie artikel 66a, zevende lid, Vw niet van toepassing is, kunnen een verblijfsaanvraag indienen die verband houdt met een verblijfsdoel dat wordt genoemd in artikel. 6.5, tweede lid, Vb. Dit geldt ook verblijfsaanvragen voor gezinshereniging/-vorming en medische behandeling. Indien aan alle voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, bestaat aanleiding het inreisverbod op te heffen. + +Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt. De vreemdeling aan wie een inreisverbod is opgelegd, wordt gesignaleerd in (N)SIS (zie A3/9). @@ -3732,12 +3742,14 @@ Daarnaast wordt ook geen inreisverbod uitgevaardigd, als: • de vreemdeling onderwerp is van de Dublin-verordening (claim uit-procedure); • de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning afgegeven door een andere lidstaat. Enkel indien de andere lidstaat er na consultatie via SIRENE mee instemt de verblijfsvergunning in te trekken, kan aan de vreemdeling een inreisverbod worden opgelegd; -• de vreemdeling niet in Nederland verblijft. +• de vreemdeling niet in Nederland verblijft, tenzij het voornemen om een inreisverbod op te leggen kenbaar is gemaakt voordat de vreemdeling Nederland heeft verlaten. Een inreisverbod kan wel uitgevaardigd worden bij uitreis uit Nederland. Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb, tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. +Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag (zie A5/2.2). Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, zouden leiden tot weigering van de asielvergunning (zie C4/3.11). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag immers niet leiden tot vergunningverlening, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A5/10.4.4. + Ook wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien het uitvaardigen van een inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM betekent. Dit betekent dat bij het uitvaardigen van een inreisverbod rekening gehouden moet worden met artikel 8 EVRM aspecten (zie B2/10 Vc2000). Als de vreemdeling in bovengenoemde situaties al eerder een inreisverbod is opgelegd, dan wordt dit inreisverbod inclusief de signalering opgeheven. @@ -3756,7 +3768,9 @@ Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in artikel 6.5a Vb. In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd. -Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. +Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Bij het bepalen van de duur van het inreisverbod worden de verschillende vrijheidsstraffen bij elkaar opgeteld. + +Volgens artikel 6.5a, vierde lid, onder c, Vb bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogte vijf jaren indien het een vreemdeling betreft die reeds het onderwerp is geweest van meer dan één terugkeerbesluit. Van deze mogelijkheid wordt pas bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit gebruik gemaakt. Volgens artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren. @@ -3806,9 +3820,7 @@ In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelij ##### 6.3.4. Uitreiking van de beschikking -Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7. - -Het origineel van de beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt. Van deze uitreiking wordt een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan +Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1. ##### 6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS @@ -3834,17 +3846,7 @@ Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschi ##### 6.4.4. Uitreiking van de beschikking -Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7. - -Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan. - -Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is. - -Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie artikel 66a, vijfde lid, Vw). - -Indien uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet kan plaatsvinden en bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, wordt de beschikking aan de in Nederland kantoor houdende gemachtigde gezonden, zo die er is en wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Stcrt. - -Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt. +Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1. ##### 6.4.5. Signalering in het (N)SIS @@ -3863,21 +3865,13 @@ Daarnaast kan de IND een inreisverbod geven in een meeromvattende beschikking, i • de aan de vreemdeling opgelegde vertrektermijn wordt onthouden en is bepaald dat de vreemdeling onmiddellijk moet vertrekken; of • indien bij de meeromvattende beschikking is gebleken dat de vreemdeling zich niet heeft gehouden aan een hem eerder opgelegd terugkeerbesluit, inclusief vertrektermijn. +Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw. + De IND draagt er dan wel zorg voor toepassing te geven aan hetgeen gesteld is in paragraaf 6.4.2. Indien overwogen wordt om een inreisverbod te geven bij de afwijzing van een asielaanvraag, dan kan het voornemen tot het geven van een inreisverbod worden meegenomen in de voornemenprocedure. ##### 6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking -Paragrafen 6.4.3, 6.4.4 en 6.4.5. zijn van overeenkomstige toepassing. - -In aanvulling op paragraaf 6.4.4 kan ook de IND het origineel van de beschikking in persoon aan de vreemdeling uitreiken. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan. - -Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is. - -Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie artikel 66a, vijfde lid, Vw). - -Indien uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet kan plaatsvinden en bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, wordt de beschikking aan de in Nederland kantoor houdende gemachtigde gezonden, zo die er is en wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Stcrt. - -Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt. +Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1. #### 6.6. Bezwaar en beroep @@ -3972,6 +3966,8 @@ Door de ongewenstverklaring wordt het verblijf in en illegale terugkeer naar Ned De ongewenstverklaring betekent tevens dat artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9). +In weerwil van hetgeen in artikel 67, derde lid Vw is bepaald, heeft een vreemdeling die ongewenst is verklaard rechtmatig verblijf indien hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw heeft ingediend (of te kennen heeft gegeven een dergelijke aanvraag in te willen dienen) zolang op die aanvraag nog niet is beslist. + #### 10.2. Gronden voor ongewenstverklaring De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard (zie artikel 67 Vw): @@ -4046,17 +4042,7 @@ De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde ##### 10.3.3. uitreiking van de beschikking -Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7. - -Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie of de KMar. - -Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt door de vreemdelingenpolitie of de KMar tevens een brochure in een voor de betrokkene begrijpelijke taal met betrekking tot de ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw verstrekt. Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is. - -Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze – met de brochure– per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens publicatie van de beschikking in de Stcrt. plaats (zie artikel 67, tweede lid, Vw). - -Indien uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet kan plaatsvinden en bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, wordt de beschikking – met de brochure – aan de in Nederland kantoor houdende gemachtigde gezonden, zo die er is en wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Stcrt. - -Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt. +Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1. ##### 10.3.4. Bezwaar en beroep