2003-01-01 | BWBR0014061 | Verordening bestemmingsheffing onderzoekfonds aanvoersector 2003

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-01 12:00:00 +00:00
parent 3b79bbfe0b
commit a43bee0b98

View file

@ -42,12 +42,9 @@ In deze verordening wordt verstaan onder:
Een aanvoerder die met een in Nederland geregistreerd vissersvaartuig vis aanvoert is aan het Productschap, ten behoeve van het Onderzoekfonds aanvoersector, een heffing verschuldigd van:
a. a.
0,1 promille van de waarde van de aangevoerde vis;
b. b.
4 promille van de waarde van de aangevoerde kokkels;
c. c.
6 promille van de waarde van de aangevoerde spisula, strandschelpen, zwaardscheden mesheften, en nonnetjes.
a. 0,1 promille van de waarde van de aangevoerde vis;
b. 4 promille van de waarde van de aangevoerde kokkels;
c. 6 promille van de waarde van de aangevoerde spisula, strandschelpen, zwaardscheden mesheften, en nonnetjes.
**2.** De ondernemer die oesters verhandelt is aan het Productschap, ten behoeve van het Onderzoekfonds aanvoersector, een heffing verschuldigd van 4,41 promille over de omzet, zoals is bepaald in artikel 4a, derde lid, van de Heffingsverordening 2003, welke hij het afgelopen seizoen heeft gerealiseerd.
@ -59,26 +56,20 @@ c. c.
De ondernemer die in het bezit is van een vergunning voor de mechanische kokkelvisserij is aan het Productschap, ten behoeve van het Onderzoekfonds aanvoersector, een heffing verschuldigd van:
a. a.
€ 344,- per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische kokkelvisserij in de Westerschelde;
b. b.
€ 818,- per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische kokkelvisserij in de overige Nederlandse wateren.
a. € 344,- per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische kokkelvisserij in de Westerschelde;
b. € 818,- per vergunning per kalenderjaar voor de mechanische kokkelvisserij in de overige Nederlandse wateren.
**6.**
Indien de ondernemer als bedoeld in het derde en vierde lid zowel één of meerdere percelen in eigendom heeft en/of huurt, als ook over een visvergunning voor vrije gronden beschikt wordt de ondernemer:
a. a.
vrijgesteld van de heffing als bedoeld in het derde lid onder de voorwaarde dat het bedrag aan heffing op grond van deze bepaling lager is dan het bedrag aan heffing als bedoeld in het vierde lid;
b. b.
vrijgesteld van de heffing als bedoeld in het vierde lid onder de voorwaarde dat het bedrag aan heffing op grond van deze bepaling lager is dan het bedrag aan heffing als bedoeld in het derde lid.
a. vrijgesteld van de heffing als bedoeld in het derde lid onder de voorwaarde dat het bedrag aan heffing op grond van deze bepaling lager is dan het bedrag aan heffing als bedoeld in het vierde lid;
b. vrijgesteld van de heffing als bedoeld in het vierde lid onder de voorwaarde dat het bedrag aan heffing op grond van deze bepaling lager is dan het bedrag aan heffing als bedoeld in het derde lid.
**7.** De heffing als bedoeld in het derde en vierde lid bedraagt per kalenderjaar maximaal € 640,-.
**8.** a. a.
De waarde van de aangevoerde vis, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Heffingsverordening 2003.
b. b.
De waarde van de kokkels, spisula, strandschelpen, zwaardscheden, mesheften en nonnetjes, als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van de Heffìngsverordening 2003.
**8.** a. De waarde van de aangevoerde vis, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Heffingsverordening 2003.
b. De waarde van de kokkels, spisula, strandschelpen, zwaardscheden, mesheften en nonnetjes, als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van de Heffìngsverordening 2003.
### Artikel 3