diff --git a/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md b/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md index 3181c53017d..52d2623e15b 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md @@ -76,56 +76,16 @@ b. het gebruik maken van een vervalst of valselijk opgemaakt document, of van ve **1.** -Als een ernstige inbreuk, bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt: +Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt overtreding van: -a. overtreding van: +a. artikel 102, eerste of derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, tweede lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is; +b. artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, zesde lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is; +c. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 18, eerste of tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is en daarvoor geen toestemming als bedoeld in artikel 25, derde lid, tweede zin, van de uitvoeringsverordening controleverordening is verleend; +d. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 25, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover ingeval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur de kapitein of diens vertegenwoordiger niet via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop het niet functioneren is ontdekt, of vanaf het tijdstip waarop hij hiervan in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig meedeelt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat; +e. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat een AIS aanwezig is of operationeel is; of +f. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover geen AIS aan boord is of, indien wel een AIS aan boord is, het AIS defect is of anderszins niet functioneert. -(i) artikel 104, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 14, eerste, vierde, zesde of achtste lid, van de controleverordening; -(ii) artikel 104, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 31, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening; -(iii) artikel 104, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 23, eerste of derde lid van de controleverordening; of -(iv) artikel 104, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 21, eerste of vierde lid van de controleverordening, voor zover een of meer van de kerngegevens in het papieren visserijlogboek, bedoeld in artikel 14 van de controleverordening, in de papieren aangifte van aanlanding respectievelijk de papieren aangifte van overlading niet juist, niet volledig, niet tijdig of niet wordt of is bijgehouden of ingediend; -b. overtreding van artikel 104, eerste lid, en artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 14, eerste en tweede lid, onderdeel f, van de controleverordening, voor zover de in de papieren aangifte van aanlanding vermelde vangsthoeveelheid, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de controleverordening, althans de vangsthoeveelheid zoals die met toepassing van artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening in de papieren aangifte van aanlanding vermeld had moeten worden, per soort en per visreis meer dan 15 procent, met een minimum van 200 kilogram, afwijkt ten opzichte van de geschatte hoeveelheid die vermeld is in het papieren visserijlogboek; -c. overtreding van: - -(i) artikel 105, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 15, eerste of tweede lid, van de controleverordening; -(ii) artikel 105, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 37, tweede alinea, van de uitvoeringsverordening controleverordening; -(iii) artikel 108, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 22, eerste lid, van de controleverordening; -(iv) artikel 109, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en artikel 24, eerste lid, van de controleverordening; of -(v) artikel 105, eerste lid, in samenhang met artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en met artikel 47, lid 1bis, van de uitvoeringsverordening controleverordening, voor zover één of meer van de kerngegevens in een van de twee kernberichten DEP (aangifte van vertrek) of RTP (aangifte terugkeer naar de haven) in het elektronische visserijlogboek, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de controleverordening, in de elektronische aangifte van aanlanding of in de elektronische aangifte van overlading niet juist, niet volledig, niet tijdig of niet wordt of is bijgehouden of ingediend; -d. overtreding van artikel 105, eerste lid, en artikel 141 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15, eerste lid, van de controleverordening, voor zover de in de elektronische aangifte van aanlanding vermelde vangsthoeveelheid als bedoeld in artikel 24, eerste lid, in samenhang met artikel 23, tweede lid, onderdeel c, van de controleverordening, althans de vangsthoeveelheid, zoals die met toepassing van artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening in de elektronische aangifte van aanlanding vermeld had moeten worden, per soort en per visreis meer dan 15 procent, met een minimum van 200 kilogram, afwijkt ten opzichte van de geschatte hoeveelheid die vermeld is in het elektronische visserijlogboek, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de controleverordening; -e. overtreding van artikel 124, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 60, vijfde lid, van de controleverordening voor zover het gaat om de aangifte van aanlanding; -f. overtreding van: - -(i) 1°. artikel 102, eerste of derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, tweede lid, van de controleverordening; -2°. overtreding van artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, zesde lid, van de controleverordening; of -3°. overtreding van artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 18, eerste of tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening; - -en -(ii) artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening, voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is én zonder dat een AIS aanwezig is of operationeel is; of -g. overtreding van: - -(i) artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 25, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening; - -en -(ii) artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening, - -voor zover: - -1°. ingeval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur de kapitein of diens vertegenwoordiger niet via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop het niet functioneren is ontdekt, of vanaf het tijdstip waarop hij hiervan in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig meedeelt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat; en -2°. geen AIS aan boord is of, indien wel een AIS aan boord is, ook het AIS defect is of anderszins niet functioneert. - -**2.** - -De in het eerste lid, onderdelen a en c, bedoelde kerngegevens zijn: - -a. de externe identificatie (lettertekens en nummer) van het vaartuig; -b. de naam van de kapitein; -c. de tijdstippen van vertrek, terugkeer en aanlanding; -d. gegevens betreffende het gebruikte vistuig, en de maaswijdte; -e. de datum van vangst; en -f. de gegevens van het betrokken geografische gebied, bedoeld in artikel 4, onderdeel 30, van de controleverordening, waar de vangsten zijn gedaan. - -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en d, wordt voor het bepalen of een in dit onderdeel bedoelde vangsthoeveelheid afwijkt ten opzichte van de geschatte hoeveelheid die is vermeld in het papieren visserijlogboek uitgegaan van de vangsthoeveelheid na omrekening in levend visgewicht overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening ofwel artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening in samenhang met artikel 107, zevende lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij. +**2.** De artikelen 4 tot en met 7 van de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963 zijn van toepassing. ### Artikel 9