diff --git a/amvb/distributiekostenbesluit-1973/BWBR0029541/README.md b/amvb/distributiekostenbesluit-1973/BWBR0029541/README.md index 09ec59eb280..9f4363129b1 100644 --- a/amvb/distributiekostenbesluit-1973/BWBR0029541/README.md +++ b/amvb/distributiekostenbesluit-1973/BWBR0029541/README.md @@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Distributiekostenbesluit 1973 ### Artikel 1 -In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Landbouw en Visserij, ieder voor zover zijn ressort betreft. +In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken. ### Artikel 2 @@ -25,7 +25,7 @@ b. bijdragen ter zake van het krachtens die wet uitreiken van bescheiden. **2.** De maatstaf, waarnaar de in het eerste lid, onder *a*, bedoelde bijdragen worden berekend, wordt door Onze Minister vastgesteld. Deze maatstaf kan voor verschillende categorieën van gevallen verschillend zijn. De bijdrage kan 1½% van de verkoopwaarde der betrokken goederen niet te boven gaan. -**3.** De in het eerste lid, onder *b*, bedoelde bijdragen worden door Onze Minister vastgesteld. Zij bedragen ten hoogste f 10,-. +**3.** De in het eerste lid, onder *b*, bedoelde bijdragen worden door Onze Minister vastgesteld. Zij bedragen ten hoogste € 4,54. ### Artikel 3 @@ -35,7 +35,7 @@ b. bijdragen ter zake van het krachtens die wet uitreiken van bescheiden. ### Artikel 4 -**1.** Van hem, die regelmatig krachtens artikel 2, eerste lid, onder a, vastgestelde bijdragen heeft te betalen, kan het orgaan, waarbij de betaling moet geschieden, het storten van een voorschot vorderen. Het bedrag van het voorschot wordt door het orgaan bepaald; het kan ƒ 20 000,- niet te boven gaan. +**1.** Van hem, die regelmatig krachtens artikel 2, eerste lid, onder a, vastgestelde bijdragen heeft te betalen, kan het orgaan, waarbij de betaling moet geschieden, het storten van een voorschot vorderen. Het bedrag van het voorschot wordt door het orgaan bepaald; het kan € 9800,– niet te boven gaan. **2.** De bijdragen, welke de betrokkene verschuldigd is, worden verrekend met het door hem gestorte voorschot.