2010-03-03 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement
This commit is contained in:
parent
aa0bb96752
commit
a46f54608a
1 changed files with 20 additions and 52 deletions
|
|
@ -175,7 +175,7 @@ b. er uit oogpunt van het waarborgen van de operationele inzetbaarheid een evenw
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke categorieën personeel, met inachtneming van het eerste lid, concrete leeftijdsgrenzen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De gegadigde die bij aanstelling is bestemd voor functievervulling in fase drie is op de datum van aanstelling niet minder dan vijftien jaar verwijderd van zijn datum van leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel a.
|
||||
**3.** De gegadigde die bij aanstelling is bestemd voor functievervulling in fase drie is op de datum van aanstelling niet minder dan twaalf jaar verwijderd van zijn datum van leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel a. Indien de gegadigde reeds eerder gedurende een periode van ten minste twee jaar was aangesteld als militair bij het beroepspersoneel wordt de periode van twaalf jaar beperkt tot een periode van tien jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -834,27 +834,27 @@ elk door defensiepersoneel in de praktijk brengen van onderwezen bekwaamheden te
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De militair kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen wanneer:
|
||||
De militair kan bij de commandant eenmaal per kalenderjaar een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende het resterende deel van dat kalenderjaar met 2 uren per week te verlengen wanneer:
|
||||
|
||||
a. de militair is aangesteld bij het beroepspersoneel; en
|
||||
b. de militair een functie vervult in fase twee of fase drie; en
|
||||
c. het rooster van de militair in dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
c. het rooster van de militair in het resterende deel van dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
|
||||
Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
|
||||
**2.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling nader vast te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** De commandant wijst een aanvraag als bedoeld in het eerste lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. In ieder geval wordt de aanvraag afgewezen indien de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur geen effect heeft op de formatie, onder door Onze Minister bij ministeriële regeling nader vast te stellen voorwaarden.
|
||||
**3.** Een toegestane verlenging van de arbeidsduur gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin de verlenging is toegestaan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een toegestane verlenging van de arbeidsduur wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet tenzij:
|
||||
|
||||
a. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient om de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur te beëindigen; of
|
||||
b. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 54e, eerste lid; of
|
||||
a. de militair een aanvraag indient om de tijdelijke verlenging van de arbeidsduur te beëindigen; of
|
||||
b. de militair een aanvraag indient als bedoeld in artikel 54e, eerste lid; of
|
||||
c. de commandant de verlenging van de arbeidsduur beëindigt omdat hij van oordeel is dat het dienstbelang zich tegen een voortgezette verlenging daarvan verzet.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de verlenging van de arbeidsduur. In afwijking van de datum genoemd in het tweede lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de verlenging van de arbeidsduur. In dat geval kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
|
||||
|
||||
**6.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
|
||||
|
||||
|
|
@ -862,28 +862,28 @@ c. de commandant de verlenging van de arbeidsduur beëindigt omdat hij van oorde
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De militair kan bij de commandant een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende een kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten wanneer:
|
||||
De militair kan bij de commandant eenmaal per kalenderjaar een aanvraag indienen om zijn arbeidsduur gedurende het resterende deel van dat kalenderjaar met 2 uren per week te verkorten wanneer:
|
||||
|
||||
a. de militair is aangesteld bij het beroepspersoneel; en
|
||||
b. de militair een functie vervult in fase twee of fase drie; en
|
||||
c. het rooster van de militair in dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
c. het rooster van de militair in het resterende deel van dat kalenderjaar zal zijn gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
|
||||
Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde verkorting van de arbeidsduur wordt verwerkt in het voor de betrokken militair geldende rooster dan wel wordt toegekend in de vorm van acht spaaruren per maand wanneer het een militair betreft van wie het rooster is gebaseerd op een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week. Voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week wordt de ingevolge de vorige volzin geldende aanspraak vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar ingediend bij de commandant.
|
||||
**3.** De commandant wijst een aanvraag indien het gaat om een militair als bedoeld in het eerste lid toe.
|
||||
|
||||
**4.** De commandant wijst een aanvraag indien het gaat om een militair als bedoeld in het eerste lid toe.
|
||||
**4.** Een toegestane verkorting van de arbeidsduur gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarin de verkorting is toegestaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Een toegestane verkorting van de arbeidsduur wordt jaarlijks stilzwijgend voortgezet tenzij:
|
||||
|
||||
a. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient om de tijdelijke verkorting van de arbeidsduur te beëindigen; of
|
||||
b. de militair vóór 1 oktober voorafgaande aan het desbetreffende kalenderjaar een aanvraag indient als bedoeld in artikel 54d, eerste lid.
|
||||
a. de militair een aanvraag indient om de tijdelijke verkorting van de arbeidsduur te beëindigen; of
|
||||
b. de militair een aanvraag indient als bedoeld in artikel 54d, eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum van plaatsing de verkorting van de arbeidsduur. In afwijking van de datum genoemd in het derde lid kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
|
||||
**6.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de verkorting van de arbeidsduur. In dat geval kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen.
|
||||
|
||||
**7.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding op de inkomsten van de militair toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1697,7 +1697,7 @@ b. ten hoogste 40 uren als vakantieverlof niet-op-aanvraag worden verleend.
|
|||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
**1.** Niet verleend vakantieverlof, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekt vakantieverlof, wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar tot een maximum van 80 uren of tot een evenredig lager getal indien de militair buitengewoon verlof in verband met deeltijdarbeid is verleend op grond van het Besluit aanpassing arbeidsduur militairen.
|
||||
**1.** Niet verleend vakantieverlof, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekt vakantieverlof, wordt overgeboekt naar het volgende kalenderjaar tot een maximum van het aantal uren per jaar, te berekenen volgens artikel 73, verminderd met het in artikel 76, tweede lid, bedoelde aantal verplicht te verlenen uren.
|
||||
|
||||
**2.** Uitsluitend indien operationele omstandigheden het tot het verlof verlenen bevoegd gezag hebben verhinderd vakantieverlof te verlenen of, naar het oordeel van het tot het verlof verlenen bevoegd gezag, gewichtige persoonlijke omstandigheden de militair hebben verhinderd het vakantieverlof te genieten, kan worden afgeweken van het overeenkomstig het eerste lid maximaal naar het volgend kalenderjaar over te boeken vakantieverlof.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1839,45 +1839,13 @@ Het kort durend zorgverlof, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg, wo
|
|||
|
||||
### Artikel 87d
|
||||
|
||||
**1.** De militair die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot een kind heeft, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, aanspraak op ouderschapsverlof. Indien de militair met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op ouderschapsverlof.
|
||||
**1.** Wanneer aan de militair door de commandant ouderschapsverlof, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, wordt verleend, behoudt hij over de eerste periode van het ouderschapsverlof, die overeenkomt met dertien maal de voor de militair geldende arbeidsduur per week, 75% van zijn bezoldiging. Over de resterende periode van het verleende ouderschapsverlof, ontvangt de militair over de ouderschapsverlofuren geen bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** De militair die blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, eveneens aanspraak op ouderschapsverlof. Indien de militair met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op ouderschapsverlof. In alle andere gevallen waarin de in de eerste volzin gestelde voorwaarden ten aanzien van meer dan één kind met ingang van hetzelfde tijdstip worden vervuld, bestaat slechts aanspraak op één keer ouderschapsverlof.
|
||||
**2.** De militair kan door de commandant worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel op grond van aan de militair te wijten omstandigheden. Indien binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend, wordt de verplichting tot terugbetaling naar evenredigheid beperkt. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
|
||||
|
||||
**3.** Geen aanspraak op ouderschapsverlof bestaat over tijdvakken gelegen na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt.
|
||||
**3.** De militair meldt het voornemen om ouderschapsverlof op te nemen ten minste zes maanden voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk aan de commandant.
|
||||
|
||||
**4.** Het ouderschapsverlof wordt per week opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en bedraagt per week ten hoogste de helft van de arbeidsduur per week.
|
||||
|
||||
**5.** Het ouderschapsverlof wordt aan de militair verleend met behoud van 75% van zijn inkomsten.
|
||||
|
||||
**6.** De militair kan door het hoofd defensieonderdeel worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel niet op zijn aanvraag op grond van aan de militair te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld voor bepaalde tijd, ter zake van het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan de militair de commandant verzoeken om:
|
||||
|
||||
- ouderschapsverlof voor een langere periode dan zes maanden, of
|
||||
- het ouderschapsverlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt, of
|
||||
- meer uren ouderschapsverlof per week dan de helft van de arbeidsduur per week, mits daardoor het maximale aantal ouderschapsverlofuren dat op grond van het vierde lid kan worden verleend niet wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De militair meldt het voornemen om ouderschapsverlof te nemen ten minste zes maanden voor het tijdstip van ingang van het ouderschapsverlof schriftelijk aan de commandant onder opgave van:
|
||||
|
||||
a. de aaneengesloten periode van het ouderschapsverlof;
|
||||
b. het aantal uren ouderschapsverlof per week;
|
||||
c. de spreiding van deze verlofuren over de week.
|
||||
|
||||
De tijdstippen van ingang en einde van het ouderschapsverlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de (vermoedelijke) datum van de bevalling, van het (vermoedelijke) einde van het bevallingsverlof of van de (vermoedelijke) aanvang van de verzorging.
|
||||
|
||||
**9.** De commandant kan na overleg met de militair, de spreiding van de uren over de week op grond van zwaarwegend dienstbelang wijzigen en wel tot vier weken vóór het door de militair opgegeven tijdstip van ingang van het ouderschapsverlof.
|
||||
|
||||
**10.** De commandant is gehouden in te stemmen met een verzoek van de militair het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzetten. De commandant behoeft aan dat aanvraag niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na indiening van het aanvraag. In het geval dat het ouderschapsverlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat ouderschapsverlof.
|
||||
|
||||
**11.** De commandant kan bepalen dat de aanspraak op ouderschapsverlof op grond van zwaarwegend dienstbelang wordt opgeschort.
|
||||
|
||||
**12.** Indien de militair op een datum gelegen na 1 april 2006 buiten Nederland werkzaam is, heeft hij aanspraak op het verlof bedoeld in dit artikel, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzet.
|
||||
|
||||
**13.** Het gestelde in de artikelen 63, 64, 65 en 67 is niet van toepassing op de militair die ouderschapsverlof geniet.
|
||||
**4.** De commandant kan bepalen dat de aanspraak op ouderschapsverlof op grond van zwaarwegend dienstbelang wordt opgeschort tot een later tijdstip, waarbij kan worden afgeweken van de datum, waarop op grond van artikel 6:4 van de Wet arbeid en zorg geen recht bestaat op ouderschapsverlof.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue