2005-03-01 | BWBR0002416 | Visserijwet 1963

This commit is contained in:
Coornhert 2005-03-01 12:00:00 +00:00
parent 825d8c023e
commit a4717dd2f4

View file

@ -579,7 +579,16 @@ De voordrachten bevatten een dubbeltal voor ieder te benoemen lid.
### Artikel 48
De secretaris en de plaatsvervangende secretarissen moeten aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, hebben verkregen het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren, mits dit doctoraat of dit recht verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het Nederlands burgerlijk recht, handelsrecht, staatsrecht en strafrecht.
**1.**
Voor benoeming tot secretaris of plaatsvervangende secretaris komt in aanmerking degene:
a. aan wie door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend, of
b. die aan een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het doctoraat in de rechtsgeleerdheid of het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen.
**2.** De graden, het doctoraat of het recht, bedoeld in het eerste lid, moeten zijn verkregen op grond van het afleggen van een examen aan een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs in het Nederlands burgerlijk recht, handelsrecht, staatsrecht en strafrecht.
**2a.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht. In die algemene maatregel van bestuur kan tevens worden bepaald dat van de exameneisen ten aanzien van bepaalde rechtsgebieden, genoemd in het tweede lid, kan worden afgeweken.
### Artikel 49