2008-10-01 | BWBR0009888 | Besluit Rijksgebouwendienst 1999

This commit is contained in:
Coornhert 2008-10-01 12:00:00 +00:00
parent 5f7ee97a40
commit a4c61cc046

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Besluit Rijksgebouwendienst 1999
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
a. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
b. dienst: Rijksgebouwendienst, genoemd in artikel 2;
c. huisvesting: ingebruikgeving en beheer van gebouwen, werken en daarbij behorende terreinen;
d. afnemer: lichaam of organisatie als bedoeld in de artikelen 3, onderdelen a, b en c, en 4, eerste lid.
@ -27,7 +27,11 @@ d. afnemer: lichaam of organisatie als bedoeld in de artikelen 3, onderdelen a,
### Artikel 2
Er is een Rijksgebouwendienst, die ressorteert onder het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De dienst heeft de status van agentschap.
**1.** Er is een Rijksgebouwendienst, die in organisatorische zin ressorteert onder het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De dienst heeft de status van agentschap.
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de kaders vast ten aanzien van het rijksbrede beleid inzake de rijkshuisvesting.
**3.** Onze Minister is verantwoordelijk voor de uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting.
### Artikel 3
@ -141,19 +145,13 @@ c. de kwaliteit van de architectuur en van de stedenbouwkundige en landschappeli
### Artikel 15a
**1.** Er is een Rijkshuisvestingsberaad.
**2.** Het Rijkshuisvestingsberaad overlegt over rijkshuisvestingsaangelegenheden en adviseert Onze Minister over deze aangelegenheden.
**3.** Onze Minister geeft, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, nadere regels omtrent de taken en bevoegdheden van het Rijkshuisvestingsberaad alsmede regels omtrent de samenstelling, inrichting, en werkwijze van het Rijkshuisvestingsberaad.
Vervallen
## Hoofdstuk 3. Het meerjarenbeleidsplan
### Artikel 16
**1.** Onze Minister legt na overleg met Onze Minister(s) wie het mede aangaat ten minste eenmaal per vijf jaar een meerjarenbeleidsplan ter vaststelling voor aan de ministerraad.
**2.** In het meerjarenbeleidsplan wordt het rijkshuisvestingsbeleid geformuleerd.
Vervallen
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen