2008-08-27 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2008-08-27 12:00:00 +00:00
parent cc3629dd1c
commit a4f09825af

View file

@ -1807,27 +1807,25 @@ Indien originele documenten worden ingenomen, wordt aan de vreemdeling een bewij
#### 2.1. Indiening van de asielaanvraag
De asielaanvraag van een vreemdeling van wie de vrijheid is ontnomen op grond van de Vw, wordt, op grond van artikel 3.108, derde lid, Vb, ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd. Dat kan een politiecel, een cel van de KMar, een Huis van Bewaring of een uitzetcentrum zijn.
Indien een vreemdeling van wie op grond van de Vw de vrijheid is ontnomen te kennen geeft een asielaanvraag in te willen dienen, kan door de IND worden besloten de vreemdeling voor de indiening van de aanvraag over te plaatsen naar het AC Schiphol. Dit geldt zowel voor vreemdelingen die een eerste asielaanvraag willen indienen, als voor vreemdelingen die een tweede of volgende asielaanvraag willen indienen. Op het AC zal de vrijheidsontneming worden voortgezet en zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld de asielaanvraag in te dienen. Alsdan wordt door de IND de brochure bedoeld in artikel 3.43a VV uitgereikt. Voor het overige geldt voor de vreemdeling die voor de behandeling van de asielaanvraag is overgeplaatst naar het AC Schiphol de gewone procedure. In afwijking van het gestelde in C14/1.1 geldt, dat indien blijkt dat de asielaanvraag zich niet leent voor afdoening in de AC-procedure, de IND beoordeelt of de bewaringsmaatregel dient te worden opgeheven en de asielzoeker wordt doorverwezen naar een opvanglocatie, óf dat de bewaringsmaatregel wordt voortgezet en de asielaanvraag wordt behandeld op de wijze zoals is neergelegd in C13/4, C15/3 en C18/3.3.
Of de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag wordt overgeplaatst naar het AC Schiphol wordt beoordeeld door de IND in overleg met de DT&V, de KMar dan wel de vreemdelingenpolitie. Aspecten die bij deze beoordeling van belang zijn, zijn onder meer de mogelijkheid van een spoedige uitzetting na een eventuele afwijzing, de capaciteit en beschikbaarheid van tolken op het AC Schiphol en de mogelijkheden tot vervoer van de vreemdeling. Ook omstandigheden gelegen in de persoon van de vreemdeling kunnen hierbij een rol spelen. Uitgangspunt is dat de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag wordt overgeplaatst naar AC Schiphol. Echter, vreemdelingen aan wie op strafrechtelijke gronden de vrijheid is ontnomen zullen in beginsel niet ter behandeling van een asielaanvraag worden overgebracht naar het AC Schiphol.
Indien niet wordt besloten tot overplaatsing naar het AC Schiphol en de vreemdeling in een cel van de KMar of een uitzetcentrum verblijft, neemt de KMar de aanvraag in ontvangst en zendt deze door naar de IND.
Ingeval de vreemdeling zich in een politiecel of een Huis van Bewaring bevindt, zal de vreemdelingenpolitie de aanvraag in ontvangst nemen en zorgdragen voor verzending aan de IND.
In deze gevallen wordt door de KMar dan wel de vreemdelingenpolitie bij het in ontvangstnemen van de aanvraag de brochure bedoeld in artikel 3.43a VV uitgereikt.
Nadat de vreemdeling bij de vreemdelingenpolitie dan wel bij de KMar een asielaanvraag heeft ingediend, dient de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar onverwijld de IND hieromtrent in te lichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van model M56 (kennisgeving aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling).
Het indienen van de asielaanvraag heeft, gelet op artikel 5.3, tweede lid, Vb, niet tot gevolg dat de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw om die enkele reden wordt opgeheven. Wel dient de Korpschef de grond van de inbewaringstelling zo spoedig mogelijk te wijzigen. Deze maatregel dient, net zoals de inbewaringstelling zelf, te worden gemotiveerd en uitgereikt aan de vreemdeling. De vreemdeling verblijft vervolgens niet langer in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, maar op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw. Dit is slechts anders indien de vreemdeling in kwestie een ongewenst vreemdeling betreft, daar een ongewenst vreemdeling door de indiening van een asielaanvraag geen rechtmatig verblijf verkrijgt. In dat geval kan de bewaring derhalve op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, voortduren.
Bovenstaande is van overeenkomstige toepassing indien de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag is overgebracht naar het AC Schiphol en zal in dat geval geschieden nadat de asielaanvraag in het AC is ingediend.
200724011-12-200707-12-20072007/38200751118-12-200710-12-200719-12-2007Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Vreemdelingenwet 2000 (implementatie richtlijn 2005/85/EG) (Stb. 2007/450) in werking treedt.
De asielaanvraag van een vreemdeling van wie de vrijheid is ontnomen wordt, op grond van artikel 3.108, derde lid, Vb, ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd. Dat kan een politiecel, een cel van de KMar, een Huis van Bewaring of een uitzetcentrum zijn.
Indien een vreemdeling van wie op grond van de Vw de vrijheid is ontnomen te kennen geeft een asielaanvraag in te willen dienen, kan door de IND worden besloten de vreemdeling voor de indiening van de aanvraag over te plaatsen naar het AC Schiphol. Dit geldt zowel voor vreemdelingen die een eerste asielaanvraag willen indienen, als voor vreemdelingen die een tweede of volgende asielaanvraag willen indienen. Op het AC zal de vrijheidsontneming worden voortgezet en zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld de asielaanvraag in te dienen. Alsdan wordt door de IND de brochure bedoeld in artikel 3.43a VV uitgereikt. Voor het overige geldt voor de vreemdeling die voor de behandeling van de asielaanvraag is overgeplaatst naar het AC Schiphol de gewone procedure. In afwijking van het gestelde in C14/1.1 geldt, dat indien blijkt dat de asielaanvraag zich niet leent voor afdoening in de AC-procedure, de IND beoordeelt of de bewaringsmaatregel dient te worden opgeheven en de asielzoeker wordt doorverwezen naar een opvanglocatie, óf dat de bewaringsmaatregel wordt voortgezet en de asielaanvraag wordt behandeld op de wijze zoals is neergelegd in C13/4, C15/3 en C18/3.3.
Of de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag wordt overgeplaatst naar het AC Schiphol wordt beoordeeld door de IND in overleg met de DT&V, de KMar dan wel de vreemdelingenpolitie. Aspecten die bij deze beoordeling van belang zijn, zijn onder meer de mogelijkheid van een spoedige uitzetting na een eventuele afwijzing, de capaciteit en beschikbaarheid van tolken op het AC Schiphol en de mogelijkheden tot vervoer van de vreemdeling. Ook omstandigheden gelegen in de persoon van de vreemdeling kunnen hierbij een rol spelen. Uitgangspunt is dat de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag wordt overgeplaatst naar AC Schiphol. Echter, vreemdelingen aan wie op strafrechtelijke gronden de vrijheid is ontnomen zullen in beginsel niet ter behandeling van een asielaanvraag worden overgebracht naar het AC Schiphol.
Indien niet wordt besloten tot overplaatsing naar het AC Schiphol en de vreemdeling in een cel van de KMar of een uitzetcentrum verblijft, neemt de KMar de aanvraag in ontvangst en zendt deze door naar de IND.
Ingeval de vreemdeling zich in een politiecel of een Huis van Bewaring bevindt, zal de vreemdelingenpolitie de aanvraag in ontvangst nemen en zorgdragen voor verzending aan de IND.
In deze gevallen wordt door de KMar dan wel de vreemdelingenpolitie bij het in ontvangst nemen van de aanvraag de brochure bedoeld in artikel 3.43a VV uitgereikt.
Nadat de vreemdeling bij de vreemdelingenpolitie dan wel bij de KMar een asielaanvraag heeft ingediend, dient de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar onverwijld de IND hieromtrent in te lichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van model M56 (kennisgeving aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling).
Het indienen van de asielaanvraag heeft, gelet op artikel 5.3, tweede lid, Vb, niet tot gevolg dat de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 Vw om die enkele reden wordt opgeheven. Wel dient de Korpschef de grond van de inbewaringstelling zo spoedig mogelijk te wijzigen. Deze maatregel dient, net zoals de inbewaringstelling zelf, te worden gemotiveerd en uitgereikt aan de vreemdeling. De vreemdeling verblijft vervolgens niet langer in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, maar op grond van artikel 59, eerste lid, onder b, Vw. Dit is slechts anders indien de vreemdeling in kwestie een ongewenst verklaarde vreemdeling betreft, daar een ongewenst verklaarde vreemdeling door de indiening van een asielaanvraag geen rechtmatig verblijf verkrijgt. In dat geval kan de bewaring derhalve op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw, voortduren.
Bovenstaande is van overeenkomstige toepassing indien de vreemdeling ter behandeling van de asielaanvraag is overgebracht naar het AC Schiphol en zal in dat geval geschieden nadat de asielaanvraag in het AC is ingediend.
Het indienen van de asielaanvraag door een vreemdeling aan wie rechtens de vrijheid is ontnomen heeft evenmin tot gevolg dat de uitzettingshandelingen worden stopgezet of opgeschort, met dien verstande dat de uitgangspunten van de asielprocedure niet worden aangetast. Zo blijven handelingen waarbij contact wordt gelegd met de autoriteiten van het land van herkomst achterwege.
#### 2.2. Handelingen ten behoeve van het toezicht
@ -2530,7 +2528,9 @@ In dit geval bestaat geen aanleiding om uitstel te verlenen. Wijziging van gemac
### 3. Voornemenprocedure als de vrijheid is ontnomen
Alvorens een beslissing op de asielaanvraag wordt genomen, wordt de asielzoeker van wie rechtens de vrijheid is ontnomen in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op de voorgenomen afwijzing te geven, conform artikel 39 Vw en artikel 3.116 Vb. Het voornemen wordt uitgereikt. De asielzoeker brengt in deze situatie zijn zienswijze binnen twee weken na uitreiking van het voornemen naar voren, tenzij de AC-procedure wordt toegepast. In dat geval is artikel 3.117 Vb van toepassing (zie C15/4). De asielzoeker krijgt voor het indienen van een zienswijze geen uitstel.
Alvorens een beslissing op de asielaanvraag wordt genomen, wordt de asielzoeker van wie rechtens de vrijheid is ontnomen in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op de voorgenomen afwijzing te geven. Het voornemen wordt uitgereikt.
Ingevolge artikel 3.116 Vb brengt de vreemdeling aan wie de vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6 of artikel 59 Vw zijn zienswijze binnen twee weken na uitreiking van het voornemen naar voren, tenzij de AC-procedure wordt toegepast. In dat geval is artikel 3.117 Vb van toepassing (zie C15/4). De asielzoeker krijgt voor het indienen van een zienswijze geen uitstel.
Voor het overige is het gestelde in C15/2 van overeenkomstige toepassing.
@ -4128,75 +4128,69 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi geldt geen besluit in de zin van artike
### [6]. Het asielbeleid ten aanzien van China
#### 1. Datum
Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt.
#### 2. Achtergrond
#### 1. Achtergrond
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor China. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 31 mei 2006 over de situatie in China.
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van april 2008 over de situatie in China (zie de website van het Ministerie van BuZa).
#### 3. Besluitmoratorium
#### 2. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit China is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vw.
#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 4.1. Aanhangers van een spirituele beweging
##### 3.1. Aanhangers van een spirituele beweging
De Falun Gong is sinds 1999 een verboden sekte. Aanhangers van de Falun Gong worden door de Chinese autoriteiten nog steeds vervolgd.
De Falun Gong is sinds 1999 een verboden sekte. Falun Gong-aanhangers lopen het gevaar te worden opgepakt, zodra het algemeen bekend is dat ze Falun Gong-aanhanger zijn.
Duizenden Falun Gong-aanhangers worden bestraft of naar intensieve anti-Falun Gong studiesessies gestuurd waar ze onder grote druk gezet worden om afstand te nemen van de Falun Gong. Volharden zij in hun overtuiging, dan worden ze vaak zonder proces naar heropvoedingskampen gestuurd. Leiders van de Falun Gong worden onmiddellijk in deze kampen opgesloten. Ook worden veel Falun Gong aanhangers in psychiatrische detentiecentra opgesloten.
Duizenden Falun Gong-aanhangers zijn naar intensieve anti-Falun Gong studiesessies gestuurd waar ze onder grote druk worden gezet om afstand te nemen van de Falun Gong. Volharden zij in hun overtuiging, dan worden naar heropvoedingskampen gestuurd. Leiders van de Falun Gong worden zij onmiddellijk in deze kampen opgesloten. Ook worden veel Falun Gong aanhangers naar gevangenissen en psychiatrische instellingen gestuurd. Falun Gong-aanhangers lopen hierbij een groot risico om gemarteld te worden.
Ook andere spirituele bewegingen als de Zhong Gong, Guo Gong en de Sian Gong groep hebben te maken met toegenomen repressie van de Chinese autoriteiten.
Ook andere spirituele bewegingen als de Zhong Gong, Guo Gong en de Xian Gong-groep worden, net als de Falun Gong, aangemerkt als evil cult.
Voor nadere informatie over de Falun Gong en de Zhong Gong beweging wordt verwezen naar de ambtsberichten van de Minister van BuZa van 28 november 2001 en 30 juni 2005.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij het gevaar loopt opgepakt te worden, dat hij strafrechtelijk vervolgd wordt of zal worden, of dat hij naar een heropvoedingskamp, een gevangenis of een psychiatrische instelling zal worden gestuurd vanwege het lidmaatschap van een verboden spirituele beweging, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Indien betrokkene zich erop beroept aanhanger te zijn van één van de genoemde spirituele bewegingen en hij aannemelijk maakt dat hij strafrechtelijk vervolgd wordt of zal worden vanwege lidmaatschap van een spirituele beweging, en er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, of dat hij vanwege dit lidmaatschap naar een heropvoedingskamp zal worden gestuurd of in een psychiatrisch detentiecentrum zal worden opgesloten, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
##### 3.2. Aanhangers van religieuze groeperingen
##### 4.2. Aanhangers van religieuze groeperingen
In de Chinese grondwet staat vrijheid van godsdienst en de vrijheid om niet te geloven omschreven. Ten opzichte van religieuze activiteiten van officieel geregistreerde kerken is er sprake van tolerantie.
In de Chinese grondwet staat vrijheid van godsdienst en de vrijheid om niet te geloven omschreven. Nog steeds heeft de Chinese overheid weinig respect voor de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Lokale autoriteiten maken geregeld gebruik van administratieve procedures om zonder rechtsgang leden van niet-geregistreerde kerkgenootschappen te veroordelen tot heropvoeding door arbeid. Vooral leiders van ongeoorloofde kerken lopen het risico te worden geïntimideerd, verhoord, vastgezet en mishandeld.
Het komt geregeld voor dat lokale autoriteiten leden van niet-geregistreerde kerkgenootschappen veroordelen tot een straf in een heropvoedingskamp. Vooral leiders van ongeoorloofde kerken lopen het risico te worden geïntimideerd, verhoord, vastgezet en mishandeld. Ook worden niet-geregistreerde kerken en tempels gesloten of gesloopt.
Sinds 1982 bestaat een verbod op huiskerken. Niet-geregistreerde plaatsen, zoals ondergrondse huiskerken, zijn daarom sinds 1982 illegaal. Op hoog politiek niveau is in de zomer van 2004 besloten de aanpak van niet-geregistreerde kerken te verscherpen.
Sinds 1996 worden groepen verboden die worden aangeduid als evil cults. Zie voor een opsomming van groepen het ambtsbericht van de Minister van BuZa. Sekteleden kunnen drie tot zeven jaar gevangenisstraf krijgen wegens het verstoren van de publieke orde of het uitdelen van publicaties. Sekteleiders lopen het risico op minimaal zeven jaar gevangenisstraf, net als personen die zich bezig houden met het werven van nieuwe leden.
In 1996 is door het Staand Comité van het Nationaal Volkscongres een besluit aangenomen om alle sekten te verbieden en de leden te vervolgen. Leden van illegale sekten lopen het risico te worden opgepakt en te worden gedetineerd.
Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij strafrechtelijk vervolgd wordt, of zal worden, vanwege lidmaatschap van een religieuze groepering of sekte, en er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Indien betrokkene aannemelijk maakt dat hij strafrechtelijk vervolgd wordt of zal worden, vanwege lidmaatschap van een religieuze groepering of sekte, en er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
##### 3.3. Politieke dissidenten en mensenrechtenactivisten
##### 4.3. Politieke dissidenten en mensenrechtenactivisten
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de Chinese autoriteiten politieke partijen die zich kritisch opstellen tegenover de Chinese Communistische Partij niet toestaan. Ook het pleiten voor meer democratie wordt niet geduld.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 30 juni 2005 blijkt dat de Chinese autoriteiten niet toelaten dat de leidende rol van de Chinese Communistische Partij wordt aangetast of in gevaar wordt gebracht en dat kritiek wordt geleverd op regeringsleiders of officiële beleidsuitgangspunten van die partij.
Politieke dissidenten en mensenrechtenactivisten kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel, indien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij als zodanig bekend zijn bij de Chinese autoriteiten en dat de problemen die zij verwachten van de zijde van de autoriteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
Politieke dissidenten en mensenrechtenactivisten kunnen daarom op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel, indien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij als zodanig bekend zijn bij de Chinese autoriteiten en dat de problemen die zij verwachten van de zijde van de autoriteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
##### 3.4. Etnische minderheden
##### 4.4. Etnische minderheden
###### 3.4.1. Oeigoeren
###### 4.4.1. Oeigoeren
####### 3.4.1.1. Discriminatie
####### 4.4.1.1. Discriminatie
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat Oeigoeren zich achtergesteld voelen ten opzichte van Han-Chinezen en dat veel van de protesten van Oeigoerse organisaties gericht zijn tegen de bevoordeling van de Han-bevolking in Xinjiang. Indien een Oeigoer zich beroept op discriminatie, is het algemene beleid van C2/2.5 van toepassing.
In het westen van China in Xinjiang leven de Oeigoeren. Zij zijn etnisch verwant aan de Turkse volkeren en de overheersende godsdienst is de islam. Oeigoeren voelen zich achtergesteld in vergelijking met de Han-Chinezen in Xinjiang.
####### 3.4.1.2. Onafhankelijkheidsstreven en religieus extremisme
Indien Oeigoeren zich beroepen op discriminatie dient, voor de beoordeling of de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef onder a, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, bezien te worden of de discriminatie is aan te merken als vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (zie C2/2.5).
Diverse groeperingen spannen zich in voor een onafhankelijk Xinjiang, dat Oost-Turkestan zou moeten heten. Een kleine minderheid van de Oeigoeren grijpt naar geweld om het onafhankelijkheidsstreven kracht bij te zetten.
####### 4.4.1.2. Onafhankelijkheidsstreven en religieus extremisme
China voert in Xinjiang een actief beleid tegen de Drie Kwaden separatisme, terrorisme en religieus extremisme, waarbij nauwelijks onderscheid wordt gemaakt tussen vreedzame uitingen van protest enerzijds en gewelddadige anderzijds. De Chinese overheid treedt hierbij hard op.
Veel Oeigoeren streven naar een vrij Oost-Turkestan, zonder Chinese overheersing.
Oeigoeren die aannemelijk maken dat zij bij terugkeer strafrechtelijk vervolgd zullen worden vanwege politieke of religieuze activiteiten in China, terwijl er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Sinds 1996 worden in Xinjiang campagnes gevoerd tegen separatisme, terrorisme en religieus extremisme, waarbij onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen vreedzame uitingen van protest enerzijds en gewelddadige uitingen anderzijds. Vooral sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de VS treden de Chinese autoriteiten hard op. Oeigoeren worden onder meer veroordeeld voor illegale religieuze activiteiten en het in gevaar brengen van de staatsveiligheid.
In zaken waarbij aanslagen of separatistische activiteiten een rol spelen, wordt bijzondere aandacht besteed aan de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3).
Oeigoeren die aannemelijk maken dat zij bij terugkeer strafrechtelijk vervolgd worden of zullen worden vanwege politieke of religieuze activiteiten in China, terwijl er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
####### 3.4.1.3. Terugkeer
In zaken waarbij aanslagen of separatistische activiteiten een rol spelen, dient aandacht te worden besteed aan de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3).
Op basis van het ambtsbericht van 31 mei 2006 geldt tot nog toe een bijzonder beleid ten aanzien van Oeigoeren die het land hebben verlaten zonder de juiste procedures te volgen (bijvoorbeeld zonder paspoort of met een vals paspoort), Oeigoeren van wie de autoriteiten vermoeden dat zij politiek asiel hebben aangevraagd in het buitenland en Oeigoeren die langere tijd in het buitenland hebben verbleven.
####### 4.4.1.3. Terugkeer
De informatie in het huidige ambtsbericht is andersluidend. Mede gezien de recente ontwikkelingen in China, waarbij een negatieve trend op het gebied van de mensenrechten is waar te nemen, is niettemin besloten om het huidig beleid te handhaven om te bezien of de situatie zich op dit punt bestendigt.
Uit het ambtsbericht blijkt dat voor Oeigoeren die het land hebben verlaten zonder de juiste procedures te volgen (bijvoorbeeld zonder paspoort of met een vals paspoort) de kans erg groot is dat bij terugkeer naar China zij zullen worden ondervraagd. Dit geldt ook voor Oeigoeren van wie de autoriteiten vermoeden dat zij politiek asiel hebben aangevraagd in het buitenland en Oeigoeren die langere tijd in het buitenland hebben verbleven. Soms leidt een ondervraging tot arrestatie van de terugkerende Oeigoer. In welke gevallen dat is, valt niet aan te geven. In geval van arrestatie loopt betrokkene het risico te worden mishandeld of gefolterd.
Indien een Oeigoer aannemelijk maakt dat hij deel uitmaakt van één van de hierboven genoemde categorieën en dat hij bij terugkeer niet alleen zal worden ondervraagd, maar tevens zal worden gearresteerd, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Dit houdt in, dat indien een Oeigoer aannemelijk maakt dat hij deel uitmaakt van één van de hierboven genoemde categorieën en dat hij bij terugkeer niet alleen zal worden ondervraagd, maar tevens zal worden gearresteerd, hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Hierbij wordt aangetekend dat:
@ -4210,31 +4204,33 @@ Dit wordt in ieder geval aangenomen indien de vreemdeling zelf (of via zijn gema
In deze gevallen geldt een verzwaarde bewijslast aan de kant van de asielzoeker. De asielzoeker zal in deze gevallen overtuigend moeten motiveren dat hij een risico loopt.
####### 4.4.1.4. Derdelandenexcepties
####### 3.4.1.4. Derdelandenexcepties
Ingeval van Oeigoeren geldt dat Centraal-Aziatische landen meewerken aan het uitleveren van Oeigoeren aan China. Kazachstan en China hebben hiertoe een verdrag getekend. De derdelandenexceptie kan daarom niet aan Oeigoeren met de Chinese nationaliteit worden tegengeworpen als het gaat om Afghanistan, Kazachstan, Kyrgyzstan, Nepal, Oezbekistan, Pakistan, Tadzjikistan en Turkmenistan.
####### 4.4.1.5. Geloofwaardigheid
####### 3.4.1.5. Geloofwaardigheid
Er wordt nauwkeurig onderzocht of de betrokken vreemdeling daadwerkelijk een Oeigoer uit China is. Indien betrokkene Oeigoers spreekt, is dit een vrij sterke aanwijzing dat hij daadwerkelijk Oeigoer is. Indien betrokkene geen documenten heeft, wordt extra aandacht besteed aan de vraag of betrokkene daadwerkelijk afkomstig is uit China. Ook in de aan Xinjiang grenzende landen (met name in Kazachstan) komen Oeigoeren voor.
Aanknopingspunt hiervoor is dat Oeigoeren uit China Chinees (Mandarijn) moeten kunnen spreken en schrijven. Deze taal is de officiële taal in China en wordt op alle openbare scholen in China gedoceerd. Overal in China zijn er Chinezen die steeds in het Mandarijn spreken. Hoewel het mogelijk is dat betrokkene in het dagelijks leven Oeigoers spreekt, moet hij iets in het Mandarijn kunnen vertellen. Documentloze Oeigoeren die niets over de Chinese taal (Mandarijn) kunnen vertellen komen in beginsel niet uit China.
Aanknopingspunt hiervoor is dat Oeigoeren uit China enig Chinees (Mandarijn) moeten kunnen spreken en schrijven. Deze taal is de officiële taal in China en wordt op alle openbare scholen in China gedoceerd. Overal in China zijn er Chinezen die steeds in het Mandarijn spreken. Hoewel het ambtsbericht van de Minister van BuZa aangeeft dat veel Oeigoeren een gebrekkige kennis van het Mandarijn hebben, moet een Oeigoer iets in het Mandarijn kunnen vertellen. Documentloze Oeigoeren die niets over de Chinese taal (Mandarijn) kunnen vertellen komen in beginsel niet uit China.
###### 4.4.2. Tibetanen
###### 3.4.2. Tibetanen
####### 4.4.2.1. Inleiding
####### 3.4.2.1. Inleiding
Veel Tibetanen zijn gekant tegen de zo groot mogelijke etnische assimilatie van Tibet en zijn etnische bevolking door de Chinese autoriteiten. Het streven naar autonomie voor Tibet door de Dalai Lama wordt door China geïnterpreteerd als een onafhankelijkheidsstrijd. Tibetaanse boeddhistische monniken en nonnen zijn soms als politiek activist actief. Iedere politieke activiteit wordt door de Chinese regering onderdrukt en vaak worden pro-onafhankelijkheidsactivisten opgepakt.
Tibetanen die openlijk uitkomen voor een onafhankelijk Tibet of publiekelijk hun steun betuigen aan de Dalai Lama, kunnen te maken krijgen met martelingen, arrestaties en detenties zonder berechting. Op het in gevaar brengen van de staatsveiligheid en op separatistische activiteiten staat elk vijftien jaar gevangenisstraf, met een maximum van twintig jaar in totaal.
Het Tibetaanse boeddhisme kan openlijk worden beleden. Vele traditionele religieuze handelingen en uitingen van het geloof zijn toegestaan. Het komt echter voor dat religieuze activiteiten, zoals festivals, door de overheid worden gezien als uitingen van politieke onvrede of onafhankelijkheidsstreven. Ook worden kloosters gesloten en worden monniken en nonnen opgepakt die beschuldigd worden van politieke gedragingen.
Het Tibetaanse boeddhisme kan openlijk worden beleden. De Chinese autoriteiten handhaven wel strikte controles op alle religieuze activiteiten en op de gang van zaken in tempels en kloosters. Het komt voor dat religieuze activiteiten, zoals festivals, door de overheid worden gezien als uitingen van politieke onvrede of onafhankelijkheidsstreven. Ook worden kloosters gesloten en worden monniken en nonnen opgepakt die beschuldigd worden van politieke gedragingen.
Tibetaanse asielzoekers, die aannemelijk maken dat zij strafrechtelijk vervolgd worden of zullen worden vanwege politieke activiteiten in China en er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
####### 4.4.2.2. Terugkeer
####### 3.4.2.2. Terugkeer
Uit het ambtsbericht blijkt dat voor Tibetanen die het land hebben verlaten zonder de juiste procedures te volgen (bijvoorbeeld zonder paspoort of met een vals paspoort) de kans erg groot is dat zij bij terugkeer naar China zullen worden ondervraagd. Dit geldt ook voor Tibetanen van wie de autoriteiten vermoeden dat zij politiek asiel hebben aangevraagd in het buitenland en Tibetanen die langere tijd in het buitenland hebben verbleven. Soms leidt een ondervraging tot arrestatie van de terugkerende Tibetaan. In welke gevallen dat is, valt niet aan te geven. In geval van arrestatie loopt betrokkene het risico te worden mishandeld of gefolterd.
Op basis van het ambtsbericht van 31 mei 2006 geldt tot nog toe een bijzonder beleid ten aanzien van Tibetanen die het land hebben verlaten zonder de juiste procedures te volgen (bijvoorbeeld zonder paspoort of met een vals paspoort), Tibetanen van wie de autoriteiten vermoeden dat zij politiek asiel hebben aangevraagd in het buitenland en Tibetanen die langere tijd in het buitenland hebben verbleven.
Indien een Tibetaan aannemelijk maakt dat hij deel uitmaakt van één van de hierboven genoemde categorieën en dat hij bij terugkeer niet alleen zal worden ondervraagd, maar tevens zal worden gearresteerd, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Hoewel de informatie in het huidige ambtsbericht andersluidend is, is besloten om dit beleid, mede gezien de recente ontwikkelingen in China, te handhaven om te bezien of de situatie zich op dit punt bestendigt.
Dit houdt in, dat indien een Tibetaan aannemelijk maakt dat hij deel uitmaakt van één van de hierboven genoemde categorieën en dat hij bij terugkeer niet alleen zal worden ondervraagd, maar tevens zal worden gearresteerd, hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Hierbij wordt aangetekend dat:
@ -4248,79 +4244,77 @@ Dit wordt in ieder geval aangenomen indien de vreemdeling zelf (of via zijn gema
In deze gevallen geldt een verzwaarde bewijslast aan de kant van de asielzoeker. De asielzoeker zal in deze gevallen overtuigend moeten motiveren dat hij een risico loopt.
####### 4.4.2.3. Geloofwaardigheid
####### 3.4.2.3. Geloofwaardigheid
Verhoogde aandacht wordt besteed aan de vraag of betrokkene daadwerkelijk een Tibetaan uit China is. Indien betrokkene Tibetaans spreekt, is dit een vrij sterke aanwijzing dat hij daadwerkelijk Tibetaan is. Indien betrokkene geen documenten heeft, wordt extra aandacht besteed aan de vraag of betrokkene daadwerkelijk afkomstig is uit China.
Aanknopingspunt hiervoor is dat Tibetanen uit China Chinees (Mandarijn) moeten kunnen spreken en schrijven Deze taal is de officiële taal in China en wordt op alle openbare scholen in China gedoceerd. Overal in China zijn er Chinezen die steeds in het Mandarijn spreken. Hoewel het mogelijk is dat betrokkene in het dagelijks leven Tibetaans spreekt, moet hij iets in het Mandarijn kunnen vertellen. Taalanalyses voor Tibetanen (Tibetaans) zijn mogelijk. Documentloze Tibetanen die niets over de Chinese taal (Mandarijn) kunnen vertellen komen in beginsel niet uit China.
Aanknopingspunt hiervoor is dat Tibetanen uit China Chinees (Mandarijn) moeten kunnen spreken en schrijven Deze taal is de officiële taal in China en wordt op alle openbare scholen in China gedoceerd. Overal in China zijn er Chinezen die steeds in het Mandarijn spreken. Hoewel het mogelijk is dat betrokkene in het dagelijks leven Tibetaans spreekt, moet hij iets in het Mandarijn kunnen vertellen. Documentloze Tibetanen die niets over de Chinese taal (Mandarijn) kunnen vertellen komen in beginsel niet uit China.
###### 4.4.3. Etnische Mongolen uit Binnen-Mongolië
###### 3.4.3. Etnische Mongolen uit Binnen-Mongolië
In Binnen-Mongolië is geen sprake van discriminatie van de etnisch Mongoolse minderheid. Activiteiten van Binnen-Mongolen die door de Chinese autoriteiten worden beschouwd als separatisme worden niet geduld en kunnen leiden tot meerjarige gevangenisstraf. Protestbewegingen die openlijk streven naar een onafhankelijk Binnen-Mongolië zijn sinds 1995 niet of nauwelijks meer actief in Mongolië.
In Binnen-Mongolië is voorzover bekend geen sprake van discriminatie van de etnisch Mongoolse minderheid. Activiteiten van Binnen-Mongolen die door de Chinese autoriteiten worden beschouwd als separatisme worden niet geduld en kunnen leiden tot een lange gevangenisstraf. Protestbewegingen die openlijk streven naar een onafhankelijk Binnen-Mongolië zijn sinds 1995 niet of nauwelijks meer actief in Mongolië.
Etnisch Mongoolse asielzoekers, die aannemelijk maken dat zij strafrechtelijk vervolgd worden of zullen worden vanwege politieke activiteiten in Binnen-Mongolië en er sprake is van een strafmaat van een zeker gewicht, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In zaken waarbij aanslagen of separatistische activiteiten een rol spelen, dient aandacht te worden besteed aan de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3).
In zaken waarbij aanslagen of separatistische activiteiten een rol spelen, wordt aandacht besteed aan de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3).
##### 4.5. Gezinnen met meerdere kinderen
##### 3.5. Gezinnen met meerdere kinderen
Een beschrijving van de toepassing van het Chinese beleid dat in 1979 werd ingezet om het aantal geboorten en daarmee de bevolkingsgroei te beperken, is te vinden in het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 28 augustus 2000, paragraaf 3.3.4. Een geactualiseerd beeld is te vinden in het ambtsbericht van 30 juni 2005, paragraaf 3.1.2 en 3.4.1. De regels voor de handhaving van het geboortebeleid in China worden geleidelijk versoepeld. In sociaal-maatschappelijk opzicht is er geen sprake van discriminatie van illegale kinderen.
Op grond van de Wet op de gezinsplanning mag een Chinees echtpaar in beginsel slechts één kind krijgen. In veel gevallen kan daarop echter een uitzondering worden gemaakt door de Chinese autoriteiten.
Op 1 september 2002 is de eerste nationale wet over gezinsplanning in werking getreden. Deze wet geeft verdere invulling aan de beperkte constitutionele voorzieningen die daarvoor de enige richtlijn vormden voor lokale regelgeving voor dit onderwerp. De bedoeling van deze wet is dat een einde komt aan machtsmisbruik en corruptie met betrekking tot het innen van boetes en belastingen bij gezinnen die meer dan één kind hadden gekregen.
Stellen die meer kinderen krijgen dan is toegestaan, moeten een boete betalen, de zogenaamde social compensation fee. De hoogte hiervan kan per provincie en per regio verschillen.
Een beroep op het geboortebeleid is op zichzelf onvoldoende om tot verlening van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw over te gaan.
Sinds 2002 is een wet van kracht die fysieke dwang tot abortus en sterilisatie in het kader van family planning verbiedt, hoewel incidenten op regionaal niveau toch nog voorkomen.
##### 4.6. Dienstplichtigen en deserteurs
Een beroep op het geboortebeleid is op zichzelf onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij of zij te maken zal krijgen met gedwongen abortus of sterilisatie, kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
##### 3.6. Dienstplichtigen en deserteurs
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat dienstplichtigen wel worden ingeschreven, maar niet worden opgeroepen. In de praktijk hoeft iemand niet in dienst als hij dat niet wil. Door het grote aantal jongeren dat carrière wil maken in het leger, werkt China de facto met een beroepsleger. Universiteitsstudenten, zowel mannen als vrouwen, zijn wel verplicht een militaire training te ondergaan gedurende hun studententijd.
Ten aanzien van China heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
#### 5. Traumatabeleid
#### 4. Traumatabeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot China geen bijzonderheden.
#### 6. Categoriale bescherming
#### 5. Categoriale bescherming
Asielzoekers uit China komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing.
##### 7.2. Veilig land van herkomst
##### 6.2. Veilig land van herkomst
China wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
China wordt niet beschouwd als veilig derde land.
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
##### 7.5. Republiekvlucht
##### 6.5. Legale uitreis
Republiekvlucht is op zichzelf onvoldoende reden om tot statusverlening over te gaan. Er zijn geen aanwijzingen dat het aanvragen van asiel in het buitenland leidt tot strafrechtelijke vervolging of anderszins tot speciale aandacht van de kant van de autoriteiten.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat uitreis van migranten uit China dikwijls legaal geschiedt. Na de legale uitreis reist men vaak onder een valse naam verder. De reis eindigt veelal zonder papieren. Door de Chinese autoriteiten worden deze mensen niet als illegale emigranten beschouwd; zij hebben China immers legaal verlaten.
##### 7.6. Legale uitreis
Uit het meest recente ambtsbericht van het Ministerie van BuZa blijkt dat uitreis van migranten uit China dikwijls legaal geschiedt. Door het wegnemen van een aantal administratieve obstakels begin 2001 heeft de Chinese overheid de legale uitreis van Chinese staatsburgers aanzienlijk eenvoudiger gemaakt. Na de legale uitreis reist men vaak onder een valse naam verder. De reis eindigt veelal zonder papieren. Door de Chinese autoriteiten worden deze mensen niet als illegale emigranten beschouwd; zij hebben China immers legaal verlaten.
#### 8. Opvangmogelijkheden Amvs
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
Voor Amvs is adequate opvang in China voorhanden. Amvs van Chinese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amvs. Voorts blijkt dat er duidelijkheid bestaat over de ontvangst van de Amv in China door de autoriteiten aldaar. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat bij de feitelijke terugkeer de toegang tot een concrete opvangplaats niet door de Nederlandse autoriteiten geregeld behoeft te worden.
In beginsel dient ervan te worden uitgegaan dat de opvang in weeshuizen in China adequaat is. Dit geldt ook voor situaties waarin sprake is van een minderjarige vrouw met een kind.
In beginsel wordt ervan uitgegaan dat de opvang in weeshuizen in China adequaat is. Dit geldt ook voor situaties waarin sprake is van een minderjarige vrouw met een kind.
Indien in het individuele geval wordt betwist dat adequate opvang voor betrokkene aanwezig is, wordt gelet op de uitgebreide mogelijkheden van (adequate) opvang van de betrokkene verwacht dat hij aantoont dat in zijn geval geen adequate opvang aanwezig is ofwel dat hij aantoont dat er een reële kans is dat hij geplaatst wordt in een weeshuis of verzorgingshuis dat, naar lokale maatstaven gemeten, niet adequaat is. De bewijslast ligt hierbij bij de betrokken asielzoeker.
Indien een vreemdeling in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning regulier onder de beperking verblijf als Amv, dan wordt deze vergunning ingetrokken op grond van de aanwezigheid van adequate opvang in China. Een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking voortgezet verblijf, dan wel een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning, wordt afgewezen. De verblijfsvergunningen van Chinese vreemdelingen die onder het overgangsrecht 18+ vallen, worden echter niet ingetrokken.
#### 9. Vertrekmoratorium
#### 8. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit China geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.