2002-06-07 | BWBR0003296 | Sanctiewet 1977
This commit is contained in:
parent
634e6dda61
commit
a502698fcc
1 changed files with 115 additions and 18 deletions
|
|
@ -3,13 +3,15 @@ titel: Sanctiewet 1977
|
|||
bwb_id: BWBR0003296
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1980-04-21'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-06-07'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003296
|
||||
citeertitel: Sanctiewet 1977
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Sanctiewet 1977
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Definities
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
|
@ -19,17 +21,19 @@ b. sanctieregeling: een regeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid, of artike
|
|||
c. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat;
|
||||
d. bedrijfslichaam: een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Uitvoering van internationale sancties
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde, kunnen bij algemene maatregel van bestuur de in de artikelen 3 en 4 omschreven regels worden vastgesteld.
|
||||
**1.** Ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme, kunnen bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde onderwerpen regels worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in de artikelen 3 en 4 omschreven regels uitsluitend strekken ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties kan Onze Minister deze vaststellen.
|
||||
**2.** Indien de te stellen regels uitsluitend strekken ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties kan Onze Minister deze vaststellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 2 bedoelde regels kunnen betreffen het goederen-, diensten- en betalingsverkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, het wegverkeer, de post en de telecommunicatie en al hetgeen overigens is vereist ter voldoening aan de verdragen, besluiten, aanbevelingen dan wel internationale afspraken, bedoeld in artikel 2, een en ander met betrekking tot de in de regels aangewezen staten of gebieden.
|
||||
**1.** De in artikel 2 bedoelde regels kunnen betreffen het goederen-, diensten- en financieel verkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, het wegverkeer, de post en de telecommunicatie en al hetgeen overigens is vereist ter voldoening aan de verdragen, besluiten, aanbevelingen dan wel internationale afspraken, bedoeld in artikel 2.
|
||||
|
||||
**2.** Onder het in het eerste lid genoemde verkeer met betrekking tot de in de regels aangewezen staten of gebieden wordt begrepen iedere handeling, die kennelijk rechtstreeks is gericht op het bewerkstelligen van zulk verkeer.
|
||||
**2.** Onder het in het eerste lid genoemde verkeer wordt begrepen iedere handeling, die kennelijk rechtstreeks is gericht op het bewerkstelligen van zulk verkeer.
|
||||
|
||||
**3.** De in artikel 2 bedoelde regels kunnen mede voorschriften inhouden betreffende de in het verband van de onderwerpen, aangeduid in het eerste lid, gebruikelijke documenten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -37,18 +41,13 @@ d. bedrijfslichaam: een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, v
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
De in artikel 2 bedoelde regels kunnen tevens de toegang en het verblijf van vreemdelingen betreffen, in die zin dat in de regels kan worden bepaald, dat:
|
||||
|
||||
1°. in afwijking van de artikelen 3 en 12 van de Vreemdelingenwet 2000 de toegang en het verblijf kunnen worden geweigerd aan vreemdelingen die
|
||||
|
||||
a. onderdaan zijn van een in de regels aan te wijzen staat,
|
||||
b. gevestigd zijn in een in de regels aan te wijzen buiten het Koninkrijk gelegen gebied of
|
||||
c. in het bezit zijn van documenten voor grensoverschrijding afgegeven door in de regels aan te wijzen instanties;
|
||||
2°. Onze Ministers verblijfsvergunningen als bedoeld in de artikelen 14 en 20 van de Vreemdelingenwet 2000 van vreemdelingen die behoren tot één van de onder 1° bedoelde categorieën, kunnen intrekken. Een intrekking op grond van dit artikel geldt als een intrekking op grond van artikel 19 respectievelijk artikel 22 van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
De in artikel 2 bedoelde regels kunnen tevens de toegang en het verblijf van vreemdelingen betreffen, in die zin dat voor zover nodig in afwijking van de artikelen 3 en 12 van de Vreemdelingenwet 2000 de toegang en het verblijf aan in de regels aangeduide vreemdelingen kunnen worden geweigerd en dat Onze Minister van Justitie verblijfsvergunningen als bedoeld in de artikelen 14 en 20 van de Vreemdelingenwet 2000 van de bedoelde vreemdelingen kan intrekken. Een intrekking op grond van dit artikel geldt als een intrekking op grond van artikel 19 respectievelijk artikel 22 van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën kan de Nederlandsche Bank NV in de gelegenheid stellen haar zienswijze te geven omtrent de beoordeling van aanvragen om ontheffing op grond van artikel 9 alsmede over de uitvoering van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde regels met betrekking tot financiële aangelegenheden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 3. Tijdelijke voorschriften
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,9 +67,11 @@ Bij regeling kan Onze Minister, wanneer hij overweegt een voordracht tot vastste
|
|||
|
||||
Een sanctieregeling op grond van artikel 7 blijft, behoudens eerdere intrekking van kracht totdat een krachtens artikel 2 vastgesteld besluit, dat hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt, doch uiterlijk tot tien maanden na het in werking treden van de regeling.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Vrijstelling en ontheffing
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Van voorschriften in regels als omschreven in artikel 3 kan Onze in het sanctiebesluit of in de sanctieregeling aangewezen Minister vrijstelling en, op daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen.
|
||||
**1.** Van voorschriften in regels op grond van artikel 2 of artikel 7 gesteld ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld in artikel 3, kan Onze in het sanctiebesluit of in de sanctieregeling aangewezen Minister vrijstelling en, op daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen.
|
||||
|
||||
**2.** Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen verplichtingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -78,11 +79,105 @@ Een sanctieregeling op grond van artikel 7 blijft, behoudens eerdere intrekking
|
|||
|
||||
**4.** Onze in het eerste lid bedoelde Minister kan de ontheffingen behorende tot een door hem aangewezen groep, intrekken, indien een gewichtige reden dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt. De bekendmaking van een krachtens het eerste lid vastgesteld besluit geschiedt door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Toezicht
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren en andere personen.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren of andere personen die door Onze Minister zijn aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Financiën een of meer rechtspersonen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer, door:
|
||||
|
||||
a. de kredietinstellingen en financiële instellingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 52, tweede lid, onder a, b, c, e en f van de Wet toezicht kredietwezen 1992,
|
||||
|
||||
b. de beleggingsinstellingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 18, eerste lid, onder a en c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen,
|
||||
|
||||
c. de geldtransactiekantoren die zijn geregistreerd op grond van artikel 2 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren,
|
||||
|
||||
d. de effecteninstellingen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i, en de effecteninstellingen die een vergunning hebben op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995,
|
||||
|
||||
e. de pensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, c, d en l, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet,
|
||||
|
||||
f. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993,
|
||||
|
||||
g. het pensioenfonds, bedoeld in artikel 13, derde lid, onder d, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, en
|
||||
|
||||
h. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. Ten aanzien van personen die door een op grond van het tweede lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn de bepalingen van hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste of tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën kan de krachtens artikel 10, tweede lid, aangewezen rechtspersonen in de gelegenheid stellen hun zienswijze naar voren te brengen omtrent de beoordeling van aanvragen om een ontheffing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, alsmede omtrent de uitvoering van de op grond van artikel 2 dan wel artikel 7 vastgestelde regels betreffende het financieel verkeer.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie en de interne controle van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a tot en met h.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a tot en met h.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Financiën kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de op grond van het eerste en tweede lid gestelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens artikel 10b. De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen inzake de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin.
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens artikel 10b.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de staat.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, zijn de artikelen 90e, 90f, 90g, 90h, 90i, 90k, 90l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 90d, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, zijn de artikelen 33e, 33f, 33g, 33h, 33i, 33k, 33l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 33d, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder c, zijn de artikelen 23, 24,25, 26, 27, 29 en 30 en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 22, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder d, zijn de artikelen 48e, 48f, 48g, 48h, 48i, 48k, 48l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 48d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, zijn de artikelen 23d, 23e, 23f, 23g, 23h, 23j, 23k en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 23c, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**8.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder f en g, zijn de artikelen 188e, 188f, 188g, 188h, 188i, 188k, 188l en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 188d, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**9.** Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder h, zijn de artikelen 93e, 93f, 93h, 93i, 93k, 93l en de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 93d van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
**1.** Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze, voorzien in het tweede lid, met dien verstande dat het bedrag van de boete ten hoogste € 200 000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag van de boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de in artikel 10d, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste of negende lid, bedoelde categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Financiën kan een lagere boete opleggen dan in het eerste lid is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
|
||||
|
||||
### Artikel 10f
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van deze afdeling heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die ingevolge artikel 10, tweede lid, zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze afdeling jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10g
|
||||
|
||||
**1.** Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze afdeling bepaalde omtrent afzonderlijke ondernemingen, instellingen of personen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in artikel 10h zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
|
||||
|
||||
**2.** Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze afdeling of krachtens deze afdeling genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge genoemde artikelen verstrekt of van een instantie als bedoeld in artikel 10h ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en van bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of op grond van deze afdeling wordt geëist.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het eerste en tweede lid bepaalde laat evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet welke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze afdeling opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een kredietinstelling die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende kredietinstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.
|
||||
|
||||
### Artikel 10h
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën is, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking van artikel 10g, bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in artikel 2, op het gebied van het financieel verkeer en de daartoe krachtens dat artikel dan wel artikel 7 gestelde regels, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
|
||||
b. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde;
|
||||
c. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
|
||||
d. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of
|
||||
e. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,7 +189,9 @@ Een sanctieregeling op grond van artikel 7 blijft, behoudens eerdere intrekking
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd: aan artikel 1 onder 2° wordt toegevoegd: de Sanctiewet 1977, artikel 2 juncto artikel 3, de artikelen 7 en 9, voor zover betrekking hebbend op regels als bedoeld in artikel 3, en artikel 10, derde lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 6. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue