2002-04-01 | BWBR0011853 | Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
This commit is contained in:
parent
d2c0ff83d8
commit
a5169bf906
1 changed files with 185 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,185 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
|
||||
bwb_id: BWBR0011853
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-04-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011853
|
||||
citeertitel: Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1:. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. wet: Flora- en faunawet;
|
||||
b. gesloten pootring: individueel gemerkte, naadloze, ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat hij, nadat hij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt;
|
||||
c. basisverordening: verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61).
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust op de artikelen 75, eerste lid en vierde lid, onderdelen a, b en c, 76, eerste lid, 77, en 81, eerste lid, van de Flora- en faunawet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Als aantal en soort als bedoeld in artikel 75, vierde lid, onderdeel b, van de wet zijn aangewezen 10 000 wilde eenden (Anas platyrhynchos) per jaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als andere belangen als bedoeld in artikel 75, vierde lid, onderdeel c, van de wet zijn aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de bepalingen inzake de gemeenschappelijke markt en een vrij verkeer van goederen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;
|
||||
b. de veiligstelling van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort tegen het verkeer;
|
||||
c. de opvang en verzorging van zieke of gewonde dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort;
|
||||
d. het onderhoud van wateren, waterkanten, oevers en graslanden;
|
||||
e. dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, met dien verstande dat vanwege dit belang geen ontheffing of vrijstelling kan worden verleend ten aanzien van vogels behorende tot een beschermde inheemse diersoort;
|
||||
f. de bescherming van weidevogels en hun eieren tegen landbouwwerkzaamheden en vee.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
In totaal kunnen ten hoogste 200 ontheffingen worden verleend voor het onder zich hebben van gefokte jachtvogels ten behoeve van de uitoefening van de jacht en de uitoefening van bevoegdheden toegekend in het kader van beheer en schadebestrijding.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Met uitzondering van hoofdstuk 3 is dit besluit niet van toepassing op planten of producten van planten, noch op dieren of eieren, nesten of producten van dieren, behorende tot soorten genoemd in de bijlagen van de basisverordening.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2:. Vrijstellingen voor bezit, vervoer en handel
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Vrijstelling voor gehouden dieren
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 11 en 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor gefokte dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort genoemd in bijlage 1 bij dit besluit, alsmede voor producten van die dieren, voorzover de houder kan aantonen dat de dieren zijn gefokt, of, indien het producten betreft, dat de betrokken producten van gefokte dieren afkomstig zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Van de verboden, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 11 en 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor edelherten, damherten en wilde zwijnen die met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten worden gehouden op terreinen kleiner dan 40 hectare, alsmede voor producten van die dieren, voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken producten van die dieren afkomstig zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Van de verboden, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 12 en 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor gefokte vogels behorende tot een beschermde inheemse diersoort, alsmede voor eieren, nesten of producten van die vogels, indien de houder kan aantonen dat de vogels zijn gefokt, of, indien het eieren, nesten of producten van die vogels betreft, dat de betrokken producten van gefokte vogels afkomstig zijn en voorzover:
|
||||
|
||||
a. deze vogels zijn voorzien van een pootring als bedoeld in artikel 6;
|
||||
b. registratie heeft plaatsgevonden in de administratie bedoeld in artikel 8 en
|
||||
c. voldaan is aan de krachtens artikel 18 gestelde regels.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van de verplichting dat gefokte vogels voorzien dienen te zijn van een pootring voor bedrijfsmatig, met het oog op de productie, gefokte vogels.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Gefokte vogels behorende tot een beschermde inheemse diersoort zijn voorzien van een door Onze Minister op aanvraag afgegeven gesloten pootring, dan wel van een gesloten pootring die door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland, of een door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland erkende organisatie, is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de afgifte en kenmerken van gesloten pootringen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
De vrijstelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, geldt eveneens voor gefokte vogels die voorzien zijn van een ander merkteken dan bedoeld in artikel 6, eerste lid, dat door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland, of een door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland erkende organisatie is afgegeven, en voldoet aan de eisen die bij ministeriële regeling gesteld zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Door Onze Minister wordt een administratie bijgehouden waaruit blijkt aan wie, wanneer en met welke maten en registratienummers gesloten pootringen als bedoeld in artikel 6 zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Vrijstelling voor planten
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden, bedoeld in de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor planten of producten van planten, behorende tot een beschermde inheemse of uitheemse plantensoort, voorzover de houder kan aantonen dat de planten zijn gekweekt of, indien het producten betreft, dat de betrokken producten van gekweekte planten afkomstig zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor planten en producten van planten behorende tot de soort maretak (Viscum album), de soort wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) of de soort zomerklokje (Leucojum aestivum), voorzover de houder kan aantonen dat de betrokken planten of producten op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Vrijstelling voor wild
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor producten van wild:
|
||||
|
||||
a. gedurende het tijdvak van de opening tot en met de tiende dag na de sluiting van de jacht op dat wild, dan wel;
|
||||
b. gedurende het tijdvak vanaf de elfde dag na de sluiting tot de opening van de jacht op dat wild,
|
||||
|
||||
indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V, titel II, van de wet, dan wel op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Vrijstelling voor dieren die in het kader van beheer of bestrijding van schade zijn gedood of elders dan in Nederland zijn verkregen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden op het onder zich hebben en vervoeren van producten van dieren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, voorzover deze producten afkomstig zijn van dieren, genoemd in bijlage 2 bij dit besluit, indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, paragraaf 3, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, voorzover deze producten afkomstig zijn van dieren, genoemd in bijlage 3 bij dit besluit, indien de houder van de betrokken producten kan aantonen dat deze zijn verworven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, paragraaf 3, van de wet, dan wel op geoorloofde wijze elders dan in Nederland zijn verkregen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Vrijstelling voor klapmuts en zadelrob
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor dieren en producten van dieren van de soorten klapmuts (Cystophora cristata) en zadelrob (Phoca groenlandica).
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt niet voor het vanuit andere landen dan lid-staten van de Europese Unie binnen het grondgebied van Nederland brengen van huiden van jonge dieren, of delen of producten daarvan, voorzover deze producten niet afkomstig zijn van de traditionele jacht van de Eskimobevolking.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Overige vrijstellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden op het vangen en bemachtigen van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, bedoeld in artikel 9 van de wet, en van de verboden op het vervoeren en onder zich hebben van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor beschermde inheemse kikkers, padden en salamanders indien de betrokken handelingen plaatsvinden ter veiligstelling van deze dieren tegen het verkeer.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor het vervoer van de dieren over een afstand van ten hoogste 50 meter vanaf de vangplaats en voorzover de dieren na het vervoeren onmiddellijk weer in vrijheid worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden op het vervoeren en onder zich hebben, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt ten behoeve van opvang en verzorging vrijstelling verleend voor het vervoer van zieke of gewonde dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voorzover de dieren binnen twaalf uur worden overgedragen aan personen of instanties die gerechtigd zijn de dieren onder zich te hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Van de verboden op het afsnijden, beschadigen en ontwortelen, bedoeld in artikel 8 van de wet, onderscheidenlijk de verboden op het beschadigen of verstoren, bedoeld in artikel 11 van de wet, wordt vrijstelling verleend voor planten of dieren behorende tot een beschermde inheemse plantensoort of een beschermde inheemse diersoort, voorzover de betrokken handelingen worden verricht ten behoeve van het onderhoud van wateren, waterkanten, oevers of graslanden, die niet worden gebruikt in het kader van normale agrarische bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt slechts voorzover de groeiplaats van de betrokken planten of het leefgebied van de betrokken dieren behouden blijft.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Van de verboden op het onder zich hebben en vervoeren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt ten behoeve van onderzoek en onderwijs vrijstelling verleend voor eieren van de groene kikker (Rana esculenta) en de bruine kikker (Rana temporaria), alsmede voor groene en bruine kikkers in al hun ontwikkelingsstadia, met uitzondering van exemplaren waarvan de metamorfose is voltooid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3:. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Ter uitvoering van artikel 12 van de basisverordening worden bij ministeriële regeling plaatsen aangewezen waar planten behorende tot beschermde inheemse of uitheemse plantensoorten of dieren behorende tot beschermde inheemse of uitheemse diersoorten, alsmede producten van die planten of producten of eieren van die dieren, vanuit derde landen het grondgebied van Nederland dienen te worden binnengebracht en vanuit Nederland naar derde landen worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de basisverordening is Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij belast met de uitvoering van de basisverordening en de contacten met de Commissie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan nadere regels stellen voor een goede uitvoering van de basisverordening en de daarop gebaseerde uitvoeringsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het voeren van een administratie en verstrekken van gegevens met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig of voorhanden hebben en afleveren van dieren of planten, dan wel producten van die planten of producten of eieren van die dieren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4:. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor het onder zich hebben van gefokte vogels behorende tot soorten genoemd in artikel 2 van de Jachtwet, voorzover deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit werden gehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor het onder zich hebben van gefokte vogels behorende tot de soorten bedoeld in artikel 1, onder 2, van de Vogelwet 1936, voorzover deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit werden gehouden overeenkomstig artikel 35 van de Vogelwet 1936 of de artikelen 6, eerste lid, onderdeel b, 7, eerste lid, onderdeel a, 23 of 25 van het Vogelbesluit 1994.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Een wijziging van de in dit besluit genoemde verordening geldt voor de toepassing van dit besluit met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsverordening in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue