2023-07-01 | BWBR0048321 | Beleidsregel duurzaam herstel
This commit is contained in:
parent
b59e82ad99
commit
a54842ba8a
1 changed files with 13 additions and 37 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel duurzaam herstel
|
|||
bwb_id: BWBR0048321
|
||||
type: zbo
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-03-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-07-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0048321
|
||||
citeertitel: Beleidsregel duurzaam herstel
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -18,12 +18,10 @@ In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
|||
− *gebouw:* bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
|
||||
− *gebrek aan de constructie:* een bestaand gebrek aan de constructie van een gebouw voor zover het geen schade betreft als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen;
|
||||
− *herstelmaatregel:* een aan de hand van het op de website van het Instituut geplaatste technisch kader vastgestelde herstelmaatregel die passend en redelijk is gelet op het geconstateerde gebrek aan de constructie;
|
||||
– *samenloop:* samenloop als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Tijdelijke wet Groningen;
|
||||
− *schade:* schade zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen, daaronder begrepen de kosten van iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade als bedoeld in artikel 184 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
− *technisch kader:* laatstelijk vastgesteld technisch kader voor de toepassing van duurzaam herstel zoals geplaatst op de website van het Instituut;
|
||||
− *tegemoetkoming:* tegemoetkoming in natura om schade duurzaam te herstellen als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de Tijdelijke wet Groningen;
|
||||
− *verergerde schade:* fysieke schade aan een gebouw die substantieel in omvang is toegenomen ten opzichte van de daaraan voorafgaande schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut;
|
||||
– *verklaring de-minimissteun:* verklaring van de aanvrager dat de door het Instituut toe te kennen tegemoetkoming niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
|
||||
− *werkwijze:* laatstelijk vastgestelde Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen als bedoeld in artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen;
|
||||
− *wet:*
|
||||
Tijdelijke wet Groningen;
|
||||
|
|
@ -31,27 +29,14 @@ In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het Instituut benadert een eigenaar van een woning voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming indien hij naar verwachting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een gebouw gelegen in het vastgestelde effectgebied van het Groningenveld, de gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk, behandelen:
|
||||
|
||||
Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij geen sprake is van samenloop behandelen:
|
||||
a. Beginnend bij circa 300 woningen in de plaatsen gelegen binnen de oude gemeentegrenzen van Loppersum, Appingedam en Ten Boer met de in de bijlage opgenomen postcodes voor zover de eigenaren van die woningen door het Instituut zijn benaderd om een aanvraag voor een tegemoetkoming te doen omdat zij naar verwachting voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van omvang en ernst van de eerder gemelde schade. Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft.
|
||||
b. Voor overige woningen in de plaatsen gelegen binnen de oude gemeentegrenzen van Loppersum, Appingedam en Ten Boer met de in de bijlage opgenomen postcodes die naar verwachting voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3, vanaf de datum van afronding van de onder a bedoelde dossiers, waarbij de volgorde van behandeling van aanvragen wordt bepaald door de datum van uitbrengen van het advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet. Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft.
|
||||
|
||||
a. voor woningen met de in bijlage 1 opgenomen postcodes. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt allereerst bepaald op basis van omvang en ernst van de eerder gemelde schade en daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet;
|
||||
b. voor woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes, voor zover het Instituut via zijn website kenbaar heeft gemaakt dat het betreffende postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes wordt allereerst bepaald door de datum van openstelling van het betreffende postcodegebied, daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in artikel 12 van de wet, en tot slot de omvang en ernst van de eerder gemelde schade.
|
||||
|
||||
**3.** Openstelling van postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geschiedt indien de verwachting is dat er voldoende capaciteit is om binnen een redelijke termijn tot uitvoering van duurzaam herstel over te gaan.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Buiten de gevallen dat een postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan het Instituut op aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming duurzaam herstel besluiten:
|
||||
|
||||
a. in bijzondere omstandigheden; of
|
||||
b. indien een aanvrager instemt met vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze.
|
||||
|
||||
**5.** Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij sprake is van samenloop behandelen voor woningen gelegen in een gemeente als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van de voortgang van de versterking.
|
||||
|
||||
**6.** Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft.
|
||||
**2.** Indien voor andere gebouwen een aanvraag voor een tegemoetkoming kan worden gedaan, wordt dit in het eerste lid bepaald door deze beleidsregel te wijzigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -61,19 +46,12 @@ b. indien een aanvrager instemt met vergoeding van de schade, bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid kan alleen worden toegekend indien:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag voor een tegemoetkoming is ingediend namens alle rechthebbenden van het gebouw;
|
||||
b. de aanvrager maximaal eenmaal eerder een tegemoetkoming is toegekend, of, indien de aanvraag voor een tegemoetkoming wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers tweemaal eerder een tegemoetkoming is toegekend;
|
||||
c. de aanvrager een verklaring de-minimissteun heeft overgelegd, indien de aanvrager tevens ondernemer is;
|
||||
d. aan de hand van het advies van een deskundige, bedoeld in artikel 12 van de wet, door het Instituut is vastgesteld dat het gebouw een gebrek aan de constructie heeft;
|
||||
e. er sprake is van nieuwe schade, met inbegrip van schade die na eerder herstel opnieuw is ontstaan, of verergerde schade aan het gebouw, die mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van het gebouw dat kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw;
|
||||
f. de aanvrager instemt met vergoeding van de schade bedoeld in onderdeel e in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze, of bij een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze, in de vorm van herstel in natura;
|
||||
g. de aanvrager, bij een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in hoofdstuk 2a van de werkwijze, instemt met een vaste eenmalige en finale vergoeding ter hoogte van € 2.000,– voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast die zijn veroorzaakt door de fysieke schade. De vergoeding, bedoeld in de vorige volzin, ziet niet op kosten, bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, onderdeel d, en het derde lid, onderdelen b, c en d alsmede waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3 en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4 van de werkwijze;
|
||||
h. de schade waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend minimaal schadetype D3 betreft zoals omschreven in het technisch kader, of aannemelijk is dat bij eerdere schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut schade van minimaal schadetype D3 aan het gebouw is vastgesteld; en
|
||||
i. voor het betreffende gebouw in totaal een bedrag gelijk aan of groter dan € 15.000 inclusief BTW aan schadevergoeding voor fysieke schade is toegekend door de NAM, het CVW de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut of wordt toegekend door het Instituut, dan wel er sprake is van samenloop. Bij de bepaling van het minimale bedrag van € 15.000, bedoeld in de eerste volzin, wordt de vergoeding van bijkomende kosten, de overlastvergoeding en de vergoeding van wettelijke rente buiten beschouwing gelaten.
|
||||
a. aan de hand van het advies van een onafhankelijke deskundige, bedoeld in artikel 12 van de wet, door het Instituut is vastgesteld dat het gebouw een gebrek aan de constructie heeft;
|
||||
b. er sprake is van nieuwe schade, met inbegrip van schade die na eerder herstel opnieuw is ontstaan, of verergerde schade aan het gebouw, die mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van het gebouw dat kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw, en aanvrager instemt met vergoeding van de schade in de vorm van te treffen maatregelen in natura;
|
||||
c. de schade waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend minimaal schadetype D3 betreft zoals omschreven in het technisch kader, of aannemelijk is dat bij eerdere schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut schade van minimaal schadetype D3 aan het gebouw is vastgesteld; en
|
||||
d. voor het betreffende gebouw in totaal een bedrag gelijk aan of groter dan € 15.000 inclusief BTW aan schadevergoeding voor fysieke schade is toegekend door de NAM, het CVW de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut of wordt toegekend door het Instituut. Bij de bepaling van het minimale bedrag van € 15.000, bedoeld in de eerste volzin, wordt de vergoeding van bijkomende kosten, de overlastvergoeding en de vergoeding van wettelijke rente buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een tegemoetkoming wordt toegekend en herstel van het gebrek aan de constructie bedoeld in het tweede lid, onder d, alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, heeft de eigenaar van dat andere gebouw of die andere gebouwen ook aanspraak op een tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**4.** Er bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien de in artikel 5, tweede lid, bedoelde kosten op andere wijze zijn of worden vergoed.
|
||||
**3.** Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een tegemoetkoming wordt toegekend en herstel van het gebrek aan de constructie bedoeld in het tweede lid, onder, a, alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, heeft de eigenaar van dat andere gebouw of die andere gebouwen ook aanspraak op een tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -102,7 +80,7 @@ b. neemt het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek een besluit
|
|||
|
||||
**3.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal een waarde van € 125.000 inclusief BTW per gebouw. Het Instituut kan in uitzonderlijke gevallen een hogere tegemoetkoming toekennen. Het Instituut publiceert in zijn jaarverslag in hoeveel gevallen een hogere tegemoetkoming dan € 125.000 inclusief BTW per gebouw is toegekend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien ten aanzien van het gebouw waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend sprake is van samenloop met het treffen van versterkingsmaatregelen bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, kan het Instituut met instemming van de eigenaar van het gebouw de tegemoetkoming doen toekomen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in geval er wordt gekozen voor sloop en nieuwbouw van het gebouw.
|
||||
**4.** Indien ten aanzien van het gebouw waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend sprake is van samenloop met het treffen van versterkingsmaatregelen bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, kan het Instituut met instemming van de eigenaar van het gebouw de tegemoetkoming doen toekomen aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in geval er wordt gekozen voor sloop en nieuwbouw van het gebouw.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -112,8 +90,6 @@ Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2023.
|
|||
|
||||
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel duurzaam herstel.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. Postcodes als bedoeld in
|
||||
## Bijlage . bij Beleidsregel duurzaam herstel
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. Postcodes als bedoeld in
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue