2002-01-01 | BWBR0002868 | Besluit fondsen en spaarregelingen

This commit is contained in:
Coornhert 2002-01-01 12:00:00 +00:00
parent ff0c0cdda7
commit a54c1a1b50

View file

@ -16,42 +16,29 @@ citeertitel: Besluit fondsen en spaarregelingen
### Artikel 1
**1.** Een fonds als bedoeld in artikel 631, derde lid, onder c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
Een fonds als bedoeld in artikel 1637*s*, tweede lid, onder *c*, van het Burgerlijk Wetboek moet een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn. Indien het een fonds betreft ter behartiging van algemene belangen van bedrijfsgenoten in een bedrijfstak gezamenlijk, dienen statuten en reglementen te voldoen aan de voorschriften gesteld in titel 2. Betreft het een ander fonds, dan moeten de statuten en reglementen voldoen aan de voorschriften gesteld in titel 3.
**2.** Indien het een fonds betreft ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers in een bedrijfstak gezamenlijk, voldoen de statuten en reglementen aan de voorschriften gesteld in titel 2.
**3.** Indien het een overkoepelend fonds betreft ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers in een of meer bedrijfstakken of in een of meer ondernemingen gezamenlijk, voldoen de statuten en reglementen aan de voorschriften gesteld in titel 2, met dien verstande dat in de artikelen 1c tot en met 1g in plaats van «het fonds» telkens wordt gelezen: het overkoepelende fonds.
**4.** Betreft het een ander fonds dan bedoeld in het tweede of derde lid, dan voldoen de statuten en reglementen aan de voorschriften gesteld in titel 3.
### Titel 2. Fondsen ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers
### Titel 2. Fondsen ter behartiging van algemene belangen van bedrijfsgenoten in een bedrijfstak gezamenlijk
### Artikel 1a
**1.**
De statuten of reglementen moeten bepalen dat aan de verplichting van de werknemers tot het bijdragen aan een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede of derde lid, ten grondslag moet liggen:
De statuten of reglementen moeten bepalen dat aan de verplichting van de werknemers tot het bijdragen aan het fonds ten grondslag moet liggen:
hetzij een bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een algemeen verbindend verklaarde bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een regeling krachtens artikel 5 of artikel 6 van de Wet op de loonvorming (*Stb.* 1970, 69).
hetzij een regeling krachtens artikel 5 of artikel 6 van de Wet op de loonvorming (*Stb.* 1970, 69);
**2.**
hetzij een verordening van een bedrijf of een hoofdbedrijfschap.
Uit de in het eerste lid bedoelde bepaling blijkt tevens:
a. welk bedrag ten behoeve van een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede lid, door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden; of
b. welk percentage maximaal ten behoeve van een overkoepelend fonds als bedoeld in artikel 1, derde lid, door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden.
**3.** Het bestuur van een overkoepelend fonds informeert de werkgever telkens vóór 1 november van het lopende jaar over het besluit inzake het voor het daarop volgende jaar vastgestelde percentage, bedoeld in het tweede lid, onder b. De werkgever meldt dit percentage vóór 1 december van het lopende jaar schriftelijk of elektronisch aan de werknemers. Bij die mededeling wordt het besluit van het bestuur gevoegd.
**4.** Nieuwe werknemers ontvangen de in het derde lid genoemde informatie uiterlijk op de dag van indiensttreding schriftelijk of elektronisch.
**2.** Uit de in het eerste lid bedoelde bepaling moet tevens blijken, welk bedrag ten behoeve van het fonds door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden.
### Artikel 1b
De statuten of reglementen van een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede of derde lid, houden de doelstellingen in, met een nauwkeurige aanduiding van de belangen die het fonds behartigt en de deelnemende bedrijfstak of bedrijfstakken dan wel de deelnemende onderneming of ondernemingen.
De statuten of reglementen van het fonds moeten de doelstelling inhouden, met een nauwkeurige aanduiding van de belangen die het fonds behartigt en de bedrijfstak waarin het werkt.
### Artikel 1c
@ -184,13 +171,13 @@ Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van een fonds
### Artikel 11
Een regeling tot sparen als bedoeld in artikel 631, derde lid, onder d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek moet schriftelijk worden vastgesteld en mede voldoen aan de voorschriften, gesteld in de artikelen 12-14.
Een regeling tot sparen als bedoeld in artikel 1637*s*, tweede lid, onder *d*, van het Burgerlijk Wetboek moet schriftelijk worden vastgesteld en mede voldoen aan de voorschriften, gesteld in de artikelen 12-14.
### Artikel 12
**1.** Ingevolge de regeling moet het sparen geschieden bij een in de regeling aangewezen instelling, die de spaartegoeden beheert en voor iedere deelnemer afzonderlijk administreert op een op naam van de deelnemer gestelde rekening.
**2.** Als instelling, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden aangewezen gemeentelijke spaarbanken en banken waaraan het ingevolge de Wet op het financieel toezicht is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen, niet zijnde banken als bedoeld in artikel 2:13 van die wet die in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten.
**2.** Als instelling, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden aangewezen gemeentelijke spaarbanken, dan wel ondernemingen en instellingen welke ingevolge artikel 13 van de Wet toezicht kredietwezen zijn geregistreerd, niet zijnde effecten-kredietinstellingen.
**3.** De regeling mag, tenzij krachtens artikel 15 ontheffing is verleend, geen bepalingen inhouden welke de deelnemers verplichten de te hunnen name geadministreerde tegoeden hetzij tijdens, hetzij na afloop van de spaartermijn op een bepaalde wijze te besteden. Toegelaten is de bepaling, dat tegoeden moeten worden omgezet in schuldvorderingen op of aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn, waarbij echter het totaal van de schuldvorderingen en aandelen ten name van iedere deelnemer niet meer mag bedragen dan twintig ten honderd van het tegoed.