2002-01-01 | BWBR0006264 | Besluit Infrastructuurfonds
This commit is contained in:
parent
cbc36b4fe6
commit
a5775c2cf5
1 changed files with 140 additions and 101 deletions
|
|
@ -18,15 +18,14 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. wet: de Wet Infrastructuurfonds;
|
||||
b. dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam;
|
||||
c. samenwerkingsgebied: gebied aangewezen op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000;
|
||||
d. project: een ondeelbaar geheel aan werkzaamheden met als doel de aanleg van infrastructuur en met als kenmerken, dat tot de uitvoering van de werkzaamheden in beginsel alleen in zijn geheel kan worden besloten en dat een gefaseerde uitvoering van onderdelen, waarbij ieder onderdeel na voltooiing in gebruik kan worden genomen en effectief is, niet zonder aanzienlijke meerkosten mogelijk is;
|
||||
e. groot project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten ten minste € 225 000 000,– bedragen of ten minste € 112 500 000,– bedragen indien het een project voor regionale of lokale infrastructuur betreft dat geheel wordt gerealiseerd buiten de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen;
|
||||
f. overig project: een project waarvan de geraamde op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komende kosten minder dan € 225 000 000,– bedragen of minder dan € 112 500 000,– bedragen indien het een project betreft voor regionale of lokale infrastructuur dat geheel wordt gerealiseerd buiten samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen;
|
||||
g. vaste subsidiebedrag: subsidie, waarop geen nacalculatie plaatsvindt en welke alleen kan worden bijgesteld op grond van wijzigingen van het algemene loon- en prijspeil;
|
||||
h. landelijke infrastructuur: het hoofdwegennet, het landelijk spoorwegnet en het hoofdvaarwegennet, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet;
|
||||
i. lokale infrastructuur: infrastructuur, gelegen binnen één gemeente en in beheer bij die gemeente en met een lokale functie;
|
||||
j. regionale infrastructuur: infrastructuur gelegen binnen een provincie of samenwerkingsgebied, in beheer bij een provincie, gemeente of waterschap en met een regionale functie;
|
||||
k. Besluit personenvervoer: Besluit personenvervoer, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van het Besluit personenvervoer 2000.
|
||||
c. samenwerkingsgebied: samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 2 van de Kaderwet bestuur in verandering;
|
||||
d. groot project: investeringsproject, waarvan de geraamde kosten op grond van artikel 5 tenminste € 11 345.000 bedragen;
|
||||
e. overig project: investeringsproject, waarvan de overeenkomstig artikel 5 geraamde kosten minder dan € 11 345.000 bedragen;
|
||||
f. vaste subsidiebedrag: subsidie, waarop geen nacalculatie plaatsvindt en welke alleen kan worden bijgesteld op grond van wijzigingen van het algemene loon- en prijspeil;
|
||||
g. landelijke infrastructuur: het hoofdwegennet, het landelijk railnet en het hoofdvaarwegennet, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet;
|
||||
h. lokale infrastructuur: infrastructuur, gelegen binnen één gemeente en in beheer bij die gemeente en met een lokale functie;
|
||||
i. regionale infrastructuur: infrastructuur niet behorende tot landelijke of lokale infrastructuur;
|
||||
j. Besluit personenvervoer: Besluit personenvervoer, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van het Besluit personenvervoer 2000.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -57,14 +56,7 @@ Uit het fonds kunnen subsidies worden verstrekt op grond van de volgende wetten
|
|||
- Regeling subsidies uitvoeringsprogramma duurzaam veilig
|
||||
- Subsidieregeling transferpunten
|
||||
- Subsidieregeling openbare inland terminals
|
||||
- Subsidieregeling bedrijfsgebonden vaarwegaansluitingen
|
||||
- Tijdelijke regeling eenmalige subsidies baggerplannen bebouwd gebied
|
||||
- Regeling eenmalige uitkering baggerwerkzaamheden bebouwd gebied
|
||||
- Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie
|
||||
- Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast
|
||||
- Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen
|
||||
- Subsidieregeling Zuidas
|
||||
- Subsidieregeling ERTMS.
|
||||
- Subsidieregeling bedrijfsgebonden vaarwegaansluitingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -72,7 +64,7 @@ Uit het fonds kunnen subsidies worden verstrekt op grond van de volgende wetten
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur leggen bij de verlening van een subsidie die wordt bekostigd uit de doeluitkering, bedoeld in artikel 29 onderscheidenlijk artikel 31, de subsidie-ontvanger de verplichtingen op om:
|
||||
Provinciale staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur leggen bij de verlening van een subsidie die wordt bekostigd uit de doeluitkering, bedoeld in artikel 29 onderscheidenlijk artikel 31, de subsidie-ontvanger de verplichtingen op om:
|
||||
|
||||
a. in het jaar volgend op het jaar waarin het subsidiebedrag is betaald een financieel verslag uit te brengen over de besteding van de subsidie en dit verslag vergezeld te doen gaan van een accountantsverklaring;
|
||||
b. medewerking te verlenen aan een door of vanwege gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur te verrichten onderzoek naar de besteding van de subsidie.
|
||||
|
|
@ -83,14 +75,7 @@ b. medewerking te verlenen aan een door of vanwege gedeputeerde staten ondersche
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen voor de onderscheiden onderdelen van dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag rekening houdend met:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin een project de doelstellingen van het nationaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de nota voor het nationaal ruimtelijk beleid, en het nationale milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer, tot uitvoering brengt;
|
||||
b. het stadium van voorbereiding van een project;
|
||||
c. de hoogte van het subsidiebedrag dat is aangevraagd, en
|
||||
d. de verplichtingen die ten laste van de begroting van het Infrastructuurfonds komen op grond van eerder afgegeven beschikkingen.
|
||||
**3.** Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen bij de beschikking tot weigering van het verlenen van subsidie op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepalen dat in het daaropvolgende begrotingsjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, opnieuw een beschikking op de aanvraag wordt gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -109,16 +94,19 @@ d. een opgave van de kostenelementen, die ten laste van andere kostendragers kun
|
|||
e. een raming van de inkomsten uit het project;
|
||||
f. een opgave van de stand van zaken met betrekking tot de voor de uitvoering noodzakelijke wettelijke procedures;
|
||||
g. een raming van het gebruik, dat van het beoogde project zal worden gemaakt en de verwachte effecten daarvan;
|
||||
h. de functie van het project in het openbaar vervoernetwerk, de exploitatiegevolgen voor het openbaar vervoernetwerk en de financiering van beheer en instandhouding van het project;
|
||||
i. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens.
|
||||
h. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Een subsidie voor een groot project gelegen in een samenwerkingsgebied kan uitsluitend worden aangevraagd door het dagelijks bestuur, een publiekrechtelijk rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, provincie of een waterschap, of een privaatrechtelijk rechtspersoon, niet zijnde een regionaal of lokaal vervoerbedrijf welke in het betrokken samenwerkingsgebied openbaar vervoer verricht.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag betrekking heeft op een groot project voor regionale of lokale infrastructuur, en de aanvrager in aanmerking meent te komen voor toepassing van artikel 9, vierde lid, onderdeel a of b, voegt de aanvrager een onderbouwing toe op grond waarvan de aanvrager hiervoor in aanmerking meent te komen.
|
||||
**3.** De aanvrager van een subsidie voor een groot project gelegen in een samenwerkingsgebied verschaft Onze Minister tevens inzicht in het voorgenomen verkeers- en vervoerbeleid, dat daarvoor van belang is.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvrager van een subsidie voor een groot project toont aan dat het project is opgenomen in een provinciaal verkeers- en vervoerplan, dan wel, indien het project is gelegen in een samenwerkingsgebied, in een regionaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16 van de Planwet verkeer en vervoer.
|
||||
**4.** Indien een subsidie voor een groot project gelegen in een samenwerkingsgebied wordt aangevraagd door het dagelijks bestuur wordt het inzicht, bedoeld in het derde lid, verschaft door overlegging van een regionaal verkeers- en vervoerplan.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een groot project dat onderdeel uitmaakt van het landelijk spoorwegnet.
|
||||
**5.** Indien een subsidie voor een groot project gelegen buiten een samenwerkingsgebied wordt aangevraagd wordt het inzicht in het voorgenomen verkeers- en vervoerbeleid, dat daarvoor van belang is, verschaft door overlegging van een regionaal verkeers- en vervoerplan, een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan, een provinciaal verkeers- en vervoerplan of van een besluit van provinciale staten, dat inzicht verschaft in de onderlinge samenhang tussen het betrokken project en het provinciaal verkeers- en vervoerbeleid.
|
||||
|
||||
**6.** Ingeval een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan wordt overgelegd wordt tevens een verklaring van provinciale staten overgelegd dat het betrokken project past binnen het bestaande dan wel toekomstige provinciaal verkeers- en vervoerbeleid.
|
||||
|
||||
**7.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden nadere regels geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -135,15 +123,14 @@ f. werkzaamheden van aanleg, bouw, wijziging of inrichting van de betrokken infr
|
|||
g. bijkomende voorzieningen nodig om de betrokken infrastructuur na voltooiing zijn functie te kunnen laten vervullen;
|
||||
h. met het project samenhangende door Onze Minister redelijk geachte schadevergoedingen aan derden;
|
||||
i. voorlichting over de uitvoering van het project als begeleiding gedurende de bouw;
|
||||
j. de omzetbelasting die niet op de voet van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kan worden gebracht en geen recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds;
|
||||
k. voorbereiding, administratie en toezicht voor zover het betreft projecten ten behoeve van het openbaar vervoer, van het goederenvervoer over het spoor en van vaarwegen;
|
||||
l. onvoorziene omstandigheden bij grote projecten met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur, voorzover de kosten betrekking hebben op de kosten, genoemd in de onderdelen a tot en met i.
|
||||
j. de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd;
|
||||
k. voorbereiding, administratie en toezicht voor zover het betreft projecten ten behoeve van het openbaar vervoer, van het goederenvervoer over de rail en van vaarwegen.
|
||||
|
||||
**2.** De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden slechts tot een in redelijkheid als noodzakelijk te beschouwen hoogte in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**3.** De kosten bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, bedragen voor projecten ten behoeve van het openbaar vervoer en van het goederenvervoer zestien procent en voor projecten ten behoeve van vaarwegen tien procent van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g.
|
||||
**3.** De kosten bedoeld in het eerste lid, onderdeel *k*, bedragen voor projecten ten behoeve van het openbaar vervoer en van het goederenvervoer zestien procent en voor projecten ten behoeve van vaarwegen tien procent van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen *e, f* en *g*.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het bepaalde in het derde lid stelt Onze Minister, indien het een subsidie betreft voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet, de in dat lid genoemde kosten per soort van investering nader vast.
|
||||
**4.** In afwijking van het bepaalde in het derde lid stelt Onze Minister, indien het een subsidie betreft voor projecten ten behoeve van het landelijk railnet, de in dat lid genoemde kosten per soort van investering nader vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -159,11 +146,9 @@ l. onvoorziene omstandigheden bij grote projecten met betrekking tot regionale o
|
|||
|
||||
**2.** De subsidie wordt verleend voor de werkelijk te maken kosten, tenzij de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag wordt verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Een subsidie voor een groot project met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur wordt uitsluitend verleend voor in de beschikking omschreven functionele eisen in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op de kosten van de meest kosteneffectieve variant. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de variant die naar het oordeel van Onze Minister , op basis van de studies van de subsidieaanvrager ter voorbereiding van de aanvraag als het meest kosteneffectief kan worden aangemerkt.
|
||||
**3.** Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten, welke naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten, welke naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht, buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**5.** Niet voor een subsidie komen in aanmerking de kosten van wegverharding in geval van achterstallig onderhoud aan het gehele betrokken wegdek; in geval van achterstallig onderhoud aan een gedeelte van het betrokken wegdek wordt de subsidie naar evenredigheid met de mate van achterstallig onderhoud verminderd.
|
||||
**4.** Niet voor een subsidie komen in aanmerking de kosten van wegverharding in geval van achterstallig onderhoud aan het gehele betrokken wegdek; in geval van achterstallig onderhoud aan een gedeelte van het betrokken wegdek wordt de subsidie naar evenredigheid met de mate van achterstallig onderhoud verminderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -173,28 +158,19 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt, met inachtneming van het tweede lid, als percentage van de op grond van artikel 5 in aanmerking komende kosten voor:
|
||||
Wanneer een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor een investering wordt verleend, bedraagt deze met inachtneming van het tweede lid als percentage van de op grond van artikel 5 in aanmerking komende kosten voor:
|
||||
|
||||
a. het landelijk spoorwegnet honderd procent; indien het infrastructuur betreft hoofdzakelijk ten behoeve van het internationale vervoer over spoorwegen kan Onze Minister een ander percentage vaststellen;
|
||||
b. een groot project: voor regionale of lokale infrastructuur honderd procent van de kosten van de variant die naar het oordeel van Onze Minister als meest kosteneffectief kan worden aangemerkt, onder aftrek van € 225 000 000,– indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen of onder aftrek van € 112 500 000,– indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd.
|
||||
c. voorzieningen met betrekking tot de veiligheid van het wegverkeer vijftig procent; indien de subsidie bestemd is voor herinrichting van verblijfsgebieden als 30-km zone, dient de aaneengesloten oppervlakte van dit gebied minimaal tien hectare te bedragen;
|
||||
d. studies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, vijftig procent voor zover de kosten niet als bestuurskosten van de aanvrager kunnen worden aangemerkt;
|
||||
e. aanleg van een terminal ten behoeve van intermodaal vervoer vijfentwintig procent.
|
||||
a. het landelijk railnet honderd procent; indien het infrastructuur betreft hoofdzakelijk ten behoeve van het internationale vervoer over railwegen kan Onze Minister een ander percentage vaststellen;
|
||||
b. de regionale of lokale openbaar vervoer infrastructuur, waaronder infrastructuur ten behoeve van bussen, vijfennegentig procent;
|
||||
c. aanleg van een stationsplein met inbegrip van de daarbij behorende voorzieningen alsmede dergelijke voorzieningen op een bestaand stationsplein vijftig procent;
|
||||
d. voorzieningen aan het regionale of lokale wegennet of fietswegennet vijftig procent;
|
||||
e. voorzieningen met betrekking tot de veiligheid van het wegverkeer vijftig procent; indien de subsidie bestemd is voor herinrichting van verblijfsgebieden als 30-km zone, dient de aaneengesloten oppervlakte van dit gebied minimaal tien hectare te bedragen;
|
||||
f. studies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, vijftig procent met een maximum van € 2 270 000 voor zover de kosten niet als bestuurskosten van de aanvrager kunnen worden aangemerkt;
|
||||
g. aanleg van een terminal ten behoeve van intermodaal vervoer vijfentwintig procent.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de vergoeding voor de verlegging of vervanging van kabels of leidingen wordt rekening gehouden met het juridische regime, waaronder de kabels of leidingen liggen. Indien bij de verlegging de kabels of leidingen gelijktijdig worden vervangen wordt een aftrek toegepast, welke wordt berekend op basis van de resterende economische levensduur van de kabels of leidingen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *a*, kan Onze Minister voor de subsidie voor een investering ten behoeve van spoorweginfrastructuur uitsluitend bestemd voor vervoer van goederen een lager percentage vaststellen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan Onze Minister een lager bedrag dan € 225 000 000,– onderscheidenlijk € 112 500 000,– aftrekken in geval:
|
||||
|
||||
a. de financiële draagkracht van de aanvrager hiertoe aanleiding geeft;
|
||||
|
||||
hiervan is in ieder geval sprake indien de hoogte van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer, in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, vermenigvuldigd met twee, gelijk is aan of lager dan € 225.000.000,–: of
|
||||
b. het project een functie heeft die naar het oordeel van Onze Minister het regionale of lokale belang aanmerkelijk te boven gaat.
|
||||
|
||||
**5.** Indien reeds subsidie is verleend voor de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt deze bij de verlening van een subsidie voor de overige kosten, genoemd in artikel 5, eerste lid, in mindering gebracht.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel *a*, kan Onze Minister voor de subsidie voor een investering ten behoeve van railinfrastructuur uitsluitend bestemd voor vervoer van goederen een lager percentage vaststellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -221,15 +197,15 @@ d. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verl
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Indien subsidie wordt verleend voor meer dan één kalenderjaar wordt bij de subsidieverlening het bedrag aangegeven dat per kalenderjaar aan voorschotten kan worden verleend.
|
||||
**1.** Bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat één of meer voorschotten worden verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald, worden voorschotten verleend per kwartaal. Voorschotten worden verleend op basis van in te dienen declaraties die zijn afgestemd op de gerealiseerde en geplande voortgang van het werk en die zijn onderbouwd door een voortgangsrapportage van het betrokken project. De voortgangsrapportage bevat in ieder geval een overzicht van de gerealiseerde werkzaamheden, een planning van de nog te verrichten werkzaamheden en een raming van de nog te maken kosten.
|
||||
**2.** Indien subsidie wordt verleend voor meer dan één kalenderjaar wordt bij de subsidieverlening het bedrag aangegeven dat per kalenderjaar aan voorschotten kan worden verleend.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een project slechts gedeeltelijk uit het fonds wordt betaald, is het bedrag dat aan voorschotten wordt verleend niet hoger dan het aandeel van het fonds in de financiering van het project.
|
||||
**3.** Tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald, worden voorschotten verleend per kwartaal. Voorschotten worden verleend op basis van in te dienen declaraties die zijn afgestemd op de gerealiseerde en geplande voortgang van het werk en die zijn onderbouwd door een voortgangsrapportage van het betrokken project. De voortgangsrapportage bevat in ieder geval een overzicht van de gerealiseerde werkzaamheden, een planning van de nog te verrichten werkzaamheden en een raming van de nog te maken kosten.
|
||||
|
||||
**4.** De subsidie-ontvanger dient jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het betrokken kalenderjaar een financiële verantwoording, voorzien van een accountants-verklaring, in. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn twee keer met telkens ten hoogste twee maanden verlengen. Artikel 14, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Indien een project slechts gedeeltelijk uit het fonds wordt betaald, is het bedrag dat aan voorschotten wordt verleend niet hoger dan het aandeel van het fonds in de financiering van het project.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vijfde lid dient de subsidie-ontvanger tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald na afloop van het kalenderjaar geen financiële verantwoording voorzien van een accountantsverklaring in.
|
||||
**5.** De subsidie-ontvanger dient jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het betrokken kalenderjaar een financiële verantwoording, voorzien van een accountants-verklaring, in. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn twee keer met telkens ten hoogste twee maanden verlengen. Artikel 14, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van snellere voortgang van het werk dan voorzien bij de subsidieverlening kan, in afwijking van het tweede lid, het bedrag dat aan voorschotten kan worden verleend, worden verhoogd voor zover dat inpasbaar is binnen de begroting van het fonds. De rentekosten van de voorfinanciering van de versnelling worden niet vergoed.
|
||||
|
||||
|
|
@ -251,8 +227,6 @@ d. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verl
|
|||
|
||||
**2.** Indien de subsidie-ontvanger geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft ingediend binnen de in artikel 14, eerste lid, bedoelde termijn stelt Onze Minister de subsidie ambtshalve vast binnen twaalf weken na het tijdstip waarop de betrokken termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de werkelijke kosten lager zijn dan het bedrag dat als vast subsidiebedrag is verleend, besteedt de subsidieontvanger het verschil aan infrastructurele maatregelen overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -265,11 +239,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister kan voor een project dat is opgenomen in een planstudieprogramma dat deel uitmaakt van het meerjarenprogramma op aanvraag een subsidie verlenen voor naar het oordeel van Onze Minister in de planstudiefase redelijkerwijs te maken kosten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b of k. Kosten van studies voor het regionale of lokale wegennet komen niet voor subsidie in aanmerking. In bijzondere gevallen kan Onze Minister besluiten de aanvraag reeds in behandeling te nemen voordat dat project in een planstudieprogramma is opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten.
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk railnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie-ontvanger neemt geen beslissing om het project niet tot uitvoering te brengen dan na instemming van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 4, eerste en tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste, tweede en vierde lid, 10, 11, tweede lid, 12, eerste lid, 13, 14 en 14a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De artikelen 4, eerste, tweede en zevende lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste tot en met derde lid, 10, 11, tweede lid, 12, eerste lid, 13, 14 en 14a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien voor een project waarvoor krachtens het eerste lid een subsidie is verstrekt, uiteindelijk een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt verleend, brengt Onze Minister het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, in mindering op de subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,7 +265,7 @@ e. inzicht in het voorgenomen verkeers- en vervoerbeleid.
|
|||
|
||||
**4.** Onze Minister kan bij zijn beslissing als bedoeld in het eerste lid de in dat lid bedoelde kosten nader specificeren, dan wel de subsidie in afwijking van het derde lid verlenen in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat echter niet hoger mag zijn dan vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 4, tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste, tweede en vierde lid, 10, 12, eerste lid, 13, 14 en 14a zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wanneer de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag is verleend geen accountantsverklaring behoeft te worden ingediend.
|
||||
**5.** De artikelen 4, tweede en zevende lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste tot en met derde lid, 10, 12, eerste lid, 13, 14 en 14a zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wanneer de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag is verleend geen accountantsverklaring behoeft te worden ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 16b
|
||||
|
||||
|
|
@ -299,7 +273,7 @@ e. inzicht in het voorgenomen verkeers- en vervoerbeleid.
|
|||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt vijfennegentig procent van de in aanmerking komende kosten van evaluatie.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 4, tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste, tweede en vierde lid, 13, 14 en 14a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 4, tweede lid, 6, tweede en derde lid, 7, eerste tot en met derde lid, 13, 14 en 14a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Subsidies voor overige projecten
|
||||
|
||||
|
|
@ -309,30 +283,35 @@ Een subsidie voor een overig project kan uitsluitend bij Onze Minister worden aa
|
|||
|
||||
a. andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan een provincie, gemeente, waterschap en een regionaal openbaar lichaam ingeval het project landelijke betekenis heeft;
|
||||
b. privaatrechtelijke rechtspersonen ingeval het project landelijke betekenis heeft;
|
||||
c. een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur;
|
||||
c. een beheerder van landelijke railinfrastructuur;
|
||||
d. Publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke rechtspersonen ten behoeve van investeringen in en onderhoud van infrastructurele werken buiten Nederland doch binnen Europa.
|
||||
|
||||
### Artikel 16d
|
||||
|
||||
**1.** Aanvragen om een subsidie voor overige projecten vinden plaats overeenkomstig artikel 4, eerste lid.
|
||||
**1.** Aanvragen om een subsidie voor overige projecten vinden plaats overeenkomstig artikel 4.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister beslist op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de artikelen 6, 10, 11 en 12 met dien verstande dat in artikel 10 in plaats van 'groot project' moet worden gelezen: project, waarvan de geraamde kosten op grond van artikel 5 meer bedragen dan € 5 000 000.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 5, 7, 9, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, 13 tot en met 14a, en 16a tot en met 16b, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien een subsidie als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een projectgebonden onderzoek ten behoeve van de veiligheid van het wegverkeer de hoogte van de subsidie vijftig procent bedraagt van de kosten die overeenkomstig artikel 5 voor vergoeding in aanmerking komen.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Subsidies voor kapitaallasten, bediening en onderhoud van het landelijk spoorwegnet
|
||||
Deartikelen 5, 7, 9, 13, 14, 14a, 16a, 16aa en 16b zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in artikel 9, eerste lid, onderdeel *b*, in plaats van 'vijfennegentig procent' moet worden gelezen: tachtig procent;
|
||||
b. indien een subsidie als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een projectgebonden onderzoek ten behoeve van de veiligheid van het wegverkeer de hoogte van de subsidie vijftig procent bedraagt van de kosten die overeenkomstig artikel 5 voor vergoeding in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Subsidies voor kapitaallasten en onderhoud van het landelijk railnet
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die spoorweginfrastructuur , voor de bediening en voor het onderhoud van die spoorweginfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing.
|
||||
In afwijking van § 2 zijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke railinfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die railinfrastructuur en voor het onderhoud van die railinfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
De beheerder dient jaarlijks uiterlijk vier maanden voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een aanvraag om een subsidie in, waarbij hij de volgende gegevens verstrekt:
|
||||
|
||||
a. een raming van de te verwachten wijziging van de kapitaallasten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in de resterende schuld en de daarover berekende rente ten gevolge van de niet à fonds perdu gefinancierde spoorweginfrastructuur;
|
||||
b. een raming van de te verwachten wijziging van de kosten van bediening en van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande spoorweginfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande spoorweginfrastructuur;
|
||||
c. een raming van de te verwachten opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van de spoorweginfrastructuur;
|
||||
a. een raming van de te verwachten wijziging van de kapitaallasten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in de resterende schuld en de daarover berekende rente ten gevolge van de niet à fonds perdu gefinancierde railinfrastructuur;
|
||||
b. een raming van de te verwachten wijziging van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande railinfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande railinfrastructuur;
|
||||
c. een raming van de te verwachten opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van de railinfrastructuur;
|
||||
d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
|
@ -341,12 +320,12 @@ d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van de kapitaallasten, van de kosten van bediening en onderhoud en de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers, in een door hem te bepalen basisjaar. De subsidie kan worden aangepast aan de wijzigingen ten opzichte van het basisjaar als gevolg van:
|
||||
Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van de kapitaallasten, van de kosten van onderhoud en de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers, in een door hem te bepalen basisjaar. De subsidie kan worden aangepast aan de wijzigingen ten opzichte van het basisjaar als gevolg van:
|
||||
|
||||
a. de omvang van landelijke spoorweginfrastructuur;
|
||||
a. de omvang van landelijke railinfrastructuur;
|
||||
b. het niveau van instandhoudingskwaliteit, voor zover Onze Minister daarom verzoekt;
|
||||
c. het gebruik van landelijke spoorweginfrastructuur;
|
||||
d. de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van landelijke spoorweginfrastructuur;
|
||||
c. het gebruik van landelijke railinfrastructuur;
|
||||
d. de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van landelijke railinfrastructuur;
|
||||
e. de evaluatie van de algemene overeenkomst inzake de aanraking van infrastructuur;
|
||||
f. opgebouwde overschotten danwel tekorten;
|
||||
g. het loon- en prijspeil.
|
||||
|
|
@ -357,7 +336,7 @@ g. het loon- en prijspeil.
|
|||
|
||||
**5.** Onze Minister kan besluiten tot het vaststellen van een nieuw basisjaar met inachtneming van de dan geldende omstandigheden.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister verleent de subsidie met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid. Hij kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie kan worden aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil. Artikel 7, vierde lid, is van toepassing.
|
||||
**6.** Onze Minister verleent de subsidie met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid. Hij kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie kan worden aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil. Artikel 7, derde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**7.** Onverminderd het zesde lid kan Onze Minister het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie aanpassen wanneer een wijziging van het bijdragesysteem daartoe noodzaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,11 +348,11 @@ g. het loon- en prijspeil.
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande spoorweginfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
|
||||
**1.** Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande railinfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording dient te worden opgesteld overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde informatieprofiel.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan.
|
||||
**3.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde railinfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -426,29 +405,52 @@ b. aanleg en beheer en onderhoud van vaarwegen, ten behoeve van de binnenvaart,
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister houdt bij het bepalen van het subsidiebedrag rekening met het karakter van het experiment of het demonstratieproject en met de kosten die redelijkerwijs ten laste van de subsidie-ontvanger behoren te komen. Hij kan de subsidie verlenen in de vorm van een vast subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 4, 5, 6, tweede en derde lid, 7, 8, 9, tweede lid, en 10 tot en met 14a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De artikelen 4, 5, 6, tweede en derde lid, 7, 8, 9, tweede lid, en 10 tot en met 14a zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wanneer de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag is verleend geen accountantsverklaring behoeft te worden ingediend.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Doeluitkeringen
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Totdat de desbetreffende middelen worden toegevoegd aan het Provinciefonds en het Gemeentefonds, verstrekt Onze Minister aan de provincie een doeluitkering voor de bekostiging van overige projecten, dan wel van het aandeel van de aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, in een groot project dat buiten een samenwerkingsgebied in een provincie is gelegen.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders van de in de provincie gelegen gemeenten, met uitzondering van die gemeenten die zijn gelegen in een samenwerkingsgebied, stellen op basis van overleg en op basis van vastgestelde en in voorbereiding zijnde regionale verkeers- en vervoerplannen en provinciale plannen, voor zover deze betrekking hebben op verkeer en vervoer, een lijst op van overige projecten die in de eerstvolgende jaren worden uitgevoerd, waarbij per project wordt aangegeven welk bedrag in welk jaar uit de doeluitkering ter beschikking wordt gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid plegen gedeputeerde staten overleg met de naar hun oordeel betrokken waterschappen en andere publiekrechtelijke rechtspersonen, alsmede met de regionale vervoerbedrijven, die in de provincie, een samenwerkingsgebied uitgezonderd, het openbaar vervoer verrichten, omtrent hun wensen inzake op de lijst te plaatsen overige projecten.
|
||||
|
||||
**3.** Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid plegen burgemeester en wethouders overleg met de lokale vervoerbedrijven, die in de gemeente het openbaar vervoer verrichten, omtrent hun wensen inzake op de lijst te plaatsen overige projecten.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten bieden jaarlijks vóór 1 april provinciale staten de lijst van overige projecten aan, die zij tezamen met burgemeester en wethouders hebben opgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het overleg met burgemeester en wethouders niet heeft geresulteerd in een gezamenlijke lijst, stellen gedeputeerde staten zelf een lijst op, die zij jaarlijks vóór 1 april aanbieden aan provinciale staten.
|
||||
|
||||
**6.** Provinciale staten stellen jaarlijks vóór 1 mei de lijst van overige projecten vast. Zij geven op de lijst per project aan welk bedrag in welk jaar uit de doeluitkering ter beschikking wordt gesteld. De lijst kan voor één of meer jaren worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Het besluit tot vaststelling van de lijst bevat tevens de beschikkingen tot verlening van de subsidie voor de op de lijst geplaatste projecten.
|
||||
|
||||
**8.** Provinciale staten kunnen de lijst herzien door het schrappen van geplaatste projecten of door projecten aan de lijst toe te voegen. Een project kan alleen worden geschrapt als het project niet binnen één jaar na dagtekening van de beschikking, bedoeld in het zevende lid, in uitvoering is genomen. Op de herziening zijn het eerste tot en met het zevende lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt voor de geldingsduur van de overeenkomstig de afdelingen 2, 3 en 7 van hoofdstuk 2 van de Kaderwet bestuur in verandering vastgestelde gemeenschappelijke regeling aan een regionaal openbaar lichaam een doeluitkering voor de bekostiging van overige projecten in het samenwerkingsgebied danwel van het eigen aandeel in een groot project.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de gemeenschappelijke regeling, bedoeld in het eerste lid, krachtens artikel 31, derde lid, van de Kaderwet bestuur in verandering voor een bepaalde periode is verlengd, verstrekt Onze Minister aan het regionaal openbaar lichaam in het eerste jaar van die periode voor die gehele periode opnieuw een doeluitkering voor de bekostiging van overige projecten in het samenwerkingsgebied.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover in een samenwerkingsgebied wegen gelegen zijn die in beheer zijn bij de provincie of een waterschap pleegt het dagelijks bestuur alvorens besluiten te nemen omtrent de besteding van een doeluitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid overleg met die provincie of dat waterschap in haar onderscheidenlijk zijn hoedanigheid als wegbeheerder.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur verschaffen Onze Minister de gegevens, die nodig zijn voor de toepassing van artikel 36, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur en het bestuur van een waterschap verschaffen gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Onze Minister kan de doeluitkering aanpassen:
|
||||
|
||||
a. aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil;
|
||||
b. in het geval van wijziging van de beschikbare middelen, bedoeld in artikel 36, derde lid, onderdeel *a*.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -460,15 +462,50 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister berekent de omvang van de doeluitkering voor iedere provincie onderscheidenlijk voor ieder regionaal openbaar lichaam afzonderlijk, als percentage van de voor de doeluitkeringen gezamenlijk beschikbare middelen, overeenkomstig de volgende formule: P = [0,5 * Ir/It + 0,25 * Mr/Mt + 0,125 * Vr/Vt + 0,125 * Zr/Zt] * 100%.
|
||||
|
||||
Hierin betekent:
|
||||
|
||||
P: het percentage voor de desbetreffende provincie onderscheidenlijk het desbetreffende regionaal openbaar lichaam;
|
||||
|
||||
Ir/It: de verhouding tussen het aantal inwoners van de gemeenten uit de twee meest verstedelijkte klassen in de provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, onderscheidenlijk in het samenwerkingsgebied en dat aantal inwoners van Nederland op 1 januari van het meest recente jaar ten aanzien waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek de desbetreffende gegevens beschikbaar heeft, met dien verstande dat het aantal inwoners van gemeenten die behoren tot de zeer sterk stedelijke klasse met 5 wordt vermenigvuldigd;
|
||||
|
||||
Mr/Mt: de verhouding tussen het jaarlijks gemiddelde aantal autokilometers in de provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, onderscheidenlijk in het samenwerkingsgebied en dat aantal kilometers in Nederland, in de periode 1986-1992;
|
||||
|
||||
Vr/Vt: de verhouding tussen het jaarlijks gemiddelde aantal personen, overleden ten gevolge van een verkeersongeval in de provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, onderscheidenlijk in het samenwerkingsgebied en dat aantal in Nederland, in de periode 1990-1992;
|
||||
|
||||
Zr/Zt: de verhouding tussen het jaarlijks gemiddelde aantal personen, opgenomen in een ziekenhuis ten gevolge van een verkeersongeval in de provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, onderscheidenlijk in het samenwerkingsgebied en dat aantal in Nederland, in de periode 1990-1992.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt de verhoudingsgetallen, bedoeld in het eerste lid, vast aan de hand van gegevens, verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek; hij stelt de gemeenten uit de meest verstedelijkte klassen vast aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde gebiedsindelingenregister.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de doeluitkering gelden voorts de volgende bepalingen:
|
||||
|
||||
a. indien de beschikbare middelen op het begrotingsartikel, waarop de doeluitkering geboekt wordt, gewijzigd worden, kan Onze Minister deze wijziging laten doorwerken op de hoogte van de doeluitkering;
|
||||
b. het provinciaal bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur mag in enig jaar binnen de periode waarvoor de doeluitkering is verstrekt, gelden overhouden van de doeluitkering voor het doen van investeringen in een later jaar; het gespaarde bedrag met inbegrip van de verkregen rente mag alleen bestemd worden voor overige projecten en het aandeel in grote projecten. Voor het gespaarde bedrag dienen, tenzij Onze Minister anders beslist, voor de afloop van de periode waarvoor de doeluitkering is verstrekt tenminste verplichtingen aangegaan te zijn. Indien niet ten minste verplichtingen zijn aangegaan, vordert Onze Minister het gespaarde bedrag en de verkregen rente geheel of gedeeltelijk terug.
|
||||
|
||||
### Artikel 36a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Op de omvang van een doeluitkering aan een provincie worden in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens de betrokken provincie, alsmede jegens gemeenten, waterschappen en andere publiekrechtelijke rechtspersonen in de betrokken provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**2.** Op de omvang van een doeluitkering aan een provincie worden voorts in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens de regionale of lokale vervoerbedrijven, welke in de betrokken provincie, uitgezonderd dat deel van de provincie dat samenvalt met een samenwerkingsgebied, openbaar vervoer verrichten, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen uitsluitend die verplichtingen in mindering worden gebracht, voor zover zij voorkomen op een lijst die door Onze Minister uiterlijk acht weken na de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen) in de *Staatscourant* bekend is gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 36b
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Op de omvang van een doeluitkering aan een regionaal openbaar lichaam worden in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens het betrokken regionaal openbaar lichaam, gemeenten, waterschappen en andere publiekrechtelijke rechtspersonen in het betrokken samenwerkingsgebied, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**2.** Op de omvang van een doeluitkering aan een regionaal openbaar lichaam worden voorts in mindering gebracht de verplichtingen die zijn aangegaan bij het verstrekken van bijdragen voor overige projecten krachtens het Besluit personenvervoer of dit besluit jegens regionale of lokale vervoerbedrijven, welke in het betrokken samenwerkingsgebied openbaar vervoer verrichten, voor zover deze ten laste komen van Hoofdstuk XII van de Rijksbegroting voor het kalenderjaar 1994 en volgende kalenderjaren dan wel van de Wet tot vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Infrastructuurfonds voor vorenbedoelde kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**3.** Op de omvang van een doeluitkering aan een regionaal openbaar lichaam wordt voorts in mindering gebracht de doeluitkering die aan het betrokken regionaal openbaar lichaam voor de jaren 1996 en 1997 is verstrekt op grond van paragraaf 6, zoals die paragraaf luidde voor de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen).
|
||||
|
||||
**4.** Voorwaarden die zijn gesteld aan een doeluitkering die is verstrekt voor de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen) komen voor wat betreft de jaren 1996 en 1997 te vervallen, voor zover deze niet kunnen worden gesteld aan een doeluitkering die wordt verstrekt na de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen).
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 36*a*, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -480,15 +517,21 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De doeluitkering wordt eenmaal per kalenderjaar uiterlijk in de maand juni van dat jaar betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Uiterlijk vier weken na ontvangst van de mededeling dat een op de door provinciale staten vastgestelde of herziene lijst geplaatst overig project na aanbesteding is gegund, betalen gedeputeerde staten het bedrag dat volgens de lijst voor dat project beschikbaar is gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur brengen jaarlijks voor 15 november onderscheidenlijk voor 15 september van het jaar, volgende op het jaar waarin de doeluitkering is betaald, over het desbetreffende jaar aan Onze Minister een financieel verslag over de besteding van de doeluitkering uit.
|
||||
|
||||
**2.** Het financieel verslag gaat vergezeld van een accountantsverklaring.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt een model vast voor het financieel verslag en voor de accountantsverklaring.
|
||||
|
||||
**4.** Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de doeluitkering gebruikt is voor betalingen van doelen, waarvoor die uitkering niet bestemd is, zullen die betalingen door Onze Minister teruggevorderd worden.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -498,7 +541,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 41a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Indien het dagelijks bestuur krachtens paragraaf 6, zoals die paragraaf luidde voor de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van het Besluit Infrastructuurfonds (doeluitkering aan provincies en andere wijzigingen), overeenkomstig die paragraaf een doeluitkering heeft aangevraagd, en op die aanvraag nog niet is beslist op het tijdstip van inwerkingtreding van vorenbedoeld wijzigingsbesluit, wordt door Onze Minister op die aanvraag beslist als ware het een aanvraag om een doeluitkering op grond van dit besluit.
|
||||
|
||||
### Artikel 41b
|
||||
|
||||
|
|
@ -548,8 +591,4 @@ Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Infrastructuurfonds.
|
|||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 .
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
De artikelen 3 tot en met 22, 28 en 28a vervallen met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op voor die datum aangevraagde en verleende subsidies.
|
||||
|
||||
## Bijlage . behorende bij koninklijk besluit
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue