From a5a7600da9be769f90e9e27fb9638df67a1b6e13 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Feb 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-02-01 | BWBR0001952 | Militaire Ambtenarenwet 1931 --- .../BWBR0001952/README.md | 14 +++++++++++++- 1 file changed, 13 insertions(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/militaire-ambtenarenwet-1931/BWBR0001952/README.md b/wet/militaire-ambtenarenwet-1931/BWBR0001952/README.md index db12b588b4e..a2d11d1e77e 100644 --- a/wet/militaire-ambtenarenwet-1931/BWBR0001952/README.md +++ b/wet/militaire-ambtenarenwet-1931/BWBR0001952/README.md @@ -53,7 +53,7 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen ### Artikel 5 -**1.** De eerste volzin van artikel 54, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing indien beroep is ingesteld door nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden. +**1.** De eerste volzin van artikel 54, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing indien beroep is ingesteld door nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden. **2.** @@ -153,6 +153,18 @@ t. de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van ov **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor militaire ambtenaren die een functie vervullen waaraan in het bijzonder het risico van financiƫle belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is, voorschriften vastgesteld betreffende de melding van financiƫle belangen respectievelijk van het bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken. +### Artikel 12bis + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 12ter + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 12quater + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 12a **1.** De militaire ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.