2009-12-22 | BWBR0003994 | Wet bodembescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2009-12-22 12:00:00 +00:00
parent 73da27a490
commit a5c75604b0

View file

@ -38,14 +38,12 @@ geval van ernstige verontreiniging: geval van verontreiniging waarbij de bodem z
saneringsonderzoek: inventarisatie van de mogelijke wijzen van sanering, inhoudende een beschrijving van hun milieuhygiënische, technische en financiële aspecten, alsmede van de kwaliteit van de bodem die met de op die wijzen uitgevoerde sanering zal worden bereikt, uitmondend in een keuze van de wijze van sanering;
waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;
provinciaal milieuprogramma: provinciaal milieuprogramma, bedoeld in artikel 4.14 van de Wet milieubeheer, voor zover dat betrekking heeft op gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder *a*, onder 1°, van dat artikel;
budgetperiode: de periode van vijf jaar waarvoor Onze Minister aan provincies een budget kan verlenen op grond van de artikelen 76 en 76n;
watersysteem: het samenhangend geheel van oppervlaktewateren en grondwatervoorkomens.
## Hoofdstuk II. Technische commissie bodembescherming
### Artikel 2
@ -213,16 +211,16 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van d
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van het infiltreren van water in de zin van artikel 1 van de Grondwaterwet (*Stb.* 1981, 392) regels gesteld waarin wordt aangegeven:
Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van het infiltreren van water, bedoeld in artikel 6.1 van de Waterwet, regels gesteld waarin wordt aangegeven:
a. in welke gevallen sprake is van gevaar voor verontreiniging van het grondwater, als bedoeld in artikel 14*a* van die wet;
a. in welke gevallen sprake is van gevaar voor verontreiniging van het grondwater, als bedoeld in artikel 6.26, tweede lid, van die wet;
b. welke voorschriften ter bescherming van het grondwater moeten worden verbonden aan een vergunning voor dat infiltreren van water.
**2.** Bij de maatregel kunnen ook anderszins regels ter bescherming van de bodem worden gesteld.
**3.** Bij de maatregel kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
**4.** Bij de maatregel kan voorts worden bepaald in hoeverre gedeputeerde staten met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, hetzij in het algemeen, hetzij in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen.
**4.** Bij de maatregel kan voorts worden bepaald in hoeverre gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van het waterschap met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, hetzij in het algemeen, hetzij in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen.
### Artikel 12a
@ -603,16 +601,7 @@ Een ingevolge artikel 30 of 31 genomen beschikking wordt onverwijld aan de betro
### Artikel 35
**1.** Voor zover de verontreiniging of aantasting de bodem onder oppervlaktewater betreft, berusten - in afwijking van artikel 30 - de in dat artikel aan gedeputeerde staten toegekende bevoegdheden bij de waterkwaliteitsbeheerder. Gelijke bevoegdheden berusten bij de waterkwaliteitsbeheerder voor zover de verontreiniging of aantasting de kust of de oever van oppervlaktewater betreft, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die verontreiniging of aantasting geen gevolgen heeft voor de bodem onder dat water.
**2.**
In een geval als bedoeld in het eerste lid:
a. heeft, behoudens indien de verontreiniging of aantasting de bodem onder of de kust of de oever van oppervlaktewater betreft waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat waterkwaliteitsbeheerder is, Onze commissaris in de provincie waar de verontreiniging of aantasting zich voordoet, de in artikel 31 bedoelde bevoegdheden totdat de waterkwaliteitsbeheerder van zijn bevoegdheden gebruik maakt;
b. zijn de artikelen 32 tot en met 34 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van die artikelen gedeputeerde staten van de betrokken provincie worden gelijkgesteld met de burgemeester van de betrokken gemeente.
**3.** Ten aanzien van de schade ten gevolge van een overeenkomstig het eerste lid j° artikel 30, derde of vierde lid, door de waterkwaliteitsbeheerder gegeven bevel is artikel 74 van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Paragraaf 3. Sanering
@ -646,7 +635,7 @@ a. de bodem ten minste geschikt wordt gemaakt voor de functie die hij na de sane
b. het risico van de verspreiding van verontreinigende stoffen zoveel mogelijk wordt beperkt;
c. de noodzaak tot het nemen van maatregelen en beperkingen in het gebruik van de bodem als bedoeld in artikel 39d zoveel mogelijk wordt beperkt.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid nadere regels worden gesteld, met dien verstande dat deze regels, indien zij van toepassing zijn op de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d, voor wat betreft het eerste lid, onder a, betrekking kunnen hebben op de functie van het watersysteem na de sanering. Bij de regels voor de bodem onder oppervlaktewater wordt in ieder geval rekening gehouden met de gevolgen van de sanering voor het watersysteem en de effecten die de dynamiek van dat watersysteem kan hebben op het resultaat van de sanering.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid nadere regels worden gesteld.
**3.**
@ -693,7 +682,7 @@ Degene die de bodem saneert, alsmede degene die de sanering feitelijk uitvoert,
### Artikel 39b
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van uniforme saneringen bestaande uit eenvoudige, gelijksoortige saneringen van korte duur. De sanering kan betrekking hebben op slechts een gedeelte van het geval van verontreiniging. Bij de aanwijzing van de categorieën wordt aangegeven welke categorieën tevens of uitsluitend betrekking hebben op sanering van de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van uniforme saneringen bestaande uit eenvoudige, gelijksoortige saneringen van korte duur. De sanering kan betrekking hebben op slechts een gedeelte van het geval van verontreiniging.
**2.**
@ -1009,161 +998,29 @@ Burgemeester en wethouders beslissen binnen drie maanden op het verzoek. Zij zen
Geschillen over de beslissing van de gemeente op het verzoek of met betrekking tot de koopprijs staan ter kennisneming van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de woning is gelegen.
### Paragraaf 5. Bijzondere regels inzake sanering van de waterbodem
#### Paragraaf 5.1. Rijkswateren
### Paragraaf 5. Bijzondere bepalingen voor oppervlaktewaterlichamen
### Artikel 63a
**1.** In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting de bodem onder oppervlaktewater betreft waarvoor Onze Minister van Verkeer en Waterstaat waterkwaliteitsbeheerder is, berusten de in de artikelen 27, 28, 29, 37, 38, 39, 39a, 39b, 39c, 39d, 39f, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 48, 49, 55 en 55b aan gedeputeerde staten, de in de artikelen 39, 39c en 39d aan provinciale staten en de in artikel 50 aan Onze Minister toegekende taken en bevoegdheden in afwijking van die artikelen bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
**1.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder «beheerder» verstaan hetgeen daaronder in artikel 1.1 van de Waterwet wordt verstaan.
**2.** Gelijke taken en bevoegdheden berusten bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor zover de verontreiniging of aantasting de kust of de oever van oppervlaktewater betreft, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die verontreiniging of aantasting geen gevolgen heeft voor de bodem onder dat water.
**3.** In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid vergoedt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de schade ten gevolge van een bevel als bedoeld in artikel 49 juncto artikel 30, derde of vierde lid, en is artikel 74, tweede, derde en vierde lid, op die schadevergoeding van overeenkomstige toepassing.
**4.**
In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid:
a. blijft artikel 49, derde lid, buiten toepassing;
b. doet Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een vordering als bedoeld in artikel 50, zonder een verzoek van gedeputeerde staten ter zake, gaat hij niet tot vordering over dan nadat hij heeft getracht hetgeen gevorderd moet worden te verkrijgen bij minnelijke schikking en legt hij een verslag van het met de betrokken rechthebbende daaromtrent gevoerde overleg over bij de kennisgeving aan de Staten-Generaal, en
c. blijven de artikelen 76 tot en met 86b, met uitzondering van artikel 86a, buiten toepassing.
**5.** In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting van de bodem of de gevolgen daarvan, niet beperkt zijn tot de bodem, bedoeld in het eerste lid, of de kust of de oever, bedoeld in het tweede lid, plegen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en gedeputeerde staten, alvorens van hun bevoegdheden gebruik te maken, terzake overleg.
**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder «oppervlaktewaterlichaam» verstaan hetgeen daaronder in artikel 1.1 van de Waterwet wordt verstaan.
### Artikel 63b
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt jaarlijks een programma vast met betrekking tot de hem bekende onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging, waarbij sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63a, eerste of tweede lid, hierna te noemen: saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren.
**2.** Het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren bevat met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gevallen ten minste een overzicht van de door of vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en van de aan hem bekende door anderen in de eerstvolgende vier jaren te verrichten activiteiten en een aanduiding van het tijdstip waarop met het onderzoek of de sanering van die gevallen zal of dient te worden aangevangen.
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat pleegt bij de voorbereiding van het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren overleg met de overheidsorganen die betrokken zijn of een belang hebben bij de activiteiten, bedoeld in het tweede lid.
**4.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat legt het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren bij de aanbieding van de rijksbegroting over aan de Staten-Generaal. Het gaat vergezeld van een verslag over de besteding in het voorafgaande kalenderjaar van gelden op de begroting, bestemd voor de sanering van de bodem van rijkswateren.
**5.** Ten aanzien van de inhoud van het verslag, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin, omvat het verslag in ieder geval gegevens omtrent de wijze van onderzoek van de betrokken onderzoeksgevallen en gegevens omtrent de wijze waarop het saneringsonderzoek en de sanering in de betrokken gevallen zijn uitgevoerd.
Indien een verontreiniging of aantasting van de bodem als bedoeld in artikel 13 zich mede uitstrekt tot de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, plegen gedeputeerde staten, alvorens van hun bevoegdheden gebruik te maken, ter zake overleg met de beheerder.
### Artikel 63c
**1.**
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop:
In afwijking van artikel 99, vierde lid, zijn de artikelen 28, 28a en 29, de paragrafen 3 en 3a van hoofdstuk IV en artikel 75 mede van toepassing op de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, indien:
a. belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding van het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren, en
b. gedeputeerde staten van de provincie en burgemeester en wethouders van de gemeente waar zich een geval voordoet, waarin nader onderzoek zal plaats vinden, of waar zich een geval van ernstige verontreiniging voordoet, dat is opgenomen in het saneringsprogramma voor de waterbodem van rijkswateren dan wel daarin tussentijds is opgenomen, alsmede ingezetenen van die provincie of gemeente, andere waterkwaliteitsbeheerders en andere belanghebbenden bij de uitvoering van dat nader onderzoek, het saneringsonderzoek of de sanering van dat geval bij die uitvoering worden betrokken.
a. een geval van ernstige verontreiniging zich mede uitstrekt tot die bodem of oever;
b. voor dat geval overeenkomstig artikel 37, eerste lid, is vastgesteld dat spoedige sanering noodzakelijk is; en
c. de bron van de verontreiniging of aantasting buiten die bodem of oever is gelegen.
**2.** De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover bij de regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat niet anders is bepaald.
#### Paragraaf 5.2. Regionale wateren
### Artikel 63d
**1.** In gevallen van verontreiniging of aantasting van de bodem onder oppervlaktewater dat behoort tot de oppervlaktewateren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, berusten de in artikel 48 en 49, eerste en tweede lid, juncto artikel 30 aan gedeputeerde staten toegekende taken en bevoegdheden bij de waterkwaliteitsbeheerder. Het bepaalde in de eerste volzin is tevens van toepassing op gevallen van verontreiniging of aantasting van de oever van oppervlaktewater als bedoeld in die volzin, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die verontreiniging of aantasting geen gevolgen heeft voor de bodem onder dat water.
**2.**
In gevallen als bedoeld in het eerste lid:
a. is met betrekking tot de uitoefening van de krachtens dat lid aan de waterkwaliteitsbeheerder toekomende bevoegdheden artikel 47 van overeenkomstige toepassing;
b. treedt, indien de waterkwaliteitsbeheerder een bevel geeft als bedoeld in artikel 35, eerste lid, juncto artikel 30, of als bedoeld in artikel 49 juncto artikel 30, voor de toepassing van artikel 55 de waterkwaliteitsbeheerder in de plaats van gedeputeerde staten, en
c. wordt de schade ten gevolge van een door de waterkwaliteitsbeheerder gegeven bevel als bedoeld in artikel 49 juncto artikel 30, derde of vierde lid, vergoed door de waterkwaliteitsbeheerder, en is artikel 74, tweede, derde en vierde lid, op die schadevergoeding van overeenkomstige toepassing.
**3.** De opgave op grond van artikel 41 wordt ook gedaan door de waterkwaliteitsbeheerder voor zover het betreft hem bekende onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging in de bodem onder oppervlaktewater dat tot zijn beheer behoort. Artikel 41, tweede volzin, is ten aanzien van de waterkwaliteitsbeheerder van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 63e
**1.** In de gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, stelt de waterkwaliteitsbeheerder, indien er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, een saneringsplan op. Het saneringsplan gaat vergezeld van de resultaten van het nader onderzoek alsmede van de resultaten van het saneringsonderzoek.
**2.** Ten aanzien van de inhoud van het saneringsplan is artikel 39, eerste lid, eerste volzin, onder a tot en met h , van overeenkomstige toepassing.
**3.** Het saneringsplan behoeft de instemming van gedeputeerde staten. Artikel 39, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 63f
In gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid:
a. stellen gedeputeerde staten, ingeval een melding wordt gedaan overeenkomstig artikel 27 of 28, tevens de waterkwaliteitsbeheerder daarvan op de hoogte;
b. nemen gedeputeerde staten geen beschikking als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, 37, zesde lid, 38, derde of vierde lid, 39, tweede, vierde of vijfde lid, 39c, tweede lid, 39d, derde lid, of 40, eerste of tweede lid, dan na de waterkwaliteitsbeheerder de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen en stellen zij de waterkwaliteitsbeheerder van de door hen genomen beschikking op de hoogte;
c. gaan gedeputeerde staten niet over tot het geven van een bevel krachtens artikel 43 dan na tevens de waterkwaliteitsbeheerder de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen en zenden zij een exemplaar van de beschikking ook aan de waterkwaliteitsbeheerder.
### Artikel 63g
Bij provinciale verordening:
a. wordt geregeld op welke wijze de waterkwaliteitsbeheerder aan gedeputeerde staten informatie dient te verschaffen omtrent de resultaten van door hem uitgevoerde saneringen en de besteding van de daarvoor aan hem toegekende gelden;
b. kan nader worden geregeld welke gegevens moeten worden opgenomen in het saneringsplan, bedoeld in artikel 63*e*.
### Artikel 63h
In gevallen waarin de verontreiniging of aantasting van de bodem of de gevolgen daarvan zich niet beperken tot de bodem of de oever van het oppervlaktewater dat tot het beheer van de desbetreffende kwaliteitsbeheerder hoort, plegen gedeputeerde staten en de betrokken waterkwaliteitsbeheerder, alvorens van hun bevoegdheden gebruik te maken, terzake overleg.
#### Paragraaf 5.3. Bijzondere bepalingen met betrekking tot onderhoudsbaggerwerk
### Artikel 63i
**1.**
Bij een melding als bedoeld in artikel 28, welke slechts betrekking heeft op een voornemen om een oppervlaktewater op diepte te brengen:
a. zijn de artikelen 28, vijfde lid, tweede volzin, 37, 52 en 63c, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b en c, niet van toepassing,
b. wordt een beschikking als bedoeld in artikel 29, eerste lid, uiterlijk genomen:
1°. binnen vier weken na ontvangst van de melding, indien op de voorbereiding van de beschikking niet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is;
2°. binnen vijftien weken na ontvangst van de melding, in andere gevallen dan bedoeld onder ten eerste, en
c. kan bij deze beschikking ten aanzien van de gemelde activiteiten tevens ontheffing worden verleend van artikel 39, indien bij de melding daarom is verzocht.
**2.** Indien de melding een ingewikkeld geval betreft en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing, kan het bestuursorgaan, binnen vier weken na ontvangst van de melding, de termijn van vier weken die is bedoeld in het eerste lid, onder *b*, onder ten eerste, met ten hoogste vier weken verlengen.
**3.**
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder *c*, kan slechts worden verleend:
a. indien bij de melding voldoende gegevens zijn verstrekt waaruit blijkt wat de nadelige gevolgen kunnen zijn van het baggerwerk voor de verspreiding, het onderzoek of de sanering van het deel van het geval van ernstige verontreiniging dat niet wordt verplaatst, en
b. indien de waterkwaliteitsbeheerder in de gelegenheid is gesteld terzake advies uit te brengen.
**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, onderscheidenlijk bij provinciale verordening, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het derde lid, onder *a*.
**5.** Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden verbonden met betrekking tot het oppervlaktewater waarop deze betrekking heeft, alsmede met betrekking tot de tijd waarvoor deze geldt. Voorts worden aan een ontheffing de voorschriften verbonden die in het belang van de bescherming van de bodem nodig zijn en worden deze voorschriften in acht genomen door degene aan wie de ontheffing is verleend.
**6.** Artikel 20.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer is niet van toepassing op een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder *b* en *c*.
### Artikel 63j
**1.**
Indien een oppervlaktewater onverwijld op diepte moet worden gebracht uit een oogpunt van bevaarbaarheid, inname van water of waterkwantiteitsbeheer en in verband met een onvoorziene lokale verondieping als gevolg van buitengewone hydrodynamische omstandigheden, kan op verzoek ontheffing worden verleend van artikel 28:
a. als er sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63*a*, eerste of tweede lid: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b. als er sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid: door gedeputeerde staten.
**2.** Aan een ontheffing worden de voorschriften verbonden die naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk gedeputeerde staten in het belang van de sanering van de bodem nodig zijn, welke voorschriften in acht worden genomen door degene aan wie de ontheffing is verleend.
#### Paragraaf 5.4. Overige bepalingen
### Artikel 63k
**1.**
Een bevel tot sanering wordt, tenzij het tijdelijke beveiligingsmaatregelen betreft, niet gegeven aan de eigenaar of erfpachter van de bodem onder een oppervlaktewater, indien deze ter gelegenheid van het ingevolge artikel 45, derde lid, met hem gevoerde overleg aantoont:
a. 1°. dat hij gedurende de periode waarin de verontreiniging is veroorzaakt geen duurzame rechtsbetrekking heeft gehad met de veroorzaker of veroorzakers van de verontreiniging, of
2°. dat de duurzame rechtsbetrekking met de veroorzaker slechts bestond uit het in gebruik geven van de grond, en de verontreiniging is veroorzaakt door een lozing die niet in strijd was met de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, dan wel door een lozing waarvan de waterkwaliteitsbeheerder op de hoogte was of redelijkerwijs had moeten zijn;
b. dat hij geen directe of indirecte betrokkenheid heeft gehad bij de veroorzaking van de verontreiniging, en
c. 1°. dat hij op het moment van de verkrijging van het recht op het grondgebied niet op de hoogte was dan wel redelijkerwijs niet op de hoogte had kunnen zijn van de verontreiniging, of
2°. dat degene die op 1 augustus 1995 eigenaar of erfpachter van het desbetreffende perceel was, en diens rechtsopvolgers voldeden aan de onderdelen a en b.
**2.**
Indien een eigenaar of erfpachter:
a. niet voldoet aan het eerste lid, onder *a*, onder ten eerste, doch de veroorzaker niet in overwegende mate is betrokken bij de veroorzaking van de verontreiniging, of
b. niet voldoet aan het eerste lid, onder *b*, doch niet in overwegende mate is betrokken bij de veroorzaking van de verontreiniging en overigens voldoet aan het eerste lid, wordt hem geen bevel gegeven, indien het bestuursorgaan dat bevoegd is een bevel te geven met hem overeenkomt dat hij aan dat orgaan een bedrag betaalt dat overeenkomt met de kosten van de sanering van het deel van de verontreiniging waarbij de veroorzaker onderscheidenlijk hij is betrokken.
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op degene door wiens handelen een geval van ernstige verontreiniging mede is ontstaan, doch die niet in overwegende mate is betrokken bij de veroorzaking van de verontreiniging.
### Artikel 63l
Vervallen
**2.** In een geval als bedoeld in het eerste lid plegen gedeputeerde staten, alvorens van hun bevoegdheden gebruik te maken, ter zake overleg met de beheerder.
## Hoofdstuk V. Vrijstelling en ontheffing
@ -1277,9 +1134,7 @@ De schade ten gevolge van een onderzoek als bedoeld in artikel 70 onderscheidenl
**4.** De bevoegdheden, bedoeld in het eerste en derde lid, komen toe aan de provincie of de gemeente in gevallen waarin de kosten als bedoeld in het eerste lid geheel te haren laste komen, alsmede in gevallen waarin de Staat niet van deze bevoegdheid gebruik maakt, voor zover zodanige kosten te haren laste komen.
**5.** In gevallen als bedoeld in artikel 63*d*, eerste lid, treedt voor de toepassing van het tweede en vierde lid de waterkwaliteitsbeheerder in de plaats van de gemeente.
**6.**
**5.**
In de gevallen waarin de veroorzaker van een verontreiniging of aantasting niet op grond van het eerste lid aansprakelijk is omdat hij door het verontreinigen of aantasten niet jegens enige overheid onrechtmatig handelde, kunnen de in dat lid bedoelde kosten niettemin door de Staat worden verhaald, indien aan de voorwaarden is voldaan, dat:
@ -1289,7 +1144,7 @@ b. de veroorzaker met het oog op deze ernstige gevaren zich ernstig verwijtbaar
1°. de destijds in vergelijkbare bedrijven gebruikelijke bedrijfsvoering, en
2°. de destijds bestaande en voor de veroorzaker redelijkerwijs toepasbare alternatieven.
**7.** Onze Minister kan mandaat verlenen aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders om afstand te doen van het recht de ten laste van het Rijk komende kosten als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het eerste of derde lid te verhalen.
**6.** Onze Minister kan mandaat verlenen aan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders om afstand te doen van het recht de ten laste van het Rijk komende kosten als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig het eerste of derde lid te verhalen.
### Paragraaf 3. Bijdrage voor onderzoek en sanering van gevallen van verontreiniging
@ -1303,7 +1158,7 @@ b. de veroorzaker met het oog op deze ernstige gevaren zich ernstig verwijtbaar
### Artikel 75b
De artikelen 76 tot en met 76b hebben uitsluitend betrekking op de sanering van de bodem anders dan de bodem onder oppervlaktewater als bedoeld in de artikelen 63a en 63d.
De artikelen 76 tot en met 76b hebben uitsluitend betrekking op de sanering van de bodem anders dan de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam.
### Artikel 76
@ -1425,30 +1280,30 @@ g. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
### Artikel 76m
De artikelen 76n en 76o zijn van toepassing voor de sanering van de bodem in gevallen als bedoeld in artikel 63d.
Vervallen
### Artikel 76n
**1.** Onze Minister verleent voor een periode van vijf jaar een door hem vast te stellen budget aan de provincie ter tegemoetkoming in de in de daarop volgende vijf jaar te maken kosten van het onderzoek van onderzoeksgevallen en van het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, die door de waterkwaliteitsbeheerders in de betrokken provincie zullen worden uitgevoerd.
**1.** Onze Minister kan voor een periode van vijf jaar een door hem vast te stellen budget aan de provincie verlenen ter tegemoetkoming in de in de daarop volgende vijf jaar te maken kosten van het onderzoek van onderzoeksgevallen en van het saneringsonderzoek en de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging in de bodem of oever van tot de regionale wateren behorende oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, die door de beheerder in de betrokken provincie zullen worden uitgevoerd.
**2.** De artikelen 76a tot en met 76iii zijn van overeenkomstige toepassing. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de berekening van de in het eerste lid, bedoelde bijdrage en over de in aanmerking te nemen kosten.
**2.** De artikelen 76a tot en met 76iii zijn van overeenkomstige toepassing. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de berekening van de in het eerste lid, bedoelde bijdrage en over de in aanmerking te nemen kosten.
**3.** Uit het budget bekostigt de provincie per geval van verontreiniging negentig procent van de kosten van nader onderzoek en van saneringsonderzoek en sanering van gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in het eerste lid, voorzover die kosten niet overeenkomstig artikel 76o, eerste lid, ten laste komen van de betrokken waterkwaliteitsbeheerder.
**3.** Uit het budget bekostigt de provincie per geval van verontreiniging negentig procent van de kosten van nader onderzoek en van saneringsonderzoek en sanering van gevallen van ernstige verontreiniging als bedoeld in het eerste lid, voorzover die kosten niet overeenkomstig artikel 76o, eerste lid, ten laste komen van de betrokken beheerder.
### Artikel 76o
**1.**
In gevallen als bedoeld in artikel 63d, eerste lid, draagt de waterkwaliteitsbeheerder in een geval waarin nader onderzoek zal plaats vinden of in een geval van ernstige verontreiniging, voorzover dit geval de bodem onder of de oever van oppervlaktewater dat tot zijn beheer behoort, betreft, met betrekking tot dat geval:
In gevallen van verontreiniging in de bodem of oever van tot de regionale wateren behorende oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, draagt de beheerder in een geval waarin nader onderzoek zal plaats vinden of in een geval van ernstige verontreiniging, voorzover dit geval de bodem onder of de oever van oppervlaktewater dat tot zijn beheer behoort, betreft, met betrekking tot dat geval:
a. de in artikel 76n, derde lid, bedoelde kosten per geval, tot ten hoogste het bedrag dat wordt verkregen door een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal inwonerequivalenten waarover de betrokken waterkwaliteitsbeheerder op 1 januari van het jaar waarop de bijdrage verschuldigd wordt, de heffing, bedoeld in artikel 21 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, heft, en daarenboven,
a. de in artikel 76n, derde lid, bedoelde kosten per geval, tot ten hoogste het bedrag dat wordt verkregen door een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal inwonerequivalenten waarover de betrokken beheerder op 1 januari van het jaar waarop de bijdrage verschuldigd wordt, de heffing, bedoeld in artikel 7.2 van de Waterwet, heft, en daarenboven,
b. indien de in artikel 76n, derde lid, bedoelde kosten per geval meer bedragen dan het bij toepassing van onderdeel a door vermenigvuldiging verkregen bedrag, tien procent van het overblijvende gedeelte van die kosten.
**2.** Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt een maximum gesteld aan het bij toepassing van dat onderdeel door vermenigvuldiging verkregen bedrag.
**3.** Voor de berekening van de kosten per geval, als bedoeld in het eerste lid, worden de kosten van de gevallen waarvan de sanering met toepassing van artikel 42 tezelfdertijd wordt begonnen, beschouwd als kosten van een enkel geval.
**4.** De waterkwaliteitsbeheerder draagt de volledige kosten van oriënterend onderzoek van gevallen die de bodem onder oppervlaktewater betreffen, die tot zijn beheer behoren.
**4.** De beheerder draagt de volledige kosten van oriënterend onderzoek van gevallen die de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam betreffen, die tot zijn beheer behoren.
#### Paragraaf 3.4. Overige bepalingen
@ -1570,29 +1425,22 @@ Een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelinge
**5.**
De in het eerste en het tweede lid bedoelde gelijkstelling is niet van toepassing voor zover de in het eerste lid genoemde artikelen de verontreiniging of aantasting betreffen van:
a. de bodem onder oppervlaktewater;
b. de kust of de oever van oppervlaktewater, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de verontreiniging of aantasting van de kust of de oever gevolgen heeft voor de bodem onder dat water.
**6.**
Onverlet het derde tot en met het vijfde lid, treden in de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid:
Onverlet het derde en vierde lid, treden in de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid:
a. de raad onderscheidenlijk het algemeen bestuur van de plusregio op in de plaats van provinciale staten,
b. burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de plusregio op in de plaats van gedeputeerde staten, en
c. de burgemeester onderscheidenlijk de voorzitter van de plusregio op in de plaats van Onze commissaris in de provincie.
**7.**
**6.**
In de gevallen, bedoeld in het zesde lid:
In de gevallen, bedoeld in het vijfde lid:
a. worden tevens gedeputeerde staten in de gelegenheid gesteld van advies te dienen overeenkomstig artikel 32;
b. kunnen ook gedeputeerde staten een verzoek doen als bedoeld in artikel 33;
c. wordt een beschikking, houdende een beslissing op een zodanig verzoek tevens aan gedeputeerde staten toegezonden;
d. wordt de inhoud van een ingevolge artikel 30 of 31 gegeven beschikking tevens onverwijld aan gedeputeerde staten medegedeeld en wordt de beschikking tevens in afschrift aan hen gezonden.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan het eerste lid van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere gemeenten dan die, genoemd in het eerste lid.
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kan het eerste lid van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere gemeenten dan die, genoemd in het eerste lid.
### Artikel 89
@ -1655,15 +1503,14 @@ Een gedraging in strijd met een voorschrift, krachtens de artikelen 64, tweede l
**2.** Het in artikel 18.2 van de Wet milieubeheer bedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het ten aanzien van de betrokken inrichting bij of krachtens deze wet bepaalde.
**3.** Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van artikel 13.
**3.** Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van artikel 13.
**4.**
De volgende bestuursorganen hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens § 3 van hoofdstuk IV en artikel 72:
a. in gevallen als bedoeld in de artikelen 63a en 63d: de waterkwaliteitsbeheerder;
b. in gevallen als bedoeld in artikel 88, eerste, tweede en achtste lid en negende lid: burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de plusregio;
c. in andere gevallen: gedeputeerde staten.
a. in gevallen als bedoeld in artikel 88, eerste, tweede en zevende lid: burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van de plusregio;
b. in andere gevallen: gedeputeerde staten.
**5.** Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 12a kan worden aangegeven onder welke voorwaarden en in welke gevallen de bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving niet bij het bevoegd gezag maar bij Onze Minister berust.
@ -1685,13 +1532,13 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
### Artikel 99
**1.** De artikelen 6 tot en met 12b zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent regels gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet, de Kernenergiewet, de Natuurbeschermingswet, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de Wet verontreiniging zeewater.
**1.** De artikelen 6 tot en met 12b zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent regels gelden, die zijn gesteld bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de Kernenergiewet en de Natuurbeschermingswet 1998.
**2.** De artikelen 6 tot en met 12b zijn niet van toepassing op mijnbouwwerken als bedoeld in artikel 1 van de Mijnbouwwet. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 49 van de Mijnbouwwet kan worden bepaald dat de artikelen 6 tot en met 12b en de daarop berustende bepalingen geheel of gedeeltelijk wel van toepassing zijn op deze werken.
**3.** De artikelen 27 tot en met 54 zijn niet van toepassing ten aanzien van maatregelen met het oog op ongewone voorvallen of sanering van de bodem, voor zover daarin kan worden voorzien krachtens de artikelen 39 en 44 van de Kernenergiewet.
**4.** De artikelen 27 tot en met 54 zijn evenmin van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent voorschriften gelden die zijn gesteld bij of krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
**4.** Deze wet is niet van toepassing op de bodem en de oevers van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en, voor zover het oppervlaktewaterlichaam behoort tot de zee, bedoeld in dat artikel, de ondergrond van de zeebodem.
### Artikel 99a