2016-07-15 | BWBR0014330 | Luchthavenverkeerbesluit Schiphol

This commit is contained in:
Coornhert 2016-07-15 12:00:00 +00:00
parent 18860228a7
commit a5f166c0e5

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. *gebruiksjaar*: de periode van een jaar die loopt van 1 november tot en met 31 oktober;
a. *gebruiksjaar*: de periode van een jaar die loopt van 1 november tot en met 31 oktober;
b. *vliegtuig*: het begrip zoals dat is bepaald in artikel 1, onderdeel ak, van het Luchtverkeersreglement, met uitzondering van draagschroefvliegtuigen;
c. *straalvliegtuig*: een vliegtuig waarbij de voortstuwing direct door ten minste één straalmotor wordt verzorgd;
d. *vliegtuigbeweging*: de aankomst of het vertrek van een vliegtuig op of van de luchthaven;
@ -101,6 +101,8 @@ De LVNL draagt er zorg voor dat het aantal afwijkingen als bedoeld in het tweede
| Van grens SchipholTMA tot eindnadering | Van 6 tot 23 uur | 15,00% | | |
| Van 23 tot 6 uur | 0,05% | | | |
**4.** De LVNL kan met het oog op de beperking van de geluidbelasting tussen 22.15 uur en 23.00 uur en tussen 6.00 uur en 6.45 uur luchtverkeersleiding geven die ertoe strekt dat het straalvliegtuig blijft binnen een luchtverkeerweg als bedoeld in artikel 3.1.1 die voor het tijdvak van 23.00 uur tot 6.00 uur is aangewezen.
### Artikel 3.1.4
De exploitant van de luchthaven draagt zorg voor de beschikbaarstelling van het in het luchthavenindelingbesluit beschreven banenstelsel voor luchthavenluchtverkeer. De exploitant kan de beschikbaarstelling beperken indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden aan of in verband met het banenstelsel.
@ -207,7 +209,7 @@ b. de waarde die bij het punt in bijlage 3 bij dit besluit tussen haken is verme
### Artikel 4.2.3
**1.** De geluidbelasting uitgedrukt in L_den of L_night, wordt bepaald overeenkomstig de definitie van deze begrippen in bijlage I van Richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (Pb L 189 van 18 juli 2002).
**1.** De geluidbelasting uitgedrukt in L_den of L_night, wordt bepaald overeenkomstig de definitie van deze begrippen in bijlage I van Richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (Pb L 189 van 18 juli 2002).
**2.** De in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 bedoelde geluidbelastingen worden bepaald overeenkomstig het rapport van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium NLR-CR-2001-372.
@ -272,7 +274,7 @@ b. minimaal zes maanden daarna kan van elke exploitant van luchtvaartuigen worde
Artikel 4A.3 is niet van toepassing op:
a. exploitatiebeperkingen waartoe reeds was besloten vóór of op 28 maart 2002;
a. exploitatiebeperkingen waartoe reeds was besloten vóór of op 28 maart 2002;
b. niet-wezenlijke technische wijzigingen in partiële exploitatiebeperkingen die geen significant kosteneffect hebben voor de luchtvaartondernemingen op de luchthaven en na 28 maart 2002 zijn aangebracht.
### Artikel 4A.6
@ -318,7 +320,7 @@ Bij de toepassing van artikel 4.3.1, derde lid, in het eerste gebruiksjaar wordt
**1.** Dit artikel is van toepassing in het geval dat de inwerkingtreding van dit besluit niet samenvalt met het begin van een gebruiksjaar.
**2.** Als eerste gebruiksjaar geldt het tijdvak vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 november daarop volgend.
**2.** Als eerste gebruiksjaar geldt het tijdvak vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot 1 november daarop volgend.
**3.**
@ -334,7 +336,7 @@ De grenswaarden voor de geluidbelasting in het eerste gebruiksjaar worden gevond
a. voor iedere dag in het eerste gebruiksjaar de waarde te nemen die voortvloeit uit de na dit artikel opgenomen tabel;
b. deze waarden bij elkaar op te tellen;
c. van deze som de logaritme te nemen en die te vermenigvuldigen met  10;
c. van deze som de logaritme te nemen en die te vermenigvuldigen met 10;
d. de in de artikelen 4.2.1 en 4.2.2 bedoelde grenswaarden te verminderen met dat produkt.
**5.**
@ -362,9 +364,9 @@ Bij de toepassing van artikel 4.3.1, derde lid, in het tweede gebruiksjaar wordt
**1.** Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit wordt door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een milieueffectrapport opgesteld.
**2.** Het rapport is gericht op een vergelijking van het beschermingsniveau, zoals dat wordt geboden door dit besluit, met het beschermingsniveau zoals dat voor de inwerkingtreding van artikel VI van de wet van 27 juni 2002 houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374) ten aanzien van het vijfbanenstelsel is beschreven in de PKB Schiphol en Omgeving. Artikel IX van die wet wordt hierbij in acht genomen.
**2.** Het rapport is gericht op een vergelijking van het beschermingsniveau, zoals dat wordt geboden door dit besluit, met het beschermingsniveau zoals dat voor de inwerkingtreding van artikel VI van de wet van 27 juni 2002 houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374) ten aanzien van het vijfbanenstelsel is beschreven in de PKB Schiphol en Omgeving. Artikel IX van die wet wordt hierbij in acht genomen.
**3.** Voor zover uit het rapport blijkt dat bij de vaststelling van dit besluit het bepaalde in de artikelen X tot en met XIII van de wet van 27 juni 2002 houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374) niet in acht is genomen, bevordert Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dat zulks alsnog geschiedt.
**3.** Voor zover uit het rapport blijkt dat bij de vaststelling van dit besluit het bepaalde in de artikelen X tot en met XIII van de wet van 27 juni 2002 houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374) niet in acht is genomen, bevordert Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dat zulks alsnog geschiedt.
### Artikel 6.2