2018-01-01 | BWBR0035217 | Besluit houders van dieren

This commit is contained in:
Coornhert 2018-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2f7a146065
commit a60b37ee67

View file

@ -1998,26 +1998,60 @@ f. het doden, en daarmee verband houdende activiteiten, van dieren buiten een sl
### Artikel 5.4
Bij het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, wordt voldaan aan de artikelen 5.5 tot en met 5.9 en aan de terzake krachtens artikel 5.2 gestelde regels.
Bij het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.5 tot en met 5.9a en aan de terzake krachtens artikel 5.2 gestelde regels.
### Artikel 5.5
**1.** De exploitant van een inrichting die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEG 2004, L 226), meldt voorafgaand aan het doden aan Onze Minister dat in de inrichting dieren volgens de islamitische of israëlitische ritus zullen worden gedood.
Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 5.4, geschiedt slechts in een inrichting die daartoe over een registratie beschikt.
**2.** Indien vanaf de dag waarop is gemeld dat in die inrichting dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus zullen worden gedood meer dan een jaar geen dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus zijn gedood doet de exploitant, bedoeld in het eerste lid, een nieuwe melding voordat hij het doden hervat.
### Artikel 5.5a
**3.** De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gedaan op een daartoe beschikbaar gesteld formulier.
Een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 5.5 kan slechts worden gedaan door een inrichting die op grond van artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 226) door Onze Minister is erkend.
### Artikel 5.5b
**1.**
Onze Minister besluit tot het verlenen van een registratie indien de inrichting voldoet aan:
a. het bepaalde in verordening (EG) nr. 1099/2009, en
b. het bepaalde in deze paragraaf.
**2.**
Het besluit tot het verlenen van een registratie, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen op voordracht van:
a. de Permanente Commissie tot de Algemene Zaken van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap voor zover het betreft doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de israëlitische ritus;
b. de Commissie Islamitisch Slachten van het Contactorgaan Moslims en Overheid voor zover het betreft doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische ritus;
c. een andere organisatie die de israëlitische of islamitische geloofsgemeenschap vertegenwoordigen, voor zover het betreft het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de israëlitische onderscheidenlijk islamitische ritus.
### Artikel 5.5c
Van de verleende registratie, bedoeld in artikel 5.5b, wordt voor de betreffende inrichting aantekening gemaakt in het register waarin de erkenning van de inrichtingen op grond van artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 226) is geregistreerd.
### Artikel 5.5d
Indien een erkenning op grond van artikel 4 van verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 226) als bedoeld in artikel 5.5a wordt ingetrokken, vervalt de registratie, bedoeld in artikel 6.5, van rechtswege.
### Artikel 5.5e
De registratie, bedoeld in artikel 5.5, kan worden geschorst dan wel ingetrokken, indien niet langer wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 5.5b.
### Artikel 5.5f
**1.** Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming geschiedt te allen tijde in aanwezigheid van een op grond van artikel 8.1 van de wet aangewezen ambtenaar.
**2.** Onze Minister kan besluiten tot afwijking van het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de permanente aanwezigheid van een ambtenaar bij het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, indien in het betrokken slachthuis voldoende is gewaarborgd dat het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf wordt nageleefd. Van voldoende waarborgen kan sprake zijn in geval het slachthuis deelneemt aan een kwaliteitssysteem waarmee naleving van het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf wordt geborgd.
**3.** Indien naar het oordeel van Onze Minister naleving van het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf niet gewaarborgd is, kan Onze Minister het besluit, bedoeld in het tweede lid, intrekken.
### Artikel 5.6
Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt uitsluitend door personen die daartoe:
a. door het Opperrabbinaat voor Nederland zijn gemachtigd, voor zover het doden volgens de Israëlitische ritus betreft, of
b. door één of meer organisaties die geacht kunnen worden alle of bepaalde groepen islamieten in Nederland te vertegenwoordigen, zijn aangewezen, voor zover het doden volgens de islamitische ritus betreft en deze personen daarvan door een schriftelijk bewijs aan de op grond van artikel 8.1, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren of andere personen hebben doen blijken.
Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt slechts door personen die door een organisatie als bedoeld in artikel 5.5b, tweede lid zijn voorgedragen om het slachtproces overeenkomstig de betrokken religieuze ritus uit te voeren, en die van die voordracht een bewijs overleggen aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 5.5f, eerste lid.
### Artikel 5.7
**1.** Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt overeenkomstig de door de op grond van artikel 8.1, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren of andere personen in het belang van de bescherming van het te doden dier gegeven aanwijzingen.
**1.** Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, van de wet, geschiedt overeenkomstig de door de op grond van artikel 8.1, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren in het belang van de bescherming van het te doden dier gegeven aanwijzingen.
**2.**
@ -2029,17 +2063,54 @@ c. het staken van het dodingsproces indien onvoldoende is gegarandeerd dat daarb
**3.** Onverminderd het tweede lid mag, naast de bij de dodingshandelingen betrokken personen en de personen die tijdens de dodingshandelingen de israëlitische of islamitische ritus verrichten, ten hoogste één persoon bij het doden aanwezig zijn.
**4.** Onverminderd het eerste en tweede lid, hebben de aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, geen betrekking op de godsdienstige gebruiken volgens de israëlitische en islamitische ritus bij het proces van het doden zonder voorafgaande bedwelming.
### Artikel 5.8
**1.** Runderen worden gefixeerd door middel van een toestel dat is voorzien van een tijd-mechanisme dat gedurende 45 seconden na het bedienen daarvan, de opheffing van de fixatie onmogelijk maakt; dit mechanisme wordt onmiddellijk na het toebrengen van de halssnede in werking gesteld.
De persoon die belast is met het doden zonder voorafgaande bedwelming van een dier, beoordeelt voor elk dier of dit dier qua type, omvang, gewicht en mentale toestand geschikt is om zonder voorafgaande bedwelming te worden gedood en gaat niet over tot het doden van dat dier zonder voorafgaande bedwelming in geval dat dier daartoe ongeschikt is bevonden.
**2.** Na het toebrengen van de halssnede blijven schapen en geiten gedurende ten minste dertig seconden gefixeerd in de positie die de dieren innamen op het moment van het toebrengen van de halssnede.
### Artikel 5.8a
De fixatievoorzieningen en de fixatie-uitrusting voldoen in elk geval aan de volgende eisen:
a. verkeren in een goede staat;
b. bevatten geen scherpe uitsteeksels;
c. bestaan uit soepel bewegende delen, zonder dat schokkende bewegingen agitatie bij het dier kunnen veroorzaken;
d. veroorzaken geen geluiden die stress veroorzaken bij het dier;
e. zijn geschikt voor de omvang van het te slachten dier en het diersoort;
f. houden het dier voor en tijdens de fixatie in een comfortabele positie, waarbij de fixatie-uitrusting of voorzieningen voldoende druk uitoefenen om het dier gefixeerd te houden, zonder daarbij onnodige stress te veroorzaken, en
g. beschikken over een vloer die antislip is, waardoor dieren op geen enkele wijze net voor en tijdens de fixatie kunnen uitglijden.
### Artikel 5.8b
**1.** Het te doden dier gaat het fixatieapparaat niet eerder binnen dan nadat de slachter gereed staat met het mes om het dier te doden.
**2.** De fixatie van het te slachten dier wordt niet eerder opgeheven dan nadat overeenkomstig het gestelde in artikel 5.9a, eerste of tweede lid, zeker is gesteld dat het dier het bewustzijn heeft verloren.
### Artikel 5.9
**1.** Het toebrengen van de halssnede gebeurt met een vlijmscherp mes door een persoon die niet tevens belast is met het fixeren van de dieren.
**1.** Het toebrengen van de halssnede geschiedt met een mes dat te allen tijde zeer scherp en gaaf is.
**2.** Bij schapen, geiten en pluimvee worden ten minste gedurende 30 seconden en bij runderen ten minste gedurende 45 seconden na het aanbrengen van de halssnede geen verdere slachthandelingen verricht.
**2.** Het mes dat voor het toebrengen van de halssnede wordt gebruikt, wordt na iedere snede gereinigd.
**3.** De lengte van het mes dat voor het toebrengen van de halssnede wordt gebruikt, is minimaal anderhalf tot twee keer de breedte van de hals.
**4.** De halssnede wordt met een ononderbroken, vloeiende beweging uitgevoerd, met als doel het dier zo snel mogelijk te verbloeden.
**5.** Ingeval een dier een te dikke vacht heeft waardoor de halssnede minder gemakkelijk kan worden uitgevoerd, wordt de hals van het dier ter plaatse van de halssnede geschoren dan wel op een andere wijze geschikt gemaakt voor het uitvoeren van de halssnede.
**6.** In afwijking van het derde lid, mag de halssnede worden toegebracht met een kleiner mes, mits voorkomen wordt dat de punt van het mes in de wondrand prikt.
### Artikel 5.9a
**1.** Binnen een periode van 40 seconden vanaf het moment van het aanbrengen van de halssnede wordt het dier bedwelmd volgens de methoden en de desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de verordening (EG) nr. 1099/2009.
**2.**
Een bedwelming als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven indien binnen de in het eerste lid bedoelde periode van 40 seconden door de slachter ten minste één van de volgende bewustzijnsindicatoren als negatief wordt beoordeeld:
a. de geïnduceerde ooglidreflex, of
b. de corneareflex.
## Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
@ -2074,9 +2145,11 @@ b. de stal of de vloer van de stal na het in artikel 2.18, vierde lid, bedoelde
### Artikel 6.4
**1.** Inrichtingen waaraan op het tijdstip van inwerkintreding van artikel 5.5 krachtens artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vrijstelling van de artikelen 44, vierde tot en met zevende lid en achtste lid, onderdeel b, tweede volzin, van die wet, is verleend behoeven geen melding als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, te doen.
**1.** Aan inrichtingen waarvan de exploitant een melding heeft gedaan op grond van artikel 5.5 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding van dit artikel, wordt geacht een registratie te zijn verleend op grond van de artikelen 5.5 en 5.5b van dit besluit.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien in de desbetreffende inrichting vanaf de datum waarop paragraaf 2 van hoofdstuk 5 in werking treedt, meer dan een jaar geen dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus zijn geslacht.
**2.** Aan inrichtingen waarop artikel 6.4, eerste lid, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding dit artikel, van toepassing is, wordt geacht een registratie te zijn verleend op grond van de artikelen 5.5 en 5.5b van dit besluit.
**3.** Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien in de desbetreffende inrichting na het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt, meer dan een jaar geen dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus zijn geslacht.
### Artikel 6.5