diff --git a/kb/besluit-militaire-medailles/BWBR0002070/README.md b/kb/besluit-militaire-medailles/BWBR0002070/README.md index 69bf6d4cc8f..c6455099f30 100644 --- a/kb/besluit-militaire-medailles/BWBR0002070/README.md +++ b/kb/besluit-militaire-medailles/BWBR0002070/README.md @@ -64,19 +64,10 @@ Na ontslag uit de militaire dienst blijft de begiftigde gerechtigd tot het drage **1.** -Het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van de in artikel 1 van dit besluit bedoelde medailles geschiedt, behoudens het bepaalde in de leden 2 tot en met 4 van dit artikel, op overeenkomstige wijze als het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van pensioen krachtens het bepaalde in: +Het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van de in artikel 1 van dit besluit bedoelde medailles geschiedt, behoudens de leden 2 tot en met 4 van dit artikel, overeenkomstig het berekenen van de diensttijd tot het verkrijgen van pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen inzake voor pensioen geldige diensttijd, met dien verstande dat: -artikel A 3; - -artikel D 1, eerste lid, sub *a*, ten 1e, 2e en 4e; - -artikel D 1, eerste lid, sub *c*, ten 1e, 2e, 3e en 4e; - -artikel D 1, tweede lid onder *b*; - -artikel D 3, eerste lid, met dien verstande dat voor de militair die tussen 31 december 1985 en 1 juli 1986 binnen de keerkringen, in arctische of antarctische gebieden was geplaatst, de duur van die plaatsing na 31 december 1985 dubbeltelt; - -artikel D 4 en artikel D 5, vijfde lid, alsmede artikel D 6 van de Algemene militaire pensioenwet, met dien verstande, dat het gestelde in de derde volzin van het eerste lid van laatstgenoemd artikel buiten toepassing blijft. +a. voor de militair die tussen 31 december 1985 en 1 juli 1986 binnen de keerkringen, in arctische of antarctische gebieden was geplaatst, de duur van die plaatsing na 31 december 1985 dubbel telt; +b. die diensttijdbepalingen ter zake van dubbeltelling wegens krijgsverrichtingen, ongeoorloofde afwezigheid, alsmede de rekenmethode aan de hand van kalenderjaren, kalendermaanden, dagen en oefenuren niet van toepassing zijn. Met betrekking tot de vaststelling van de in artikel 1, onder *b*, respectievelijk onder *c* van dit besluit genoemde diensttijd worden evenwel ten hoogste zes, respectievelijk negen jaren dubbel geteld.