diff --git a/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md b/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md index 63611ede9a9..b302f277f31 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-volksverzekeringen-en-sociale-voorzieningen/BWBR0029368/README.md @@ -161,11 +161,9 @@ b. Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Sab c. Aruba, Curaçao of Sint Maarten; of d. een volkenrechtelijke organisatie, -toegekende uitkering, waaronder mede begrepen een verhoging van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de artikelen 14, 22 of 26 van de Algemene nabestaandenwet anders dan op grond van de vrijwillige verzekering, wordt op de uitkering, bedoeld in de artikelen 14 respectievelijk 22 of 26 van de Algemene nabestaandenwet in mindering gebracht. +toegekende uitkering, waaronder mede begrepen een verhoging van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een gehele of een deel van een uitkering als bedoeld in de artikelen 14 of 26 van de Algemene nabestaandenwet anders dan op grond van de vrijwillige verzekering, wordt op de uitkering, bedoeld in de artikelen 14 respectievelijk 26 van de Algemene nabestaandenwet in mindering gebracht. -**3.** Indien bij de vaststelling van de hoogte van een toegekende uitkering als bedoeld in het tweede lid, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in de artikel 14 van de Algemene nabestaandenwet, rekening wordt gehouden met tot het gezin van de nabestaande behorende kinderen, worden voor de toepassing van het tweede lid, de uitkeringen bedoeld in de artikelen 14 en 22 van de Algemene nabestaandenwet samengeteld en als één uitkering beschouwd. - -**4.** Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede en derde lid. +**3.** Artikel 2:4, eerste lid, onderdeel P, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. ### Artikel 2:7 @@ -192,7 +190,7 @@ c. de artikelen 2:2, derde lid, 2:3, eerste lid, onderdeel d, en 2:4, derde en v Voor het bepalen van inkomen als bedoeld in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers geldt dat in afwijking van artikel 2:4, eerste lid, onderdelen l en o, niet als overig inkomen wordt aangemerkt: a. een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l, en een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, onderdeel l; -b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.250,00 per kalenderjaar; en +b. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 2.251,00 per kalenderjaar; en c. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 95,– per maand met een maximum van € 764,– per jaar, dan wel een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand van ten hoogste € 150,– per maand met een maximum van € 1.500,– per jaar. **2.** Onze Minister wijzigt de bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van de in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft.