2021-01-01 | BWBR0022751 | Wet op het kindgebonden budget
This commit is contained in:
parent
4c39fe1695
commit
a64ec4a8d0
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -25,7 +25,7 @@ d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het
|
|||
|
||||
**3.** Artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 85.767,00 dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 85.767,00. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 116.613 of, indien de ouder het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 147.459. Bij de bepaling van de rendementsgrondslag, bedoeld in de vorige zin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -35,22 +35,22 @@ d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het
|
|||
|
||||
Het kindgebonden budget bedraagt voor een berekeningsjaar:
|
||||
|
||||
a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind: € 1.185,00;
|
||||
b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 2.190,00;
|
||||
c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 2.487,00;
|
||||
d. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan drie kinderen: € 2.487,00, verhoogd met zoveel maal € 297,00 als het aantal kinderen meer bedraagt dan drie.
|
||||
a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind: € 1.204,00;
|
||||
b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 2.226,00;
|
||||
c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 3.145,00;
|
||||
d. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan drie kinderen: € 3.145,00, verhoogd met zoveel maal € 919,00 als het aantal kinderen meer bedraagt dan drie.
|
||||
|
||||
**3.** Een ouder heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget in een berekeningsjaar voor een kind met ingang van de kalendermaand na de maand waarin dat kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**4.** Voor een kind dat 12 jaar of ouder is, maar jonger is dan 16 jaar bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget € 243,00.
|
||||
**4.** Voor een kind dat 12 jaar of ouder is, maar jonger is dan 16 jaar bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget € 247,00.
|
||||
|
||||
**5.** Voor een kind dat 16 of 17 jaar is, bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget met ingang van de kalendermaand na de maand waarin het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt € 434,00.
|
||||
**5.** Voor een kind dat 16 of 17 jaar is, bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget met ingang van de kalendermaand na de maand waarin het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt € 441,00.
|
||||
|
||||
**6.** De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 3.190,00.
|
||||
**6.** De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 3.242,00.
|
||||
|
||||
**7.** Bij een toetsingsinkomen van de ouder die geen partner heeft, van meer dan het drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde, vijfde en zesde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het toetsingsinkomen en het drempelinkomen.
|
||||
|
||||
**8.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan het met € 16.750,– verhoogde drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde en vijfde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het gezamenlijk toetsingsinkomen en het met € 16.750,– verhoogde drempelinkomen.
|
||||
**8.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan het met € 17.018,00 verhoogde drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde en vijfde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het gezamenlijk toetsingsinkomen en het met € 17.018,00 verhoogde drempelinkomen.
|
||||
|
||||
**9.** Een ouder als bedoeld in het eerste en derde lid en zijn partner die tevens ouder is als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van deze wet geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue