2006-09-24 | BWBR0033272 | Besluit afdoening concentratiemeldingen d.m.v. verkort besluit
This commit is contained in:
parent
fb8e9347ef
commit
a6b78c7fe6
1 changed files with 4 additions and 26 deletions
|
|
@ -49,9 +49,9 @@ Een verkort besluit is passend in gevallen waarin is voldaan aan de volgende dri
|
|||
(c) Het moet evident zijn dat de concentratie uit mededingingsoogpunt geen bezwaren oproept. Daarom moet één van de volgende situaties zich voordoen:
|
||||
|
||||
1) Er is bij geen enkele reëel mogelijke marktafbakening sprake van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen. Dit wil zeggen dat aangenomen mag worden dat er geen sprake is van een door de concentratie te beïnvloeden markt in de zin van artikel 1, onder h van het Besluit gegevensverstrekking mededingingswet (Besluit van 17 oktober 1997, Stb. 485, gewijzigd bij Besluit van 27 april 2000, Stb. 222; hierna: Besluit gegevensverstrekking); of
|
||||
2) Er is wèl sprake van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen, maar de marktaandelen in kwestie zijn kleiner dan 15% wanneer het gaat om een horizontale relatie en kleiner dan 20% wanneer het gaat om een verticale relatie. De markt of markten in kwestie zijn bekend uit eerdere zaken van de NMa of van de Europese Commissie. Ten aanzien van de omvang van de markt is voldoende betrouwbare informatie beschikbaar. Dit wil zeggen dat aangenomen mag worden dat er geen sprake is van een te onderzoeken markt in de zin van artikel 1, onder i van het Besluit gegevensverstrekking.
|
||||
2) Er is wel sprake van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen, maar de marktaandelen in kwestie zijn kleiner dan 25% wanneer het gaat om een horizontale relatie en kleiner dan 30% wanneer het gaat om een verticale relatie. Ten aanzien van de omvang van de markt is voldoende informatie aanwezig. De markt of markten in kwestie zijn bekend uit eerdere zaken van de NMa of van de Europese Commissie, dan wel, indien dat niet het geval is, is duidelijk dat bij geen enkele reëel mogelijke marktafbakening de marktaandelen boven de 25% resp. 30% uitkomen.
|
||||
|
||||
*Toelichting*: Indien er geen horizontale of verticale relatie bestaat tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen dan is er sprake van een concentratie die wel als ‘conglomeraat’ wordt aangeduid. Het is dan slechts in zeer uitzonderlijke situaties denkbaar dat er een mededingingsprobleem ontstaat. In dit soort gevallen zal in de regel een verkort besluit passend zijn. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de vraag of er sprake is van een horizontale of verticale relatie strikt genomen pas kan worden beantwoord nadat is vastgesteld welke markten in het geding zijn. In de praktijk kan de analyse die ertoe strekt deze vraag te beantwoorden achterwege blijven wanneer het gaat om goederen of diensten die vanuit het oogpunt van de behoefte van de afnemer te ver van elkaar zijn verwijderd terwijl er ook vanuit een oogpunt van aanbodsubstitutie op het eerste gezicht geen reden is om een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen te veronderstellen. In de hier bedoelde gevallen moet dus uitgesloten worden geacht dat, ongeacht tot welke relevante markten zou worden geconcludeerd, er sprake zou kunnen zijn van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen. Indien er wèl sprake is van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van partijen dan zal een verkort besluit passend zijn wanneer de marktaandelen laag zijn, de grootte van deze marktaandelen mede af te leiden is uit voldoende betrouwbare informatie uit onafhankelijke bron, terwijl voorts de markten in kwestie bekend zijn uit eerdere zaken. De kritische marktaandelen zijn in deze benadering laag gekozen. Het moet immers om gevallen gaan waarbij het, ongeacht wat de overige marktomstandigheden zijn, uitgesloten is dat het ontstaan of de versterking van een machtspositie in het geding zou kunnen zijn. Voorts moet worden opgemerkt dat deze benadering niet impliceert dat in een eerder besluit al een uitspraak is gedaan over de relevante markt. Het kan immers zo zijn dat in eerdere gevallen, die dezelfde economische activiteiten als onderwerp hadden, kon worden geconcludeerd dat bij geen van de overwogen marktomschrijvingen een machtspositie zou kunnen ontstaan of worden versterkt, terwijl in een later besluit een zelfde conclusie kan worden getrokken. Dat latere besluit leent zich dan voor een verkort besluit indien de aangegeven marktaandelen bij geen van die eerder overwogen marktomschrijvingen wordt overschreden.
|
||||
*Toelichting*: Indien er geen horizontale of verticale relatie bestaat tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen dan is er sprake van een concentratie die wel als ‘conglomeraat’ wordt aangeduid. Het is dan slechts in zeer uitzonderlijke situaties denkbaar dat er een mededingingsprobleem ontstaat. In dit soort gevallen zal in de regel een verkort besluit passend zijn. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de vraag of er sprake is van een horizontale of verticale relatie strikt genomen pas kan worden beantwoord nadat is vastgesteld welke markten in het geding zijn. In de praktijk kan de analyse die ertoe strekt deze vraag te beantwoorden achterwege blijven wanneer het gaat om goederen of diensten die vanuit het oogpunt van de behoefte van de afnemer te ver van elkaar zijn verwijderd terwijl er ook vanuit een oogpunt van aanbodsubstitutie op het eerste gezicht geen reden is om een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen te veronderstellen. In de hier bedoelde gevallen moet dus uitgesloten worden geacht dat, ongeacht tot welke relevante markten zou worden geconcludeerd, er sprake zou kunnen zijn van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van de betrokken ondernemingen. Indien er wèl sprake is van een horizontale of verticale relatie tussen de activiteiten van partijen dan zal een verkort besluit passend zijn wanneer de marktaandelen laag zijn, de grootte van deze marktaandelen mede af te leiden is uit voldoende betrouwbare informatie uit onafhankelijke bron, terwijl voorts de markten in kwestie bekend zijn uit eerdere zaken. Ook kan verkort worden afgedaan indien, ook als de markten nog niet eerder zijn afgebakend, duidelijk is dat bij alle reëel mogelijke marktafbakeningen, de marktaandelen kleiner zijn dan 25% (bij een horizontale relatie) dan wel 30% (bij een verticale relatie). Binnen die randvoorwaarden zal het immers veelal om gevallen gaan waarbij het, ongeacht wat de overige marktomstandigheden zijn, uitgesloten is dat het ontstaan of de versterking van een machtspositie in het geding zou kunnen zijn. Dit laat onverlet dat zich bijzondere gevallen kunnen voordoen waarin het desondanks niet op voorhand duidelijk is dat er geen sprake kan zijn van het ontstaan of de versterking van een machtspositie; in een dergelijk geval zal niet met verkorte afdoening worden volstaan. Voorts moet worden opgemerkt dat deze benadering niet impliceert dat in een eerder besluit al een uitspraak is gedaan over de relevante markt. Het kan immers zo zijn dat in eerdere gevallen, die dezelfde economische activiteiten als onderwerp hadden, kon worden geconcludeerd dat bij geen van de overwogen marktomschrijvingen een machtspositie zou kunnen ontstaan of worden versterkt, terwijl in een later besluit een zelfde conclusie kan worden getrokken. Dat latere besluit leent zich dan voor een verkort besluit indien de aangegeven marktaandelen bij geen van die eerder overwogen marktomschrijvingen wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**2.** De drie hiervoor beschreven voorwaarden zouden een cumulatief karakter moeten hebben, maar de voorwaarden (c)1 en (c)2 zijn logischerwijs alternatieven. Op het cumulatieve karakter van de drie voorwaarden kan de navolgende uitzondering worden gemaakt. Indien voldaan is aan (a) en een van de varianten van (c), maar niet aan (b), dan kan worden volstaan met een besluit dat voor wat betreft de materiële beoordeling de lijn volgt van een verkort besluit, maar dat wel de noodzakelijke motivering geeft ten aanzien van de formeelrechtelijke kant van het besluit. Het specifiek behandelen van dergelijke formele aspecten in een besluit betekent niet dat ook de materiële beoordeling uitgebreider zou moeten zijn dan gegeven de economische feiten noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -65,7 +65,7 @@ Het verkorte besluit, waarvan het model in bijlage 1 is opgenomen, zal het volge
|
|||
|
||||
(i) een korte aanduiding van de gemelde concentratie met vermelding van de betrokken ondernemingen, de datum van ontvangst en de datum waarop een mededeling in de Staatscourant werd geplaatst;
|
||||
(ii) een standaardzin waarin wordt vastgesteld dat de gemelde operatie binnen de werkingssfeer van het in hoofdstuk 5 van de Mw geregelde concentratietoezicht valt;
|
||||
(iii) een standaardzin waarin wordt vastgesteld dat er geen reden is om aan te nemen dat als gevolg van de concentratie een economische machtspositie kan ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd aangezien er geen sprake van een te beïnvloeden of een te onderzoeken markt is;
|
||||
(iii) een standaardzin waarin wordt vastgesteld dat er geen reden is om aan te nemen dat als gevolg van de concentratie een economische machtspositie kan ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd aangezien er geen sprake is van een te beïnvloeden markt of de marktaandelen kleiner zijn dan 25% in de horizontale relatie en kleiner zijn dan 30% in de verticale relatie;
|
||||
(iv) een standaardzin waarin wordt vastgesteld dat voor de concentratie geen vergunning is vereist; en
|
||||
(v) een behandeling (indien van toepassing) van de nevenrestricties.
|
||||
|
||||
|
|
@ -81,26 +81,4 @@ De keuze voor afdoening bij verkort besluit betekent niet dat in de desbetreffen
|
|||
|
||||
**2.** De procedure ten aanzien van de identificatie van vertrouwelijke gegevens kan echter enigszins worden vereenvoudigd. De gangbare praktijk bij gewone besluiten is, dat bij de mededeling van het besluit aan de meldende partijen deze worden uitgenodigd om binnen drie dagen aan te geven welke gegevens in de tekst van het besluit als vertrouwelijk moeten worden beschouwd. Bij afdoening door middel van een verkort besluit is de kans dat daarin nog vertrouwelijke gegevens zullen voorkomen gering te achten. Daarom wordt besloten om de procedure in die zin te handhaven dat meldende partijen drie werkdagen, gerekend vanaf de datum van mededeling van het besluit, de gelegenheid hebben om aan de NMa bekend te maken of naar hun mening in het besluit vertrouwelijke gegevens voorkomen, maar dat bij uitblijven van een reactie door de NMa kan worden aangenomen dat in het besluit geen vertrouwelijke gegevens voorkomen.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. : Verkort besluit
|
||||
|
||||
Besluit van de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Mededingingswet.
|
||||
|
||||
*Zaak:*
|
||||
|
||||
* Nummer:*
|
||||
|
||||
Naar aanleiding van de melding op dd/mm/jj, met betrekking tot [concentratie en betrokken ondernemingen], en waarvan mededeling is gedaan in Staatscourant x van dd/mm/jj het volgende.
|
||||
|
||||
Na onderzoek van de melding en de daarbij ingediende gegevens, is de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot de slotsom gekomen dat de gemelde operatie binnen de werkingssfeer van het in hoofdstuk 5 van de Mededingingswet geregelde concentratietoezicht valt. Hij heeft geen reden om aan te nemen dat als gevolg van die concentratie een economische machtspositie kan ontstaan of worden versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, aangezien op grond van de ter beschikking staande gegevens met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat er geen sprake is van een(alternatief op te nemen tekstonderdeel):
|
||||
|
||||
• door de concentratie te beïnvloeden markt in de zin van artikel 1, sub h, van het besluit gegevensverstrekking mededingingswet, dan wel
|
||||
|
||||
• een te onderzoeken markt in de zin van artikel 1, sub i, van het besluit gegevensverstrekking mededingingswet.
|
||||
|
||||
Gelet op het bovenstaande deelt de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit mede dat voor het tot stand brengen van de concentratie waarop de melding betrekking heeft geen vergunning is vereist.
|
||||
|
||||
[eventuele nevenrestricties]
|
||||
|
||||
*de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, namens deze:*
|
||||
|
||||
Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de arrondissementsrechtbank te Rotterdam, sector bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM, Rotterdam.
|
||||
## Bijlage 1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue