diff --git a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md index 2dc1e5a9308..4c6cdb5f7a6 100644 --- a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md +++ b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md @@ -552,18 +552,15 @@ Onder pensioenregeling wordt verstaan een regeling: a. die uitsluitend of, met het oog op uitzonderlijke gevallen van restbegunstiging, nagenoeg uitsluitend ten doel heeft het treffen van: 1°. een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom voor werknemers en gewezen werknemers (ouderdomspensioen); -2°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel van degenen met wie zij duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren of hebben gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat (partnerpensioen); -3°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun kinderen en pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt (wezenpensioen); -4°. een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid zodra die langer dan een jaar duurt en welke niet uitgaat boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht (arbeidsongeschiktheidspensioen), en +2°. een inkomensvoorziening na hun overlijden op of na de ingangsdatum van het ouderdomspensioen ten behoeve van hun partner of gewezen partner in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum); +3°. een inkomensvoorziening na hun overlijden voor de ingangsdatum van het ouderdomspensioen ten behoeve van hun partner of gewezen partner in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum); +4°. een inkomensvoorziening na hun overlijden ten behoeve van hun kinderen en pleegkinderen die de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt (wezenpensioen); +5°. een inkomensvoorziening die het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum, het partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet (nabestaandenoverbruggingspensioen); +6°. een inkomensvoorziening bij arbeidsongeschiktheid zodra die langer dan een jaar duurt en welke niet uitgaat boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht (arbeidsongeschiktheidspensioen), en b. waarin is bepaald dat de aanspraken ingevolge de regeling niet kunnen worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid kunnen worden, anders dan in de gevallen voorzien bij of krachtens de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling; c. waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid; een en ander voor zover die regeling blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde begrenzingen. -**2.** - -Onder pensioenregeling wordt mede verstaan een regeling die: - -a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 41^5/_6 deelnemingsjaren aanvult (deelnemingsjarenpensioen); -b. het partnerpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het pensioen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (nabestaandenoverbruggingspensioen). +**2.** Het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, is van overeenkomstige toepassing op een regeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. **3.** Ingeval een regeling voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden doch niet blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen, is de regeling een pensioenregeling voorzover blijkt dat zij blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen. De inhoudingsplichtige verzoekt de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de bedoelde begrenzingen vast te stellen welk deel van de desbetreffende aanspraak blijft binnen die begrenzingen. Bij toepassing van de eerste volzin geeft de inhoudingsplichtige bij elke te zijner tijd op basis van de regeling te verstrekken pensioenuitkering overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels aan welk deel daarvan tot het loon van de werknemer behoort. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. @@ -571,116 +568,92 @@ b. het partnerpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontb ### Artikel 18a -**1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen bedraagt per dienstjaar niet meer dan 1,657 percent van het pensioengevend loon. +**1.** De premie per dienstjaar voor een ouderdomspensioen en een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum bedraagt ten hoogste 30% van de pensioengrondslag. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de kosten die zijn begrepen in de premie, bedoeld in de eerste zin. -**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioen bedraagt per dienstjaar niet meer dan 1,875 percent van het pensioengevend loon. +**2.** De pensioengrondslag bestaat uit het pensioengevend loon verminderd met de franchise. -**3.** - -Een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd ouderdomspensioen wordt tijdsevenredig opgebouwd en is gericht op een pensioen dat na 40 jaren opbouw niet meer bedraagt dan 75 percent van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip. De beschikbare premie wordt ten hoogste bepaald met inachtneming van de volgende uitgangspunten: - -a. de beschikbare premie wordt actuarieel vastgesteld per leeftijdsklasse van ten hoogste vijf jaren en wordt afgestemd op de gemiddelde leeftijd in de klasse; -b. als loopbaanontwikkeling wordt gerekend met een loonstijging van drie percent per jaar gedurende de jaren voor het bereiken van de 35-jarige leeftijd, van twee percent per jaar gedurende de tien daaropvolgende jaren, van een percent per jaar gedurende de tien daaropvolgende jaren en van nihil gedurende de overige jaren; -c. bij de berekening wordt een rekenrente in aanmerking genomen van ten minste vier percent en wordt de te verwachten inflatie op nihil gesteld. - -**4.** Een ouderdomspensioen gaat niet later in dan op het tijdstip waarop de werknemer of de gewezen werknemer de leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet. - -**5.** Ingeval het ouderdomspensioen later ingaat dan op de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum mag het pensioen na die ingangsdatum worden verhoogd overeenkomstig het tot die datum gevolgde stelsel, met inbegrip van herrekening met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. - -**6.** Indien het ouderdomspensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 68-jarige leeftijd (pensioenrichtleeftijd) wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum of van de in de pensioenregeling vastgestelde latere ingangsdatum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. - -**7.** a. De in deze wet met betrekking tot het desbetreffende pensioen opgenomen maxima worden voor het ouderdomspensioen opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar een evenredig gedeelte van de voor dat jaar geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een lager bedrag in aanmerking kan worden genomen dan het in de eerste volzin bedoelde bedrag indien een lager percentage per dienstjaar wordt toegepast dan de in het eerste tot en met derde lid bedoelde percentages. -b. Voor het partnerpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 70% in aanmerking worden genomen. -c. Voor het wezenpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 14% en voor volle wezen voor 28% in aanmerking worden genomen. - -**8.** - -De in het zesde lid genoemde pensioenrichtleeftijd wordt bij algemene maatregel van bestuur bij het begin van het kalenderjaar gewijzigd. De wijziging wordt berekend op basis van de volgende formule: - -V = 2/3 * (L – 20,64) – (P – 67) - -waarbij: - -V staat voor het aantal jaren waarmee de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd; - -L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting voor de Nederlandse bevolking in jaren op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar dat is gelegen tien jaar na het kalenderjaar van wijziging; - -P staat voor de geldende pensioenrichtleeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van wijziging. - -Indien V negatief is of vóór afronding minder dan 1 bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V vóór afronding 1 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op 1. Een wijziging ingevolge de eerste volzin van de pensioenrichtleeftijd wordt bekendgemaakt ten minste een jaar voordat deze toepassing vindt. - -**9.** De ramingen van de macro gemiddelde resterende levensverwachting, bedoeld in het achtste lid, worden uitgevoerd en bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. - -### Artikel 18b - -**1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd partnerpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,160 percent van het pensioengevend loon of bereikbare pensioengevend loon. - -**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd partnerpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,313 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. - -**3.** Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd partnerpensioen is artikel 18a, derde lid, van overeenkomstige toepassing. +**3.** De franchise, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 16.322. Dit bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de voor dat jaar geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, te vermenigvuldigen met de factor 100/75. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een lager bedrag in aanmerking kan worden genomen dan het bedrag, genoemd in de eerste zin, indien een lager percentage per dienstjaar wordt toegepast dan het percentage, genoemd in het eerste lid. **4.** -Ingeval in de pensioenregeling is rekening gehouden met: +Een ouderdomspensioen: -1°. een bepaalde partner, wordt gerekend met de feitelijke gegevens van die partner; -2°. een onbepaalde partner, wordt gerekend met een leeftijdsverschil tussen de werknemer en de partner van ten hoogste drie jaren. +a. gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer de leeftijd bereikt die tien jaar lager is dan de voor het betreffende kalenderjaar geldende pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, tenzij in de pensioenregeling een eerdere ingangsdatum als uiterlijke ingangsdatum is opgenomen; en +b. gaat niet later in dan op het tijdstip waarop de werknemer of gewezen werknemer de leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet. -**5.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 18c worden voor het geval de werknemer niet in leven is op het tijdstip waarop het ouderdomspensioen zou ingaan, ontbrekende dienstjaren en bereikbaar pensioengevend loon in aanmerking genomen. Onder ontbrekende dienstjaren worden verstaan de jaren van het tijdstip van overlijden van de werknemer tot de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum. Onder bereikbaar pensioengevend loon wordt verstaan het pensioengevend loon dat de gewezen werknemer binnen de vastgestelde loopbaanontwikkeling in zijn functie zou hebben kunnen bereiken. +**5.** Een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden en gaat niet later in dan op de eerste dag van de maand volgend op de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden. -**6.** Een partnerpensioen gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden en gaat niet later in dan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden dan wel, ingeval de partner recht heeft op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, niet later dan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin dat recht eindigt. +**6.** + +Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur elke vijf jaar, bij het begin van het kalenderjaar, voor het eerst per 1 januari 2037, gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste zin wordt bekendgemaakt ten minste drie kalenderjaren voordat deze toepassing vindt. Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel waarbij het rendement voor de toepassing van deze tabel wordt bepaald per 1 oktober (peildatum) van het derde kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van wijziging op basis van het 27e percentiel van de per scenario bepaalde gemiddelde jaarlijkse netto reële rendementsverwachting in de meest recente door De Nederlandsche Bank gepubliceerde scenarioset, gebaseerd op artikel 144, eerste lid, onderdeel d, van de Pensioenwet, uitgaande van een portefeuille voor de helft bestaande uit risicovrije AAA-staatsobligaties met een looptijd van 30 jaar en voor de helft bestaande uit beursgenoteerde aandelen. + +| Bij een rendement van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt het percentage, genoemd in het eerste lid, | +| --- | --- | --- | +| – | 0,25% | 48% | +| 0,25% | 0,5% | 44% | +| 0,5% | 0,75% | 41% | +| 0,75% | 1% | 38% | +| 1% | 1,25% | 35% | +| 1,25% | 1,5% | 32% | +| 1,5% | 1,75% | 30% | +| 1,75% | 2% | 28% | +| 2% | 2,25% | 26% | +| 2,25% | 2,5% | 24% | +| 2,5% | 2,75% | 22% | +| 2,75% | 3% | 20% | +| 3% | 3,25% | 19% | +| 3,25% | 3,5% | 17% | +| 3,5% | 3,75% | 16% | +| 3,75% | 4% | 15% | +| 4% | – | 13% | + +**7.** Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eveneens gewijzigd indien het bij overeenkomstige toepassing van het zesde lid resulterende percentage, jaarlijks te bepalen per 1 oktober (peildatum), meer dan 5%-punt hoger of lager uitkomt dan het percentage, genoemd in het eerste lid, of het meest recente op grond van het zesde lid bekendgemaakte percentage. Een wijziging ingevolge de eerste zin wordt bekendgemaakt ten minste drie kalenderjaren voordat deze toepassing vindt. Na een wijziging van het percentage ingevolge de eerste zin begint een nieuwe vijfjaarstermijn als bedoeld in het zesde lid. + +**8.** Een verhoging of een verlaging van het percentage, genoemd in het eerste lid, als gevolg van toepassing van het zesde of zevende lid, werkt niet terug voor dienstjaren voor het tijdstip van die verhoging of verlaging. + +**9.** Een verhoging of een verlaging van de pensioengrondslag, bedoeld in het tweede lid, werkt niet terug voor dienstjaren die voor het tijdstip van die verhoging of verlaging zijn geëindigd. + +**10.** Indien in enig jaar minder premie in aanmerking is genomen dan mogelijk was op grond van het eerste lid, kan het niet in aanmerking genomen bedrag alsnog in aanmerking worden genomen, voor zover dit niet in een eerder jaar op grond van dit lid in aanmerking is genomen. + +### Artikel 18b + +**1.** Een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum bedraagt niet meer dan 50% van het laatstgenoten pensioengevend loon. + +**2.** Een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum wordt verzekerd op risicobasis. + +**3.** Een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden en gaat niet later in dan op de eerste dag van de maand volgend op de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden. ### Artikel 18c -**1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 0,232 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. +**1.** Een wezenpensioen bedraagt voor halve wezen niet meer dan 20% van het laatstgenoten pensioengevend loon. -**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 0,263 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. +**2.** Een wezenpensioen bedraagt voor volle wezen niet meer dan 40% van het laatstgenoten pensioengevend loon. -**3.** Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd wezenpensioen is artikel 18a, derde lid, van overeenkomstige toepassing. +**3.** Een wezenpensioen wordt verzekerd op risicobasis. -**4.** Een wezenpensioen gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden en gaat niet later in dan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden dan wel, ingeval de wees recht heeft op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, niet later dan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin dat recht eindigt. - -**5.** Voor volle wezen worden de in de vorige leden genoemde percentages verdubbeld. +**4.** Een wezenpensioen gaat niet eerder in dan op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden en gaat niet later in dan op de eerste dag van de maand volgend op de kalendermaand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden. ### Artikel 18d -**1.** +**1.** De hoogte van de uitkeringen van ouderdomspensioen, partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum, partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en wezenpensioen kan variëren, mits de laagste uitkering niet minder bedraagt dan 75 procent van de hoogste uitkering en de mate van variatie ten laatste op de ingangsdatum van het pensioen wordt vastgesteld. Door toepassing van de eerste zin kunnen in afwijking in zoverre van de artikelen 18b en 18c een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een wezenpensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima. -In afwijking in zoverre van de artikelen 18a, 18b en 18c kunnen een ouderdomspensioen, een partnerpensioen en een wezenpensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van: +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid blijft in de jaren tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, van de uitkering buiten aanmerking een bedrag van € 2.037 vermenigvuldigd met het op hele maanden naar boven afgeronde aantal maanden tussen de eerste uitkering in die periode en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Het in de eerste zin genoemde bedrag wordt in die jaren evenredig per kalenderjaar toegepast en de eerste zin is onverminderd van toepassing bij dienstbetrekkingen in deeltijd. Ingeval de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen wordt verlaagd, wordt voor de toepassing van de eerste zin uitgegaan van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die van toepassing was voor deze verlaging. -a. aanpassing van het pensioen aan loon- of prijsontwikkeling; -b. variatie in de hoogte van de uitkeringen waarbij de laagste uitkering niet minder bedraagt dan 75 percent van de hoogste uitkering en de mate van variatie ten laatste op de ingangsdatum van het pensioen wordt vastgesteld; -c. waardeoverdracht van pensioenaanspraken; -d. gehele of gedeeltelijke onderlinge ruil van partnerpensioen, wezenpensioen en ouderdomspensioen, mits de ruil uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen plaatsvindt op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen; -e. aanpassing van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ouderdomspensioen aan de pensioenrichtleeftijd. +**3.** Voor de toepassing van het eerste lid blijven aanpassingen van de uitkeringen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsrendementen tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op het tijdstip van ingang van het pensioen het uitgangspunt was. Voor de toepassing van het eerste lid blijven aanpassingen van de uitkeringen eveneens buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van een periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering of toepassing van een projectierendement hoger of lager dan de risicovrije rente, bedoeld in artikel 63a, derde lid, van de Pensioenwet of artikel 75a, derde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. -**2.** Een door ruil als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontstaan verlies aan pensioen kan niet worden gecompenseerd. +**4.** In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt bij een aanpassing van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen, de mate van variatie ten laatste vastgesteld bij het bereiken van de hoogste pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die op enig moment na de ingangsdatum van het pensioen geldt of heeft gegolden voor de werknemer. -**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, blijft in de jaren tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, van de uitkering buiten aanmerking een bedrag dat gelijk is aan tweemaal de voor die jaren geldende uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. De eerste volzin is onverminderd van toepassing bij dienstbetrekkingen in deeltijd. Ingeval de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen wordt verlaagd, wordt voor de toepassing van de eerste zin uitgegaan van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die van toepassing was voor deze verlaging. +**5.** In afwijking in zoverre van de artikelen 18b en 18c kunnen een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een wezenpensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van een ruil van pensioensoorten, mits de ruil uiterlijk voor de ingangsdatum van het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum, onderscheidenlijk het wezenpensioen, plaatsvindt op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. -**4.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, blijven aanpassingen van de uitkeringen van een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd pensioen buiten aanmerking voor zover deze het gevolg zijn van de omstandigheid dat de opgetreden ontwikkeling van de levensverwachting, de behaalde sterfteresultaten of de behaalde beleggingsresultaten tot hogere of lagere uitkeringen leiden dan op het tijdstip van ingang van het pensioen het uitgangspunt was. +**6.** In afwijking in zoverre van de artikelen 18b en 18c kunnen een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en een wezenpensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van aanpassing van het pensioen aan de loon- of prijsontwikkeling na ingang van het pensioen. -**5.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt bij een aanpassing van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, na de ingangsdatum van het pensioen, de mate van variatie ten laatste vastgesteld bij het bereiken van de hoogste pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die op enig moment na de ingangsdatum van het pensioen geldt of heeft gegolden voor de werknemer. +**7.** Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het tweede lid genoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt gesteld op het bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, gelijk is aan het netto-ouderdomspensioen per maand, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, onderdeel a, van die wet, waarbij de nodig geachte afronding wordt aangebracht. -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel. +**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel. ### Artikel 18e -**1.** - -Een deelnemingsjarenpensioen is een levenslang pensioen dat: - -a. ingaat op hetzelfde tijdstip als het ouderdomspensioen; -b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat op de eerste dag van de maand waarin de 64^5/_6-jarige leeftijd wordt bereikt; -c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 41^5/_6 deelnemingsjaren heeft bereikt. - -**2.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 64^5/_6-jarige leeftijd mag het deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd. - -**3.** Indien het deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 64^5/_6-jarige leeftijd wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. - -**4.** Artikel 18d is van overeenkomstige toepassing. - -**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 66^5/_6-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. +Vervallen ### Artikel 18f @@ -688,30 +661,28 @@ Een nabestaandenoverbruggingspensioen is een pensioen dat: a. ingaat in de periode die aanvangt op de eerste dag van de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden en die eindigt op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer of gewezen werknemer is overleden dan wel, ingeval de nabestaande recht heeft op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die eindigt op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin dat recht eindigt; b. uiterlijk eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet; -c. toekomt aan degene voor wie een regeling voor partnerpensioen of wezenpensioen is getroffen of had kunnen worden getroffen; +c. toekomt aan degene voor wie een regeling voor partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum, partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum of wezenpensioen is getroffen of had kunnen worden getroffen; d. niet meer bedraagt dan: -1°. voor de partner of gewezen partner: het gezamenlijke bedrag van 8/7 maal de nominale uitkering ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekering over het partnerpensioen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet; +1°. voor de partner of gewezen partner: 8/7 maal de nominale uitkering ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, vermeerderd met de vakantie-uitkering; 2°. voor volle wezen: 8/7 maal de nominale uitkering voor een kind van 16 jaar of ouder ingevolge artikel 29, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene nabestaandenwet, vermeerderd met de vakantie-uitkering; 3°. voor halfwezen: 50 percent van het voor volle wezen geldende maximum, bedoeld in onderdeel 2°. ### Artikel 18g -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de perioden die in aanmerking komen als dienstjaren dan wel deelnemingsjaren, bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c en 18e. +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de perioden die in aanmerking komen als dienstjaren als bedoeld in artikel 18a. **2.** -Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het pensioengevend loon, bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e, ter zake van: +Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het pensioengevend loon, bedoeld in de artikelen 18a, 18b en 18c, ter zake van: a. de loonbestanddelen die daarin worden opgenomen; -b. de loonbestanddelen waarover de opbouw van het pensioen volgens een ander stelsel dan het eindloonstelsel dient plaats te vinden; -c. de bepaling van het gemiddelde pensioengevend loon; -d. de situatie waarin de werknemer aan het eind van zijn loopbaan terugtreedt naar een lager gekwalificeerde functie met een lager loon dan in zijn daaraan voorafgaande functie; -e. de situatie waarin het loon wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid van de werknemer. +b. de situatie waarin de werknemer aan het eind van zijn loopbaan terugtreedt naar een lager gekwalificeerde functie met een lager loon dan in zijn daaraan voorafgaande functie; +c. de situatie waarin het loon wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid van de werknemer. ### Artikel 18ga -**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 128.810 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. +**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b en 18c wordt ten hoogste een bedrag van € 128.810 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. **2.** Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de contractloonontwikkelingsfactor, bedoeld in artikel 10.2b, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. @@ -765,15 +736,17 @@ wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt **2.** Ingeval een verplichting ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk overgaat op een andere verzekeraar wordt de aanspraak ingevolge die regeling geacht te worden afgekocht. De eerste volzin is niet van toepassing ingeval de verplichting ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk overgaat naar een verzekeraar als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b of d, mits deze overgang niet in strijd komt met de bepalingen bij of krachtens de artikelen 70 tot en met 91 van de Pensioenwet. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de werknemer of gewezen werknemer in het kader van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van samenleving een aanspraak ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk vervreemdt aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner dan wel omzet in een zodanige aanspraak met als gerechtigde die echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner, waarbij die verkregen of omgezette aanspraak voor de toepassing van deze wet wordt geacht de voortzetting te zijn van de aanspraak op een pensioenregeling van de werknemer of gewezen werknemer. +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de werknemer of gewezen werknemer in het kader van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van de gezamenlijke huishouding een aanspraak ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk vervreemdt aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner dan wel omzet in een zodanige aanspraak met als gerechtigde die echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner, waarbij die verkregen of omgezette aanspraak voor de toepassing van deze wet wordt geacht de voortzetting te zijn van de aanspraak op een pensioenregeling van de werknemer of gewezen werknemer. **4.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 66, 67 of 68 van de Pensioenwet. **5.** Het eerste lid is niet van toepassing bij een vervreemding als bedoeld in artikel 57, vijfde lid, van de Pensioenwet alsmede bij een vermindering als bedoeld in artikel 134, eerste lid, van die wet. -**6.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland. +**6.** Ingeval het ouderdomspensioen of het partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum van de werknemer of de gewezen werknemer later ingaat dan op de uiterste ingangsdatum, bedoeld in artikel 18a, vierde lid, onderdeel b, dan wel vijfde lid, omdat de omvang van de uitkeringen nog moet worden vastgesteld, wordt in afwijking in zoverre van het eerste lid de aanspraak op het ouderdomspensioen of het partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum geacht te zijn afgekocht op de datum, bedoeld in de tweede zin, onderscheidenlijk derde zin, indien op die datum nog geen vaststelling van de omvang van de uitkeringen heeft plaatsgevonden. De datum waarop de aanspraak op het ouderdomspensioen ingevolge een pensioenregeling ingevolge de eerste zin niet langer als zodanig wordt aangemerkt is 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de uiterste ingangsdatum, bedoeld in artikel 18a, vierde lid, onderdeel b, is gelegen. De datum waarop de aanspraak op het partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum ingevolge een pensioenregeling ingevolge de eerste zin niet langer als zodanig wordt aangemerkt is 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de uiterste ingangsdatum, bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, is gelegen. De data, bedoeld in de tweede en derde zin, kunnen door de inspecteur worden uitgesteld wanneer door bijzondere omstandigheden de omvang van de uitkeringen niet voor die data is vastgesteld. -**7.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een aanspraak op een pensioenregeling mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld ingevolge het zesde lid of artikel 19d. +**7.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland. + +**8.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een aanspraak op een pensioenregeling mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld ingevolge het zevende lid of artikel 19d. ### Artikel 19c @@ -783,11 +756,12 @@ wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt ### Artikel 19d -Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, afwijkingen toestaan van het overigens in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde door regelingen of groepen van regelingen aan te wijzen als pensioenregeling indien het een regeling betreft: +Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, afwijkingen toestaan van het overigens in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde door regelingen of groepen van regelingen aan te wijzen als pensioenregeling indien het een regeling betreft: a. die op bepaalde onderdelen niet meer dan in geringe mate afwijkt van het overigens in of krachtens dit hoofdstuk bepaalde, mits het belang van de afwijkingen niet uitgaat boven het belang van de marges op andere onderdelen; b. voor gemoedsbezwaarden met een ontheffing als bedoeld in artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen, die dient ter vervanging van een pensioenregeling; -c. voor een tijdelijk in Nederland wonende of werkzame werknemer en die regeling voldoet aan artikel 1.7, tweede lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001, mits de opbouw van het pensioen ingevolge die regeling tijdelijk in Nederland wordt voortgezet en het pensioen reeds was verzekerd bij een pensioenfonds of lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen c of d, in een periode waarin de werknemer niet in Nederland woonde of niet in Nederland een dienstbetrekking vervulde. +c. voor een tijdelijk in Nederland wonende of werkzame werknemer en die regeling voldoet aan artikel 1.7, tweede lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001, mits de opbouw van het pensioen ingevolge die regeling tijdelijk in Nederland wordt voortgezet en het pensioen reeds was verzekerd bij een pensioenfonds of lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen c of d, in een periode waarin de werknemer niet in Nederland woonde of niet in Nederland een dienstbetrekking vervulde; +d. waarvoor door De Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten maatregelen zijn opgelegd, of waarvoor een rechterlijke uitspraak heeft plaatsgevonden, op grond waarvan de regeling in overeenstemming moet worden gebracht met de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling of op die wetten gebaseerde bepalingen. Zo nodig kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. @@ -797,7 +771,7 @@ Vervallen ### Artikel 19f -Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van dit hoofdstuk alsmede met betrekking tot samenloop van verschillende pensioenstelsels. +Vervallen ## Hoofdstuk IIC. Levensloopregeling @@ -1382,7 +1356,7 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze afdeling kunnen bij ministeri **5.** Ingeval op grond van het vierde lid een aanspraak wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van een werknemer of gewezen werknemer, wordt de inhoudingsplichtige die de in dat lid bedoelde regeling voor vervroegde uittreding uitvoert voor de toepassing van het eerste lid geacht een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding te hebben gedaan ter grootte van de aldaar bedoelde waarde van die aanspraak, op het tijdstip waarop de daar bedoelde aanspraak is aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. -**6.** Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan het ingaan van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of de Algemene Ouderdomswet te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover die regeling een pensioenovereenkomst inhoudt als bedoeld in de Pensioenwet, een beroepspensioenregeling inhoudt als bedoeld in de Wet verplichte beroepspensioenregeling of een pensioenregeling is als bedoeld in hoofdstuk IIB of in de artikelen 38d, 38e of 38f. +**6.** Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan het ingaan van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of de Algemene Ouderdomswet te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover die regeling een pensioenovereenkomst inhoudt als bedoeld in de Pensioenwet, een beroepspensioenregeling inhoudt als bedoeld in de Wet verplichte beroepspensioenregeling of een pensioenregeling is als bedoeld in hoofdstuk IIB of hoofdstuk VIII. **7.** Een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van het zesde lid wordt voor de toepassing van het eerste lid niet als zodanig aangemerkt, voor zover die regeling voorziet in een of meer uitkeringen in de periode van 36 maanden vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die in totaal niet hoger zijn dan een bedrag van € 2.037 vermenigvuldigd met het op hele maanden naar boven afgeronde aantal maanden tussen de eerste uitkering in die periode en het bereiken van die pensioengerechtigde leeftijd. Voor de toepassing van de eerste zin worden alle regelingen voor vervroegde uittreding in de zin van het zesde lid samengevoegd. @@ -1749,28 +1723,31 @@ Vervallen ### Artikel 38b -Een wijziging van de begrenzingen, bedoeld in artikel 18, derde lid, is niet van toepassing op aanspraken die vóór de datum van inwerkingtreding van die wijziging zijn ontstaan, voor zover die wijziging niet ten gunste van de werknemer of gewezen werknemer is. +**1.** Een wijziging van de begrenzingen, bedoeld in artikel 18, derde lid, is niet van toepassing op aanspraken die vóór de datum van inwerkingtreding van die wijziging zijn ontstaan, voor zover die wijziging niet ten gunste van de werknemer of gewezen werknemer is. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op aanspraken die na de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen zijn omgezet in aanspraken ingevolge een premieovereenkomst als bedoeld in artikel 10 van de Pensioenwet of artikel 28 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de pensioenregeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a of b. + +**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid is een wijziging van de begrenzingen, bedoeld in artikel 18, derde lid, ten gunste van de werknemer of gewezen werknemer niet van toepassing op aanspraken waarvan een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d of e zoals dat artikel luidde op 31 december 2016 als verzekeraar optreedt. De eerste zin is niet van toepassing op artikel 18a, vierde lid, en artikel 19b, zesde lid, van deze wet. ### Artikel 38c -**1.** Voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, blijven tot en met 31 december 2005 de artikelen 11, 18g, 18i, 19, 19a, 19b, 19c en 19d, zoals die luidden op 31 december 2004, van toepassing en is artikel 32aa niet van toepassing. +**1.** -**2.** +In afwijking in zoverre van artikel 18a, eerste lid, bedraagt de premie per dienstjaar ten hoogste de premie ter zake waarvan een recht van voortgezette inleg bestaat gedurende perioden na ontslag waarin loongerelateerde uitkeringen worden ontvangen, indien: -In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven de artikelen 11, 18g, 18i, 19, 19a, 19b, 19c en 19d, zoals die luidden op 31 december 2004, van toepassing en is artikel 32ba niet van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, indien ingevolge die regeling na 31 december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan aan werknemers: +a. deze perioden zijn aangevangen vóór de dag van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, dan wel vóór 1 januari 2029, voor zover met toepassing van artikel 38q zoals dat luidde op de dag van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen opbouw van pensioen heeft plaatsgevonden volgens de in de artikelen 18 tot en met 18ga alsmede de daarop gebaseerde bepalingen zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen opgenomen normeringen en begrenzingen en voor de werknemer niet reeds een pensioenregeling van toepassing is als bedoeld in hoofdstuk IIB zoals dat geldt vanaf de dag van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen; +b. het recht op voortgezette premie-inleg verband houdt met arbeidsongeschiktheid van de werknemer; +c. als verzekeraar van het pensioen optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel b, een pensioenfonds als bedoeld in artikel 220h van de Pensioenwet of een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 214f van de Wet verplichte beroepspensioenregeling. -a. die voor 1 januari 2006 reeds een of meer uitkeringen ingevolge deze regeling genoten, of -b. die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt en ten aanzien van wie de uitkeringen die ingevolge deze regeling worden gedaan worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum, met dien verstande dat de verhoging van de uitkeringen niet lager is dan 50% van de verhoging van de uitkeringen bij een herrekening met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. +**2.** Indien gedurende perioden na ontslag bedoeld in het eerste lid, opbouw van een partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum of een wezenpensioen plaatsvindt met toepassing van artikel 220h, tweede lid, of artikel 220ha, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 214f, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling zijn de artikelen 18b, tweede lid, en 18c, derde lid, niet van toepassing. -**3.** Een aanspraak ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in het tweede lid kan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden omgezet in een aanspraak ingevolge een ouderdomspensioenregeling. +**3.** Onder een partner wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel degenen met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd of is gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat. ### Artikel 38d -**1.** Voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, blijft tot en met 31 december 2005 artikel 38a, zoals dit artikel luidde op 31 december 2004, van toepassing. +**1.** -**2.** - -In afwijking in zoverre van het eerste lid blijft artikel 38a, zoals dit artikel luidde op 31 december 2004, van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel toen luidde, indien ingevolge die prepensioenregeling na 31 december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan: +Artikel 38a zoals dit artikel luidde op 31 december 2004 blijft van toepassing voor een op 31 december 2004 bestaande prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel toen luidde, indien ingevolge die prepensioenregeling na 31 december 2005 nog uitsluitend uitkeringen kunnen worden gedaan: a. ingevolge aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd, of b. aan werknemers die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt mits: @@ -1778,58 +1755,27 @@ b. aan werknemers die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt 1°. de uitkeringen die ingevolge die prepensioenregeling worden gedaan met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum, en 2°. de prepensioenregeling, met inachtneming van de in of krachtens artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, gestelde normeringen en beperkingen, de mogelijkheid van deeltijdpensioen biedt. -**3.** In afwijking in zoverre van artikel 18a kan een ouderdomspensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van de omzetting van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling. +**2.** In afwijking in zoverre van artikel 18a kan de premie meer bedragen dan het aldaar opgenomen maximum voor zover zulks het gevolg is van de omzetting van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling. ### Artikel 38e -**1.** Voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor ouderdomspensioen, als bedoeld in artikel 18a zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, blijft tot en met 31 december 2005 artikel 18a, zoals dit artikel luidde op 31 december 2004, van toepassing. - -**2.** In afwijking in zoverre van het eerste lid blijft artikel 18a, zoals dit artikel luidde op 31 december 2004, van toepassing voor een werknemer die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. - -**3.** In afwijking in zoverre van artikel 18a kan een ouderdomspensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van de omzetting in ouderdomspensioen van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 18a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, voor zover deze aanspraak is opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt (vroegpensioen). +Vervallen ### Artikel 38f -**1.** Voor een op 31 december 2004 bestaande regeling voor overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, blijven tot en met 31 december 2005 de artikelen 18, 18e en 18g, zoals deze luidden op 31 december 2004, van toepassing. - -**2.** In afwijking in zoverre van het eerste lid blijven de artikelen 18, 18e en 18g, zoals deze luidden op 31 december 2004, van toepassing voor een werknemer die voor 1 januari 2005 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt. - -**3.** In afwijking in zoverre van artikel 18a kan een ouderdomspensioen meer bedragen dan de aldaar opgenomen maxima voor zover zulks het gevolg is van de omzetting van een op 31 december 2005 bestaande aanspraak ingevolge een overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde, in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling. - -**4.** Voor zover een aanspraak ingevolge een regeling voor overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e, zoals dat artikel op 31 december 2004 luidde, niet ingevolge het derde lid is omgezet in een andere aanspraak, blijft artikel 18e, zoals dat artikel op 31 december 2004 luidde, van toepassing op de eerstgenoemde aanspraak. +Vervallen ### Artikel 38g -Voor de toepassing van artikel 18e, eerste lid, onderdeel b, en vierde lid, wordt het deelnemingsjarenpensioen opgevat met inbegrip van: - -a. een overbruggingspensioen als bedoeld in artikel 18e, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde; -b. uitkeringen ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 18i, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde; -c. een prepensioen als bedoeld in artikel 38a, zoals dit artikel op 31 december 2004 luidde. +Vervallen ### Artikel 38h -**1.** Een op 31 december 2004 bestaande aanspraak die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend als gevolg van de met ingang van 1 januari 2005 in werking getreden wijzigingen van deze wet niet langer als een aanspraak ingevolge een pensioenregeling is aan te merken, wordt in afwijking in zoverre van het bij deze wet bepaalde tot en met 31 december 2006 toch als een aanspraak ingevolge een pensioenregeling aangemerkt, onder gehoudenheid van de inhoudingsplichtige tot afdracht van de in het tweede lid aangeduide heffing. - -**2.** Ter zake van de in het eerste lid bedoelde aanspraak is de inhoudingsplichtige verschuldigd een heffing naar een tarief van 52% en over een grondslag als geduid in het derde lid. - -**3.** De grondslag waarover de heffing is verschuldigd, is het positieve verschil tussen de toename van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak en de toename van de waarde in het economische verkeer van de aanspraak ingeval op 1 januari 2006 de pensioenregeling reeds zodanig zou zijn aangepast dat deze blijft binnen de begrenzingen zoals die gelden met ingang van 1 januari 2005. De in de eerste volzin bedoelde grondslag wordt aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast. - -**4.** Uitkeringen en verstrekkingen uit een aanspraak als bedoeld in het eerste lid behoren tot het loon, onverminderd de omstandigheid dat de inhoudingsplichtige ingevolge het eerste lid de aldaar bedoelde heffing is verschuldigd. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel waaronder regels om te komen tot een praktische benadering van de grondslag. +Vervallen ### Artikel 38i -**1.** - -Bij de beoordeling of binnen de in artikel 18a gestelde begrenzingen wordt gebleven, blijven bij een collectieve regeling buiten beschouwing: - -a. op 31 december 2005 bestaande aanspraken, voorzover deze zijn opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de werknemer of gewezen werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt; -b. op 31 december 2005 bestaande aanspraken, voorzover deze zijn opgebouwd door middel van een individuele aanvulling op de collectieve regeling. - -**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een collectieve regeling verstaan een regeling of een gedeelte van een regeling waaraan de werknemer verplicht deelnam, voorzover de regeling of het gedeelte van de regeling voor de werknemer geen keuzemogelijkheid bood met betrekking tot de hoogte van het op te bouwen pensioen. - -**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een individuele aanvulling verstaan een pensioen dat in aanvulling op een collectieve regeling is opgebouwd. +Vervallen ### Artikel 38j @@ -1881,7 +1827,55 @@ b. bij overlijden van de werknemer of gewezen werknemer terwijl ingevolge onderd ### Artikel 38q -Vervallen +**1.** Voor een pensioenregeling als bedoeld in artikel 18 zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen die na de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen niet voldoet aan hoofdstuk IIB, blijven de artikelen 18 tot en met 18ga en 19f alsmede de daarop gebaseerde bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing. + +**2.** + +Bij de toepassing van het eerste lid wordt voor: + +a. het aantal deelnemingsjaren, bedoeld in de artikelen 18, tweede lid, onderdeel a, en 18e, eerste lid, onderdeel c zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen gelezen: 42 deelnemingsjaren; +b. de leeftijd, bedoeld in artikel 18e, eerste lid, onderdeel b, tweede lid en derde lid zoals dit luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen: 65-jarige leeftijd; +c. de leeftijd, bedoeld in artikel 18e, vijfde lid, zoals dit luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen gelezen: 67-jarige leeftijd. + +### Artikel 38r + +**1.** + +Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 220e, eerste lid, onderdelen a en b, van de Pensioenwet, of artikel 214d, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, wordt in afwijking in zoverre van artikel 18a, eerste lid, de maximale premie per dienstjaar bepaald aan de hand van de volgende tabel. + +| Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaar | bedraagt de premie ten hoogste het volgende percentage van de pensioengrondslag | +| --- | --- | +| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 19,0% | +| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 19,8% | +| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 21,0% | +| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 22,6% | +| 35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is | 24,4% | +| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 26,4% | +| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 28,6% | +| 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is | 31,0% | +| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 33,8% | +| 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is | 37,0% | +| 65 jaar of ouder is | 40,0% | + +De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de pensioenregeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. + +**2.** De in het eerste lid opgenomen premiepercentages worden, indien toepassing van artikel 18a, zesde of zevende lid, leidt tot een wijziging van het percentage, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste zin wordt bekendgemaakt ten minste drie kalenderjaren voordat deze toepassing vindt en wordt bepaald door de premiepercentages, genoemd in het eerste lid, te herijken op basis van het rendement dat wordt gehanteerd voor de toepassing van artikel 18a, zesde lid. + +**3.** Een verhoging of een verlaging van de percentages, genoemd in het eerste lid, als gevolg van toepassing van het tweede lid, werkt niet terug voor dienstjaren voor het tijdstip van die verhoging of verlaging. + +**4.** Indien in enig jaar minder premie in aanmerking is genomen dan mogelijk was op grond van het eerste lid, kan het niet in aanmerking genomen bedrag alsnog in aanmerking worden genomen, voor zover dit niet in een eerder jaar op grond van dit lid in aanmerking is genomen. + +### Artikel 38s + +**1.** Indien een pensioenregeling op grond van artikel 150f van de Pensioenwet of artikel 145e van de Wet verplichte beroepspensioenregeling voorziet in een compensatie wordt het percentage, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, met 3 procentpunt verhoogd. De premie voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum bedraagt zonder de premie ten behoeve van de compensatie ten hoogste het percentage, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de pensioengrondslag of het percentage bedoeld in artikel 18a, derde lid, laatste zin, indien is gekozen voor een verlaagde franchise. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op de pensioenregeling van een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. + +**2.** Voor het deel van de premie voor ouderdomspensioen en partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum ten behoeve van compensatie, bedoeld in het eerste lid, dient de pensioengrondslag te worden gehanteerd, bedoeld in artikel 18a, tweede lid, waarbij artikel 18a, derde lid, laatste zin, niet van toepassing is. + +### Artikel 38t + +**1.** De premie, genoemd in artikel 18a, eerste en tiende lid, dan wel artikel 38r, eerste en vierde lid, is niet van toepassing op dienstjaren die uiterlijk op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen eindigen. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op dienstjaren die na de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen eindigen en waarvoor met toepassing van artikel 38q opbouw van pensioen heeft plaatsgevonden volgens de normeringen en begrenzingen uit de artikelen 18 tot en met 18ga en 19f alsmede de daarop gebaseerde bepalingen zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen. ### Artikel 39 @@ -1918,6 +1912,8 @@ Vervallen **3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid kunnen aanspraken als bedoeld in dat lid mede worden uitgevoerd door een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid, onderdelen b en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**4.** Een aanspraak op periodieke uitkeringen als bedoeld in het eerste lid die op de uiterste ingangsdatum, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, of artikel 11a, derde lid, onderdeel a, onder 1°, of onderdeel b, onder 1°, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2013, nog niet tot uitkering is gekomen, omdat de omvang van de uitkeringen nog moet worden vastgesteld, wordt geacht te zijn afgekocht op de datum, bedoeld in de tweede zin, onderscheidenlijk derde zin, indien op die datum nog geen vaststelling van de omvang van de uitkeringen heeft plaatsgevonden. Bij in leven zijn van de werknemer of gewezen werknemer is de datum waarop de aanspraak op periodieke uitkeringen ingevolge de eerste zin wordt geacht te zijn afgekocht 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de uiterste ingangsdatum, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, of artikel 11a, derde lid, onderdeel a, onder 1°, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2013, is gelegen. Bij overlijden van de werknemer of gewezen werknemer is de datum waarop de aanspraak op periodieke uitkeringen ingevolge de eerste zin wordt geacht te zijn afgekocht 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de uiterste ingangsdatum, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, of artikel 11a, derde lid, onderdeel b, onder 1°, zoals deze artikelen luidden op 31 december 2013, is gelegen. De data, bedoeld in de tweede en derde zin, kunnen door de inspecteur worden uitgesteld wanneer door bijzondere omstandigheden de omvang van de uitkeringen niet voor die data is vastgesteld. + ### Artikel 39g Artikel 10, vijfde lid, zoals dat luidde op 31 december 2014, blijft van toepassing op uitkeringen en verstrekkingen uit een voordien niet tot het loon gerekende aanspraak ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 32bc, zoals dat luidde op 31 december 2014.