2006-03-08 | BWBR0003793 | Landinrichtingswet

This commit is contained in:
Coornhert 2006-03-08 12:00:00 +00:00
parent 4f37656c32
commit a6de84e2b9

View file

@ -36,19 +36,15 @@ openbare registers: de openbare registers, bedoeld in afdeling 1 van titel 2 van
### Artikel 2
**1.** Voor zover niet anders bepaald wordt onder "provinciale staten" verstaan provinciale staten van de provincie, waarin het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde orgaan neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 41, 43, 46 en 51 niet dan in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**3.** Wij nemen, de Raad van State gehoord, de in het tweede lid bedoelde besluiten, indien de betrokken organen ter zake niet tot overeenstemming zijn gekomen.
Vervallen
### Artikel 3
**1.** Voor zover niet anders bepaald wordt onder "gedeputeerde staten" verstaan het college van gedeputeerde staten van de provincie, waarin het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde college neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 80, 82, 85, eerste lid, 90, 92, 107, 109, 115, eerste lid, 131, derde lid, 133, eerste lid, en 137, niet dan in overeenstemming met de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde college neemt de besluiten, bedoeld in de artikelen 42, 43, 46, 51, 80, 82, 85, eerste lid, 90, 92, 107, 109, 115, eerste lid, 131, derde lid, 133, eerste lid, en 137, niet dan in overeenstemming met de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen.
**3.** Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Wij nemen de in het tweede lid bedoelde besluiten, indien de betrokken organen ter zake niet tot overeenstemming zijn gekomen.
### Artikel 4
@ -164,17 +160,17 @@ Ruilverkaveling bij overeenkomst is de vorm van landinrichting, waarbij drie of
### Artikel 19
**1.** Provinciale staten doen jaarlijks, elk voor hun provincie, voorstellen aan Onze Minister toekomen ten behoeve van de vaststelling van het voorbereidingsschema.
**1.** Gedeputeerde staten doen jaarlijks, elk voor hun provincie, voorstellen aan Onze Minister toekomen ten behoeve van de vaststelling van het voorbereidingsschema.
**2.**
Provinciale staten nemen bij het doen van de in het vorige lid bedoelde voorstellen in aanmerking:
Gedeputeerde staten nemen bij het doen van de in het vorige lid bedoelde voorstellen in aanmerking:
a. het structuurschema;
b. de zienswijze van Onze Minister omtrent een overeenkomstig artikel 23 ingediend verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen;
c. het provinciaal ruimtelijk beleid, voor zover dit is neergelegd in een streekplan of een besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
**3.** Indien provinciale staten voornemens zijn een vorm van landinrichting voor te stellen aan Onze Minister, die afwijkt van de vorm van landinrichting zoals deze vervat is in het verzoek, als bedoeld in artikel 23, horen gedeputeerde staten de indieners van het verzoek, alvorens het voorstel aan Onze Minister toe te zenden.
**3.** Indien gedeputeerde staten voornemens zijn een vorm van landinrichting voor te stellen aan Onze Minister, die afwijkt van de vorm van landinrichting zoals deze vervat is in het verzoek, als bedoeld in artikel 23, horen zij de indieners van het verzoek, alvorens het voorstel aan Onze Minister toe te zenden.
**4.** De voorstellen geven voor ieder gebied waarop zij betrekking hebben aan, of herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorgesteld en of het besluit tot herinrichting dan wel het besluit tot ruilverkaveling wordt voorbereid, hetzij op de wijze als bedoeld in Titel 3-6 van dit Hoofdstuk, hetzij op de wijze als bedoeld in Titel 7 van dit Hoofdstuk.
@ -189,7 +185,7 @@ Indien een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema wordt vermeld,
a. de voorlopige grenzen van het in te richten gebied alsmede van ieder tot dat gebied behorend blok;
b. de overwegingen en uitgangspunten voor het in voorbereiding nemen van herinrichting, onderscheidenlijk ruilverkaveling.
**3.** Indien een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema wordt vermeld en de daarbij aangegeven vorm van landinrichting en de wijze van voorbereiding een andere is dan bij het voorstel, dient daarover overeenstemming met de provinciale staten te zijn verkregen.
**3.** Indien een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema wordt vermeld en de daarbij aangegeven vorm van landinrichting en de wijze van voorbereiding een andere is dan bij het voorstel, dient daarover overeenstemming met de gedeputeerde staten te zijn verkregen.
### Artikel 21
@ -215,7 +211,7 @@ is artikel 20, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Een verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen, kan worden ingediend door:
a. Onze Minister wie het aangaat;
b. provincies, gemeenten, waterschappen en lichamen als bedoeld in artikel 134 van de Grondwet,
b. provinciale staten, colleges van burgemeester en wethouders, besturen van waterschappen en besturen van lichamen zoals bedoeld in artikel 134 van de Grondwet,
c. verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen, die belangen behartigen welke door landinrichting kunnen worden gediend,
d. natuurlijke personen en rechtspersonen, die gezamenlijk ten minste dertig procent van de oppervlakte van het in te richten gebied in eigendom dan wel in gebruik hebben.
@ -230,7 +226,7 @@ d. natuurlijke personen en rechtspersonen, die gezamenlijk ten minste dertig pro
Onze Minister brengt het verzoek onverwijld ter kennis van:
a. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies,
b. de gemeenten,
b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten,
c. de waterschappen,
op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft.
@ -242,7 +238,7 @@ op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft.
Onze Minister stelt binnen een tijdvak van twee jaren na datum van de indiening van het verzoek, als bedoeld in artikel 24, zijn zienswijze daaromtrent op en brengt deze schriftelijk ter kennis van:
a. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies,
b. de gemeenten,
b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten,
c. de waterschappen,
op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft, alsmede van
@ -272,7 +268,7 @@ d. de wijze van voorbereiding.
Gedeputeerde staten zenden bericht van de instelling van een landinrichtingscommissie aan Onze Minister, alsmede aan:
a. de colleges van gedeputeerde staten van de overige provincies,
b. de gemeenten en
b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en
c. de waterschappen,
op welker grondgebied het in te richten gebied is gelegen.
@ -352,7 +348,7 @@ de begrenzing in hoofdlijnen van deze beheersgebieden onderscheidenlijk reservaa
**1.** Op de voorbereiding van een ontwerp-landinrichtingsprogramma als bedoeld in artikel 40, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsprogramma wordt het ingevolge artikel 3:11, eerste lid, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsprogramma op na overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsprogramma op na overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de besturen van de betrokken waterschappen.
**3.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
@ -750,11 +746,11 @@ b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eer
**1.** Op de voorbereiding van een ontwerp landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 79, eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsplan wordt het ingevolge artikel 3:11, eerste lid, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen.
**2.** De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de besturen van de betrokken waterschappen.
**3.** Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten.
**4.** Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met die gemeente of dat waterschap.
**4.** Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of dat waterschap.
**5.** Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied bedoeld in artikel 74, eerste lid, onder a, is gelegen.