2016-07-01 | BWBR0037543 | Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016

This commit is contained in:
Coornhert 2016-07-01 12:00:00 +00:00
parent 61157bfde8
commit a6e812620e

View file

@ -29,12 +29,12 @@ c. *betrokkene:* degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft als bedoeld
2.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de geldboete van de zesde categorie van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2016: € 820.000)1Zie artikel I van het Besluit van 10 november 2015 tot wijziging van de bedragen van de categorieën, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (*Stb.* 2015, nr. 420). kan opleggen, zijn in bijlage 1 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III.
2.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum van € 820.000 geldt vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
### Paragraaf 2.2. Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 450.000
### Paragraaf 2.2. Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 900.000
### Artikel 3
3.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 450.000 kan opleggen, zijn in bijlage 2 ingedeeld in categorie I, categorie II of categorie III.
3.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum van € 450.000 geldt vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
3.1 De bepalingen ter zake van overtreding waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van € 900.000 kan opleggen, zijn in bijlage 2 ingedeeld in categorie I, categorie II of.
3.2 De Autoriteit Persoonsgegevens stelt de basisboete voor overtredingen waarvoor een wettelijk boetemaximum van € 900.000 geldt vast binnen de volgende boetebandbreedtes:
### Paragraaf 2.3. Overtredingen met een wettelijk boetemaximum van € 20.500
@ -74,7 +74,7 @@ Indien naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens sprake is van boeteve
9.1 De Autoriteit Persoonsgegevens merkt als boeteverhogende omstandigheden aan:
a. de omstandigheid dat de Autoriteit Persoonsgegevens voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijke door die overtreder begane overtreding een bestuurlijke boete heeft opgelegd die onherroepelijk is geworden. In geval van recidive als bedoeld in de vorige zin verhoogt de Autoriteit Persoonsgegevens de boete met 50%, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn.
a. de omstandigheid dat de Autoriteit Persoonsgegevens voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijke door die overtreder begane overtreding een bestuurlijke boete heeft opgelegd die onherroepelijk is geworden. In geval van recidive als bedoeld in de vorige zin verhoogt de Autoriteit Persoonsgegevens behoudens het bepaalde in artikel 15.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet de boete met 50%, tenzij dit gezien de omstandigheden van het concrete geval onredelijk zou zijn.
b. de omstandigheid dat de overtreder het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens heeft tegengewerkt of belemmerd.
9.2 Niet-nakoming van een bindende aanwijzing, bedoeld in artikel 66, vijfde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, wordt niet aangemerkt als eenzelfde of soortgelijke overtreding als de overtreding van het in artikel 66, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens genoemde voorschrift waarvoor de Autoriteit Persoonsgegevens de bindende aanwijzing heeft gegeven.