From a6f1407291fbcdcc09650e1fd4f9072793c67d57 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 19 Sep 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-09-19 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 243 +++++++++--------- 1 file changed, 119 insertions(+), 124 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index fe65f496501..7ccc72f0787 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -4535,178 +4535,173 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Congo DRC geldt geen besluit in de zin van arti ### [9]. Het asielbeleid ten aanzien van Eritrea -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Eritrea. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. + + + De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van januari 2008 over de situatie in Eritrea (zie de website van het Ministerie van BuZa). + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 29 maart 2006 over de situatie in Eritrea (kenmerk DPV/AM-901547) en op de uitspraak van 4 november 2005 van de ABRvS (nummer 200505429/1). - -#### 3. Besluitmoratorium +#### 2. Besluitmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Eritrea geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. -#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -##### 4.1. Ethiopiërs en personen van gemengde afkomst +##### 3.1. Ethiopiërs en personen van gemengde afkomst -Toetsing van het asielrelaas vindt conform C2/2.4 plaats aan de hand van het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft, niet aan de hand van het land waar de vreemdeling laatstelijk heeft verbleven. +Toetsing van het asielrelaas vindt conform C2/2.4 plaats aan de hand van het land waarvan de vreemdeling de nationaliteit heeft, niet aan de hand van het land waar de vreemdeling laatstelijk heeft verbleven. Hierbij is van belang dat de huidige Eritrese nationaliteitsverordening qua regelgeving onvolledig is en ruimte biedt voor verschillende interpretaties. De Eritrese autoriteiten gaan daarom momenteel noodgedwongen pragmatisch om met de huidige nationaliteitsverordening. + + + Bij personen met de Ethiopische nationaliteit wordt Ethiopië als land van herkomst beschouwd, ook indien een vreemdeling daar nimmer heeft verbleven. Een (langdurig) verblijf van een persoon met de Ethiopische nationaliteit in Eritrea vormt blijkens het algemeen ambtsbericht voor Ethiopië geen reden om deze persoon bij terugkeer de toegang tot Ethiopië te ontzeggen. + + + Indien aannemelijk is dat de Eritrese autoriteiten betrokkene beschouwen als Eritrees burger, wordt van de Eritrese nationaliteit uitgegaan. + + + Ten aanzien van personen van gemengde afkomst met de Eritrese nationaliteit geldt, dat de situatie in Eritrea geen aanleiding vormt om personen van gemengde afkomst reeds op grond van die afkomst op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. Indien op grond van het individuele relaas blijkt dat ondervonden discriminatie een dusdanige ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert, dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren, is het beleid zoals neergelegd in C2/2.5 van toepassing. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -Gelet hierop is voor de situatie in Eritrea het volgende van belang. De huidige Eritrese nationaliteitsverordening is qua regelgeving onvolledig en biedt ruimte voor verschillende interpretaties. De Eritrese autoriteiten gaan daarom momenteel noodgedwongen pragmatisch om met de huidige nationaliteitsverordening. +##### 3.2. Aanhangers van nieuwe religies -Indien aannemelijk is dat de Eritrese autoriteiten betrokkene beschouwen als Eritrees burger, dan dient van de Eritrese nationaliteit te worden uitgegaan. +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat aanhangers van de nieuwe religies, waaronder Jehova’s getuigen, te kampen hebben met ernstige beperkingen van de vrijheid van godsdienst. Het komt voor dat leden van nieuwe religies op grond daarvan worden opgepakt en gedetineerd, waarbij opgepakte leden het slachtoffer worden van marteling en mishandeling. Ook binnen het leger komt het voor dat aanhangers van nieuwe religies worden lastiggevallen, gedetineerd en gemarteld vanwege het praktiseren van een nieuwe religie. + + + Personen die aannemelijk hebben gemaakt wegens hun geloofsovertuiging gegronde vrees te hebben voor vervolging, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming. + + + Er is voorts sprake van een zekere maatschappelijke aversie tegen leden van de nieuwe religies. In het geval een beroep wordt gedaan op discriminatie door medeburgers is C2/2.5 van toepassing. + + + Indien Eritrese asielzoekers zich hier te lande bekeren, is C2/2.6 van toepassing. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -De in Eritrea wonende Ethiopiërs bevinden zich in een moeilijke situatie. Zij mogen officieel niet werken en mogen geen bedrijf uitoefenen. In Eritrea bestaan gemengde gevoelens ten opzichte van Ethiopiërs, mede vanwege het grensconflict. +##### 3.3. Politieke opposanten -Bij personen met de Ethiopische nationaliteit wordt Ethiopië als land van herkomst beschouwd, ook indien een vreemdeling daar nimmer heeft verbleven. Een (langdurig) verblijf van een persoon met de Ethiopische nationaliteit in Eritrea vormt blijkens het algemeen ambtsbericht voor Ethiopië geen reden om deze persoon bij terugkeer de toegang tot Ethiopië te ontzeggen. +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat het in Eritrea verboden is om politieke campagnes te voeren. + + + Het is mogelijk dat personen die ervan verdacht worden aanhanger van een oppositionele beweging te zijn, bij terugkeer de aandacht van de Eritrese autoriteiten trekken. Zij zouden mogelijk problemen (arrestatie en detentie) kunnen ondervinden. Hetzelfde geldt voor hun familieleden. + De houding van de Eritrese autoriteit lijkt mede afhankelijk van factoren als de positie van deze persoon binnen de betreffende oppositiebeweging, in hoeverre de betreffende oppositiebeweging in verband wordt gebracht met gewelddadige of terroristische activiteiten en in hoeverre deze persoon verdacht wordt van voortdurende oppositionele steun. Hierbij dient overigens te worden opgemerkt dat arrestatie en detentie in Eritrea vaak tamelijk arbitrair lijken te gebeuren. + + + Indien de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag omdat hij aanhanger is van een oppositionele beweging of vanwege politieke activiteiten, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + + + Bij aanhangers van partijen die zich bedienen van gewelddadige methodes wordt steeds beoordeeld of deze activiteiten mogelijk aanleiding zijn om toepassing te geven aan artikel 1F Vluchtelingenverdrag. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -In het geval van personen van gemengde afkomst dient te worden vastgesteld van welk land de vreemdeling de nationaliteit heeft. Blijkens het voornoemde algemeen ambtsbericht kan een persoon met een niet-Eritrese nationaliteit door een huwelijk met een persoon van Eritrese nationaliteit na een legaal verblijf van drie jaar in Eritrea de Eritrese nationaliteit verkrijgen, mits hij zijn andere nationaliteit opgeeft. - -Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van asielaanvragen geldt het volgende. De situatie in Eritrea vormt geen aanleiding om personen van gemengde afkomst reeds op grond van die afkomst op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning. Indien op grond van het individuele relaas blijkt dat de ondervonden discriminatie een dusdanige ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren, is het beleid zoals neergelegd in C2/2.5 van toepassing. - -##### 4.2. Aanhangers van nieuwe religies - -Eritrea is een seculiere staat met vier gevestigde religies: de Eritrese orthodoxe kerk, de islam, de Eritrese katholieke kerk en de kleinere evangelisch-lutherse kerk. - -De nieuwe religies, waaronder Jehova-getuigen, hebben blijkens het algemeen ambtsbericht van 29 maart 2006 te kampen met ernstige beperkingen van de vrijheid van godsdienst. Het komt voor dat leden van nieuwe religies op grond daarvan worden opgepakt en gedetineerd, waarbij opgepakte leden het slachtoffer worden van marteling en mishandeling. Ook binnen het leger komt het voor dat aanhangers van nieuwe religies worden lastiggevallen, gedetineerd en gemarteld vanwege het praktiseren van een nieuwe religie. - -Er is voorts sprake van een zekere maatschappelijke aversie tegen leden van de nieuwe religies. Sommige burgers werken samen met de autoriteiten door leden van de nieuwe religies aan te geven en lastig te vallen. Gelet op de houding van de autoriteiten kan niet worden verlangd dat de bescherming van de autoriteiten wordt ingeroepen tegen problemen met medeburgers. In het geval een beroep wordt gedaan op discriminatie door medeburgers dient op de gebruikelijke wijze aannemelijk te worden gemaakt dat de discriminatie als daad van vervolging kan worden aangemerkt. - -Eritrese asielzoekers die het land hebben verlaten vanwege problemen naar aanleiding van het praktiseren van een nieuwe religie, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, respectievelijk b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, indien zij aannemelijk maken dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico in de zin van artikel 3 EVRM. Daarvoor is het enkel aanhangen van een nieuwe religie niet voldoende. - -Indien Eritrese asielzoekers zich hier te lande bekeren, dient te worden voldaan aan het in C2/2.6 neergelegde beleid voor refugiés sur place om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. De vreemdeling zal in dat geval wel aannemelijk dienen te maken dat hij hier te lande bekeerd is. Indien de vreemdeling aannemelijk kan maken dat er bij terugkeer naar Eritrea sprake is van een reëel risico in de zin van artikel 3 EVRM, kan betrokkene op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. - -##### 4.3. Politieke opposanten - -In Eritrea is de enige toegestane politieke partij de People’s Front for Democracy and Justice. - -Personen die oppositionele activiteiten ontplooien, lopen het gevaar in de negatieve aandacht van de Eritrese autoriteiten te geraken. Ook familieleden van opposanten in Eritrea kunnen van de zijde van de Eritrese autoriteiten problemen ondervinden. Niet alle oppositionele bewegingen worden door de Eritrese autoriteiten als bedreigend gezien. Bij de beoordeling of er sprake is van gegronde vrees voor vervolging dient onder meer aandacht te worden besteed aan de positie die binnen de betreffende oppositiebeweging wordt ingenomen, aan de vraag in hoeverre deze beweging in verband wordt gebracht met gewelddadige of terroristische activiteiten en aan de vraag in hoeverre deze persoon verdacht wordt van voortdurende oppositionele steun. - -Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat arrestatie en detentie in Eritrea vaak tamelijk arbitrair lijken te gebeuren. Voorts is van belang dat de georganiseerde oppositie hoofdzakelijk in het buitenland actief is, maar dat niet kan worden uitgesloten dat de Eritrese autoriteiten via hun inlichtingennetwerk op de hoogte zijn van oppositionele activiteiten buiten Eritrea. - -Asielzoekers kunnen op grond van hun oppositionele activiteiten op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel indien zij aannemelijk maken dat zij vanwege hun activiteiten gegronde vrees voor vervolging hebben van de zijde van de Eritrese autoriteiten. - -Bij aanhangers van partijen die zich bedienen van gewelddadige methodes dient te worden beoordeeld of deze activiteiten mogelijk aanleiding zijn om toepassing te geven aan artikel 1F Vluchtelingenverdrag. - -##### 4.4. Journalisten +##### 3.4. Journalisten Alle onafhankelijke kranten en tijdschriften in Eritrea, die naast de staatsmedia verschenen, hebben in september 2001 door de regering een verschijningsverbod opgelegd gekregen. Voor informatie over arrestaties en detenties van journalisten wordt verwezen naar eerdergenoemd algemeen ambtsbericht. + + + Journalisten kunnen, indien zij aannemelijk maken dat zij vanwege hun activiteiten vervolging vrezen van de Eritrese autoriteiten, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -Journalisten kunnen, indien zij aannemelijk maken dat zij vanwege hun activiteiten vervolging vrezen van de Eritrese autoriteiten, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. +##### 3.5. Vrouwen -##### 4.5. Vrouwen +Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. +##### 3.6. Dienstplichtigen en deserteurs -Voor het algemene beoordelingskader inzake vrouwenbesnijdenis wordt verwezen naar C2/3.2.3. +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. + + + Ten aanzien van Eritrea heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. + + + Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat dienstplichtontduikers, dienstweigeraars en deserteurs in de praktijk niet worden berecht, ook niet door de militaire rechtbank. In plaats daarvan worden zij zonder proces bestraft. + + + Voor de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel omdat er sprake is van een onevenredige of discriminatoire bestraffing, wordt niet (enkel) gekeken naar de theoretische strafmaten, maar wordt tevens de praktijk meegewogen. + + + Indien er grond is voor het oordeel dat de vreemdeling het leger heeft verlaten in het kader van een demobilisatieprogramma, is niet aannemelijk dat de asielzoeker een reëel risico loopt in de zin van artikel 3 EVRM. + + + Indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt uit het leger te zijn gedeserteerd, komt hij in beginsel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. Indien contra-indicaties in de weg staan aan verlening van de vergunning, kan vanwege de absolute bescherming van artikel 3 EVRM evenwel geen sprake zijn van uitzetting naar het land van herkomst. + + + In het geval van dienstweigeraars en dienstplichtontduikers geldt dat zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning indien zij aannemelijk maken dat zij op grond van hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan. Indien contra-indicaties in de weg staan aan verlening van de vergunning, kan vanwege de absolute bescherming van artikel 3 EVRM evenwel geen sprake zijn van uitzetting naar het land van herkomst. + + + Hierbij wordt in aanmerking genomen dat blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa vrouwen alleen dienstplichtig zijn als zij kinderloos zijn en ongehuwd in de leeftijd tussen 18 en 27 jaar. Het komt echter ook voor dat gehuwde vrouwen en vrouwen ouder dan 27 jaar zich beroepen op het ontwijken van de dienstplicht. Indien een vrouw boven de genoemde leeftijd Eritrea heeft verlaten en toch aannemelijk heeft gemaakt dat zij op grond van haar dienstweigering of dienstontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staat, wordt de asielaanvraag niet afgewezen op de enkele grond dat zij niet (meer) binnen de dienstplichtige categorie valt. In dat geval is het hierboven beschreven beleid van toepassing. Wel dient specifiek aandacht te worden besteed aan de verklaringen van de vreemdelinge op dit punt. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -In Eritrea is de leeftijd waarop genitale verminking wordt uitgevoerd afhankelijk van de etnische groep waartoe men behoort. Met inachtneming van hetgeen hieromtrent bekend is uit algemene bron, dient te worden beoordeeld of er gelet op de leeftijd sprake is van een aannemelijk beroep op vrouwenbesnijdenis. +##### 3.7. Homoseksuelen -Indien is vastgesteld dat er sprake is van een reëel risico, wordt conform het beleid van C2/3.2 beoordeeld of er sprake is van een vestigingsalternatief of de mogelijkheid van het inroepen van bescherming van de autoriteiten. +Homoseksuelen ondervinden in Eritrea ernstige maatschappelijke discriminatie en omtrent homoseksualiteit heerst een groot taboe. Het is mogelijk dat daar waar homoseksuele geaardheid vermoed wordt, de betrokken persoon in een sociaal isolement raakt. + + + Indien een Eritrese asielzoeker die zich beroept op discriminatie vanwege homoseksualiteit, aannemelijk kan maken dat de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren, dan kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + + + Het inroepen van bescherming van de autoriteiten kan slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen de omstandigheid dat uit het ambtsbericht blijkt dat homoseksualiteit mogelijk strafbaar is, daar de Eritrese Penal Code Proclamation ‘seksuele afwijkingen’ verbiedt. Hieronder zou ook het verrichten van seksuele handelingen met iemand van dezelfde sekse vallen. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -Bij een vestigingsalternatief is het volgende van belang. Gelet op het feit dat de toepassing van vrouwenbesnijdenis in Eritrea wijdverspreid is en in het gehele land plaatsvindt, kan er (in beginsel) geen sprake zijn van een vestigingsalternatief. +##### 3.8. Personen die illegaal zijn uitgereisd -Ten aanzien van de mogelijkheid van het inroepen van bescherming van de autoriteiten zal in zijn algemeenheid de aanwezigheid van bescherming gelet op de houding van de Eritrese autoriteiten niet snel kunnen worden aangenomen, tenzij uit individuele omstandigheden dan wel uit algemene bron kan worden afgeleid dat het inroepen van bescherming daadwerkelijk soelaas kan bieden. +Uit het ambtsbericht van de Minister van Buza blijkt dat illegale uitreis formeel niet strafbaar is, maar dat in de praktijk op het illegaal uitreizen uit Eritrea een gevangenisstraf en/of een boete staat. In beginsel loopt iedereen die Eritrea illegaal uitreist een risico. Bepaalde groepen zoals politieke opposanten, dienstplichtontduikers, journalisten en personen die een nieuwe religie aanhangen lopen een verhoogd risico. Overigens geeft het ambtsbericht aan dat Jehova’s getuigen geen uitreisvisum kunnen krijgen. + + + Het is moeilijk aan te geven wanneer het genoemde risico zo groot is dat sprake is van een risico op een behandeling in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Om deze reden kan de vreemdeling, indien hij aannemelijk maakt dat hij illegaal is uitgereisd en hij met geringe indicaties kan onderbouwen dat hij bij terugkeer naar Eritrea een risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM, op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -##### 4.6. Dienstplichtigen en deserteurs +#### 4. Traumatabeleid -Elke Eritrese burger in de leeftijd van 18 tot 50 jaar is verplicht om deel te nemen aan de nationale dienstplicht. Voor informatie omtrent de ontheffing, vrijstelling en de onmogelijkheid voor alternatieve dienstplichtvervulling bij gewetensbezwaren wordt verwezen naar eerdergenoemd algemeen ambtsbericht. +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Eritrea geen bijzonderheden. -In de praktijk worden dienstplichtontduikers, dienstweigeraars en deserteurs niet berecht, ook niet door de militaire rechtbank. In plaats daarvan worden zij zonder proces bestraft, in het geval van deserteurs door hun superieuren. Hierbij wordt verwezen naar de informatie in het algemene ambtsbericht. - -Voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw wordt verwezen naar het beleid van C2/2.12 inzake vervolging wegens dienstweigering of desertie. De beoordeling of er sprake is van een onevenredige of discriminatoire bestraffing dient niet (enkel) plaats te vinden aan de hand van de theoretische strafmaten, maar zal moeten worden beoordeeld met inachtneming van de in het algemeen ambtsbericht genoemde specifieke omstandigheden ten aanzien van dienstweigeraars en deserteurs en de omstandigheden van het individuele geval. - -Daarnaast is van belang dat ten aanzien van Eritrea zich niet de situatie heeft voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. - -Aangenomen dient te worden dat deserteurs als zodanig bij de autoriteiten staan geregistreerd. Gelet op de behandeling die deserteurs ten deel dreigt te vallen, wordt eerder aangenomen dat bij terugkeer een schending plaatsvindt van het gestelde in artikel 3 EVRM. - -Weliswaar is de bestraffing van deserteurs blijkens het algemeen ambtsbericht van 29 maart 2006 afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de vreemdeling, maar op basis van de voorhanden zijnde informatie kan niet worden beoordeeld in welke gevallen er geen schending van artikel 3 EVRM behoeft te worden aangenomen. Indien er echter in het individuele relaas duidelijke aanknopingspunten aanwezig zijn dat deze persoon op grond van zijn desertie geen reëel risico in de zin van artikel 3 EVRM loopt, bestaat er grond om een verblijfsvergunning te onthouden. - -Indien aannemelijk is dat de vreemdeling in het leger heeft gediend, dient vervolgens aandacht te worden besteed aan de vraag of er sprake is van een aannemelijk beroep op desertie. Bij een vertrek uit het leger, na het daadwerkelijke begin van de demobilisatie in 2001, dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat de vreemdeling het leger heeft verlaten op grond van een demobilisatieprogramma. - -Indien er grond is voor het oordeel dat de vreemdeling het leger heeft verlaten in het kader van een demobilisatieprogramma, is niet aannemelijk dat de asielzoeker een reëel risico loopt in de zin van artikel 3 EVRM. - -Indien de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt uit het leger te zijn gedeserteerd, komt hij in beginsel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. Indien contra-indicaties in de weg staan aan verlening van de vergunning, kan vanwege de absolute bescherming van artikel 3 EVRM evenwel geen sprake zijn van uitzetting naar het land van herkomst. - -In het geval van dienstweigeraars en dienstplichtontduikers geldt dat zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning indien zij aannemelijk maken dat zij op grond van hun dienstweigering of dienstplichtontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan. Indien contra-indicaties in de weg staan aan verlening van de vergunning, kan vanwege de absolute bescherming van artikel 3 EVRM evenwel geen sprake zijn van uitzetting naar het land van herkomst. - -Daarbij dient het volgende in aanmerking te worden genomen. - -In het algemeen ambtsbericht van 29 maart 2006 is opgenomen dat geen gedwongen rekrutering zou plaatsvinden van moslimvrouwen uit de regio’s aan de Rode Zee-kust. Meer in het algemeen maakt voornoemd algemeen ambtsbericht melding van bronnen die aangeven dat in de praktijk alleen vrouwen in de leeftijd tussen 18 en 27 jaar dienstplichtig zijn. Dit biedt op zichzelf onvoldoende aanknopingspunten om vrouwen die boven deze leeftijd Eritrea hebben verlaten en die aannemelijk hebben gemaakt dat zij op grond van hun dienstweigering of dienstontduiking in de negatieve aandacht van de autoriteiten staan, een vergunning te weigeren. Wel dient specifiek aandacht te worden besteed aan de verklaringen van betrokkene op dit punt. - -Ook dient te worden bezien of betrokkene in aanmerking komt voor ontheffing dan wel of hij reeds militaire dienst heeft vervuld. Indien betrokkene gedurende zijn dienstplichtige leeftijd lange tijd in Eritrea heeft verbleven zonder te worden opgeroepen, dient in het bijzonder aandacht te worden besteed aan de vraag of de dienstplicht niet reeds is vervuld. Een lang verblijf in Eritrea zonder te worden opgeroepen, is op zichzelf onvoldoende om tot afwijzing van de aanvraag over te gaan en dient te worden bezien in samenhang met de overige verklaringen van betrokkene. - -##### 4.7. Homoseksuelen - -Homoseksuelen ondervinden in Eritrea ernstige maatschappelijke discriminatie en omtrent homoseksualiteit heerst een groot taboe. Aangenomen kan worden dat men in het algemeen afwijzend staat tegenover homoseksualiteit indien men er openlijk mee geconfronteerd wordt. Het is mogelijk dat daar waar homoseksuele geaardheid vermoed wordt, de betrokken persoon in een sociaal isolement raakt. - -Indien een Eritrese asielzoeker die zich beroept op discriminatie vanwege homoseksualiteit, aannemelijk kan maken dat de ondervonden discriminatie een dusdanig ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren, dan kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -Het inroepen van bescherming van de autoriteiten kan slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen de omstandigheid dat uit het ambtsbericht blijkt dat homoseksualiteit mogelijk strafbaar is, daar de Eritrese Penal Code Proclamation ‘seksuele afwijkingen’ verbiedt. Hieronder zou ook het verrichten van handelingen met iemand van dezelfde sekse vallen. - -#### 5. Traumatabeleid - -Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2,4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Eritrea geen bijzonderheden. - -#### 6. Categoriale bescherming +#### 5. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Eritrea komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). -#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. -##### 7.2. Veilig land van herkomst +##### 6.2. Veilig land van herkomst Eritrea wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf Eritrea wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -De volgende groepen hebben in Eritrea mensenrechten geschonden: +##### 6.5. Legale uitreis -– Al Ittihad al Islamiya; -– Functionarissen van het Derg-regime; -– Eritrean Liberation Front; -– Eritrean People’s Liberation Front; -– Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front; -– Ethiopian People’s Revolutionary Party; -– Oromo Liberation Front; -– Prominente Mengistu-aanhangers; -– Tigray People’s Liberation Front; -– Uitvoerders van vrouwenbesnijdenis. +Om Eritrea te kunnen verlaten is een uitreisvisum vereist. Aan de verstrekking hiervan gaat een uitvoerige controle vooraf. -Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of personen die behoren tot deze groepen zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. +Indien de vreemdeling het land heeft verlaten met een uitreisvisum, vormt dit in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -##### 7.5. Schending artikel 3 EVRM bij terugkeer - -Bij uitspraak van 4 november 2005 heeft de ABRS uitspraak gedaan in het hoger beroep van de Minister tegen een Eritrese vreemdelinge. Deze vreemdelinge stelde bij terugkeer naar Eritrea door de autoriteiten aldaar te worden onderworpen aan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM, omdat er aanwijzingen zijn dat vanuit Malta (oktober 2002) en Libië (juli en augustus 2004) verwijderde Eritreeërs bij aankomst in Eritrea door de autoriteiten zijn gedetineerd en sindsdien vastzitten. De ABRS heeft geoordeeld dat uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa van februari 2005 niet blijkt waarom de vanuit Malta en Libië verwijderde Eritreeërs zijn gearresteerd en gedetineerd. Derhalve kan volgens de ABRS niet worden volstaan met een verwijzing naar het ambtsbericht om de asielaanvraag met een beroep op artikel 3 EVRM af te wijzen. Het algemene ambtsbericht van 29 maart 2006 bevat op dit punt geen andere informatie dan het ambtsbericht waar de ABRS in de uitspraak naar verwijst. Dat wil zeggen dat de motieven om de uit Malta en Libië teruggekeerde Eritreeërs bij terugkeer te detineren en tot op heden vast te houden, niet zijn geëxpliciteerd. - -Indien een Eritrese asielzoeker stelt bij terugkeer naar Eritrea een risico te lopen op een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM, kan niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar het ambtsbericht om dit beroep op artikel 3 EVRM af te wijzen. Gezien de uitspraak van de ABRS en de omstandigheid dat ook het huidige ambtsbericht geen inzicht verschaft in redenen voor detentie van de uit Malta en Libië teruggekeerde Eritreeërs, zal in elk individueel geval goed gemotiveerd dienen te worden waarom terugzending geen schending van artikel 3 EVRM betekent. - -##### 7.6. Legale uitreis - -Om Eritrea te kunnen verlaten is een uitreisvisum vereist. Aan de verstrekking hiervan gaat een uitvoerige controle vooraf. Uitreisvisa worden regelmatig geweigerd aan jonge mannen en vrouwen die de leeftijd van hun dienstplicht naderen, personen in de dienstplichtige leeftijd, studenten, Jehova’s getuigen, beambten van het voormalige Mengistu-regime en andere personen die bij de Eritrese regering in ongenade zijn gevallen. Indien de vreemdeling het land heeft verlaten met een uitreisvisum, vormt dit in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Voor Amv’s is adequate opvang in Eritrea voorhanden. + + + Traditioneel worden alleenstaande minderjarigen door familie opgevangen. De familie heeft de functie van een sociaal vangnet. Indien plaatsing bij familie niet mogelijk is, kunnen de minderjarigen in groepshuizen worden geplaatst. Kinderen in de leeftijdscategorie van vijf tot achttien jaar kunnen in deze groepshuizen verblijven. De groepshuizen functioneren goed en de kwaliteit is naar lokale maatstaven gemeten acceptabel. Daarnaast bestaat er momenteel één door de overheid beheerd weeshuis in Eritrea. Kinderen kunnen in een weeshuis terecht indien zij in de leeftijdscategorie vallen van nul tot en met vier jaar. Vervolgens worden zij overgebracht naar een van de groepshuizen. + + + Amv’s van Eritrese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. + +200818017-09-200808-09-20082008/23200818017-09-200808-09-20082008/2319-09-2008 -Traditioneel worden Amv’s door familie opgevangen. De familie heeft de functie van een sociaal vangnet. Indien plaatsing bij familie niet mogelijk is, kunnen de minderjarigen in groepshuizen worden geplaatst. Kinderen in de leeftijdscategorie van vijf tot achttien jaar kunnen in deze groepshuizen verblijven. De groepshuizen functioneren goed en de kwaliteit is naar lokale maatstaven gemeten acceptabel. Daarnaast bestaat er momenteel één door de overheid beheerd weeshuis in Eritrea. Kinderen kunnen in een weeshuis terecht indien zij in de leeftijdscategorie vallen van nul tot en met vier jaar. Vervolgens worden zij overgebracht naar een van de groepshuizen. - -Amv’s van Eritrese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. - -#### 9. Vertrekmoratorium +#### 8. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Eritrea geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.