2023-01-01 | BWBR0047891 | Regeling specifieke uitkering transitievergoeding regionale OV-concessies 2023

This commit is contained in:
Coornhert 2023-01-01 12:00:00 +00:00
parent cd89707cbf
commit a721547aed

View file

@ -83,7 +83,46 @@ c. een plan per concessie, opgesteld door de aanvrager. Het plan bevat een toeli
### Artikel 7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan het doel, bedoeld in artikel 3.
**2.** Indien de ontvanger een aanvraag indient voor een opbrengstverantwoordelijke concessie, handhaaft de ontvanger gedurende de subsidiabele periode de vaste exploitatiebijdrage ten minste op het niveau van 2022, dan wel op het niveau waarbij geen sprake is van invloed van de COVID-19-pandemie dan wel de transitie, op het prijspeil van 2023 gebracht door middel van een index conform bijlage 3. De vaste exploitatievergoeding wordt dus niet gecorrigeerd voor aangepaste productie om reden van de pandemie dan wel de transitie.
**3.** Indien de ontvanger een aanvraag indient voor een concessie met een kostencontract, keert de ontvanger in de subsidiabele periode de netto exploitatiebijdrage uit over het jaar 2019, dan wel, indien de concessie na 1 januari 2019 in werking is getreden, over het eerste jaar van de looptijd van de concessie, op het prijspeil van 2023. De netto exploitatiebijdrage is niet gecorrigeerd voor invloed van de COVID-19-pandemie, dan wel de transitie.
**4.** De ontvanger wijzigt, voor zover noodzakelijk, de vervoersconcessie om de uitkering van de transitievergoeding mogelijk te maken.
**5.**
De ontvanger verstrekt een transitievergoeding onder ten minste de volgende voorwaarden:
a. de concessiehouder voert in de subsidiabele periode een dienstregeling uit zoals overeengekomen met de ontvanger. Uitgangspunt van de dienstregeling is dat deze voldoende, veilig en betrouwbaar openbaar vervoer biedt en dat de kosten en opbrengsten in balans zijn. Deze voorwaarde is niet van toepassing indien er als gevolg van een pandemie beperkende maatregelen worden ingevoerd voor het gebruik van het openbaar vervoer die een vermindering van het reizigersaantal tot gevolg hebben;
b. de concessiehouder overlegt ten behoeve van de verantwoording een definitieve opgave van de inkomsten, andere ontvangsten en kosten die in aanmerking komen voor de transitievergoeding met een controleverklaring, en indien een verhoging van de specifieke uitkering wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 4, derde lid, een verklaring dat in 2019, dan wel in de meest actuele begroting, een winstmarge is gerealiseerd van 2% of minder;
c. bij de beoordeling van een verzoek aan de Informatiehuishouding OV-Informatie door of namens de Minister, zal de concessiehouder niet toetsen op bedrijfsvertrouwelijkheid;
d. het bepaalde in het zesde tot en met het tiende lid.
**6.**
Er wordt geen transitievergoeding verstrekt indien in of naar aanleiding van het jaar 2023:
a. bonussen worden verstrekt aan raad van bestuur en directie binnen een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland en deel uitmaakt van de groep waar het vervoerbedrijf deel van uitmaakt als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een uitkering van dividend wordt verstrekt aan de aandeelhouders in het vervoersbedrijf van de concessiehouder of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Deze bepaling heeft geen betrekking op uitkeringen van:
i. een buitenlandse dochtermaatschappij aan een moedermaatschappij; of
ii. een moedermaatschappij aan een aandeelhouder, indien daarbij geen middelen van de Nederlandse entiteit zijn betrokken;
c. een ontslagvergoeding wordt verstrekt aan de raad van bestuur binnen een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van concessies voor het openbaar vervoer in Nederland die de norm overschrijdt van maximaal één jaarsalaris en een opzegtermijn van maximaal zes maanden.
**7.** In de periode van de ingangsdatum van deze regeling tot en met 31 december 2023 kopen de concessiehouder, zijn raad van bestuur, bestuur en directie binnen een Nederlandse entiteit die belast is met de uitvoering van de concessies voor het openbaar vervoer in Nederland geen aandelen in het vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
**8.** Het vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, neemt de transitievergoeding op in het fiscale resultaat over het jaar 2023.
**9.**
Het vervoersbedrijf of de groep waar het vervoersbedrijf deel van uitmaakt, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:
a. was vóór 31 december 2022 geen onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; en
b. is geen onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
**10.** De ontvanger en de concessiehouder verlenen medewerking aan een door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de Minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de specifieke uitkering, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, tot tien jaar na de datum van vaststelling van de specifieke uitkering, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden.
### Artikel 8