2022-09-08 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2022-09-08 12:00:00 +00:00
parent c57cbaf44e
commit a7218c1445

View file

@ -533,6 +533,10 @@ Het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, eerste en der
a. van een bank, een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tiende lid, aanhef en onderdeel a, of een clearinginstelling voldoen aan de op de betrokken onderneming van toepassing zijnde technische criteria voor de organisatie en behandeling van risicos in de artikelen 79 tot en met 87 van de richtlijn kapitaalvereisten;
b. van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 23, tiende lid, aanhef en onderdeel b, voldoen aan de technische criteria voor de organisatie en behandeling van risicos, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen b en c, derde lid, en 29, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en indien de beleggingsonderneming kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen aan die bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a, c, en d, van die richtlijn.
### Artikel 23.0a
In aanvulling op artikel 23, eerste lid, omvat het risicobeheerbeleid van een beheerder van een icbe procedures ter beheersing van duurzaamheidsrisicos als bedoeld in artikel 2, onder 22, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317).
### Artikel 23aa
**1.** De Nederlandsche Bank kan een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten verplichten de gestandaardiseerde methode, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten te gebruiken indien zij van oordeel is dat de interne systemen die de bank of beleggingsonderneming heeft voor de beoordeling van renterisicos als bedoeld in dat artikellid niet adequaat zijn.