2006-03-08 | BWBR0004259 | Bekostigingsbesluit WEC
This commit is contained in:
parent
77a52ff71d
commit
a726905aa2
1 changed files with 2 additions and 2 deletions
|
|
@ -348,7 +348,7 @@ De vergoedingen, bedoeld in de titels II en III, zijn niet langer verschuldigd w
|
|||
|
||||
**1.** De vergoeding, bedoeld in artikel 22, bedraagt 5 procent van de geschatte waarde, onderscheidenlijk het in de tweede volzin van het eerste lid van dat artikel bedoelde bedrag waarover de vergoeding dient te worden berekend.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemeentebestuur kan, op verzoek van het bevoegd gezag van de bijzondere school, bepalen dat in verband met de op het bevoegd gezag rustende geldelijke verplichtingen, gedurende een door hem vast te stellen termijn de vergoeding naar een hoger percentage zal worden berekend.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders kan, op verzoek van het bevoegd gezag van de bijzondere school, bepalen dat in verband met de op het bevoegd gezag rustende geldelijke verplichtingen, gedurende een door hem vast te stellen termijn de vergoeding naar een hoger percentage zal worden berekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
|
|
@ -382,7 +382,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 27, eigenaar is van het gebouw en terrein, en het gebouw en terrein niet meer voor het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de wet worden gebruikt, dan wel het gebouw en terrein na 1 september 1987 zijn of worden vervreemd, betaalt het bevoegd gezag voor elk jaar dat de gemeente met betrekking tot het gebouw en terrein een vergoeding heeft verstrekt, doch voor ten hoogste 40 jaren, aan de gemeente 1/40 deel van de waarde van het gebouw en terrein in het economisch verkeer, met dien verstande dat de gemeenteraad kan besluiten in verband met eigen investeringen van het bevoegd gezag een lagere waarde vast te stellen. Indien toepassing is gegeven aan artikel VI, vierde lid, van de wet van 2 april 1998, Stb. 228, wordt de gemeente geacht gedurende 40 jaren een vergoeding met betrekking tot het gebouw en terrein te hebben verstrekt.
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 27, eigenaar is van het gebouw en terrein, en het gebouw en terrein niet meer voor het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de wet worden gebruikt, dan wel het gebouw en terrein na 1 september 1987 zijn of worden vervreemd, betaalt het bevoegd gezag voor elk jaar dat de gemeente met betrekking tot het gebouw en terrein een vergoeding heeft verstrekt, doch voor ten hoogste 40 jaren, aan de gemeente 1/40 deel van de waarde van het gebouw en terrein in het economisch verkeer, met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders kan besluiten in verband met eigen investeringen van het bevoegd gezag een lagere waarde vast te stellen. Indien toepassing is gegeven aan artikel VI, vierde lid, van de wet van 2 april 1998, Stb. 228, wordt de gemeente geacht gedurende 40 jaren een vergoeding met betrekking tot het gebouw en terrein te hebben verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het bevoegd gezag de eigendom van het gebouw overdragen aan de gemeente.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue