2007-01-01 | BWBR0020444 | Besluit technische hulpmiddelen strafvordering
This commit is contained in:
parent
8c6c0166ab
commit
a7db73d784
1 changed files with 24 additions and 24 deletions
|
|
@ -17,22 +17,22 @@ citeertitel: Besluit technische hulpmiddelen strafvordering
|
|||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. technisch hulpmiddel: een technisch hulpmiddel als bedoeld in artikel 126ee, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
b. observatie: observatie met een technisch hulpmiddel ter uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126g, derde lid, artikel 126o, derde lid of artikel 126zd, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
c. opnemen van vertrouwelijke communicatie: het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel, ter uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126l, eerste lid, artikel 126s, eerste lid of artikel 126zf, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
d. opnemen van telecommunicatie: het opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel, ter uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126m, eerste lid, 126t, eerste lid, en 126zg, eerste lid, voor zover het bevel, bedoeld in artikel 126m, derde of vierde lid, onderscheidenlijk artikel 126t, derde of vierde lid, en artikel 126zg, derde of vierde lid, ten uitvoer wordt gelegd zonder medewerking van de betrokken aanbieder;
|
||||
e. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
f. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
|
||||
g. AIVD: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
|
||||
b. observatie: observatie met een technisch hulpmiddel ter uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126g, derde lid, of artikel 126o, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
c. opnemen van vertrouwelijke communicatie: het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel, ter uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126l, eerste lid, of artikel 126s, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
d. opnemen van telecommunicatie: het opnemen van communicatie met een technisch hulpmiddel, ter uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 126m, eerste lid, of artikel 126t, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover het bevel, bedoeld in artikel 126m, derde of vierde lid, onderscheidenlijk artikel 126t, derde of vierde lid, ten uitvoer wordt gelegd zonder medewerking van de betrokken aanbieder;
|
||||
e. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
f. korpsbeheerder: de korpsbeheerder, bedoeld in de artikelen 24 en 38 van de Politiewet 1993;
|
||||
g. AIVD: de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Hetgeen in dit besluit wordt bepaald over de korpschef is van overeenkomstige toepassing op de werkgever van de ambtenaren bedoeld in artikel 141, onderdelen b, c en d, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
Hetgeen in dit besluit wordt bepaald over de korpsbeheerder is van overeenkomstige toepassing op de werkgever van de ambtenaren bedoeld in artikel 141, onderdeel b en c van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Opsporingsambtenaren als bedoeld in de artikelen 141, onderdelen b tot en met d, en 142 van het Wetboek van Strafvordering kunnen worden belast met de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor observatie.
|
||||
**1.** Opsporingsambtenaren als bedoeld in de artikelen 141, onderdeel b en c, en 142 van het Wetboek van Strafvordering kunnen worden belast met de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor observatie.
|
||||
|
||||
**2.** Opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdelen b, c en d, van het Wetboek van Strafvordering kunnen worden belast met de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie en het opnemen van telecommunicatie.
|
||||
**2.** Opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering kunnen worden belast met de plaatsing, verwijdering en inzet van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie en het opnemen van telecommunicatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -44,23 +44,23 @@ Hetgeen in dit besluit wordt bepaald over de korpschef is van overeenkomstige to
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën wordt een plaats aangewezen voor de opslag van technische hulpmiddelen en wordt ervoor zorggedragen dat deze plaats beveiligd is en uitsluitend toegankelijk is voor of onder begeleiding van daartoe geautoriseerd personeel.
|
||||
**1.** Door of namens de korpsbeheerder wordt een plaats aangewezen voor de opslag van technische hulpmiddelen en wordt ervoor zorggedragen dat deze plaats beveiligd is en uitsluitend toegankelijk is voor of onder begeleiding van daartoe geautoriseerd personeel.
|
||||
|
||||
**2.** Door of namens de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën worden één of meer terzake deskundige ambtenaren aangewezen, die belast zijn met de opslag van technische hulpmiddelen.
|
||||
**2.** Door of namens de korpsbeheerder worden één of meer terzake deskundige ambtenaren aangewezen, die belast zijn met de opslag van technische hulpmiddelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 5, tweede lid, verstrekt, na ontvangst van een kopie van het daarop betrekking hebbende bevel, het voor de uitvoering daarvan benodigde technische hulpmiddel aan de met de uitvoering belaste ambtenaar. Indien het bevel mondeling is gegeven wordt, in afwijking van de eerste volzin, binnen drie dagen een kopie van het schriftelijke bevel overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 5, tweede lid, verstrekt, na ontvangst van een verzoek door of namens de korpschef voor verstrekking van technische hulpmiddelen voor oefendoeleinden het benodigde technische hulpmiddel aan de met de uitvoering belaste ambtenaar.
|
||||
**2.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 5, tweede lid, verstrekt, na ontvangst van een verzoek door of namens de korpsbeheerder voor verstrekking van technische hulpmiddelen voor oefendoeleinden het benodigde technische hulpmiddel aan de met de uitvoering belaste ambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 5, tweede lid, registreert de verstrekking van het technische hulpmiddel. De registratie bevat ten minste de aanduiding van het technische hulpmiddel, het tijdstip van de verstrekking en de verwachte duur van de inzet van het hulpmiddel en de naam van de officier van justitie die het bevel heeft gegeven onderscheidenlijk de korpschef die het verzoek heeft ingediend.
|
||||
**3.** De ambtenaar, bedoeld in artikel 5, tweede lid, registreert de verstrekking van het technische hulpmiddel. De registratie bevat ten minste de aanduiding van het technische hulpmiddel, het tijdstip van de verstrekking en de verwachte duur van de inzet van het hulpmiddel en de naam van de officier van justitie die het bevel heeft gegeven onderscheidenlijk de korpsbeheerder die het verzoek heeft ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Het technische hulpmiddel wordt verstrekt voor de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel onderscheidenlijk de duur van de oefening.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De plaatsing van het technische hulpmiddel geschiedt door een daartoe door of namens de korpschef aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar.
|
||||
**1.** De plaatsing van het technische hulpmiddel geschiedt door een daartoe door of namens de korpsbeheerder aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
**2.** Opsporingsambtenaren belast met het plaatsen van een technisch hulpmiddel voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie in een woning of andere besloten plaats zijn in het bezit van een door Onze Minister aangewezen document.
|
||||
|
||||
|
|
@ -74,7 +74,7 @@ Voorafgaand aan en na afloop van de daadwerkelijke inzet van een technisch hulpm
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De verwijdering van het technische hulpmiddel geschiedt door een daartoe door of namens de korpschef aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar.
|
||||
**1.** De verwijdering van het technische hulpmiddel geschiedt door een daartoe door of namens de korpsbeheerder aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
**2.** Na verwijdering van het technische hulpmiddel stelt de in het eerste lid bedoelde ambtenaar het technische hulpmiddel weer in handen van de ambtenaar, bedoeld in het artikel 5, tweede lid. Deze registreert de ontvangst van de technische hulpmiddelen. De registratie bevat ten minste de aanduiding van het technische hulpmiddel, van de staat waarin het verkeert en van het tijdstip van ontvangst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -110,7 +110,7 @@ Het transport van het signaal wordt dusdanig beveiligd dat manipulatie van de si
|
|||
|
||||
**1.** Indien dat voor de waarneming van de opgeslagen signalen noodzakelijk is, kan een kopie van de opgeslagen signalen technisch worden bewerkt.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde bewerking wordt uitgevoerd door een daartoe door of namens de korpschef aangewezen en terzake deskundige ambtenaar. De officier van justitie kan bepalen dat een technische bewerking wordt uitgevoerd door een deskundige, niet zijnde een ambtenaar.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde bewerking wordt uitgevoerd door een daartoe door of namens de korpsbeheerder aangewezen en terzake deskundige ambtenaar. De officier van justitie kan bepalen dat een technische bewerking wordt uitgevoerd door een deskundige, niet zijnde een ambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** Van de bewerking wordt een schriftelijk verslag opgemaakt, waarin het proces van bewerking wordt beschreven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,19 +118,19 @@ Het transport van het signaal wordt dusdanig beveiligd dat manipulatie van de si
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Bevoegd tot het gebruik van de technische hulpmiddelen, waarmee overeenkomstig artikel 3.22 van de Telecommunicatiewet een gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, is de door de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de technische hulpmiddelen.
|
||||
Het opnemen van telecommunicatie waarmee overeenkomstig artikel 3.10 van de Telecommunicatiewet een gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, geschiedt door een door of namens de korpsbeheerder aangewezen en terzake deskundige opsporingsambtenaar die in het bezit is van een door Onze Minister aangewezen document.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een technisch hulpmiddel voor observatie of het opnemen van telecommunicatie, waarmee overeenkomstig artikel 3.22, eerste lid, van de Telecommunicatiewet een gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, voldoet aan de volgende eisen:
|
||||
Een technisch hulpmiddel voor het opnemen van telecommunicatie, waarmee overeenkomstig artikel 3.10 van de Telecommunicatiewet een gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, voldoet aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. het technische hulpmiddel veroorzaakt niet meer dan een plaatselijke, zeer geringe verandering van de functionaliteiten van het desbetreffende netwerk;
|
||||
b. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld;
|
||||
c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
|
||||
c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
**2.** De opsporingsambtenaar registreert de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar het technische hulpmiddel is gebruikt en de tijdens het gebruik van het technische hulpmiddel gehanteerde instellingen en vermogens van het technische hulpmiddel en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
|
||||
**2.** De opsporingsambtenaar registreert de data en de tijdstippen waarop en de plaatsen waar het technische hulpmiddel is gebruikt en de tijdens het gebruik van het technische hulpmiddel gehanteerde instellingen en vermogens van het technische hulpmiddel en doet mededeling van deze gegevens aan Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,7 +164,7 @@ c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst een onderdeel van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 aan als keuringsdienst.
|
||||
**1.** Onze Minister wijst een onderdeel van het Korps Landelijke politiediensten aan als keuringsdienst.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan één of meer andere organisaties aanwijzen als keuringsdienst.
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,7 +178,7 @@ c. het technische hulpmiddel is geregistreerd bij Onze Minister van Economische
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Door of namens de korpschef kunnen technische hulpmiddelen en componenten voor de detectie, het transport en de opslag van signalen ter keuring worden aangeboden aan de keuringsdienst.
|
||||
**1.** Door of namens de korpsbeheerder kunnen technische hulpmiddelen en componenten voor de detectie, het transport en de opslag van signalen ter keuring worden aangeboden aan de keuringsdienst.
|
||||
|
||||
**2.** De keuringsdienst maakt van de keuring een rapport op, waaruit blijkt in hoeverre de technische hulpmiddelen onderscheidenlijk de componenten voldoen aan de in de artikelen 10 tot en met 14 gestelde eisen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,7 +193,7 @@ d. relevante informatie met betrekking tot de inzet als technisch hulpmiddel.
|
|||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
De keuringsdienst van de landelijke eenheid, bedoeld in artikel 22, eerste lid, houdt een centrale registratie bij van de keuringsrapporten.
|
||||
De keuringsdienst van het Korps landelijke politiediensten houdt een centrale registratie bij van de keuringsrapporten.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,7 +207,7 @@ Het Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden wordt inge
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.
|
||||
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue