2024-08-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
9089345e7b
commit
a811b3cd8c
1 changed files with 30 additions and 31 deletions
|
|
@ -272,7 +272,7 @@ d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
|||
|
||||
### Artikel 1.4a.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.11, vijfde lid, is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7, met uitzondering van de artikelen 7.1.1 en 7.1.5, titel 2 en titel 4, voor zover het betreft de artikelen 7.4.4, 7.4.5, achtste lid, en 7.4.7, en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in artikel 8.1.1d, en in artikel 1.4a.2.
|
||||
**1.** Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 of, indien het betreft voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of Nederlands als tweede taal I en II, een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.11, vijfde lid, is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6, en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7, met uitzondering van de artikelen 7.1.1 en 7.1.5, titel 2, titel 4, voor zover het betreft de artikelen 7.4.4, 7.4.5, achtste lid en 7.4.7, en titel 5 voor zover het betreft de artikelen 7.5.1, 7.5.7, 7.5.8, 7.5.9 en 7.5.10, en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in artikel 8.1.1d, en in artikel 1.4a.2.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van een beschrijving van de regeling voor het onderwijsprogramma en de examens, bedoeld in artikel 7.4.8, voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -343,11 +343,11 @@ g. het uitvoeren van aanvullende activiteiten ter bevordering van de aansluiting
|
|||
|
||||
**2.** De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven erkent op aanvraag een bedrijf of organisatie, die aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, als leerbedrijf voor de beroepspraktijkvorming.
|
||||
|
||||
**3.** Een erkenning geldt voor vier jaren. Zij wordt van rechtswege verlengd bij een positieve herbeoordeling. Ten bewijze daarvan wordt ambtshalve een beschikking uitgereikt.
|
||||
**3.** Erkende leerbedrijven worden ten minste eenmaal in de vier jaren herbeoordeeld.
|
||||
|
||||
**4.** De erkenning wordt geweigerd of ingetrokken als niet of niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan. De erkenning vervalt van rechtswege als het leerbedrijf gedurende een periode van vier jaren geen beroepspraktijkvorming heeft verzorgd.
|
||||
|
||||
**5.** De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven draagt zorg voor openbaarmaking van een actueel overzicht van alle erkende leerbedrijven.
|
||||
**5.** De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven draagt zorg voor openbaarmaking van een actueel overzicht van alle erkende leerbedrijven, waarbij wordt vermeld voor welke kwalificaties het een leerbedrijf is.
|
||||
|
||||
**6.** De regeling, bedoeld in het eerste lid, treedt eerst in werking na goedkeuring door Onze Minister. Goedkeuring wordt onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||||
|
||||
|
|
@ -544,7 +544,7 @@ b. zij in Nederland, België of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen,
|
|||
|
||||
Onze Minister kan aan de rijksbijdrage, berekend op grond van artikel 2.2.2, een bedrag toevoegen in verband met:
|
||||
|
||||
a. bijzondere omstandigheden die in redelijkheid niet door de instelling binnen de rijksbijdrage voor het betreffende bekostigingsjaar of binnen de normale bedrijfsvoering kunnen worden opgevangen; of
|
||||
a. bijzondere omstandigheden die betrekking hebben op een individuele instelling en die in redelijkheid niet door die instelling binnen de rijksbijdrage voor het betreffende bekostigingsjaar of binnen de normale bedrijfsvoering kunnen worden opgevangen; of
|
||||
b. de ontwikkelingen van het bestel van het beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan op de rijksbijdrage van een later jaar geheel of gedeeltelijk in mindering worden gebracht. Indien dat het geval is wordt dit vermeld in de beschikking en wordt in die beschikking tevens de hoogte vermeld van het bedrag dat in mindering zal worden gebracht of de criteria voor de bepaling van dat bedrag.
|
||||
|
|
@ -670,7 +670,7 @@ b. zij in Nederland, België of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen,
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2a.4
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor gehandicapte vavo-studenten.
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor vavo-studenten met een handicap of chronische ziekte.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
|
||||
|
||||
|
|
@ -974,7 +974,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Onder school als bedoeld in het eerste lid wordt ook verstaan een scholengemeenschap die uitsluitend uit voorgaande schoolsoorten bestaat, alsmede een school voor mavo met een afdeling havo als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Een verticale scholengemeenschap kan een regionaal opleidingencentrum en een andere school voor voortgezet onderwijs omvatten dan bedoeld in het eerste lid, voor zover die verticale scholengemeenschap reeds bestond op 1 januari 2020.
|
||||
**3.** Een verticale scholengemeenschap kan een andere schoolsoort voor voortgezet onderwijs omvatten dan bedoeld in het eerste lid, voor zover die verticale scholengemeenschap reeds bestond op 1 januari 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.6.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1170,9 +1170,7 @@ Het bevoegd gezag streeft evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidingge
|
|||
|
||||
**2.** Over de door het bevoegd gezag ingevolge het eerste lid te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende verenigingen van werknemers.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven over de maximale beloning van de bestuurders.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van een instelling, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen er gezamenlijk in dat aan de aanspraken, bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Werkloosheidswet, van het personeel en gewezen personeel, wordt voldaan, evenals aan de aanspraken die in het overleg, bedoeld in het tweede lid, zijn overeengekomen en als aanvulling gelden op de wettelijke aanspraken.
|
||||
**3.** In geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van een instelling, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen er gezamenlijk in dat aan de aanspraken, bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Werkloosheidswet, van het personeel en gewezen personeel, wordt voldaan, evenals aan de aanspraken die in het overleg, bedoeld in het tweede lid, zijn overeengekomen en als aanvulling gelden op de wettelijke aanspraken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.1.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1233,7 +1231,8 @@ b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 4.2.3, eerste lid, blijk
|
|||
3°. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een universitaire lerarenopleiding,
|
||||
4°. een getuigschrift of diploma van een opleiding die vóór 1 augustus 1991 was gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
|
||||
5°. een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties,
|
||||
6°. een op grond van artikel 4.2.1a gelijkgesteld buitenlands getuigschrift of diploma, of
|
||||
6°. een op grond van artikel 4.2.1a gelijkgesteld buitenlands getuigschrift of diploma,
|
||||
7°. een getuigschrift bekwaamheidsonderzoek als bedoeld in artikel 7a.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover dat getuigschrift betrekking heeft op een bevoegdheid om les te geven in het voortgezet onderwijs, of
|
||||
c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 4.2.4, en
|
||||
d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderwijs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1258,7 +1257,7 @@ Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van artikel 4.2.3, tweed
|
|||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
|
||||
b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in artikel 4.2.3, tweede lid, bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
|
||||
c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, dan wel de bevoegdheidsverlening als bedoeld in artikel 4.2.1a, of
|
||||
d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
|
||||
d. volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
|
||||
e. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van die werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een onderwijsondersteunende functionaris voor zover deze is belast met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten.
|
||||
|
|
@ -1347,7 +1346,7 @@ Het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven stelt
|
|||
|
||||
### Artikel 4.3.2
|
||||
|
||||
Artikel 4.1.2, met uitzondering van het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven en het bestuur daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.
|
||||
Artikel 4.1.2, met uitzondering van het derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven en het bestuur daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.
|
||||
|
||||
### Titel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -2272,7 +2271,7 @@ e. de nadere regels over het bindend studieadvies, bedoeld in artikel 8.1.7a, vi
|
|||
f. het beleid met betrekking tot het beperkt en beheersbaar houden van de middelen die van de studenten worden gevraagd voor schoolkosten die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden;
|
||||
g. in voorkomend geval, bepalingen over de terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in artikel 8.1.4;
|
||||
h. bepalingen over de terugbetaling van cursusgeld in andere gevallen dan bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000;
|
||||
i. het beleid van het bevoegd gezag met betrekking tot verzuim, schorsing en verwijdering van studenten;
|
||||
i. het beleid van het bevoegd gezag met betrekking tot toelating, verzuim, schorsing en verwijdering van studenten;
|
||||
j. de rechten en plichten ten aanzien van zwangerschap en bevalling; en
|
||||
k. de instellingsregels over het mbo-studentenfonds, bedoeld in artikel 8.1.5e.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2389,7 +2388,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 5. Rechtsbescherming van studenten, vavo-studenten, extraneï en deelnemers
|
||||
### Titel 5. Rechtsbescherming van studenten, vavo-studenten en extranei
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Toegankelijke faciliteit; klachten
|
||||
|
||||
|
|
@ -2399,9 +2398,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
In deze titel wordt onder «betrokkene» verstaan:
|
||||
|
||||
a. een student, een vavo-student, een extraneus en een deelnemer;
|
||||
b. een aanstaande student, een aanstaande vavo-student, een aanstaande extraneus en een aanstaande deelnemer;
|
||||
c. een voormalige student, een voormalige vavo-student, een voormalige extraneus en een voormalige deelnemer.
|
||||
a. student, vavo-student of extraneus;
|
||||
b. aanstaande student, aanstaande vavo-student of aanstaande extraneus;
|
||||
c. voormalige student, voormalige vavo-student of voormalige extraneus.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag richt een toegankelijke en eenduidige faciliteit in. Het bevoegd gezag stelt een nadere regeling vast met betrekking tot deze paragraaf en paragraaf 2, die een onderdeel vormt van het bestuursreglement.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2567,7 +2566,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Indien degene die zich aanmeldt nog is ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, doet het bevoegd gezag waar betrokkene zich aanmeldt, aan het bevoegd gezag van de school of instelling waar betrokkene is ingeschreven, zo snel mogelijk opgave van deze aanmelding en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. of aan de betrokkene een onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3, is aangeboden;
|
||||
a. of aan de betrokkene een positieve beslissing over inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1c, bekend is gemaakt;
|
||||
b. of de aanmelding in verband met de toepassing van artikel 8.1.1c niet tot inschrijving kan leiden;
|
||||
c. of de aanmelding is ingetrokken; en
|
||||
d. of de betrokkene is ingeschreven.
|
||||
|
|
@ -2576,7 +2575,7 @@ d. of de betrokkene is ingeschreven.
|
|||
|
||||
Indien degene die zich aanmeldt niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of artikel 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt, doet het bevoegd gezag waar betrokkene zich aanmeldt, zo snel mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van betrokkene, opgave van deze aanmelding en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. of aan de betrokkene een onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 is aangeboden;
|
||||
a. of aan de betrokkene een positieve beslissing over inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1c, bekend is gemaakt;
|
||||
b. of de aanmelding in verband met de toepassing van artikel 8.1.1c niet tot inschrijving leidt;
|
||||
c. of de aanmelding is ingetrokken; en
|
||||
d. of de betrokkene is ingeschreven.
|
||||
|
|
@ -2786,7 +2785,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over vergoeding
|
|||
|
||||
### Artikel 8.1.6
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student of vavo-student die bestuurslid is van een van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid uitgaande politieke jongerenorganisatie van enige omvang of van een landelijke organisatie van enige omvang die voor het beroepsonderwijs relevante activiteiten ontplooit en die daartoe daadwerkelijke activiteiten ontplooit.
|
||||
**1.** Onze Minister treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student of vavo-student die bestuurslid is van een van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid uitgaande politieke jongerenorganisatie van enige omvang of van een landelijke organisatie van enige omvang die voor het beroepsonderwijs of het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, relevante activiteiten ontplooit en die daartoe daadwerkelijke activiteiten ontplooit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden gesteld waaronder deze financiële ondersteuning plaatsvindt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2858,23 +2857,23 @@ c. het bevoegd gezag de desbetreffende student een schriftelijke waarschuwing he
|
|||
|
||||
### Artikel 8.1.7c
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan een student, vavo-student of deelnemer voor ten hoogste twee weken schorsen.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan een student of vavo-student voor ten hoogste twee weken schorsen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot schorsing schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan de student, vavo-student of deelnemer bekend. Indien de student, vavo-student of deelnemer jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot schorsing schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan de student of vavo-student bekend. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het schorsen van studenten, vavo-studenten en deelnemers.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het schorsen van studenten en vavo-studenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.7d
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan een student, vavo-student of deelnemer van de instelling verwijderen.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan een student of vavo-student van de instelling verwijderen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verwijdert een student, vavo-student of deelnemer op wie de Leerplichtwet 1969 van toepassing is pas definitief van de instelling nadat het bevoegd gezag ervoor heeft gezorgd dat het bevoegd gezag van een andere instelling, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de student, vavo-student of deelnemer toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende acht weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verwijdert een student of vavo-student op wie de Leerplichtwet 1969 van toepassing is pas definitief van de instelling nadat het bevoegd gezag ervoor heeft gezorgd dat het bevoegd gezag van een andere instelling, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de student of vavo-student toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende acht weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot verwijdering van een student, vavo-student of deelnemer schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan hem bekend. Indien de student, vavo-student of deelnemer jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend. Voorafgaand daaraan kan de student, vavo-student of deelnemer worden geschorst. Deze schorsing kan de duur, bedoeld in artikel 8.1.7c, eerste lid, overschrijden. Het bevoegd gezag gaat in geval van schorsing na op welke andere manier de betrokken student, vavo-student of deelnemer onderwijs kan blijven volgen.
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot verwijdering van een student of vavo-student schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan hem bekend. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend. Voorafgaand daaraan kan de student of vavo-student worden geschorst. Deze schorsing kan de duur, bedoeld in artikel 8.1.7c, eerste lid, overschrijden. Het bevoegd gezag gaat in geval van schorsing na op welke andere manier de betrokken student of vavo-student onderwijs kan blijven volgen.
|
||||
|
||||
**4.** Op een bezwaarschrift tegen een beslissing over verwijdering van een student, vavo-student of deelnemer beslist het bevoegd gezag, voor zover het een openbare instelling betreft in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Voorafgaand daaraan wordt de student, vavo-student of deelnemer in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en kennis te nemen van de adviezen en rapporten over die beslissing. Is de student, vavo-student of deelnemer jonger dan 18 jaar, dan komen deze rechten ook toe aan diens ouders, voogden of verzorgers.
|
||||
**4.** Op een bezwaarschrift tegen een beslissing over verwijdering van een student of vavo-student beslist het bevoegd gezag, voor zover het een openbare instelling betreft in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Voorafgaand daaraan wordt de student of vavo-student in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en kennis te nemen van de adviezen en rapporten over die beslissing. Is de student of vavo-student jonger dan 18 jaar, dan komen deze rechten ook toe aan diens ouders, voogden of verzorgers.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het verwijderen van studenten, vavo-studenten en deelnemers.
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het verwijderen van studenten en vavo-studenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -2974,7 +2973,7 @@ Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan deg
|
|||
a. die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, of
|
||||
b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in artikel 14d of 14g van de Wet op de expertisecentra of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst.
|
||||
**2.** Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in artikel 14d of 14g van de Wet op de expertisecentra of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -3024,7 +3023,7 @@ c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, regist
|
|||
|
||||
### Artikel 8.3.5
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 17a, negende lid, tweede volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs, indien de instelling één of meer vestigingen heeft in het gebied van het desbetreffende samenwerkingsverband en stemt het ondersteuningsaanbod af op de afspraken die zijn gemaakt in dat overleg.
|
||||
Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 2.47, tiende lid, tweede volzin, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, indien de instelling één of meer vestigingen heeft in het gebied van het desbetreffende samenwerkingsverband en stemt het ondersteuningsaanbod af op de afspraken die zijn gemaakt in dat overleg.
|
||||
|
||||
### Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo, entreeopleiding in het vmbo en geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding
|
||||
|
||||
|
|
@ -3164,7 +3163,7 @@ b. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een t
|
|||
c. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een driejarige vakopleiding of de middenkaderopleiding ten minste vier en ten hoogste vijf volledige studiejaren;
|
||||
d. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een middenkaderopleiding als bedoeld in artikel 7.2.4a, vierde lid, ten minste vijf en ten hoogste zes volledige studiejaren.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de opleiding voorbereidend beroepsonderwijs of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder «studieduur» mede verstaan «cursusduur als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs» en wordt onder «volledig studiejaar» mede verstaan «jaar».
|
||||
**2.** Ten aanzien van de opleiding voorbereidend beroepsonderwijs of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder «studieduur» mede verstaan «cursusduur als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020» en wordt onder «volledig studiejaar» mede verstaan «jaar».
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.11
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue