2010-10-01 | BWBR0012791 | Besluit DNA-onderzoek in strafzaken
This commit is contained in:
parent
5b33020171
commit
a84bab421e
1 changed files with 27 additions and 21 deletions
|
|
@ -103,9 +103,9 @@ b. het nummer van het identiteitszegel, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, o
|
|||
c. een aanduiding van het misdrijf in verband waarmee het DNA-onderzoek wordt verricht alsmede van de maximale gevangenisstraf die op dat misdrijf is gesteld,
|
||||
d. de naam van de officier van justitie onderscheidenlijk rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van DNA-onderzoek heeft gegeven,
|
||||
e. de naam van het laboratorium dat het DNA-onderzoek zal verrichten en de datum waarop het celmateriaal naar dat laboratorium is verzonden, tenzij het DNA-onderzoek in het laboratorium van het instituut zal worden verricht, en
|
||||
f. in geval van celmateriaal van een bekende persoon, de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van deze persoon of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld.
|
||||
f. in geval van celmateriaal van een bekende persoon, de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van deze persoon of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, alsmede het aan hem toegekende strafrechtsketennummer.
|
||||
|
||||
**2.** Voorts worden inzake het celmateriaal gegevens vastgelegd die van belang zijn in verband met het tijdstip waarop het bijbehorende DNA-profiel uit de DNA-databank dient te worden verwijderd. Het openbaar ministerie stelt het instituut daartoe in kennis van veroordelingen die in kracht van gewijsde zijn gegaan in zaken waarin DNA-onderzoek heeft plaatsgevonden.
|
||||
**2.** Voorts worden inzake het celmateriaal gegevens vastgelegd die van belang zijn in verband met het tijdstip waarop het bijbehorende DNA-profiel uit de DNA-databank dient te worden verwijderd. De Justitiële Informatiedienst stelt het instituut daartoe in kennis van veroordelingen die in kracht van gewijsde zijn gegaan in zaken waarin DNA-onderzoek heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het celmateriaal van een veroordeelde of een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, is het eerste lid, onder b, voorzover dit betrekking heeft op het proces-verbaalnummer van de strafzaak waarin het celmateriaal is afgenomen en het parketnummer, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -177,7 +177,7 @@ c. een afschrift van het verslag toekomen aan de opsporingsambtenaar die betrokk
|
|||
De directeur van het instituut meldt de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk of:
|
||||
|
||||
a. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal van een bekende persoon overeenkomt met het DNA-profiel dat in verband met hetzelfde strafbare feit is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, dat toebehoort aan een onbekende verdachte, dan wel overeenkomt met een ander DNA-profiel dat is vastgelegd in de DNA-databank of
|
||||
b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende persoon, overeenkomt met een DNA-profiel dat is vastgelegd in de DNA-databank.
|
||||
b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende verdachte, overeenkomt met een DNA-profiel dat is vastgelegd in de DNA-databank.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van artikel 2, vierde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden geeft de officier van justitie de functionaris, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder g, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of artikel 1, onder h, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen schriftelijk kennis van de uitslag van het DNA-onderzoek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,7 +201,7 @@ b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5,
|
|||
|
||||
**1.** Het instituut bewaart na afloop van een DNA-onderzoek zoveel celmateriaal als noodzakelijk is met het oog op een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151a, vierde lid, eerste volzin, of artikel 195b, eerste lid, eerste volzin, van de wet dan wel met het oog op het opnieuw bepalen van het bijbehorende, in de DNA-databank vastgelegde DNA-profiel.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid vernietigt het instituut het celmateriaal van een derde terstond indien is vastgesteld dat het bijbehorende DNA-profiel niet overeenkomt met het DNA-profiel dat in verband met hetzelfde strafbare feit is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende persoon.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid vernietigt het instituut het celmateriaal van een derde terstond indien is vastgesteld dat het bijbehorende DNA-profiel niet overeenkomt met het DNA-profiel dat in verband met hetzelfde strafbare feit is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende verdachte.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het celmateriaal van een overleden slachtoffer van een strafbaar feit, met dien verstande dat het instituut diens celmateriaal bewaart met het oog op het opsporen en vervolgen van de dader van het strafbare feit als gevolg waarvan het slachtoffer is overleden of waarbij het slachtoffer was betrokken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -262,19 +262,17 @@ a. van het feit dat in die strafzaken geen celmateriaal is gevonden waaruit het
|
|||
b. van het feit dat in die strafzaken celmateriaal is gevonden waaruit het DNA-profiel van een of meer onbekende of bekende verdachten is verkregen, alsmede van de bij die strafzaken behorende proces-verbaalnummers en de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de bekende verdachte of verdachten of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee de identiteit van de verdachte of de verdachten kan worden vastgesteld en
|
||||
c. van het feit dat in meer van die strafzaken het DNA-profiel van een of meer dezelfde onbekende of bekende verdachten voorkomt, alsmede van de bij die strafzaken behorende proces-verbaalnummers en de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de bekende verdachte of verdachten of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee de identiteit van de verdachte of de verdachten kan worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Het instituut beperkt de verstrekking van gegevens aan de Justitiële Informatiedienst tot de naam van degene wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, alsmede zijn geboortedatum, -plaats en -land of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, alsmede het parketnummer dat bij het DNA-profiel hoort.
|
||||
**5.** Het instituut beperkt de verstrekking van gegevens aan de Justitiële Informatiedienst tot de naam van degene wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, alsmede zijn geboortedatum, -plaats en -land of, indien deze gegevens onbekend zijn, andere gegevens waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld, alsmede het nummer waaronder zijn DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Het instituut verstrekt de gegevens slechts op schriftelijk verzoek, tenzij het een verstrekking aan het Korps landelijke politiediensten of de Justitiële Informatiedienst betreft. In de laatste gevallen vindt de verstrekking rechtstreeks langs geautomatiseerde weg plaats.
|
||||
|
||||
**7.** Bij iedere verstrekking van gegevens wordt aantekening gehouden van de datum van de verstrekking, de identiteit van de verzoeker en de aard van de verstrekte gegevens.
|
||||
|
||||
**8.** De Justitiële Informatiedienst kan medewerkers van de arrondissementsparketten en van de rechtbanken en ambtenaren van politie en militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in het tweede lid, onder c, rechtstreeks langs geautomatiseerde weg toegang verschaffen tot de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, indien het deze functionarissen daartoe gemachtigd heeft. Bij iedere verstrekking wordt aantekening gehouden van de datum van de verstrekking en de identiteit van de gemachtigde functionaris.
|
||||
|
||||
**9.** Zodra zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16 of 18 voordoet op grond waarvan het instituut een DNA-profiel dat in de DNA-databank is vastgelegd, dient te vernietigen, stelt het instituut het Korps landelijke politiediensten en de Justitiële Informatiedienst daarvan in kennis. Terstond nadat het Korps landelijke politiediensten en de Justitiële Informatiedienst deze kennisgeving hebben ontvangen, vernietigen zij de gegevens die bij hen over dat profiel zijn vastgelegd.
|
||||
**8.** Zodra zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16 of 18 voordoet op grond waarvan het instituut een DNA-profiel dat in de DNA-databank is vastgelegd, dient te vernietigen, stelt het instituut het Korps landelijke politiediensten en de Justitiële Informatiedienst daarvan in kennis. Terstond nadat het Korps landelijke politiediensten en de Justitiële Informatiedienst deze kennisgeving hebben ontvangen, vernietigen zij de gegevens die bij hen over dat profiel zijn vastgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Zodra zich een omstandigheid voordoet die meebrengt dat degene wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, niet langer kan worden aangemerkt als een verdachte ter zake van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet, stelt het openbaar ministerie het instituut daarvan in kennis.
|
||||
**1.** Zodra zich een omstandigheid voordoet die meebrengt dat degene wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, niet langer kan worden aangemerkt als een verdachte ter zake van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet, stelt de Justitiële Informatiedienst het instituut daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
**2.** Van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij een beslissing tot niet-vervolging, een kennisgeving van niet verdere vervolging, een onherroepelijke buitenvervolgingstelling, een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is, een vrijspraak of een onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging waarbij niet een maatregel als bedoeld in artikel 37, 37a juncto 37b of 38, 38m of 77s van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -284,39 +282,47 @@ c. van het feit dat in meer van die strafzaken het DNA-profiel van een of meer d
|
|||
|
||||
**2.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bewaart het instituut het DNA-profiel indien dat profiel in een andere zaak overeenkomt met het DNA-profiel van een onbekende persoon en degene wiens DNA-profiel het betreft, in die zaak als verdachte is aangemerkt ter zake van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid bewaart het instituut het DNA-profiel indien dat profiel in een andere zaak overeenkomt met het DNA-profiel van een onbekende verdachte en degene wiens DNA-profiel het betreft, in die zaak als verdachte is aangemerkt ter zake van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde dertig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien de verdenking dan wel, in geval van een veroordeling, de veroordeling een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel twintig jaar na zijn overlijden.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien de verdenking dan wel, in geval van een veroordeling, de veroordeling een misdrijf betreft als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan ten hoogste zes jaar is gesteld, dan wel twaalf jaar na zijn overlijden.
|
||||
Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde:
|
||||
|
||||
**3.** De termijn van dertig respectievelijk twintig jaar, genoemd in het eerste respectievelijk tweede lid, wordt op verzoek van het openbaar ministerie verlengd indien tegen de verdachte of veroordeelde wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, een veroordeling wegens een ander misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet. Vernietiging vindt in dat geval plaats uiterlijk twintig dan wel dertig jaar nadat deze veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan, al naar gelang op het misdrijf naar de wettelijke omschrijving minder dan ten hoogste zes jaar dan wel ten hoogste zes jaar of meer gevangenisstraf is gesteld.
|
||||
a. twintig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt of nadat een strafbeschikking wegens het misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, dan wel twaalf jaar na het overlijden van betrokkene,
|
||||
b. dertig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt of nadat een strafbeschikking wegens het misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, dan wel twintig jaar na het overlijden van betrokkene, of
|
||||
c. na het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring.
|
||||
|
||||
**4.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken.
|
||||
**2.** De termijn van twintig en dertig jaar, genoemd in het eerste lid, wordt verlengd indien tegen de betrokkene een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verband met een ander misdrijf is gedaan of een strafbeschikking in verband met een ander misdrijf is uitgevaardigd. In dat geval wordt het DNA-profiel vernietigd twintig dan wel dertig jaar nadat de einduitspraak in verband met dat andere misdrijf is gedaan of de strafbeschikking in verband met dat andere misdrijf volledig ten uitvoer is gelegd, al naar gelang op het misdrijf naar de wettelijke omschrijving minder dan zes jaar dan wel zes jaar of meer gevangenisstraf is gesteld. De eerste twee volzinnen zijn niet van toepassing in het geval op dat andere misdrijf naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, terwijl op het eerdere misdrijf naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer was gesteld en van de termijn van dertig jaar nog niet meer dan tien jaar is verstreken.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**3.** De termijn van dertig jaar, genoemd in het eerste lid, wordt met twintig jaar verlengd indien de duur van de gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel langer is dan twintig jaar. Indien de gevangenisstraf levenslang is of de vrijheidsbenemende maatregel de duur van veertig jaar overstijgt, wordt het DNA-profiel na tachtig jaar vernietigd.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde wegens een misdrijf als bedoeld in de artikelen 240b tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht na tachtig jaar vernietigd.
|
||||
|
||||
**5.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een overleden slachtoffer:
|
||||
|
||||
a. twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel
|
||||
b. twaalf jaar na vastlegging in de DNA-databank indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan ten hoogste zes jaar is gesteld.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid bewaart het instituut het DNA-profiel van een overleden slachtoffer tachtig jaar indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld.
|
||||
**7.** In afwijking van het zesde lid bewaart het instituut het DNA-profiel van een overleden slachtoffer tachtig jaar indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende persoon overeenkomstig de termijnen, genoemd in het vijfde en zesde lid.
|
||||
**8.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende verdachte overeenkomstig de termijnen, genoemd in het zesde en zevende lid.
|
||||
|
||||
**8.** De termijnen, genoemd in het vijfde lid, worden op verzoek van het openbaar ministerie met een bij dat verzoek aangegeven termijn verlengd, indien en voor zolang het recht tot strafvordering nog niet verjaard is.
|
||||
**9.** In afwijking van het achtste lid vernietigt het instituut het DNA-profiel van een onbekende verdachte zodra is vastgesteld dat het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde overeenkomt met dat DNA-profiel, en het openbaar ministerie het instituut ervan in kennis heeft gesteld dat diens veroordeling in verband met dat strafbare feit in kracht van gewijsde is gegaan of zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft voorgedaan en er geen sprake is van een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het DNA-profiel van een overleden slachtoffer. Vernietiging van het DNA-profiel van een onbekende verdachte of het overleden slachtoffer kan telkens tien jaar worden uitgesteld indien de verdachte of veroordeelde daartoe schriftelijk een verzoek heeft ingediend bij het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie doet hem schriftelijk mededeling van de mogelijkheid een verzoek als bedoeld in de vorige zin in te dienen.
|
||||
|
||||
**9.** In afwijking van het zevende lid vernietigt het instituut het DNA-profiel van een onbekende persoon zodra is vastgesteld dat het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde overeenkomt met dat DNA-profiel, en het openbaar ministerie het instituut ervan in kennis heeft gesteld dat diens veroordeling in verband met dat strafbare feit in kracht van gewijsde is gegaan of zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft voorgedaan en er geen sprake is van een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het DNA-profiel van een overleden slachtoffer. Vernietiging van het DNA-profiel van de onbekende persoon of het overleden slachtoffer kan telkens tien jaar worden uitgesteld indien de verdachte of veroordeelde daartoe schriftelijk een verzoek heeft ingediend bij het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie doet hem schriftelijk mededeling van de mogelijkheid een verzoek als bedoeld in de vorige zin in te dienen.
|
||||
|
||||
**10.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid en het negende lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b.
|
||||
**10.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste tot en met negende lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b.
|
||||
|
||||
**11.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**12.** De Justitiële Informatiedienst verstrekt de informatie die deze dienst ingevolge artikel 8 van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden van het openbaar ministerie heeft verkregen, door aan het instituut, voor zover die informatie nodig is om te kunnen voldoen aan het eerste tot en met vierde lid. Het openbaar ministerie verstrekt het instituut de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan het vijfde tot en met negende lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue