2013-06-01 | BWBR0011222 | Uitvoeringsbesluit Remigratiewet

This commit is contained in:
Coornhert 2013-06-01 12:00:00 +00:00
parent 4344ed6cd6
commit a85540f515

View file

@ -106,9 +106,9 @@ c. geen gevaar op te leveren voor de openbare orde.
### Artikel 11
**1.** De remigrant, de partner, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de wet, dan wel het kind, bedoeld in artikel 10, derde lid, dient binnen één jaar na de vertrekdatum een aanvraag in tot wedertoelating als bedoeld in artikel 10, tweede lid, bij Onze Minister van Justitie of bij Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
**1.** De remigrant, de partner, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de wet, dan wel het kind, bedoeld in artikel 10, derde lid, dient binnen één jaar na de vertrekdatum een aanvraag in tot wedertoelating als bedoeld in artikel 10, tweede lid, bij Onze Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel.
**2.** Bij de aanvraag tot wedertoelating, bedoeld in het eerste lid, legt de remigrant, de partner, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de wet, dan wel het kind, bedoeld in artikel 10, derde lid, afschriften van de beschikkingen van de SVB over waarin het recht op de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen is toegekend en waarin de vertrekdatum is vermeld, alsmede een afschrift van de in het derde lid bedoelde bijlage over aan Onze Minister van Justitie of aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
**2.** Bij de aanvraag tot wedertoelating, bedoeld in het eerste lid, legt de remigrant, de partner, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, van de wet, dan wel het kind, bedoeld in artikel 10, derde lid, afschriften van de beschikkingen van de SVB over waarin het recht op de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen is toegekend en waarin de vertrekdatum is vermeld, alsmede een afschrift van de in het derde lid bedoelde bijlage over aan Onze Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel.
**3.** De SVB vermeldt in een bijlage bij de beschikkingen, bedoeld in het tweede lid, in ieder geval de ingangsdatum van het rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a, b, d, e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel, op grond waarvan de remigrant of zijn partner tot Nederland zijn toegelaten en de ononderbroken verblijfsduur van de remigrant of zijn partner op grond van genoemd rechtmatig verblijf, berekend vanaf bedoelde ingangsdatum van het rechtmatig verblijf tot de vertrekdatum, dan wel dat de remigrant of zijn partner voor de vertrekdatum Nederlander waren.