2023-09-01 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2023-09-01 12:00:00 +00:00
parent 8129c986e1
commit a873203ef5

View file

@ -2271,6 +2271,18 @@ f. het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen vakopleidingen, bedo
**4.** Voor de inschrijving voor een opleiding tot leraar basisonderwijs kunnen bijzondere nadere vooropleidingseisen worden gesteld als bedoeld in de artikelen 7.25a en 7.25b.
### Artikel 7.24a
**1.**
Voor de inschrijving voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs met alleen het oogmerk gebruik te maken van de educatieve module geldt als vooropleidingseis, dat:
a. aan de betrokkene de graad Bachelor of Master in het wetenschappelijk onderwijs is verleend; of
b. de betrokkene blijkens een al dan niet in Nederland afgegeven diploma in het bezit is van de kennis, het inzicht en de vaardigheden op het niveau van een graad Bachelor in het wetenschappelijk onderwijs; en
c. de betrokkene voldoet aan de door het instellingsbestuur gestelde eisen.
**2.** De artikelen 7.30d en 7.30f zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 7.25
**1.**
@ -2524,7 +2536,7 @@ De artikelen 7.31a tot en met 7.31d zijn niet van toepassing op de Open Universi
**2.** In afwijking van het eerste lid is inschrijving voor een duale opleiding dan wel aan de Open Universiteit uitsluitend mogelijk als student.
**3.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding, met dien verstande dat de inschrijving aan de Open Universiteit geschiedt voor een of meer onderwijseenheden.
**3.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding, met dien verstande dat de inschrijving aan de Open Universiteit geschiedt voor een of meer onderwijseenheden. De inschrijving voor een opleiding geschiedt ook indien een student gebruik wil maken van een educatieve module en alleen met dat oogmerk wenst te worden ingeschreven.
**4.** De inschrijving voor een opleiding geschiedt voor het gehele studiejaar. Indien de inschrijving plaatsvindt in de loop van het studiejaar, geldt zij voor het resterende gedeelte van het studiejaar.
@ -2608,36 +2620,7 @@ Vervallen
### Artikel 7.37e
**1.**
Het instellingsbestuur kan, in afwijking van artikel 7.37, eerste lid, zinsnede voor de eerste komma, en onverminderd de overige bepalingen van artikel 7.37, voor een opleiding voor het studiejaar 20222023 of een deel daarvan degene inschrijven die ten gevolge van de uitbraak van COVID-19 niet heeft kunnen voldoen aan:
a. een of meer van de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.26a, 7.28, eerste lid, zinsnede voor de eerste komma, lid 1a, tweede lid, eerste en tweede volzin, voor zover het een diploma of certificaat betreft dat op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.86 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt afgegeven, derde en vierde volzin, en 7.30; of
b. een of meer van de toelatingseisen, bedoeld in de artikelen 7.30b en 7.30c.
**2.** De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van het reguliere instroommoment voor de opleiding waarop de inschrijving betrekking heeft.
**3.**
Onverminderd artikel 7.42, eerste tot en met derde lid, beëindigt het instellingsbestuur de inschrijving indien:
a. degene die met ingang van 1 september 2022 is ingeschreven op grond van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, niet vóór 1 januari 2023 alsnog heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in dat onderdeel;
b. degene die met ingang van 1 september 2022 is ingeschreven op grond van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, niet vóór een daartoe door het instellingsbestuur bij de inschrijving vastgestelde datum, die niet eerder is gelegen dan 1 januari 2023 en niet later dan 1 september 2023, alsnog heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in dat onderdeel.
**4.** Het instellingsbestuur kan afzien van de beëindiging van de inschrijving vanwege het niet voldoen aan de in het derde lid, onderdelen a en b, neergelegde termijn, indien de beëindiging zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. In dat geval wordt de inschrijving beëindigd indien niet alsnog vóór 1 september 2023 aan de in het eerste lid bedoelde eisen wordt voldaan.
**5.** Op het beleid dat het instellingsbestuur van een universiteit en het instellingsbestuur van een hogeschool ter uitvoering van dit artikel voert, zijn respectievelijk de aanhef van artikel 9.33a, tweede lid, en de aanhef van artikel 10.20a, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
**6.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de nadere voorwaarden voor inschrijving, waaronder mede wordt verstaan in welke gevallen het niet kunnen voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, het gevolg is van de uitbraak van COVID-19;
b. de onderwerpen waarop het beleid dat het instellingsbestuur in het kader van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voert, in ieder geval betrekking heeft.
**7.** Het eerste tot en met het vierde lid en het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen voor hoger onderwijs.
**8.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 september 2023.
Vervallen
### Artikel 7.38
@ -2717,7 +2700,7 @@ Vervallen
**4.** Het instellingsbestuur informeert Onze Minister over de hoogte van het bedrag dat het instellingsbestuur op grond van het tweede lid heeft vastgesteld.
**5.** De hoogte van het verlaagd wettelijk collegegeld wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar opleiding, leerjaar, de wijze waarop een opleiding is ingericht en instroomcohort.
**5.** Indien op grond van artikel 7.45a, vijfde lid, groepen studenten zijn aangewezen die verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd zijn, wordt de hoogte van het verlaagd wettelijk collegegeld bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar opleiding, leerjaar, de wijze waarop een opleiding is ingericht en instroomcohort.
**6.** De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, worden jaarlijks volgens de consumentenprijsindex geïndexeerd, op de wijze bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. Bij algemene maatregel van bestuur wordt tevens bepaald wat onder de consumentenprijsindex wordt verstaan.
@ -2735,7 +2718,7 @@ Vervallen
**4.** Een student als bedoeld in het eerste en tweede lid, die is ingeschreven voor een deeltijdse of duale opleiding, is het gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, tweede lid, verschuldigd.
**5.** Het verlaagd wettelijk collegegeld is verschuldigd door bij algemene maatregel van bestuur te bepalen groepen van studenten, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar opleiding, leerjaar, de wijze waarop een opleiding is ingericht en het instroomcohort.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen groepen studenten worden aangewezen die verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd zijn, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar opleiding, leerjaar, de wijze waarop een opleiding is ingericht en het instroomcohort.
**6.** Indien een student als bedoeld in het eerste en tweede lid meer dan één opleiding volgt en de opleiding waarvoor hij het eerst is ingeschreven met goed gevolg afrondt, is deze student het wettelijk collegegeld verschuldigd voor het resterende deel van het studiejaar. Het verschuldigde bedrag wordt in dat geval berekend naar rato van het aantal resterende maanden van het desbetreffende studiejaar.
@ -2759,7 +2742,7 @@ b. een student die op grond van artikel 18.15 met goed gevolg het afsluitend exa
**1.** Een student als bedoeld in artikel 7.45a, eerste en tweede lid, die is ingeschreven voor een onderwijseenheid bij de Open Universiteit, is collegegeld OU verschuldigd ter hoogte van ten minste één zestigste deel en ten hoogste één dertigste deel van het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal studiepunten dat een onderwijseenheid groot is.
**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt bij algemene maatregel van bestuur voor de in het eerste lid bedoelde studenten een verlaagd collegegeld OU vastgesteld. De artikelen 7.45, zesde lid, en 7.45a, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** In afwijking van het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur voor de in het eerste lid bedoelde studenten een verlaagd collegegeld OU worden vastgesteld. De artikelen 7.45, zesde lid, en 7.45a, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** Een student die is ingeschreven voor een onderwijseenheid bij de Open Universiteit en die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 7.45a, eerste en tweede lid, is collegegeld OU verschuldigd ter hoogte van ten minste één dertigste deel van het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal studiepunten dat een onderwijseenheid groot is.
@ -2832,25 +2815,25 @@ mits de student gedurende die periode geen onderwijs volgt of examens of tentame
### Artikel 7.49a
**1.** Het instellingsbestuur kan voor het aanbieden van een premaster een vergoeding vragen.
**1.** Het instellingsbestuur kan voor het aanbieden van een premaster en een educatieve module een vergoeding vragen.
**2.** Een student die gebruik maakt van een premaster, terwijl hij een opleiding volgt waarvoor hij wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, verschuldigd is, wordt vrijgesteld van het betalen van een vergoeding voor de premaster.
**2.** Een student die gebruik maakt van een premaster of een educatieve module, terwijl hij een opleiding volgt waarvoor hij wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, verschuldigd is, wordt vrijgesteld van het betalen van een vergoeding voor de premaster onderscheidenlijk de educatieve module.
**3.** Een student die gebruik maakt van een premaster en, in afwijking van artikel 7.32, derde lid, alleen met dat oogmerk is ingeschreven voor een opleiding, betaalt gedurende de periode van de premaster in plaats van collegegeld een vergoeding voor de premaster.
**3.** Een student die gebruik maakt van een premaster of een educatieve module en, in afwijking van artikel 7.32, derde lid, alleen met dat oogmerk is ingeschreven voor een opleiding, betaalt gedurende de periode van de premaster of de educatieve module in plaats van collegegeld een vergoeding voor de premaster onderscheidenlijk de educatieve module.
### Artikel 7.49b
**1.** Artikel 7.4, eerste en tweede lid, is op de berekening van de studielast van een premaster van overeenkomstige toepassing.
**1.** Artikel 7.4, eerste en tweede lid, is op de berekening van de studielast van een premaster of een educatieve module van overeenkomstige toepassing.
**2.** De vergoeding voor een premaster met een studielast van 60 studiepunten of meer bedraagt maximaal het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, maximaal het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
**3.** In afwijking van het tweede lid, bedraagt de vergoeding voor studenten die niet tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoren, noch de Surinaamse nationaliteit bezitten, voor een premaster met een studielast van 60 studiepunten of meer minimaal de hoogte van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, minimaal het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
**4.** De vergoeding voor een premaster van minder dan 60 studiepunten bedraagt maximaal een proportioneel deel van het wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, maximaal een proportioneel deel van het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
**4.** De vergoeding voor een premaster of een educatieve module van minder dan 60 studiepunten bedraagt maximaal een proportioneel deel van het wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, maximaal een proportioneel deel van het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
**5.** In afwijking van het vierde lid, bedraagt de vergoeding voor studenten die niet tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoren, noch de Surinaamse nationaliteit bezitten, voor een premaster met een studielast van minder dan 60 studiepunten minimaal een proportioneel deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, minimaal het proportionele deel van het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
**5.** In afwijking van het vierde lid, bedraagt de vergoeding voor studenten die niet tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 behoren, noch de Surinaamse nationaliteit bezitten, voor een premaster of een educatieve module met een studielast van minder dan 60 studiepunten minimaal een proportioneel deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, of, in geval van doorstroming naar een masteropleiding bij de Open Universiteit, minimaal het proportionele deel van het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.
**6.** Artikel 7.47 is van overeenkomstige toepassing op het voldoen van de vergoeding voor een premaster.
**6.** Artikel 7.47 is van overeenkomstige toepassing op het voldoen van de vergoeding voor een premaster en de vergoeding voor een educatieve module.
### Artikel 7.50
@ -3013,9 +2996,20 @@ b. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is inges
**1.** Het instellingsbestuur kan per opleiding in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit het maximum aantal studenten vaststellen dat voor de eerste maal kan worden ingeschreven voor de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding. De vaststelling geschiedt voor een studiejaar. Indien in een opleiding geen propedeutische fase is ingesteld, wordt onder «propedeutische fase» mede verstaan de fase in een bacheloropleiding die samenvalt met de eerste periode in een opleiding met een studielast van 60 punten.
**2.** Het instellingsbestuur selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit uitsluitend op grond van kwalitatieve criteria. Het aantal soorten kwalitatieve selectiecriteria bedraagt ten minste twee.
**2.**
**3.** Het instellingsbestuur maakt tijdig de kwalitatieve selectiecriteria en de selectieprocedure bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden ingeval het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. Het instellingsbestuur stelt daartoe een reglement vast. Bij het vaststellen van het reglement houdt het instellingsbestuur rekening met de belangen van aspirant-studenten afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Het instellingsbestuur selecteert de aspirant-studenten in verband met de beschikbare onderwijscapaciteit uitsluitend op grond van:
a. ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria;
b. ongewogen loting; of
c. een combinatie van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en loting, waarbij:
1°. een deel van de aspirant-studenten toegelaten wordt op basis van selectie op grond van ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria en de overige aspirant-studenten worden toegelaten op basis van ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in subonderdeel 2°; of
2°. alle aspirant-studenten op basis van loting worden toegelaten, waarbij gewicht wordt toegekend aan ten minste twee kwalitatieve selectiecriteria.
**2a.** Bij de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 1°, kan het instellingsbestuur de overige aspirant-studenten die op basis van selectie op grond van de kwalitatieve selectiecriteria niet zijn toegelaten, uitsluiten van de ongewogen loting of de wijze van loting als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, subonderdeel 2° op basis van de kwalitatieve selectiecriteria.
**3.** Het instellingsbestuur maakt tijdig de selectieprocedure en, indien van toepassing, de kwalitatieve selectiecriteria of de wijze van loting bekend op grond waarvan de toelating zal plaatsvinden indien het aantal aspirant-studenten het maximum aantal, bedoeld in het eerste lid, zou overschrijden. Het instellingsbestuur stelt daartoe een reglement vast. Bij het vaststellen van het reglement houdt het instellingsbestuur rekening met de belangen van aspirant-studenten afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
**4.** Het instellingsbestuur schrijft niet meer studenten in dan het maximum aantal dat het instellingsbestuur in verband met de beschikbare capaciteit heeft vastgesteld.
@ -3027,8 +3021,10 @@ b. propedeutische fase: de propedeutische fase of, indien die fase niet is inges
Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot:
a. de aanmeldingsdatum voor selectie; en
b. indien een opleiding door meer dan één instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, wordt verzorgd, het aantal selectieprocedures van een bepaalde opleiding waaraan een gegadigde in hetzelfde studiejaar kan deelnemen.
a. de aanmeldingsdatum voor selectie;
b. indien een opleiding door meer dan één instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, wordt verzorgd, het aantal selectieprocedures van een bepaalde opleiding waaraan een gegadigde in hetzelfde studiejaar kan deelnemen;
c. de loting; en
d. de wijze waarop twee kwalitatieve selectiecriteria en loting gecombineerd kunnen worden.
### Artikel 7.54
@ -3534,7 +3530,7 @@ d. het houden van toezicht op de uitvoering van de onderwijs- en examenregeling
e. het instellen van de examencommissies en de commissie, bedoeld in artikel 7.29, eerste lid, alsmede de benoeming van de leden van die commissies,
f. de uitvoering van de artikelen 7.8b en 7.9, met uitzondering van de aanwijzing van opleidingen, bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, eerste lid,
g. het vaststellen van nadere regels omtrent de wijze waarop vrijstelling als bedoeld in de artikelen 7.25, vierde lid, 7.28, tweede tot en met vierde lid, en 7.29, eerste lid, kan worden verkregen,
h. de uitvoering van artikel 7.30c,
h. de uitvoering van de artikelen 7.24a en 7.30c,
i. het sluiten van een gemeenschappelijke regeling ten behoeve van een of meer opleidingen met een of meer decanen van andere faculteiten,
j. de uitvoering van de artikelen 6.7a en 7.9b, en
k. het vaststellen van de procedures en criteria met betrekking tot erkenning van verworven competenties.
@ -6053,6 +6049,10 @@ Onverminderd artikel 18.98, eerste lid, tweede volzin, worden de archiefbescheid
### Titel 21. Wet van (datum) (Stb. ...)
### Artikel 18.100
Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet voortgezet onderwijs 2020 houdende de verankering van het experiment educatieve module en enkele andere aangelegen wijzigingen op het gebied van de lerarenopleiding (Stb. 20.., ...) (Stb. 2023, 192) is ingeschreven bij een educatieve module op grond van artikel 27, derde lid, van het Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs wordt van rechtswege ingeschreven voor een opleiding waartoe deze educatieve module behoort, met dien verstande dat in afwijking van artikel 7.49a en 7.49b de verschuldigdheid en de hoogte van een vergoeding worden bepaald aan de hand van artikel 27, derde lid, van het Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs, zoals dat luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van artikel I van voornoemde wet.
## Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
### Artikel 19.1