diff --git a/pbo/besluit-beleidsregels-toezicht/BWBR0029881/README.md b/pbo/besluit-beleidsregels-toezicht/BWBR0029881/README.md index 138135fdc46..19b2ac09b36 100644 --- a/pbo/besluit-beleidsregels-toezicht/BWBR0029881/README.md +++ b/pbo/besluit-beleidsregels-toezicht/BWBR0029881/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit beleidsregels toezicht bwb_id: BWBR0029881 type: pbo status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2012-12-18' +datum_inwerkingtreding: '2011-03-27' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0029881 citeertitel: Besluit beleidsregels toezicht --- @@ -58,12 +58,8 @@ De Wbo staat het de Toezichtkamer toe besluiten over de goedkeuring van verorden **De Toezichtkamer kan een besluit omtrent goedkeuring verdagen, onder meer indien zij dit in verband met de juiste naleving van deze beleidsregels nodig oordeelt. Daarbij gelden de volgende regels.** -a. a. - - **Wanneer de Toezichtkamer besluit tot verdaging van goedkeuring krijgt het betrokken bedrijfslichaam daarvan onverwijld en gemotiveerd bericht.** -b. b. - - **Indien de Toezichtkamer besluit tot verdaging in verband met de noodzaak tot notificatie op grond van de Notificatierichtlijn of melding van steunmaatregelen door het bedrijfslichaam, wordt het besluit tot verdaging tegelijkertijd in afschrift gezonden aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De Toezichtkamer neemt het besluit omtrent goedkeuring na ontvangst van een schriftelijke mededeling van de minister dat de desbetreffende verordening geen wijziging behoeft.** +a. **Wanneer de Toezichtkamer besluit tot verdaging van goedkeuring krijgt het betrokken bedrijfslichaam daarvan onverwijld en gemotiveerd bericht.** +b. **Indien de Toezichtkamer besluit tot verdaging in verband met de noodzaak tot notificatie op grond van de Notificatierichtlijn of melding van steunmaatregelen door het bedrijfslichaam, wordt het besluit tot verdaging tegelijkertijd in afschrift gezonden aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De Toezichtkamer neemt het besluit omtrent goedkeuring na ontvangst van een schriftelijke mededeling van de minister dat de desbetreffende verordening geen wijziging behoeft.** ### @@ -157,57 +153,14 @@ De Wbo regelt in artikel 126, zesde en achtste lid, dat bedrijfslichamen op de h **Indien een bedrijfslichaam de in artikel 126 Wbo bedoelde mogelijkheid toepast om een aftrek op een heffing toe te staan, komen voor die aftrek in beginsel de leden van alle relevante ondernemersorganisaties in aanmerking. In concreto gaat het om:** -a. a. - - **de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een of meer leden in zijn bestuur heeft benoemd;** -b. b. - - **de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:** - - - - 1. - - **krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,** - - - - 2. - - **voldoet aan de kwalitatieve representativiteitcriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,** - - - - 3. - - **tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het aantal niet-onbetekenend is,** - - - - 4. - - **met betrekking tot de behartiging van sociaaleconomische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en** - - - - 5. - - **haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.** -1. 1. - - **krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,** -2. 2. - - **voldoet aan de kwalitatieve representativiteitcriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,** -3. 3. - - **tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het aantal niet-onbetekenend is,** -4. 4. - - **met betrekking tot de behartiging van sociaaleconomische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en** -5. 5. - - **haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.** +a. **de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een of meer leden in zijn bestuur heeft benoemd;** +b. **de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:** + +1. **krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,** +2. **voldoet aan de kwalitatieve representativiteitcriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,** +3. **tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het aantal niet-onbetekenend is,** +4. **met betrekking tot de behartiging van sociaaleconomische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en** +5. **haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.** **Aan de leden van de onder b bedoelde organisaties wordt de aftrek slechts toegestaan op grond van een daartoe strekkend verzoek van het bestuur van die organisatie aan het bestuur van het bedrijfslichaam.** @@ -237,93 +190,19 @@ De Toezichtkamer heeft tot taak te besluiten over goedkeuring van een dergelijke ### -1. 1. - - Vergoeding van bestuurders - - - - a. - - **De vergoedingen die bedrijfslichamen op grond van artikel 77 Wbo verstrekken, worden onderscheiden in een vacatievergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.** - - - - b. - - **De vacatievergoeding wordt vastgesteld op een bedrag per vergadering of per dagdeel waarin wordt vergaderd. De vacatievergoeding bedraagt per vergadering of dagdeel ten hoogste het bedrag van de standaardvacatievergoeding dat krachtens de Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies voor enig jaar wordt vastgesteld. Indien de vergoeding op een bedrag per vergadering wordt vastgesteld, geldt als voorwaarde dat voor twee of meer vergaderingen die binnen één dagdeel aanvangen en eindigen, slechts eenmaal een vacatievergoeding wordt toegekend.** - - - - c. - - **De vacatievergoeding voor een voorzitter van een commissie kan ten hoogste 125 procent van de vacatievergoeding voor gewone leden van die commissie bedragen.** - - - - d. - - **De vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt vastgesteld als een vergoeding op declaratiebasis dan wel als een forfaitaire vergoeding gebaseerd op de afstand tussen woonplaats en vergaderplaats.** -a. a. - - **De vergoedingen die bedrijfslichamen op grond van artikel 77 Wbo verstrekken, worden onderscheiden in een vacatievergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.** -b. b. - - **De vacatievergoeding wordt vastgesteld op een bedrag per vergadering of per dagdeel waarin wordt vergaderd. De vacatievergoeding bedraagt per vergadering of dagdeel ten hoogste het bedrag van de standaardvacatievergoeding dat krachtens de Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies voor enig jaar wordt vastgesteld. Indien de vergoeding op een bedrag per vergadering wordt vastgesteld, geldt als voorwaarde dat voor twee of meer vergaderingen die binnen één dagdeel aanvangen en eindigen, slechts eenmaal een vacatievergoeding wordt toegekend.** -c. c. - - **De vacatievergoeding voor een voorzitter van een commissie kan ten hoogste 125 procent van de vacatievergoeding voor gewone leden van die commissie bedragen.** -d. d. - - **De vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt vastgesteld als een vergoeding op declaratiebasis dan wel als een forfaitaire vergoeding gebaseerd op de afstand tussen woonplaats en vergaderplaats.** -2. 2. - - Vergoeding van de voorzitter - - - - a. - - **De verordening van het bedrijfslichaam waarin de vergoeding van de voorzitter op grond van artikel 83 Wbo wordt vastgesteld, bevat geen andere beloningselementen en ten hoogste de bijbehorende bedragen als bepaald in de artikelen 1, 3, eerste lid, 4, 5 en 6 van de Verordening vergoeding voorzitter SER 2012 van de Raad.** - - - - b. - - **Indien de functie van voorzitter van een bedrijfslichaam in minder dan zestig procent van een voltijdsfunctie wordt vervuld, bevat de verordening, in afwijking van het in onderdeel a bepaalde, geen andere beloningselementen en ten hoogste de bijbehorende bedragen als bepaald in artikel 1 van de Verordening vergoeding voorzitter SER 2012 van de Raad.** - - - - c. - - **Indien de functie van voorzitter van een bedrijfslichaam in deeltijd wordt vervuld, gelden de in onderdelen a en b aangeduide maximale beloningselementen en bijbehorende bedragen naar evenredigheid.** - - - - d. - - **Naast het in onderdelen a tot en met c bepaalde, kan de vergoedingsregeling van de voorzitter een vergoeding van de werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten op declaratiebasis bevatten.** - - - - e. - - **De vergoedingsregeling van de voorzitter vermeldt de beloningselementen en bijbehorende bedragen, het percentage van een voltijdsfunctie waarin de voorzitter actief is ten behoeve van het bedrijfslichaam alsmede de periodiciteit van betaalbaarstelling van de vergoeding.** -a. a. - - **De verordening van het bedrijfslichaam waarin de vergoeding van de voorzitter op grond van artikel 83 Wbo wordt vastgesteld, bevat geen andere beloningselementen en ten hoogste de bijbehorende bedragen als bepaald in de artikelen 1, 3, eerste lid, 4, 5 en 6 van de Verordening vergoeding voorzitter SER 2012 van de Raad.** -b. b. - - **Indien de functie van voorzitter van een bedrijfslichaam in minder dan zestig procent van een voltijdsfunctie wordt vervuld, bevat de verordening, in afwijking van het in onderdeel a bepaalde, geen andere beloningselementen en ten hoogste de bijbehorende bedragen als bepaald in artikel 1 van de Verordening vergoeding voorzitter SER 2012 van de Raad.** -c. c. - - **Indien de functie van voorzitter van een bedrijfslichaam in deeltijd wordt vervuld, gelden de in onderdelen a en b aangeduide maximale beloningselementen en bijbehorende bedragen naar evenredigheid.** -d. d. - - **Naast het in onderdelen a tot en met c bepaalde, kan de vergoedingsregeling van de voorzitter een vergoeding van de werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten op declaratiebasis bevatten.** -e. e. - - **De vergoedingsregeling van de voorzitter vermeldt de beloningselementen en bijbehorende bedragen, het percentage van een voltijdsfunctie waarin de voorzitter actief is ten behoeve van het bedrijfslichaam alsmede de periodiciteit van betaalbaarstelling van de vergoeding.** +1. Vergoeding van bestuurders + +a. **De vergoedingen die bedrijfslichamen op grond van artikel 77 Wbo verstrekken, worden onderscheiden in een vacatievergoeding en een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.** +b. **De vacatievergoeding wordt vastgesteld op een bedrag per vergadering of per dagdeel waarin wordt vergaderd. De vacatievergoeding bedraagt per vergadering of dagdeel ten hoogste het bedrag van de standaardvacatievergoeding dat krachtens de Verordening vergoedingen aan leden van de raad, het dagelijks bestuur en de commissies voor enig jaar wordt vastgesteld. Indien de vergoeding op een bedrag per vergadering wordt vastgesteld, geldt als voorwaarde dat voor twee of meer vergaderingen die binnen één dagdeel aanvangen en eindigen, slechts eenmaal een vacatievergoeding wordt toegekend.** +c. **De vacatievergoeding voor een voorzitter van een commissie kan ten hoogste 125 procent van de vacatievergoeding voor gewone leden van die commissie bedragen.** +d. **De vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt vastgesteld als een vergoeding op declaratiebasis dan wel als een forfaitaire vergoeding gebaseerd op de afstand tussen woonplaats en vergaderplaats.** +2. Vergoeding van de voorzitter + +a. **De verordening van het bedrijfslichaam waarin de vergoeding van de voorzitter op grond van artikel 83 Wbo wordt vastgesteld, bevat geen andere beloningselementen en ten hoogste de bijbehorende bedragen als bepaald in de artikelen 1, 3, eerste lid, 4, 5 en 6 van de Verordening vergoeding voorzitter 2010 van de Raad.** +b. **Indien de functie van voorzitter van een bedrijfslichaam in minder dan zestig procent van een voltijdsfunctie wordt vervuld, bevat de verordening, in afwijking van het in onderdeel a bepaalde, geen andere beloningselementen en ten hoogste de bijbehorende bedragen als bepaald in artikel 1 van de Verordening vergoeding voorzitter 2010 van de Raad.** +c. **Indien de functie van voorzitter van een bedrijfslichaam in deeltijd wordt vervuld, gelden de in onderdelen a en b aangeduide maximale beloningselementen en bijbehorende bedragen naar evenredigheid.** +d. **Naast het in onderdelen a tot en met c bepaalde, kan de vergoedingsregeling van de voorzitter een vergoeding van de werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten op declaratiebasis bevatten.** +e. **De vergoedingsregeling van de voorzitter vermeldt de beloningselementen en bijbehorende bedragen, het percentage van een voltijdsfunctie waarin de voorzitter actief is ten behoeve van het bedrijfslichaam alsmede de periodiciteit van betaalbaarstelling van de vergoeding.** ### @@ -360,77 +239,6 @@ Het spreekt vanzelf dat een voorzitter van een bedrijfslichaam, naast de met hem Het bedrijfslichaam is vrij om met zijn voorzitter de gewenste betalingstermijn van de vergoeding af te spreken, bijvoorbeeld per jaar of per maand. -## 7 - -### . Inleiding - -Bedrijfslichamen dienen jaarlijks een begroting vast te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad. De besluitvorming over de goedkeuring van de begrotingen van bedrijfslichamen is gedelegeerd aan de Toezichtkamer. - -In de Verordening financiën bedrijfslichamen 2011 (Vfb 2011) zijn door de Raad regels vastgelegd waaraan de begrotingen van de bedrijfslichamen dienen te voldoen. De Toezichtkamer toetst aan het gestelde in de Vfb 2011 bij de beoordeling van de begrotingen van bedrijfslichamen. Zie de artikelen 119 en 120 in samenhang met artikel 122 van de Wbo. - -In de Vfb 2011 zijn de regels voor de verantwoording over de financiële huishouding van bedrijfslichamen in de begroting, meerjarenraming en jaarrekening, ingeval van de (voorbereiding van) opheffing van een bedrijfslichaam niet nader geëxpliciteerd. De Toezichtkamer hecht eraan dat begrotingen, die worden opgesteld in het kader van de (voorbereiding van) opheffing van een bedrijfslichaam, transparant zijn, voldoende inzicht geven in alle financiële aspecten van de opheffing en onderling vergelijkbaar zijn. Daarnaast acht de Toezichtkamer het van belang om de in de Leidraad afbouw of opheffing product- en bedrijfschappen opgenomen uitgangspunten bij de opheffing van een schap te formaliseren.9De Leidraad afbouw of opheffing product- en bedrijfschappen en de daarbij behorende notitie ‘Belangrijke normen in het kader van de beginselen van zorgvuldigheid, transparantie en integriteit’ zijn per brief van 6 juli 2012 aangeboden aan de besturen van de product- en bedrijfschappen. Om deze redenen is deze beleidsregel opgesteld. - -### . Beleidsregel 7 - -1. 1. - - Begrotingen bedrijfslichamen in verband met opheffing - - - **In het geval in de begroting rekening wordt gehouden met de opheffing van het bedrijfslichaam, geeft deze een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in alle implicaties die opheffing van het bedrijfslichaam heeft voor de omvang van alle begrote baten en lasten van het begrotingsjaar, voor de stand van alle activa en passiva en voor het te voeren vermogensbeleid.** -2. 2. - - Toelichting op begrotingen bedrijfslichamen in verband met opheffing - - - **Het in het eerste lid bedoelde inzicht komt in de toelichting op de begroting in ieder geval tot uitdrukking door het opnemen van:** - -a. a. - - **Een beschrijving van de aanleiding en de achtergrond van de opheffing en de daarmee samenhangende beleids- en organisatiewijzigingen in de periode voor de opheffing.** -b. b. - - **Een integrale beschrijving van de financiële situatie van het bedrijfslichaam, inclusief alle financiële gevolgen van de opheffing.** -c. c. - - **Een beschrijving van de financiële gevolgen van de opheffing met betrekking tot personele aangelegenheden.** -d. d. - - **Een omschrijving van de in het kader van de opheffing te treffen voorzieningen.** -e. e. - - **Een uiteenzetting en toelichting op het beleid ten aanzien van alle (langlopende) verplichtingen, activa, (des)investeringen en juridische claims.** -f. f. - - **Een omschrijving van en toelichting op de waarde van alle activa en passiva.** -g. g. - - **Een omschrijving van en toelichting op de voorgenomen overdracht van taken, medewerkers of middelen van het bedrijfslichaam naar andere partijen.** - -### - -Eén van de uitgangspunten bij de beoordeling van een begroting van een bedrijfslichaam is het in artikel 2, tweede lid, van de Vfb 2011 geformuleerde ‘inzichtvereiste’: “de meerjarenraming, de begroting en de jaarrekening van bedrijfslichamen geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over het financieel beheer in het algemeen en het vermogen en de geraamde en gerealiseerde baten en lasten in het bijzonder.” Dit uitgangspunt staat ook centraal bij de beoordeling van een begroting bij de (voorbereiding van) opheffing van een bedrijfslichaam. Als uitwerking hiervan is het van belang dat de begroting van een bedrijfslichaam bij een voorgenomen opheffing een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht verschaft in de met de (voorbereiding van) opheffing gemoeide kosten en de financiering daarvan uit vooral door bedrijfsgenoten opgebrachte middelen. Na afloop van het boekjaar zal het bedrijfslichaam met de jaarrekening inzicht dienen te verschaffen in de uitvoering die is gegeven aan de begroting in verband met opheffing. Naar analogie van artikel 19 en 20 van de Vfb 2011 zal het bedrijfslichaam hiervoor de (inrichting van de) begroting in verband met opheffing dienen te volgen. - -Voor een bedrijfslichaam is het van belang dat het te allen tijde beschikt over een geldende begroting. Deze wordt verkregen nadat deze goedgekeurd en gepubliceerd is. Pas daarna is een bedrijfslichaam gemachtigd tot het doen van uitgaven en het verwerven van inkomsten. Dit geldt ook voor een begroting ingeval van de (voorbereiding van) opheffing van een bedrijfslichaam. Indien gedurende een lopend begrotingsjaar een aanvang wordt gemaakt met de (voorbereiding van) opheffing van een bedrijfslichaam, en dientengevolge de voorgenomen uitgaven anders zullen zijn dan eerder begroot, dient het bedrijfslichaam, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van de Vfb 2011, de begroting te herzien. - -De opheffing van een bedrijfslichaam kan door het bedrijfslichaam of diens dragende organisaties zelf worden geïnitieerd, door middel van een verzoek aan de betrokken minister, maar er kan ook een politiek besluit aan ten grondslag liggen. Wat de aanleiding ook is, opheffing heeft implicaties voor het beleid, de organisatie en de daarbij behorende financiële huishouding van het bedrijfslichaam. Wanneer de opheffing van een bedrijfslichaam wordt voorbereid, zullen de financiële gevolgen van de opheffing tot uitdrukking dienen te komen in de (herziene) begroting van het bedrijfslichaam, ongeacht of de feitelijke opheffing in dat begrotingsjaar of later plaatsvindt. Het inzicht dat een schap daarbij dient te bieden, omvat naast het gestelde in artikel 11, derde en vierde lid, van de Vfb 2011, tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de implicaties van opheffing voor de stand van alle activa en passiva. - -Bij de beoordeling van een (herziene) begroting van een bedrijfslichaam, ingeval van (de voorbereiding van) opheffing, dient de toelichting op de (herziene) begroting ingevolge de Vfb 2011 een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht verschaffen in alle financiële gevolgen van de opheffing voor het bedrijfslichaam. Dit inzicht dient door het bedrijfslichaam gegeven te worden door in de toelichting op de (herziene) begroting een afbouw- of opheffingsplan op te nemen. Bij de beoordeling van die begroting worden in ieder geval de in het tweede lid van deze beleidsregel opgesomde onderwerpen betrokken. Ten aanzien van deze onderwerpen is daarbij het volgende van belang: - -Naast een beschrijving van de aanleiding en achtergrond van de opheffing dient te worden aangegeven of en zo ja op welke wijze de met opheffing samenhangende beleids- en organisatiewijzigingen worden gefaseerd. - -Een onderdeel van de integrale beschrijving van de financiële situatie is een uiteenzetting met betrekking tot het vermogensbeleid, met inbegrip van het beleid van het bedrijfslichaam ten aanzien van de algemene reserve, de bestemmingsreserves en eventuele bestemmingsfondsen. Een ander onderdeel betreft de onderbouwing van de financieringsbehoefte en de omvang van de benodigde middelen ter dekking van alle financiële gevolgen van de opheffing, met inbegrip van het beleid ten aanzien van de huishoudelijke heffingen en bestemmingsheffingen. - -De beschrijving van de financiële gevolgen van de opheffing met betrekking tot personele aangelegenheden beslaat onder meer de kosten van een sociaal plan (inclusief de gehanteerde methodiek), mogelijke wachtgeld- en pensioenverplichtingen (afkoop en indexatie), overige rechten/claims van huidige medewerkers en voormalige medewerkers en met deze onderwerpen samenhangende fiscale aspecten. - -De omschrijving van de in het kader van de opheffing te treffen voorzieningen omvat onder meer de financiering van de te treffen voorzieningen, de eisen die aan deze voorzieningen worden gesteld, de eventuele vrijval van voorzieningen en de begunstigden waaraan eventuele voorzieningen vrijvallen. - -Inzicht dient te worden gegeven in het beleid ten aanzien van mogelijke afkoop van (langlopende) verplichtingen, het beleid ten aanzien van mogelijke afwaardering van activa, het mogelijke financiële beslag van juridische claims, inclusief eventuele verzekeringen hiervoor en mogelijk noodzakelijke (des)investeringen. Dit geldt onder meer wat betreft het eigendom van onroerend goed, ingekochte diensten ten behoeve van het bedrijfslichaam, ingekochte diensten ten behoeve van de sector/subsidies, projecten en verplichtingen. - -De omschrijving van en toelichting op de waarde van alle activa en passiva behelst onder meer goodwill, intellectueel eigendom, databestanden en niet uit de balans blijkende activa (zoals afgeschreven onroerend goed). Het bepalen van de waarde van alle activa bij opheffing geschiedt op liquidatiebasis en bestaat dan uit het in kaart brengen van de directe opbrengstwaarde van alle activa. Een onafhankelijk accountant dient daarbij te worden betrokken. Ingeval een bedrijfslichaam onroerend goed in eigendom heeft, dient het bedrijfslichaam ervoor te zorgen dat deze wordt getaxeerd door een onafhankelijke taxateur. - -Indien sprake is van de overdracht van middelen dient aangegeven te zijn op welke wijze deze middelen worden benut voor het doel of de doelgroep waarvoor deze zijn bijeengebracht. Daarbij geldt tevens dat inzicht verschaft moet worden in de wijze waarop wordt voldaan aan het gestelde in artikel 13, eerste lid, van de Vfb 2011 (de zogeheten ‘PBO-toets’). Bij overdracht van vaste en vlottende activa dient een onafhankelijk accountant te bepalen of deze een reële of aannemelijke waarde vertegenwoordigen. Verder is het de verantwoordelijkheid van het bedrijfslichaam om bij een overdracht van taken, medewerkers of middelen ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan wettelijke eisen op het terrein van overgang van onderneming, staatssteun, aanbesteding of fiscaliteit. Specifiek bij een overgang van medewerkers is het naast het gestelde onder “c” van belang dat wordt beschreven tegen welke condities een overgang plaatsvindt en welke rechten en plichten hiermee gemoeid zijn. - ## Bijlage *[afbeelding]*