diff --git a/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md b/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md index 676b0286391..56190f91739 100644 --- a/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md +++ b/pbo/verordening-varkensleveringen-pvv-2007/BWBR0023465/README.md @@ -20,32 +20,18 @@ In deze verordening wordt verstaan onder: ### Artikel 2 -**1.** +De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien de ondernemer bij de aanvraag een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie kan overleggen waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in de onderdelen a tot en met i gestelde voorwaarden, alsmede een verklaring als bedoeld in onderdeel j. -De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een A-bedrijf, indien de ondernemer bij de aanvraag een conform bijlage III opgemaakt bedrijfsrapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf voldoet aan de in de onderdelen a. tot en met i. gestelde voorwaarden, alsmede een verklaring als bedoeld in het derde lid kan overleggen. - -a. a. - Op het varkenshouderijbedrijf worden vrouwelijke varkens gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen; -b. b. - Varkens die op het varkenshouderijbedrijf worden aangevoerd, worden gehuisvest in een van de rest van het varkenshouderijbedrijf afgescheiden toevoegstal, waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage l bij deze verordening opgenomen voorschriften, totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer overeenkomstig bijlage II uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat in de toevoegstal geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gB-antilichamen tegen de Ziekte van Aujeszky bevat; -c. c. - Bij het ontbreken van een toevoegstal als bedoeld in onderdeel b., tot zes weken na de laatste aanvoer van varkens worden geen varkens afgevoerd anders dan, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, naar het slachthuis; -d. d. - Op het varkenshouderijbedrijf is een voorziening voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor varkens aanwezig; -e. e. - De ondernemer van het varkenshouderijbedrijf verleent alle medewerking aan de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel waarmee de varkens zijn vervoerd; -f. f. - De ondernemer voldoet aan alle, de herkomst van de op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens betreffende, krachtens artikel 96 van de wet gestelde regels; -g. g. - Op het varkenshouderijbedrijf is een douche aanwezig, die is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het varkenshouderijbedrijf, waarvan bezoekers van het varkenshouderijbedrijf voorafgaand aan het betreden van de stallen gebruik maken; -h. h. - Het varkenshouderijbedrijf is voorzien van een erfafscheiding waardoor het betreden van het varkenshouderijbedrijf zonder de medewerking van de ondernemer niet mogelijk is; -i. i. - De ondernemer legt de gegevens met betrekking tot groepsmedicatie in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet vast. - -**2.** De ondernemer laat één maal per jaar een bedrijfsrapport conform bijlage III opmaken door een geaccrediteerde keuringsinstantie, en overlegt deze ter verificatie van de aanwijzing, jaarlijks voor 1 juni, aan de voorzitter. - -**3.** De ondernemer overlegt eenmaal per maand een verklaring van een dierenarts waarin deze verklaart dat het in bijlage II bepaalde aantal op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens serologisch is onderzocht en dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de Ziekte van Aujeszky bevat, dan wel, in geval van leegstand, een verklaring van een geaccrediteerde keuringsinstantie dat de stallen van het varkenshouderijbedrijf ten tijde van de aanvraag leegstaan. +a. Op het varkenshouderijbedrijf worden vrouwelijke varkens gehouden voor het bedrijfsmatig produceren van biggen; +b. Varkens die op het varkenshouderijbedrijf worden aangevoerd, worden gehuisvest in een van de rest van het varkenshouderijbedrijf afgescheiden toevoegstal, waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage I bij deze verordening opgenomen voorschriften, totdat uit een door een dierenarts na vier weken na aanvoer overeenkomstig bijlage II uitgevoerd serologisch onderzoek blijkt dat in de toevoegstal geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky bevat; +c. Bij het ontbreken van een toevoegstal als bedoeld in onderdeel b, tot zes weken na de laatste aanvoer van varkens worden geen varkens afgevoerd anders dan, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, naar het slachthuis; +d. Op het varkenshouderijbedrijf is een voorziening voor reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor varkens aanwezig als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s; +e. De ondernemer van het varkenshouderijbedrijf leeft artikel 67, tweede lid, en artikel 79 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s na; +f. De ondernemer voldoet aan alle, de herkomst van de op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens betreffende, krachtens artikel 96 van de wet gestelde regels; +g. Op het varkenshouderijbedrijf is een douche aanwezig, die is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van het varkenshouderijbedrijf, waarvan bezoekers van het varkenshouderijbedrijf voorafgaand aan het betreden van de stallen gebruik maken; +h. Het varkenshouderijbedrijf is voorzien van een erfafscheiding waardoor het betreden van het varkenshouderijbedrijf zonder de medewerking van de ondernemer niet mogelijk is; +i. De ondernemer legt de gegevens met betrekking tot groepsmedicatie in het logboek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet vast; +j. De ondernemer overlegt bij de aanvraag en vervolgens eenmaal per maand een verklaring van een dierenarts waarin deze verklaart dat het in bijlage II bepaalde aantal op het varkenshouderijbedrijf aanwezige varkens serologisch is onderzocht en dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest of gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky bevat, dan wel, in geval van leegstand, een verklaring van een geaccrediteerde keuringsinstantie dat de stallen van het varkenshouderijbedrijf ten tijde van de aanvraag leegstaan. ### Artikel 3 @@ -53,35 +39,17 @@ De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf a ### Artikel 4 -**1.** - De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een C-bedrijf, indien: -a. a. - de ondernemer bij aanvraag en volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf voldoet aan artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen d. tot en met i.; -b. b. - de ondernemer een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid overlegt. - -**2.** De ondernemer laat één maal per jaar een bedrijfsrapport conform bijlage III opmaken door een geaccrediteerde keuringsinstantie, en overlegt deze ter verificatie van de aanwijzing, jaarlijks voor 1 juni, aan de voorzitter. - -**3.** De ondernemer overlegt eenmaal per maand een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid, aan de voorzitter. +a. het varkenshouderijbedrijf voldoet aan artikel 2, onderdelen d tot en met j, en +b. de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in artikel 2, onderdelen d tot en met j, gestelde voorwaarden. ### Artikel 5 -**1.** - De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf aan als een E-bedrijf, indien: -a. a. - op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één A-bedrijf; -b. b. - de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderij voldoet aan artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdelen d. tot en met i.; -c. c. - de ondernemer een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid overlegt. - -**2.** De ondernemer laat één maal per jaar een bedrijfsrapport conform bijlage III opmaken door een geaccrediteerde keuringsinstantie, en overlegt deze ter verificatie van de aanwijzing, jaarlijks voor 1 juni, aan de voorzitter. - -**3.** De ondernemer overlegt eenmaal per maand een verklaring als bedoeld in artikel 2, derde lid, aan de voorzitter. +a. op het varkenshouderijbedrijf speenbiggen worden gehouden, uitsluitend afkomstig van één A-bedrijf; +b. de ondernemer bij de aanvraag een volgens het model in bijlage III opgesteld bedrijfsrapport overlegt van een geaccrediteerde keuringsinstantie waaruit blijkt dat het varkenshouderijbedrijf is getoetst aan de in artikel 2, onderdelen d tot en met j, gestelde voorwaarden. ### Artikel 6 @@ -91,12 +59,10 @@ De voorzitter wijst op aanvraag van de ondernemer diens varkenshouderijbedrijf a **1.** -De voorzitter kan de aanwijzing als A-bedrijf, de aanwijzing van een B-bedrijf, de aanwijzing van een C-bedrijf, de aanwijzing van een E-bedrijf of de aanwijzing van een F-bedrijf met onmiddellijke ingang schorsen voor een termijn van ten hoogste 12 weken, indien: +De voorzitter kan de aanwijzing als A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of F-bedrijf met onmiddellijke ingang schorsen voor een bepaalde termijn, indien: -a. a. - het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, en veterinaire belangen de schorsing rechtvaardigen, dan wel; -b. b. - blijkt dat in een periode van twaalf maanden de ondernemer meer dan eenmaal varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 12, 13, 14, 16 onderscheidenlijk 17. +a. het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, en veterinaire belangen de schorsing rechtvaardigen, dan wel; +b. blijkt dat in een periode van twaalf maanden de ondernemer meer dan eenmaal varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 12, 13, 14, 16 onderscheidenlijk 17. **2.** De voorzitter kan de schorsing, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, telkens verlengen met een termijn van ten hoogste vier weken. @@ -106,18 +72,13 @@ b. b. De voorzitter kan de aanwijzing als A-bedrijf, B-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of F-bedrijf intrekken, indien: -a. a. - blijkt dat het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, terwijl de ondernemer in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van ten hoogste zes weken alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel -b. b. - na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijkt dat het varkenshouderijbedrijf nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6; -c. c. - blijkt dat in een periode van twaalf maanden na de dagtekening van het besluit tot schorsen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, de ondernemer opnieuw varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 12, 13, 14, 16 onderscheidenlijk 17. +a. blijkt dat het varkenshouderijbedrijf niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6, terwijl de ondernemer in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van ten hoogste zes weken alsnog aan de eisen te voldoen en deze termijn inmiddels is verstreken, dan wel +b. na afloop van de schorsing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, blijkt dat het varkenshouderijbedrijf nog steeds niet voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 onderscheidenlijk 6; +c. blijkt dat in een periode van twaalf maanden na de dagtekening van het besluit tot schorsen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, de ondernemer opnieuw varkens van het varkenshouderijbedrijf afvoert of doet afvoeren, dan wel op het varkenshouderijbedrijf ontvangt of aanvoert, zonder dat wordt voldaan aan de artikelen 12, 13, 14, 16 onderscheidenlijk 17. ### Artikel 8 -**1.** Aanvragen, verklaringen en bedrijfsrapporten als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 worden ingediend bij het productschap. - -**2.** Voor de aanwijzing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, de aanwijzing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef, de aanwijzing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef, alsmede voor de jaarlijkse verificatie van de aanwijzing, is de ondernemer een retributie verschuldigd. +Aanvragen, verklaringen en bedrijfsrapporten als bedoeld in de artikelen 2, 3, 4, 5 en 6 worden ingediend bij het productschap. ### Paragraaf 3. Varkensleveringen @@ -129,20 +90,15 @@ Het is de ondernemer verboden een of meer varkens te vervoeren van of naar, af t Het verbod, bedoeld in artikel 9, is niet van toepassing op het vervoeren, afvoeren of doen afvoeren van: -a. a. - een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een slachthuis, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, mits de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtdieren; -b. b. - een of meer mannelijke varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een quarantaineruimte; -c. c. - een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een onderzoeksinstituut; -d. d. - ten hoogste vier varkens per levering van een varkenshouderijbedrijf naar een locatie waar varkens worden gehouden voor recreatieve of educatieve doeleinden, of -e. e. - een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum. +a. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een slachthuis, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum, mits de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtdieren; +b. een of meer mannelijke varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een quarantaineruimte; +c. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een onderzoeksinstituut; +d. ten hoogste vier varkens per levering van een varkenshouderijbedrijf naar een locatie waar varkens worden gehouden voor recreatieve of educatieve doeleinden, of +e. een of meer varkens van een varkenshouderijbedrijf naar een varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, hetzij rechtstreeks, hetzij via een verzamelcentrum. ### Artikel 11 -Indien na aanvang van het transport van varkens naar een lidstaat of een derde land, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e., van de wet in samenhang met artikel 5, eerste lid van de Regeling dierenvervoer 2007 geen certificaat wordt afgegeven, is het de ondernemer in afwijking van artikel 9 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijke lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren. +Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het de ondernemer in afwijking van artikel 9 toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op zijn bedrijf te ontvangen of aan te voeren en, na gedeeltelijk lossing, de niet geloste varkens vervolgens wederom van zijn bedrijf te vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren. ### Artikel 12 @@ -150,29 +106,21 @@ Indien na aanvang van het transport van varkens naar een lidstaat of een derde l In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een A-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover: -a. a. - vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland; -b. b. - mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf, of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte; -c. c. - het biggen betreft afkomstig van het E-bedrijf waar het A-bedrijf aan heeft geleverd; -d. d. - in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het A-bedrijf zijn aangevoerd; -e. e. - de aangevoerde varkens na aanvoer worden gehouden in een toevoegstal als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, totdat uit het in artikel 2, onderdeel b, bedoelde serologisch onderzoek blijkt dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest en gB-antilichamen tegen de Ziekte van Aujeszky bevat, dan wel binnen vijf weken na aanvoer geen varkens worden afgevoerd anders dan rechtstreeks naar een slachthuis. +a. vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland; +b. mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf, of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte; +c. het biggen betreft afkomstig van het E-bedrijf waar het A-bedrijf aan heeft geleverd; +d. in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het A-bedrijf zijn aangevoerd; +e. de aangevoerde varkens na aanvoer worden gehouden in een toevoegstal als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, totdat uit het in artikel 2, onderdeel b, bedoelde serologisch onderzoek blijkt dat geen varkens zijn aangetroffen waarvan het bloed antilichamen tegen klassieke varkenspest en gE-antilichamen tegen de ziekte van Aujeszky bevat, dan wel binnen vijf weken na aanvoer geen varkens worden afgevoerd anders dan rechtstreeks naar een slachthuis. **2.** In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een A-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover: -a. a. - varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven; -b. b. - varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster; -c. c. - varkens worden afgevoerd naar één E-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd. +a. varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven; +b. varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster; +c. varkens worden afgevoerd naar één E-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkensbedrijf kan worden afgevoerd. -**3.** De ondernemer die een A-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander adres voor de aanvoer van varkens kiezen ter vervanging van het adres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a., onderscheidenlijk b.. De ondernemer doet hiervan schriftelijk mededeling aan het meldingsbureau. +**3.** De ondernemer die een A-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b. ### Artikel 13 @@ -180,22 +128,17 @@ c. c. In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover: -a. a. - vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland; -b. b. - mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte; -c. c. - het biggen betreft afkomstig van het F-bedrijf waar het B-bedrijf aan heeft geleverd; -d. d. - de aan te voeren varkens een gewicht hebben van ten minste 25 kg per dier, en -e. e. - in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het B-bedrijf zijn aangevoerd. +a. vrouwelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland; +b. mannelijke varkens worden aangevoerd afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of varkenshouderijbedrijf buiten Nederland, spermawincentrum of quarantaineruimte; +c. het biggen betreft afkomstig van het F-bedrijf waar het B-bedrijf aan heeft geleverd; +d. de aan te voeren varkens een gewicht hebben van ten minste 25 kg per dier, en +e. in een periode van ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het B-bedrijf zijn aangevoerd. **2.** In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven. **3.** Indien de ondernemer die een B-bedrijf exploiteert varkens vervoert, doet vervoeren, afvoert of doet afvoeren naar een D-bedrijf waarop in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van afvoer van het B-bedrijf op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is deze levering in afwijking van artikel 9 toegestaan, zonder dat deze levering wordt begrepen in de op grond van het tweede lid toegestane leveringen. -**4.** De ondernemer die een B-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander adres voor de aanvoer van varkens kiezen ter vervanging van het adres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a., onderscheidenlijk b.. De ondernemer doet hiervan schriftelijk mededeling aan het meldingsbureau. +**4.** De ondernemer die een B-bedrijf exploiteert kan in een periode van twaalf maanden eenmaal een ander aanvoeradres kiezen ter vervanging van het aanvoeradres, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk b. **5.** Het afvoeren van varkens van een B-bedrijf overeenkomstig het tweede of derde lid is slechts toegestaan voor op het B-bedrijf geboren varkens met een gewicht van ten hoogste 35 kg. @@ -209,36 +152,27 @@ e. e. In afwijking van artikel 9 is het de exploitant van een C-bedrijf toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover: -a. a. - varkens worden afgevoerd naar een of meerdere A-bedrijven; -b. b. - in een periode van twaalf maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 40 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk, dan wel; - - - 1e. - wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van twee C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk; - - - 2e. - wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van drie C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk. -1e. 1e. - wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van twee C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk; -2e. 2e. - wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van drie C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk. +a. varkens worden afgevoerd naar een of meerdere A-bedrijven; +b. in een periode van twaalf maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 40 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk, dan wel; + +1e. wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van twee C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk; +2e. wanneer het C-bedrijf deel uitmaakt van een cluster van drie C-bedrijven, in een periode van twaalf maanden door het cluster slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste 30 B-bedrijven en D-bedrijven gezamenlijk. **3.** Het afvoeren van varkens van een C-bedrijf naar een D-bedrijf overeenkomstig het tweede lid is slechts toegestaan voor varkens met een gewicht van ten minste 80 kg. -**4.** De ondernemer die een A-bedrijf of E-bedrijf exploiteert doet bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2 of 5, opgave van de samenstelling van het cluster als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b. De ondernemers die de betreffende C-bedrijven exploiteren medeondertekenen deze opgave. De opgave bevat de verdeling onder de betreffende C-bedrijven van het aantal afvoeradressen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1^e of 2^e. +**4.** -**5.** Het is de ondernemer die een C-bedrijf exploiteert slechts toegestaan één of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, te doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1^e of 2^e, indien daarmee het aantal bij de verdeling aan dat bedrijf toebedeelde afleveradressen niet wordt overschreden. +De ondernemer die een A-bedrijf of E-bedrijf exploiteert doet bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2 of 5, opgave van de samenstelling van het cluster als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b. De ondernemers die de betreffende C-bedrijven exploiteren medeondertekenen deze opgave. -**6.** De samenstelling van een cluster en de verdeling van het aantal afvoeradressen kunnen in een periode van twaalf maanden eenmaal worden gewijzigd. Een wijziging van de samenstelling van het cluster en de verdeling van het aantal afvoeradressen wordt bij het meldingsbureau gemeld voorafgaand aan de toepassing van de wijziging. Deze melding wordt mede ondertekend door de ondernemers die het A-bedrijf of E-bedrijf en de betreffende C-bedrijven uitoefenen. +De opgave bevat de verdeling onder de betreffende C-bedrijven van het aantal afvoeradressen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1^e of 2^e. Het is de ondernemer die een C-bedrijf exploiteert slechts toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1^e of 2^e, indien daarmee het aantal bij de verdeling aan dat bedrijf toebedeelde afleveradressen niet wordt overschreden. + +**5.** De samenstelling van een cluster en de verdeling van het aantal afvoeradressen kunnen in een periode van twaalf maanden eenmaal worden gewijzigd. Een wijziging van de samenstelling van het cluster en de verdeling van het aantal afvoeradressen wordt bij het meldingsbureau gemeld voorafgaand aan de toepassing van de wijziging. Deze melding wordt mede ondertekend door de ondernemers die het A-bedrijf of E-bedrijf en de betreffende C-bedrijven uitoefenen. ### Artikel 15 **1.** In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een D-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover in een periode van zestien weken slechts varkens worden aangevoerd, afkomstig van ten hoogste zes A-bedrijven, B-bedrijven, C-bedrijven, E-bedrijven of F-bedrijven of varkenshouderijbedrijven buiten Nederland, al dan niet via een verzamelcentrum, gezamenlijk. -**2.** Indien op het D-bedrijf in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van aanvoer op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is het in afwijking van het eerste lid de exploitant van een D-bedrijf toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover in een periode van vier maanden te rekenen vanaf de eerste week van aanvoer slechts varkens worden aangevoerd, afkomstig van ten hoogste twaalf A-bedrijven, B-bedrijven, C-bedrijven, E-bedrijven of F-bedrijven of varkenshouderijbedrijven buiten Nederland, al dan niet via een verzamelcentrum, gezamenlijk. +**2.** Indien op het D-bedrijf in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van aanvoer op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is het in afwijking van het eerste lid de exploitant van een D-bedrijf toegestaan een of meer varkens naar dat bedrijf te vervoeren of te doen vervoeren en op dat bedrijf aan te voeren en te ontvangen, voor zover in een periode van vier maanden slechts varkens worden aangevoerd, afkomstig van ten hoogste twaalf A-bedrijven, B-bedrijven, C-bedrijven, E-bedrijven of F-bedrijven of varkenshouderijbedrijven buiten Nederland, al dan niet via een verzamelcentrum, gezamenlijk. ### Artikel 16 @@ -248,12 +182,9 @@ b. b. In afwijking van artikel 9 is het de ondernemer die een E-bedrijf exploiteert toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover: -a. a. - het E-bedrijf de afvoermogelijkheden van het A-bedrijf waarvan het E-bedrijf de biggen ontvangt overneemt; -b. b. - varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven; -c. c. - varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster. +a. het E-bedrijf de afvoermogelijkheden van het A-bedrijf waarvan het E-bedrijf de biggen ontvangt overneemt; +b. varkens worden afgevoerd naar A-bedrijven, B-bedrijven, D-bedrijven; +c. varkens worden afgevoerd naar één C-bedrijf of ten hoogste één cluster. **3.** Het afvoeren van varkens van een E-bedrijf naar een C-bedrijf is slechts toegestaan voor varkens met een gewicht van ten hoogste 35 kilogram. @@ -265,12 +196,9 @@ c. c. In afwijking van artikel 9 is het de exploitant van een F-bedrijf toegestaan een of meer varkens van dat bedrijf te vervoeren, doen vervoeren, af te voeren of te doen afvoeren, voor zover: -a. a. - het F-bedrijf de afvoermogelijkheden van het B-bedrijf waarvan het F-bedrijf de speenbiggen ontvangt overneemt; -b. b. - in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van vier maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven; -c. c. - het terugleveren betreft aan het B-bedrijf waarvan de speenbiggen betrokken zijn. +a. het F-bedrijf de afvoermogelijkheden van het B-bedrijf waarvan het F-bedrijf de speenbiggen ontvangt overneemt; +b. in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van 4 maanden slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven; +c. het terugleveren betreft aan het B-bedrijf waarvan de speenbiggen betrokken zijn. **3.** Indien de ondernemer die een F-bedrijf exploiteert varkens vervoert, doet vervoeren, afvoert of doet afvoeren naar een D-bedrijf waarop in een periode van drie weken voorafgaand aan de dag van afvoer van het F-bedrijf op enig tijdstip geen varkens aanwezig waren en de stallen op dat tijdstip zijn gereinigd en ontsmet, terwijl in een periode van twee maanden voor dat tijdstip geen varkens op het D-bedrijf zijn aangevoerd, is deze levering in afwijking van artikel 9 toegestaan, zonder dat deze levering wordt begrepen in de op grond van het tweede lid toegestane leveringen. @@ -282,20 +210,16 @@ c. c. Het verbod, bedoeld in artikel 9, is niet van toepassing op het, hetzij rechtstreeks, hetzij via een Nederlands verzamelcentrum, aanvoeren en ontvangen op een varkenshouderijbedrijf van een of meer varkens afkomstig van een varkenshouderijbedrijf of verzamelcentrum buiten Nederland, voor zover: -a. a. - de varkens voldoen aan alle van toepassing zijnde communautaire en overige internationale veterinaire voorschriften; -b. b. - de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf waarop de varkens worden ontvangen, ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen ontvangst zal plaatsvinden, die voorgenomen ontvangst bij het meldingsbureau meldt, op de in artikel 19, lid 1 omschreven wijze; -c. c. - bij de melding als bedoeld in onderdeel b de gegevens worden verstrekt die moeten zijn opgenomen in het gezondheidscertificaat van bijlage F, model 2, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of vleesprodukten uit derde landen (PbEG L 302); en -d. d. - de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemmingscontrole van de varkens op zijn bedrijf overeenkomstig artikel 5 van richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautair handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224); +a. de varkens voldoen aan alle van toepassing zijnde communautaire en overige internationale veterinaire voorschriften; +b. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf waarop de varkens worden ontvangen, ten minste één werkdag vóór de periode van 48 uur waarbinnen de voorgenomen ontvangst zal plaatsvinden, die voorgenomen ontvangst bij het meldingsbureau meldt, op de in artikel 19, lid 1 omschreven wijze; +c. bij de melding als bedoeld in onderdeel b de gegevens worden verstrekt die moeten zijn opgenomen in het gezondheidscertificaat van bijlage F, model 2, van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of vleesprodukten uit derde landen (PbEG L 302); en +d. de ondernemer van het varkenshouderijbedrijf medewerking verleent aan bestemmingscontrole van de varkens op zijn bedrijf overeenkomstig artikel 5 van richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautair handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224); **2.** Een levering als bedoeld in het eerste lid wordt in mindering gebracht op het aantal op grond van de artikelen 12, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, onderscheidenlijk 15 op een varkenshouderijbedrijf toegestane leveringen. **3.** Op een levering als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 12, eerste lid, onderdelen d en e en 13, eerste lid, onderdelen d en e, van overeenkomstige toepassing. -### Paragraaf 4. Varkensleveringen +### Paragraaf 4. Melding van de varkensleveringen ### Artikel 19 @@ -303,7 +227,7 @@ d. d. **2.** Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de levering van varkens aan een D-bedrijf als bedoeld in artikel 13, derde lid, onderscheidenlijk een D-bedrijf als bedoeld in artikel 15, tweede lid, gaat de melding vergezeld van een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld rapport waaruit blijkt dat het D-bedrijf voldoet aan artikel 13, derde lid, dan wel artikel 15, tweede lid. Bij ontbreken van een rapport van een geaccrediteerde keuringsinstantie geldt de melding als een melding ten behoeve van het vervoer van varkens, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 15 eerste lid. -**3.** Een kopie van het transportdocument wordt door de ondernemer die de melding, als bedoeld in het eerste lid, heeft gedaan, bewaard tot twee jaar na de datum waarop de varkens van het varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd. Het transportdocument wordt door de ontvanger van de varkens op het varkenshouderijbedrijf bewaard tot twee jaar na de datum waarop de varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn ontvangen. +**3.** Het transportdocument wordt door de ontvanger van de varkens op het varkenshouderijbedrijf bewaard tot zes maanden na de datum waarop de varkens op het varkenshouderijbedrijf zijn ontvangen. **4.** Indien de levering waarop de melding betrekking heeft niet plaats zal vinden, of niet heeft plaats gehad, doet de ondernemer daarvan onverwijld mededeling bij het meldingsbureau. Indien het aantal geleverde varkens afwijkt van het gemelde aantal, doet de ondernemer daarbij opgave van het feitelijk geleverde aantal varkens. @@ -319,15 +243,9 @@ d. d. **1.** De ondernemer weigert de ontvangst van varkens indien bij de aanvoer een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt. -**2.** De exploitant van een verzamelcentrum weigert de ontvangst van varkens indien een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt, tenzij de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtvarkens. +**2.** Een vervoerder weigert het vervoer van de varkens indien een transportdocument met betrekking tot dit vervoer ontbreekt, tenzij de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtvarkens. -**3.** Het is verboden om voor de afvoer van varkens met bestemming slacht een vervoermiddel op het erf van het varkenshouderijbedrijf toe te laten, waarop varkens aanwezig zijn, afkomstig van meer dan één varkenshouderijbedrijf. - -**4.** Het is verboden om voor de afvoer van zeugen met bestemming slacht een vervoermiddel op het erf van het varkenshouderijbedrijf toe te laten, waarop zeugen aanwezig zijn, afkomstig van meer dan twee varkenshouderijbedrijven. - -**5.** De be- of verwerker of het verzamelcentrum weigert de ontvangst van varkens, indien op een vervoerseenheid van het vervoermiddel varkens aanwezig zijn van meer dan twee varkenshouderijbedrijven. - -**6.** De be- of verwerker of het verzamelcentrum weigert de ontvangst van zeugen, indien op een vervoerseenheid van het vervoermiddel zeugen aanwezig zijn van meer dan drie varkenshouderijbedrijven. +**3.** De exploitant van een verzamelcentrum weigert de ontvangst van varkens indien een transportdocument met betrekking tot deze aanvoer ontbreekt, tenzij de varkens zijn gemerkt als slachtvarkens en uit het vervoersdocument, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie dieren blijkt dat sprake is van vervoer van slachtvarkens. ### Paragraaf 5. Toezicht @@ -339,12 +257,9 @@ d. d. Ondernemers zijn verplicht: -a. a. - aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; -b. b. - aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden, dan wel varkens, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd; -c. c. - te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst en de door het bestuur aangewezen personen monsters nemen uit de voorraden, dan wel varkens van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden. De ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen. +a. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak; +b. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden, dan wel varkens, tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd; +c. te gedogen dat controleurs van de door het bestuur aangewezen dienst en de door het bestuur aangewezen personen monsters nemen uit de voorraden, dan wel varkens van het bedrijf van de ondernemer, ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden. De ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen. **3.** De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling op te maken. @@ -358,19 +273,17 @@ Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtre ### Artikel 23 -**1.** De voorzitter kan, voor zover het belang van preventie en bestrijding van dierziekten zich daartegen niet verzet, namens het bestuur op schriftelijk verzoek van belanghebbende, ontheffing verlenen van het gestelde in artikel 9. Aan de ontheffing kunnen bijzondere voorwaarden worden gesteld. De ontheffing kan te allen tijde worden ingetrokken. +**1.** De voorzitter kan, voor zover het belang van preventie en bestrijding van dierziekten zich daartegen niet verzet, namens het bestuur op schriftelijk verzoek van belanghebbende, ontheffing verlenen van het gestelde in artikel 9. De voorzitter kan besluiten aan de ontheffing bijzondere voorwaarden te stellen. De ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter worden ingetrokken. **2.** Voor de verlening van een ontheffing is de aanvrager een retributie verschuldigd. -**3.** Het bestuur stelt bij besluit nadere voorwaarden aan het verlenen van ontheffingen. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. +**3.** Het bestuur stelt bij besluit nadere voorwaarden aan het verlenen van ontheffingen of vrijstellingen. + +**4.** Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 12, eerste lid, onderdelen a en b, 13, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 14, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b, en 15, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt. ### Artikel 24 -Het bestuur regelt bij verordening de wijze waarop de retributies, bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 19, eerste lid, en artikel 23, tweede lid, worden vastgesteld en opgelegd, alsmede de hoogte van de retributies. - -### Artikel 24a - -Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzamelcentrum waarvan de exploitatie nadien blijvend is gestaakt, worden niet begrepen onder de op grond van de artikelen 12, eerste lid, onderdelen a. en b., 13, eerste lid, onderdelen a. en b., en tweede lid, 14, eerste lid, en tweede lid, onderdeel b., en 15, eerste en tweede lid, toegestane leveringen, indien door de levering door of aan het bedrijf waarvan de exploitatie blijvend is gestaakt het in genoemde artikelen opgenomen maximum aantal toegestane leveringen wordt bereikt. +Het bestuur regelt bij verordening de wijze waarop de retributies, bedoeld in artikel 19, eerste lid en artikel 23, tweede lid, worden vastgesteld en opgelegd, alsmede de hoogte van de retributies. ### Paragraaf 8. Gegevensverwerking @@ -405,3 +318,5 @@ Leveringen van varkens door of aan een varkenshouderijbedrijf of aan een verzame ## Bijlage II. Aantallen te onderzoeken varkens op A-bedrijven en C-bedrijven en E-bedrijven als bedoeld in ## Bijlage III. Procedure en inhoud bedrijfsrapport voor aanvangscontrole en structurele controle als bedoeld in + +Model bedrijfsrapport voor aanvraag en structurele controle VVL-status Een varkenshouderijbedrijf overlegt aan het productschap bij aanvraag van een A-, C-, of E-status en vervolgens minimaal éénmaal per jaar een door een geaccrediteerde keuringsinstantie opgesteld bedrijfsrapport waaruit blijkt dat het bedrijf getoetst is aan de gestelde voorwaarden welk zijn opgenomen in de onder A. weergegeven toetslijst.