2016-01-01 | BWBR0019057 | Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
This commit is contained in:
parent
3ffa25c576
commit
a8c49e72bf
1 changed files with 50 additions and 24 deletions
|
|
@ -21,7 +21,7 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaa
|
|||
– *arbeidsongeschiktheidsuitkering*: de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 6;
|
||||
– *arbodienst*: een dienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
|
||||
– *burgerservicenummer*: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
– *eigenrisicodrager*: de werkgever aan wie op grond van artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel b, van de Wet financiering sociale verzekeringen toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de WGA-uitkering;
|
||||
– *eigenrisicodrager*: de werkgever aan wie op grond van artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet financiering sociale verzekeringen toestemming is verleend om zelf het risico te dragen van betaling van het daarvoor in aanmerking komende deel van de WGA-uitkering;
|
||||
– *inkomen uit arbeid:* loon als bedoeld in artikel 12, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
|
||||
|
||||
1°. uitkeringen op grond van een werknemersverzekering en de Wet arbeid en zorg of wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, van de Werkloosheidswet al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
|
||||
|
|
@ -145,7 +145,12 @@ Gedeeltelijk arbeidsgeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch va
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Werknemer is de werknemer in de zin van de Ziektewet met uitzondering van de werknemer die zijn werknemerschap ontleent aan artikel 4, eerste lid, onderdeel g, van die wet.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Werknemer is de werknemer in de zin van de Ziektewet met uitzondering van de werknemer:
|
||||
|
||||
a. die zijn werknemerschap ontleent aan artikel 4, eerste lid, onderdeel g, van die wet, of
|
||||
b. die de leeftijd, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat personen die buiten Nederland wonen ook als werknemer worden aangemerkt, voorzover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -804,7 +809,7 @@ In door het UWV vast te stellen gevallen worden reiskosten, verblijfkosten en ti
|
|||
|
||||
**4.** Indien artikel 72 van toepassing is overlegt de eigenrisicodrager met het UWV of met een andere eigenrisicodrager, indien de verzekerde meer werkgevers heeft gehad die ook eigenrisicodrager zijn, over de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** De eigenrisicodrager evalueert periodiek het plan van aanpak dat is opgesteld op grond artikel 25, tweede lid.
|
||||
**5.** De eigenrisicodrager evalueert periodiek het plan van aanpak dat is opgesteld op grond van artikel 25, tweede lid.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1032,13 +1037,24 @@ d. geen arbeid heeft verricht maar wel recht op uitkering heeft op grond van hoo
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** De duur van de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is drie maanden. De uitkeringsduur wordt verlengd met een maand voor ieder volledig kalenderjaar dat het arbeidsverleden de duur van drie kalenderjaren overstijgt, met dien verstande dat de totale uitkeringsduur maximaal 38 maanden bedraagt.
|
||||
**1.** De duur van de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is ten minste drie maanden en ten hoogste 24 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag waarop het recht op uitkering is ontstaan.
|
||||
|
||||
**2.** De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt indien de verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan deze loongerelateerde uitkering recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, verminderd met de duur van de ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering, doch bedraagt ten minste een jaar.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verminderd met de duur van de ontvangen loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet of met de duur van het ontvangen wachtgeld indien de verzekerde, onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van de wachttijd, uitsluitend verzekerd was als gevolg van het van toepassing zijn van de in artikel 58, eerste lid, onderdeel b, c, d, e of f bedoelde situaties. De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts verminderd met de duur van de ontvangen loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet die de verzekerde ontving uit hoofde van dezelfde dienstbetrekking als de dienstbetrekking waaruit het recht op een WGA-uitkering is ontstaan.
|
||||
De uitkeringsduur:
|
||||
|
||||
**4.** De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd indien als gevolg van de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 1°, geen recht op een uitkering is ontstaan indien de eerste dag van de wachttijd van dit niet ontstane recht op een uitkering is gelegen voor de dag dat recht op de loongerelateerde uitkering is ontstaan en dit niet ontstane recht op een uitkering tot een langere duur van de loongerelateerde uitkering zou hebben geleid.
|
||||
a. is een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden voor zover het arbeidsverleden niet langer is dan tien kalenderjaren; en
|
||||
b. wordt voor zover het arbeidsverleden meer is dan tien kalenderjaren verlengd met een halve maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden gelegen na 2015 en met een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden voor 2016. Bij het berekenen van de uitkeringsduur worden de maanden en de halve maanden bij elkaar opgeteld en wanneer die berekening niet leidt tot een aantal gehele maanden, telt een halve maand voor 15 kalenderdagen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de duur van het arbeidsverleden gelegen voor 2016 niet louter uitgedrukt wordt in een aantal gehele kalenderjaren, wordt het kwart, halve of driekwart kalenderjaar geacht gelegen te zijn na 2015.
|
||||
|
||||
**4.** Als de duur van het arbeidsverleden gelegen na 2015 niet louter uitgedrukt wordt in een aantal gehele kalenderjaren, wordt de duur van het arbeidsverleden naar beneden afgerond tot gehele kalenderjaren.
|
||||
|
||||
**5.** De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt indien de verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan deze loongerelateerde uitkering recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, verminderd met de duur van de ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering, doch bedraagt ten minste een jaar.
|
||||
|
||||
**6.** De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verminderd met de duur van de ontvangen uitkering op grond van de Werkloosheidswet of met de duur van het ontvangen wachtgeld indien de verzekerde, onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van de wachttijd, uitsluitend verzekerd was als gevolg van het van toepassing zijn van de in artikel 58, eerste lid, onderdeel b, c, d, e of f bedoelde situaties. De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts verminderd met de duur van de ontvangen uitkering op grond van de Werkloosheidswet die de verzekerde ontving uit hoofde van dezelfde dienstbetrekking als de dienstbetrekking waaruit het recht op een WGA-uitkering is ontstaan.
|
||||
|
||||
**7.** De duur van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt verlengd indien als gevolg van de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 43, onderdeel a, onder 1°, geen recht op een uitkering is ontstaan indien de eerste dag van de wachttijd van dit niet ontstane recht op een uitkering is gelegen voor de dag dat recht op de loongerelateerde uitkering is ontstaan en dit niet ontstane recht op een uitkering tot een langere duur van de loongerelateerde uitkering zou hebben geleid.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
|
|
@ -1071,7 +1087,7 @@ b. 0,7 x (A-B x C/D) vanaf de derde maand waarin het recht op uitkering bestaat.
|
|||
- C voor het dagloon waarnaar de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering is berekend;
|
||||
- D voor het dagloon waarnaar de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering komt overeen met de hoogte van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de verzekerde ten minste zijn overblijvende verdiencapaciteit als bedoeld in het derde lid benut of indien voor hem geen inkomenseis als bedoeld in artikel 60 geldt.
|
||||
**2.** De hoogte van de loonaanvullingsuitkering van de WGA-uitkering komt overeen met de hoogte van de loongerelateerde uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de verzekerde ten minste een inkomen verdient dat gelijk is aan zijn overblijvende verdiencapaciteit, bedoeld in het derde lid, of indien voor hem geen inkomenseis als bedoeld in artikel 60 geldt.
|
||||
|
||||
**3.** De overblijvende verdiencapaciteit, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan twee maal de inkomenseis, bedoeld in artikel 60, tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1153,7 +1169,7 @@ Indien de verzekerde, die slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te v
|
|||
|
||||
**1.** De persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WGA-uitkering, heeft recht op een tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 211,–.
|
||||
**2.** De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 212,06,–.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1351,7 +1367,9 @@ c. anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld
|
|||
|
||||
**1.** Een uitkering die op grond van deze wet alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald en hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in artikel 76 door het UWV onverschuldigd is betaald of verstrekt wordt door het UWV teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het UWV van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever de uitkering op grond van artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in mindering heeft kunnen brengen op het loon.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid kan het UWV besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1360,24 +1378,24 @@ b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft vold
|
|||
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
|
||||
d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid.
|
||||
**4.** De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
|
||||
De in het derde lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
|
||||
|
||||
a. het gemiddeld inkomen van degene van wie wordt teruggevorderd in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en
|
||||
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
**6.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
|
||||
**6.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
**7.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid kan het UWV, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
|
||||
**8.** In afwijking van het eerste lid kan het UWV, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
**1.** Het UWV kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 77, eerste lid, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
**1.** Het UWV kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 77, eerste en tweede lid, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 96 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de persoon gedurende drie jaar de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, het UWV de aflossingsbedragen lager vaststelt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1437,13 +1455,13 @@ De voorzieningen, bedoeld in de artikelen 34a, eerste lid, en 35, de verhoging,
|
|||
|
||||
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkering wordt toegekend aan de verzekerde die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan, recht had op een uitkering op grond van de Ziektewet, dan wel indien de uitkering wordt toegekend in aansluiting op een uitkering toegekend op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, of in aansluiting op een periode waarin recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten bestond.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkering wordt toegekend aan de verzekerde die naar de dienstbetrekking waaruit de WGA- uitkering is ontstaan is toegeleid door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en voor wiens werkgever bij ziekte de mogelijkheid tot vergoeding, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet van toepassing is.
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkering wordt toegekend aan een werknemer die naar de dienstbetrekking waaruit de uitkering is ontstaan, is toegeleid door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en waarbij bij ziekte van die werknemer de mogelijkheid tot vergoeding als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel b, van die wet, zoals die luidde op 31 december 2015, van toepassing was.
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** De eigenrisicodrager is bevoegd, met inachtneming van artikel 72 de door het UWV toegekende WGA-uitkering en de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 74, eerste lid, namens het UWV te betalen aan de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste lid, onderscheidenlijk de rechthebbende of rechthebbenden, bedoeld in artikel 74, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De door de eigenrisicodrager op grond van het eerste lid aan de verzekerde betaalde loonaanvullingsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, en vervolguitkering, bedoeld in artikel 62, vijfde lid, voor zover die uitkeringen meer bedragen dan hetgeen berekend is op grond van het eerste en vierde lid van dat artikel, alsmede de op grond van enige wet hierover verschuldigde premies die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, over deze beide uitkeringen, kunnen door hem op het UWV worden verhaald. Met betrekking tot de verzekerde, bedoeld in artikel 60, derde lid, bedraagt het bedrag van de loonaanvullingsuitkering dat niet op het UWV kan worden verhaald, in afwijking van de eerste zin, 70% van het minimumloon of het voor de verzekerde geldende dagloon indien dat lager is dan 70% van het minimumloon vermeerderd met de premies die op grond van enige wet daarover verschuldigd zouden zijn en die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering.
|
||||
**2.** De door de eigenrisicodrager op grond van het eerste lid aan de verzekerde betaalde loonaanvullingsuitkering, bedoeld in hoofdstuk 7, en vervolguitkering, bedoeld in artikel 62, vijfde lid, voor zover die uitkeringen meer bedragen dan hetgeen berekend is op grond van het eerste en vierde lid van dat artikel, alsmede de op grond van enige wet hierover verschuldigde premies die daarop niet in mindering kunnen worden gebracht en de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, over deze beide uitkeringen, kunnen door hem op het UWV worden verhaald.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de eigenrisicodrager de uitkering en de overlijdensuitkering niet betaalt, betaalt het UWV deze uitkering en deze overlijdensuitkering en verhaalt het UWV de uitkering en de overlijdensuitkering, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering en deze overlijdensuitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering en deze overlijdensuitkering in mindering kunnen worden gebracht en de verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet, over deze uitkering en deze overlijdensuitkering, op de eigenrisicodrager. Op de eigenrisicodrager wordt evenwel niet verhaald hetgeen deze, als hij de uitkering en de overlijdensuitkering wel had betaald, op grond van het tweede lid op het UWV had kunnen verhalen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1761,7 +1779,7 @@ Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen de in artikel 83 bedoelde betaling
|
|||
|
||||
### Artikel 116
|
||||
|
||||
**1.** Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, en 8 en 9 en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
**1.** Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 2, tweede tot en met zesde lid, 3, 8, 9, 11 en 12, eerste lid, onderdeel a, en de daarop berustende bepalingen.
|
||||
|
||||
**2.** Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1841,9 +1859,7 @@ Bij het vaststellen van de periode van vier weken, bedoeld in dit artikel blijve
|
|||
|
||||
### Artikel 123c
|
||||
|
||||
**1.** Bij de toepassing van artikel 59, derde lid, van deze wet is de duur van de te ontvangen loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering niet korter dan de nog resterende duur van de beëindigde en niet herleefde loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt op 1 oktober 2018.
|
||||
Bij de toepassing van artikel 59, zesde lid, van deze wet is de duur van de te ontvangen loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering niet korter dan de nog resterende duur van de beëindigde en niet herleefde loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
|
|
@ -1952,7 +1968,17 @@ De artikelen 43, onderdeel c, 46 en 124 zoals die luidden op de dag voorafgaand
|
|||
|
||||
### Artikel 133i
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien het recht op een uitkering op grond van deze wet ontstaat op of na 1 januari 2016 en voor 1 april 2019 en het aantal kalenderjaren opgebouwd arbeidsverleden op grond van artikel 59, tweede lid, onderdeel a en b, meer is dan 24, wordt de duur van de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering in afwijking van artikel 59, tweede lid, als volgt berekend: A – B. Hierbij staat:
|
||||
|
||||
A voor een maand voor ieder kalenderjaar dat op 1 januari 2016 aan opgebouwd arbeidsverleden bestaat of zou hebben bestaan, doch ten hoogste voor 38; en
|
||||
|
||||
B voor het aantal kalenderkwartalen met ingang van 1 januari 2016 tot en met het kalenderkwartaal waarin het recht op een uitkering op grond van deze wet is ontstaan.
|
||||
|
||||
De uitkomst wordt uitgedrukt in een aantal maanden arbeidsverleden en is ten minste 24 maanden.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 april 2019.
|
||||
|
||||
### Artikel 133j
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue