2017-09-16 | BWBR0036249 | Vennootschapsbelasting, juridische afsplitsing; toepassing artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

This commit is contained in:
Coornhert 2017-09-16 12:00:00 +00:00
parent fb902ae386
commit a8c97e970e

View file

@ -47,6 +47,8 @@ Paragraaf 11 geeft tot slot aan met ingang van welke datum dit besluit in werkin
De goedkeuringen opgenomen in dit besluit zijn gebaseerd op de bevoegdheid mij verleend in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Dit besluit is gewijzigd bij besluit van 6 september 2017, nr. 2017-167217. De wijziging betrof een aanpassing van de standaardvoorwaarden aan de wijziging van de innovatiebox door het Belastingplan 2017. Deze aanpassing sluit zoveel mogelijk aan bij de wijze waarop het Besluit fiscale eenheid 2003 is aangepast aan het Belastingplan 2017. Ook is het toelichtende onderdeel van het besluit in overeenstemming gebracht met de in het Belastingplan 2017 opgenomen wijziging van de wettelijke regeling voor juridische afsplitsing. Bij toepassing van de innovatiebox is fiscale begeleiding nu uitdrukkelijk alleen mogelijk krachtens beschikking van de inspecteur, ongeacht of de splitsende rechtspersoon of de verkrijgende rechtspersoon aanspraak kan maken op toepassing van de innovatiebox. Vóór de wetswijziging was wat de innovatiebox betreft een inspecteursbeschikking alleen uitdrukkelijk voorgeschreven indien de verkrijgende rechtspersoon aanspraak kan maken op toepassing van de innovatiebox.
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
- *AWB:*
@ -71,7 +73,8 @@ In artikel 14a, tweede lid, van de Wet Vpb is bepaald dat de afsplitsende rechts
a. voor het bepalen van de winst bij de afsplitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon zijn dezelfde bepalingen van toepassing; en
b. bij de verkrijgende rechtspersoon bestaat geen aanspraak op voorwaartse verrekening van verliezen op de voet van artikel 20 van de Wet Vpb, op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten, op toepassing van de innovatiebox, op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten, op toepassing van de deelnemingsverrekening of op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten; en
c. de latere heffing is verzekerd.
c. de afsplitsende rechtspersoon niet aanspraak kan maken op toepassing van de innovatiebox;
d. de latere heffing is verzekerd.
Als aan deze cumulatieve vereisten wordt voldaan en door het tweede lid de winst buiten aanmerking wordt gelaten, treedt de verkrijgende rechtspersoon in de plaats van de afsplitsende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de afsplitsing is verkregen.
@ -195,7 +198,7 @@ Voorwaarde 2 bewerkstelligt dat als de onderlinge vordering/schuldverhouding bli
De tweede volzin van voorwaarde 2 stelt zeker dat latere waardestijgingen van deze vorderingen tot het bedrag van de op grond van de eerste volzin niet aftrekbare waardeverminderingen bij het bepalen van de winst buiten aanmerking worden gelaten.
Voorwaarde 2a zorgt er voor dat de gefacilieerde afsplitsing de toepassing van de innovatiebox niet beinvloedt. Het eerste lid verzekert de voortzetting van de aanspraak op toepassing van de innovatiebox. Het tweede en derde lid verzekeren de overgang van de onder het regime van de innovatiebox in te lopen kosten.
Voorwaarde 2a zorgt er voor dat bij een gefacilieerde juridische afsplitsing de toepassing van de innovatiebox ongewijzigd wordt voortgezet. Opname en redactie van de voorwaarde beoogt de afsplitsingsregeling te laten aansluiten bij de verwante regeling van de samenloop van innovatiebox en ontvoeging uit een fiscale eenheid in artikel 16a van het Besluit fiscale eenheid 2003.
Deze voorwaarde regelt de situatie waarin tot het afgesplitste vermogen een deelneming behoort waarop artikel 13c van de Wet Vpb van toepassing is. Krachtens voorwaarde 3 treedt de verkrijgende rechtspersoon voor de toepassing van artikel 13c met betrekking tot dit belang voor het geheel in de plaats van de afsplitsende rechtspersoon. Ook als de deelneming over meerdere verkrijgende rechtspersonen wordt gesplitst. Op deze wijze wordt voorkomen dat door de afsplitsing de werking van zulke bijzondere bepalingen kan worden ontgaan. Mocht in een uitzonderlijk geval een sanctie meerdere malen tot uitdrukking komen, dan kan de inspecteur om een passende oplossing worden verzocht.