diff --git a/beleidsregel/schenk-en-erfbelasting-vrijstellingen-omzetting-fusie-of-taakafsplitsing/BWBR0041739/README.md b/beleidsregel/schenk-en-erfbelasting-vrijstellingen-omzetting-fusie-of-taakafsplitsing/BWBR0041739/README.md index a1a6187c550..9acd3dae005 100644 --- a/beleidsregel/schenk-en-erfbelasting-vrijstellingen-omzetting-fusie-of-taakafsplitsing/BWBR0041739/README.md +++ b/beleidsregel/schenk-en-erfbelasting-vrijstellingen-omzetting-fusie-of-taakafsplitsing/BWBR0041739/README.md @@ -10,22 +10,129 @@ citeertitel: Schenk- en erfbelasting, vrijstellingen, omzetting, fusie of taakaf # Schenk- en erfbelasting, vrijstellingen, omzetting, fusie of taakafsplitsing -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.** + +*Het besluit van 20 december 2012, nr. BLKB2012/417M is geactualiseerd onder meer naar aanleiding van de wijziging per 1 januari 2017 van de eenmalige verhoogde vrijstelling schenkbelasting voor schenkingen ten behoeve van een eigen woning. Dit besluit vervangt het besluit van 20 december 2012.* ## 1. Inleiding +Dit besluit bevat het beleid over de vrijstellingen van de artikelen 32 en 33 Successiewet 1956. Ook wordt behandeld de belastingheffing bij een omzetting, fusie of taakafsplitsing. + +In onderdeel 2.1 over omzetting, fusie of taakafsplitsing buiten de sfeer van het algemeen of sociaal belang zijn de uitgangspunten van de goedkeuring verduidelijkt. + +Onderdeel 7 bevat een goedkeuring voor een schenking aan een rechtspersoon ter bevordering van werknemersbelangen. Aan dit onderdeel is een nadere toelichting toegevoegd. + +Onderdeel 8 behandelt de eenmalige verhoogde vrijstellingen schenkbelasting, waaronder de vrijstelling voor de schenking ten behoeve van een eigen woning. De onderdelen 8.1 en 8.1.1 uit het besluit van 20 december 2012 zijn niet meer opgenomen. Beide onderdelen hebben door tijdsverloop hun belang verloren. + +Het nieuwe onderdeel 8.1 bevat twee goedkeuringen betreffende het voor de vrijstelling geldende leeftijdsvereiste. De goedkeuring in onderdeel 8.1.1 is nieuw en de goedkeuring in onderdeel 8.1.2 betreffende de leeftijd van de partner van de begiftigde is voorzien van aangepaste voorbeelden en een nadere toelichting. Onderdeel 8.2.1 bevat een nieuwe goedkeuring voor de toepassing van de eenmalige verhoogde vrijstelling ten behoeve van een eigen woning bij kwijtschelding van een eigenwoningschuld en onderdeel 8.2.2 bevat een nieuwe goedkeuring voor een kwijtschelding van een schuldig gebleven koopsom na aanschaf van een eigen woning. Onderdeel 8.2.3 gaat over de toepassing van de eenmalige verhoogde vrijstelling bij verkoop van een woning tegen een prijs beneden de waarde in het economische verkeer. Onderdeel 8.2.4 gaat over de eigen woning in het buitenland. De tekst van dit onderdeel is redactioneel aangepast in de vorm van een goedkeuring onder voorwaarden. Inhoudelijk is er geen wijziging beoogd. In onderdeel 8.2.5 is een nieuwe goedkeuring opgenomen voor gevallen waarbij een hernieuwd beroep op de eenmalige verhoogde vrijstelling ten behoeve van een eigen woning wordt gedaan na ontbinding van een eerdere schenking. Tot slot bevat onderdeel 8.2.6 een nieuwe goedkeuring voor een schenking onder opschortende voorwaarde van vóór 1 januari 2017 waarvan de voorwaarde op 1 januari 2017 nog niet was vervuld. + +Onderdeel 9 over de lijfrentevrijstelling is aangepast. Hierbij is verduidelijkt in welke gevallen de aanpassing of omzetting van een lijfrentecontract invloed heeft op de toepassing van de lijfrentevrijstelling. + +Het besluit van 5 november 2014, nr. BLKB2014/1865M heeft door tijdsverloop zijn belang verloren en wordt ingetrokken. + +Verder zijn enkele redactionele aanpassingen aangebracht zonder inhoudelijke gevolgen. De goedkeuringen in dit besluit zijn gebaseerd op artikel 63 Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule). + +### 1.1. Lijst van begrippen en afkortingen + +- *Successiewet:* + Successiewet 1956 +- *ANBI:* Algemeen nut beogende instelling als bedoeld in artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen +- *Partner:* Partner als bedoeld in artikel 5a Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met artikel 1a Successiewet +- *SBBI:* Sociaal belang behartigende instelling als bedoeld in artikel 5c Algemene wet inzake rijksbelastingen +- *Schenking:* Schenking als bedoeld in artikel 1, zevende lid, Successiewet +- *Steunstichting SBBI:* Steunstichting SBBI als bedoeld in artikel 5d Algemene wet inzake rijksbelastingen +- *URSE:* + Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting +- *Wet IB 2001:* + Wet inkomstenbelasting 2001 + ## 2. Omzetting, fusie of taakafsplitsing +Een vermogensovergang bij een omzetting, fusie of taakafsplitsing kan een belastbare schenking zijn. De beoordeling daarvan is feitelijk en daarom voorbehouden aan de inspecteur van de Belastingdienst. Als de vermogensovergang plaatsvindt binnen de sfeer van het algemeen belang, is er geen belastbare schenking (artikel 33, onderdeel 4° of onderdeel 10°, Successiewet). Dit geldt ook bij een verkrijging in de sfeer van het sociaal belang door een SBBI of een steunstichting SBBI (artikel 33, onderdelen 13°, respectievelijk 14°, Successiewet). Een vermogensovergang bij een omzetting, fusie of taakafsplitsing buiten de sfeer van het algemeen belang of het sociaal belang kan een belastbare schenking zijn. Hierna wordt aangegeven wanneer er in die gevallen geen belastbare schenking wordt aangenomen. + +### 2.1. Omzetting, fusie of taakafsplitsing buiten de sfeer van het algemeen of sociaal belang + +In geval van een vermogensovergang bij een omzetting, fusie of taakafsplitsing buiten de sfeer van het algemeen of sociaal belang, beoordeelt de inspecteur van de Belastingdienst aan de hand van de feiten en omstandigheden of en in hoeverre er een belastbare schenking is. Onder bepaalde omstandigheden vind ik het niet gewenst dat een belastbare schenking wordt aangenomen. Daarom keur ik het volgende goed. + +Ik keur goed dat de vermogensovergang door een fusie, omzetting of taakafsplitsing tussen stichtingen of verenigingen niet als belastbare schenking wordt aangemerkt. Voor de goedkeuring gelden de volgende voorwaarden en uitgangspunten. + +Als belangrijk uitgangspunt geldt dat de vermogensovergang niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van enige belastingheffing. Als de activiteiten die overgaan bestaan uit beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden, wordt die overgang geacht te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. In een dergelijk geval geldt de goedkeuring niet en is de vermogensovergang belast voor de schenkbelasting. + +Ook mogen er geen rechten overgaan naar derden of uitkeringen aan derden worden gedaan. Dit uitgangspunt betekent bijvoorbeeld dat de bestemming en aanwending van (de opbrengsten van) het vermogen en het liquidatiesaldo geen wijziging ondergaan. Bij een fusie van verenigingen betekent dit dat de betrokken leden lid worden van de verkrijgende vereniging, met overeenkomstige rechten, bevoegdheden of aanspraken. Bij een vermogensovergang van een stichting naar een vereniging zal voldoende gewaarborgd moeten zijn dat de leden geen afzonderlijke vermogensaanspraken verwerven. Ook mag een natuurlijk persoon of rechtspersoon niet over het vermogen van de vereniging kunnen beschikken als ware het zijn eigen vermogen. In het algemeen zal aan de uitgangspunten zijn voldaan bij een vereniging met ten minste 25 leden. + +Hierna volgen enkele voorbeelden van situaties waarbij er, gelet op de hiervoor vermelde voorwaarden en uitgangspunten, geen belastbare schenking wordt aangenomen. + +– Twee stichtingen of twee verenigingen fuseren met elkaar. Van een fusie is in dit kader sprake als alle activiteiten met de daarbij behorende activa en passiva van de (verdwijnende) stichting of vereniging worden ondergebracht in een andere stichting of vereniging die de activiteiten voortzet. Dat kan worden bereikt met een juridische fusie. Ook kan de ene rechtspersoon de activiteiten met alle activa en passiva overdragen aan de andere rechtspersoon, waarna de overdragende rechtspersoon wordt geliquideerd. +– Een stichting of vereniging brengt haar activiteiten of een zelfstandig onderdeel van haar activiteiten met de daarbij behorende activa en passiva (hierna: een taak) onder in een stichting met dezelfde doelstelling. Die stichting zet die taak voort. +– Een vereniging wordt omgezet in een stichting met dezelfde doelstelling. +– Een stichting draagt haar activiteiten of een taak over aan een vereniging met meer dan 25 leden. De leden van de vereniging hebben op geen enkele wijze recht op het vermogen (bij liquidatie) van de vereniging. +– Een stichting of vereniging draagt een deel van haar vermogen over aan een (steun)stichting die geen ander doel heeft dan ondersteuning van de overdragende stichting of vereniging. De meerderheid van het bestuur van de steunstichting bestaat uit bestuursleden van de overdragende rechtspersoon. Een batig liquidatiesaldo van de steunstichting komt ten goede aan de overdragende rechtspersoon. + +De inspecteur van de Belastingdienst kan voorwaarden stellen met betrekking tot de statutaire bepalingen, zoals de bepalingen over de doelstelling, de bestuurssamenstelling en de bestemming van het liquidatiesaldo. + ## 3. Vereenzelvigen verkrijger met ANBI +Een erflater of schenker kan nalaten of schenken aan een natuurlijk persoon die de verkrijging aanwendt voor een ANBI waarmee die verkrijger wordt vereenzelvigd. Als de ANBI rechtstreeks van de erflater of schenker zou verkrijgen, is geen schenk- of erfbelasting verschuldigd. Ik vind het in een dergelijke situatie niet gewenst dat in alle gevallen schenk- of erfbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed. + +Ik keur onder voorwaarden goed dat op een bij de inspecteur van de Belastingdienst in te dienen verzoek heffing van schenk- of erfbelasting achterwege kan blijven als de verkrijger vereenzelvigd kan worden met een ANBI. + +Voor de goedkeuring gelden de volgende vijf voorwaarden: + +– De verkrijger of de ANBI maakt aannemelijk dat de verkrijging was bedoeld voor de ANBI waarmee de verkrijger wordt vereenzelvigd. +– Aan de verkrijging is niet een opdracht verbonden die daaraan het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen belang. +– De verkrijger draagt het door hem verkregen vermogen zo spoedig mogelijk over aan de ANBI. +– De verkrijger handelt fiscaal alsof hij het verkregen vermogen nooit in bezit heeft gehad. +– De verkrijger merkt het overgedragen vermogen niet aan als gift voor de Wet IB 2001. + +– Een schenking of legaat is rechtstreeks aan een geestelijke ter beschikking gesteld voor doeleinden die zijn kerkelijke instelling nastreeft of voor het verrichten van religieuze handelingen. De schenking of het legaat wordt aangemerkt als een verkrijging door de kerkelijke instelling. +– Een kloosterling stelt zijn schenking of erfrechtelijke verkrijging, op grond van zijn gelofte van armoede, onmiddellijk beschikbaar aan de religieuze kloosterorde waartoe hij behoort. Als aannemelijk is dat de verkrijging was bedoeld voor de kloosterorde waartoe de kloosterling behoort, wordt de verkrijging door de kloosterling aangemerkt als een verkrijging door de kloosterorde. + ## 4. Invloed van testamentaire last op verkrijging +Een verkrijging wordt onder meer verminderd met de aan de verkrijging verbonden lasten (artikel 5 Successiewet). Op een verkrijging komen slechts in mindering de lasten die leiden tot een verkrijging bij iemand anders (de zogenoemde lastbevoordeelde). Het betreft hier een persoonlijke last. Het gevolg is dat zogenoemde onpersoonlijke lasten niet in mindering kunnen worden gebracht op een verkrijging. Van een onpersoonlijke last is sprake als niemand als lastbevoordeelde van de opgelegde verplichting is aan te wijzen, bijvoorbeeld een verkrijging onder de last een dier te verzorgen. De lastbevoordeelde is het dier. Het dier is echter geen rechtssubject en kan dus niet iets verkrijgen als lastbevoordeelde. + +De vrijstelling voor een ANBI geldt voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden, welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen belang (artikel 32, eerste lid, onderdelen 2° en 3°, en artikel 33, onderdelen 3° en 4°, Successiewet). De vrijstellingen voor een SBBI of een steunstichting SBBI gelden voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het sociaal belang (artikel 32, eerste lid, onderdelen 8°, respectievelijk 9°, en artikel 33, onderdelen 13°, respectievelijk 14°, Successiewet). De heffing bij een verkrijging door een ANBI of (steunstichting) SBBI onder een persoonlijke of onpersoonlijke last, is als volgt. Een persoonlijke last wordt belast bij de lastbevoordeelde. Een onpersoonlijke last die past binnen de doelstelling van de ANBI of (steunstichting) SBBI en aan de verkrijging niet het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen of het sociaal belang, valt onder de vrijstelling voor een ANBI of (steunstichting) SBBI en wordt dus niet belast. Andere onpersoonlijke lasten vallen niet onder de vrijstelling. De ANBI of de SBBI wordt daarvoor belast volgens tariefgroep II. + +Erflater A wijst ANBI X aan als enig erfgenaam onder de last om zijn neef een periodieke uitkering met een waarde van € 50.000 uit te keren. De nalatenschap bedraagt € 300.000. ANBI X verkrijgt € 250.000, die volledig is vrijgesteld. De neef verkrijgt € 50.000 die wordt belast tegen het tarief van tariefgroep II met toepassing van de reguliere vrijstelling van € 2.147 (2018). + +Erflater B wijst ANBI Y aan als enig erfgenaam onder de last om zijn paard zo lang het leeft te verzorgen. De geschatte kosten hiervoor bedragen € 50.000. De nalatenschap bedraagt € 300.000. De verkrijging door ANBI Y is nu € 300.000. Hiervan is € 250.000 vrijgesteld en € 50.000 belast tegen het tarief van tariefgroep II. + +Erflater C wijst ANBI Z aan als enig erfgenaam onder de last om voer te kopen voor de katten die ANBI Z verzorgt. ANBI Z is een dierenasiel voor honden en katten. De verkrijging is volledig vrijgesteld. + ## 5. Samenloop erfbelasting en loon- of inkomstenbelasting +Een eenmalige uitkering uit een ongevallenverzekering kan belast zijn voor de erfbelasting (artikel 13 Successiewet). De uitkering kan bovendien voor de loon- of inkomstenbelasting zijn belast als loon uit dienstbetrekking. De Successiewet kent geen bepaling die voorziet in verrekening of aftrek van over de uitkering verschuldigde loon- of inkomstenbelasting. Hierdoor wordt de uitkering tweemaal in de belastingheffing betrokken. Die dubbele heffing vind ik niet gewenst. Daarom keur ik het volgende goed. + +Ik keur goed dat geen erfbelasting wordt geheven over een eenmalige uitkering uit een ongevallenverzekering waarover bij de verkrijger inkomstenbelasting of loonbelasting wordt geheven. + ## 6. Samenloop schenkbelasting en vennootschapsbelasting bij liquidatie-uitkeringen +Een liquidatie-uitkering die een vereniging of stichting doet, kan zijn belast met schenkbelasting. Een vrijstelling van schenkbelasting geldt als over deze uitkering inkomstenbelasting of een voorheffing van die belasting wordt geheven (artikel 33, onderdeel 9°, Successiewet). De vrijstelling geldt niet als over de uitkering vennootschapsbelasting wordt geheven. + +Een stichting heeft tot doel hulp te verlenen in gevallen waarin een (aspirant-)lid van een bepaalde brancheorganisatie door financiële moeilijkheden zijn verplichtingen niet kan nakomen. De stichting wordt ontbonden en het liquidatiesaldo wordt uitgekeerd aan de huidige leden van de brancheorganisatie. Ik vind het niet gewenst dat de uitkering is belast met schenkbelasting als over deze uitkering bij de verkrijger ook vennootschapsbelasting wordt geheven. Daarom keur ik het volgende goed. + +Ik keur goed dat geen schenkbelasting wordt geheven over een liquidatie-uitkering waarover bij de verkrijger vennootschapsbelasting wordt geheven. + ## 7. Schenking aan een rechtspersoon ter bevordering van werknemersbelangen +Voor de schenkbelasting geldt een vrijstelling voor verkrijgingen door een rechtspersoon die (nagenoeg) uitsluitend ten doel heeft de bevordering van de materiële en geestelijke belangen van de werknemers in het bedrijf van de schenker, dan wel in de bedrijven van de schenker en anderen, of van de nabestaanden van die werknemers (artikel 33, onderdeel 11°, Successiewet). Een verkrijging door bijvoorbeeld een stichting die de gezondheid van werknemers of hun nabestaanden bevordert, is vrijgesteld van schenkbelasting. + +Ik keur goed dat in de volgende gevallen heffing van schenkbelasting achterwege blijft voor een schenking aan een rechtspersoon (de stichting werknemersbelangen) als bedoeld in artikel 33, onderdeel 11°, Successiewet. + +Het betreft de schenking door: + +– een directeur of aandeelhouder van een naamloze of besloten vennootschap aan de stichting werknemersbelangen die de belangen behartigt van de werknemers die in dienst zijn van die naamloze of besloten vennootschap; +– de (voormalige) werkgever aan de stichting werknemersbelangen die de belangen van zijn (voormalige) werknemers behartigt; +– de (voormalige) beherend vennoot van de vennootschap waarbij de werknemers in dienst zijn; +– een stichting werknemersbelangen aan een andere stichting werknemersbelangen die de belangen behartigt van dezelfde groep werknemers. Dit geldt bijvoorbeeld bij de overheveling van (overtollig) vermogen uit een VUT-fonds naar een prepensioenfonds voor werknemers uit dezelfde branche; of +– een stichting werknemersbelangen aan een andere stichting werknemersbelangen die de belangenbehartiging van een groep werknemers heeft overgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de herstructurering van een concern waarbij een bedrijfsonderdeel wordt afgesplitst en een fusie van bedrijven. + +De goedkeuring geldt niet alleen voor een vermogensoverdracht aan een pensioenfonds, maar ook voor een vermogensoverdracht aan een cao-fonds, zoals een scholingsfonds, de bedrijfstak of de beroepsgroep (van dezelfde branche). Het gaat hierbij om een overdracht die het gevolg is van afspraken tussen CAO-partners. + +De vermogensoverdracht aan een (pre)pensioenfonds hoeft niet alleen voor verbetering van (pre)pensioenrechten te zijn. Als de vermogensoverdracht leidt tot een verbetering van de liquiditeitspositie van een fonds of een inflatiecorrectie mogelijk maakt dan wordt ook aan de uitgangspunten van de goedkeuring voldaan. + +Inmiddels zijn verschillende cao-fondsen samengegaan, waardoor de samenstelling van de groep werknemers (en hun nabestaanden) waaraan wordt uitgekeerd gewijzigd is. Voor de toepassing van deze goedkeuring wordt onder dezelfde groep werknemers ook verstaan de grotere groep van werknemers binnen dezelfde CAO, bedrijfstak of beroepsgroep waarin de oorspronkelijke groep van werknemers is opgegaan. + ## 8. Eenmalige verhoogde vrijstelling schenkbelasting Dit onderdeel bevat het beleid over de eenmalige verhoogde vrijstellingen schenkbelasting van artikel 33, onderdelen 5° en 7°, Successiewet, zoals deze gelden vanaf 1 januari 2017. De voorwaarden voor deze vrijstellingen zijn opgenomen in artikel 33, onderdelen 5° en 7°, en 33a Successiewet en in de artikelen 5 en 6 URSE. @@ -145,6 +252,27 @@ Vader schenkt in 2016 aan zijn dochter (35 jaar oud) € 50.000 onder de opschor ## 9. Lijfrentevrijstelling +Voor de erfbelasting geldt onder meer een vrijstelling voor de verkrijging aan waarde van lijfrenten (artikel 32, eerste lid, onderdeel 5°, Successiewet). Wat voor de toepassing van deze vrijstelling onder lijfrenten wordt verstaan, is opgenomen in artikel 32, vierde lid, Successiewet. Bepalend is het lijfrentecontract zoals dat luidde op het moment van de aftrek voor de inkomstenbelasting van de betaalde premie of van de overgemaakte bedragen. De lijfrentevrijstelling is in 1995 ingevoerd naar aanleiding van de invoering van de Brede Herwaardering in 1992. Doorgaans zal een lijfrentecontract dat is afgesloten vóór 1992 (een zogenoemde Pré-Brede Herwaardering-lijfrente), niet voldoen aan de regels die gelden onder de Brede Herwaardering. Alleen als het contract op het moment van de premiebetaling volledig is aangepast aan de regels van de Brede Herwaardering of de Wet IB 2001, kan de lijfrentevrijstelling van toepassing zijn. + +Vanaf 2001 geldt een andere definitie voor het begrip lijfrente. Hierdoor kan een lijfrente worden verkregen die op het moment van premiebetaling wel voldeed aan de tot 2001 geldende wettelijke definitie, maar niet voldoet aan de huidige definitie. Met de aanpassing van de wettekst van de lijfrenteregeling in 2001 is ten opzichte van het Brede Herwaarderingsregime geen inhoudelijke wijziging beoogd. De vrijstelling kan dus nog steeds gelden voor de tussen 1992 en 2001 afgesloten lijfrentecontracten (Brede Herwaardering) die op het moment van premiebetaling voldeden aan de tot 2001 geldende wettelijke definitie van het toen geldende artikel 32, vijfde lid, Successiewet. Dit geldt ook als zo’n contract is omgezet in een aanspraak op het tegoed van een lijfrenterekening of de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a Wet IB 2001. + +Voor de lijfrentevrijstelling wordt uitgegaan van de voorwaarden van de lijfrente op het moment van de betaling van premie voor een lijfrenteverzekering of de overmaking van bedragen naar een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht. Als de voorwaarden nadien (al dan niet na het overlijden van de erflater) worden gewijzigd, heeft deze wijziging geen gevolgen voor de toepassing van de vrijstelling. Als een Pré-Brede Herwaardering-lijfrente na het overlijden alsnog wordt aangepast aan de regelgeving van de Brede Herwaardering of van de Wet IB 2001, geldt de lijfrentevrijstelling dus niet. Dit geldt ook als een Pré-Brede Herwaardering-lijfrente na het overlijden is omgezet in een aanspraak op het tegoed van een lijfrenterekening of de waarde van lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a Wet IB 2001. + +### 9.1. Stakingslijfrente bedongen na het overlijden van de erflater + +De lijfrentevrijstelling geldt voor contracten die bestaan op het tijdstip waarop de erflater is overleden. Een stakingslijfrente kan ook worden bedongen na het overlijden van de erflater (artikel 3.131 Wet IB 2001). In dat geval komen de premies voor de inkomstenbelasting in aftrek bij de erflater. De lijfrente bestond nog niet op het tijdstip van overlijden van de erflater zodat hiermee voor de erfbelasting geen rekening kan worden gehouden. Ik vind het redelijk om in bepaalde gevallen toch rekening te houden met de na het overlijden afgesloten stakingslijfrente. Daarom keur ik het volgende goed. + +Ik keur onder een voorwaarde goed dat op een bij de inspecteur van de Belastingdienst in te dienen verzoek de lijfrentevrijstelling kan worden toegepast voor de verkrijging van een stakingslijfrente als bedoeld in artikel 3.131 Wet IB 2001, voor zover de premie in aftrek is gekomen bij de erflater. + +Voor de goedkeuring geldt de voorwaarde dat de termijnen van de stakingslijfrente toekomen aan de partner of kinderen van de erflater. + ## 10. Ingetrokken regelingen +De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit: + +– Het besluit van 20 december 2012, BLKB2012/417M (Stcrt. 2013, 153). +– Het besluit van 5 november 2014, BLKB2014/1865M (Stcrt. 2014, 32842). + ## 11. Inwerkingtreding + +Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Onderdeel 8 van dit besluit werkt terug tot en met 1 januari 2017.