diff --git a/amvb/rechtspositiebesluit-staten-en-commissieleden/BWBR0006534/README.md b/amvb/rechtspositiebesluit-staten-en-commissieleden/BWBR0006534/README.md index 36c1ea0bfab..dbb8a9a501b 100644 --- a/amvb/rechtspositiebesluit-staten-en-commissieleden/BWBR0006534/README.md +++ b/amvb/rechtspositiebesluit-staten-en-commissieleden/BWBR0006534/README.md @@ -25,13 +25,13 @@ d. lid van een commissie: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen ### Artikel 2 -**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per jaar bedraagt. +**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per 1 januari 2004: € 11.227,35 per jaar bedraagt. **2.** Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid voor volwassenen, inclusief bijzondere beloningen en bekend gemaakt in de Staatscourant. -**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per maand bedraagt. +**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per 1 januari 2004: € 78,17 per maand bedraagt. -**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste € 147,48 per maand bedraagt. +**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste 147,48 per 1 januari 2004: € 162,85 per maand bedraagt. **5.** De bedragen van de vergoeding van de kosten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant. @@ -67,12 +67,6 @@ De provincie kan, naar bij verordening te stellen regels, aan een lid van provin **3.** Het lid van provinciale staten dat in de loop van een kalenderjaar is beëdigd dan wel het lidmaatschap van provinciale staten heeft beëindigd, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden en de onkostenvergoeding naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in bedoeld kalenderjaar. -### Artikel 7a - -**1.** Een lid van provinciale staten dat op grond van artikel 75 van de Provinciewet meer dan dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de staten waarneemt, ontvangt voor die tijd voor die waarneming een toeslag van 8% van zijn vergoeding als lid van provinciale staten. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid. - ## Hoofdstuk 3. Secundaire voorzieningen ### Artikel 8 @@ -109,7 +103,7 @@ Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een lid van provinciale st ### Artikel 13 -Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32 per 1 januari 2004: € 90,25. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 14