2023-01-01 | BWBR0035216 | Toetsbesluit PO

This commit is contained in:
Coornhert 2023-01-01 12:00:00 +00:00
parent 800ac14de0
commit a99e4070e7

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Toetsbesluit PO
bwb_id: BWBR0035216
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2014-08-01'
datum_inwerkingtreding: '2022-11-09'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035216
citeertitel: Toetsbesluit PO
---
@ -16,142 +16,320 @@ citeertitel: Toetsbesluit PO
In dit besluit wordt verstaan onder:
- *andere eindtoets:* een toegelaten eindtoets als bedoeld in artikel 9b, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 18b, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra,
- *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,
- *centrale eindtoets:* de centrale eindtoets, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 18b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra,
- *eindtoets:* de centrale eindtoets of een andere eindtoets,
- *inspectie:* de inspectie, genoemd in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht,
- *Onze minister:* Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
- *school:* een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,
- *schooljaar:* het schooljaar, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,
- *toetsaanbieder:* het College voor toetsen en examens of de rechtspersoon of natuurlijk persoon die een toets uitgeeft waarvan het gebruik op grond van artikel 9 is toegelaten.
- *andere eindtoets:* een toegelaten eindtoets als bedoeld
in artikel 9b, achtste lid, van de Wet
op het primair onderwijs of artikel 18b, achtste lid, van de
Wet op de expertisecentra,
- *bevoegd gezag:* het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair
onderwijs of artikel 1 van de
Wet op de expertisecentra,
- *centrale eindtoets:* de centrale eindtoets, bedoeld in
artikel 9b, eerste lid, van de Wet
op het primair onderwijs of artikel 18b, eerste lid, van de Wet
op de expertisecentra,
- *eindtoets:* de centrale eindtoets of een andere
eindtoets,
- *inspectie:* de inspectie, genoemd in artikel 1 van de Wet op het
onderwijstoezicht,
- *Onze minister:* Onze minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap,
- *school:* een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair
onderwijs of artikel 1 van de
Wet op de expertisecentra,
- *schooljaar:* het schooljaar, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair
onderwijs of artikel 1 van de
Wet op de expertisecentra,
- *toetsaanbieder:* het College voor toetsen en examens of
de rechtspersoon of natuurlijk persoon die een toets uitgeeft waarvan het gebruik
op grond van artikel 9 is
toegelaten.
### Artikel 1a
Dit onderdeel is nog niet inwerking
getreden
### Paragraaf 2. Centrale eindtoets en andere eindtoetsen
### Artikel 2
**1.** Het bevoegd gezag neemt bij de leerlingen in het achtste schooljaar een centrale eindtoets of andere eindtoets af.
**1.** Het bevoegd gezag neemt bij de leerlingen in het achtste schooljaar een centrale
eindtoets of andere eindtoets af.
**2.** Het bevoegd gezag besluit welke eindtoets aan de school wordt afgenomen.
**3.** Voor 1 februari van het kalenderjaar waarin de eindtoets wordt afgenomen, meldt het bevoegd gezag aan de betreffende toetsaanbieder het aantal leerlingen dat de eindtoets naar verwachting zal afleggen.
**3.** Voor 1 februari van het kalenderjaar waarin de eindtoets wordt afgenomen, meldt
het bevoegd gezag aan de betreffende toetsaanbieder het aantal leerlingen dat de
eindtoets naar verwachting zal afleggen.
### Artikel 3
De eindtoets meet welk eindniveau de leerling heeft behaald ten opzichte van de referentieniveaus, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Daarbij worden ten minste de domeinen als bedoeld in Bijlage 1 en Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, met uitzondering van de domeinen Mondelinge Taalvaardigheid en Schrijven, genoemd in Bijlage 1 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, getoetst.
De eindtoets meet welk eindniveau de leerling heeft behaald ten opzichte van de
referentieniveaus, bedoeld in artikel 2, tweede
lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en
rekenen. Daarbij worden ten minste de domeinen als bedoeld in Bijlage 1 en Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en
rekenen, met uitzondering van de domeinen Mondelinge Taalvaardigheid en
Schrijven, genoemd in Bijlage 1 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en
rekenen, getoetst.
### Artikel 4
Onverminderd artikel 9b van de Wet op het primair onderwijs of artikel 18b van de Wet op de expertisecentra, voldoet een eindtoets aan de volgende kenmerken:
Onverminderd artikel 9b van de Wet op het primair
onderwijs of artikel 18b van de
Wet op de expertisecentra, voldoet een eindtoets aan de volgende
kenmerken:
a. de eindtoets leidt, op basis van het door een leerling behaalde resultaat, tot een eenduidig advies omtrent het te volgen vervolgonderwijs en hanteert daarbij categorieën van schoolsoorten of leerwegen in het voortgezet onderwijs die gelijkluidend zijn aan de gehanteerde categorieën in andere eindtoetsen,
b. de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en heeft een deugdelijke normering,
c. de inhoud is gebaseerd op het algemene deel in de toetswijzer, bedoeld in artikel 2, zesde lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens,
d. de eindtoetsen bevatten een gezamenlijke set aan opgaven Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, die zodanig van omvang is dat daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van de eindtoetsen is geborgd.
e. de opgaven over Nederlandse taal en rekenen en wiskunde worden jaarlijks ververst, behoudens dat deel van de gezamenlijke set aan opgaven, bedoeld in onderdeel d, dat noodzakelijk is om de resultaten van de eindtoetsen over de jaren heen te vergelijken,
f. het toetsresultaat geeft een indicatie van de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen,
g. de toets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra,
h. de toets biedt de inspectie voldoende basis voor een oordeel over de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a van de Wet op het primair onderwijs of artikel 19a van de Wet op de expertisecentra,
i. het bij de eindtoets behorende toetsreglement bevat een regeling voor ten minste de in artikel 7 genoemde onderwerpen, en
j. de inhoud van de toets wordt verantwoord in een handleiding die een beschrijving van de gemaakte keuzes voor de te toetsen domeinen en de daarbij passende afnamevorm bevat.
a. de eindtoets leidt, op basis van het door een leerling behaalde resultaat, tot
een eenduidig advies omtrent het te volgen vervolgonderwijs en hanteert daarbij
categorieën van schoolsoorten of leerwegen in het voortgezet onderwijs die
gelijkluidend zijn aan de gehanteerde categorieën in andere eindtoetsen,
b. de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en heeft een deugdelijke
normering,
c. de inhoud is gebaseerd op de bij regeling vastgestelde toetswijzer, bedoeld in
artikel 3a, eerste lid, onderdeel
e, van de Wet College voor toetsen en examens,
d. de eindtoetsen bevatten een gezamenlijke set aan opgaven Nederlandse taal en
rekenen en wiskunde, die zodanig van omvang is dat daarmee de onderlinge
vergelijkbaarheid van de eindtoetsen is geborgd,
e. de opgaven over Nederlandse taal en rekenen en wiskunde worden jaarlijks
ververst, behoudens dat deel van de gezamenlijke set aan opgaven, bedoeld in
onderdeel d, dat noodzakelijk is om de resultaten van de eindtoetsen over de jaren
heen te vergelijken,
f. het toetsresultaat maakt het eindniveau van de leerling ten opzichte van de
referentieniveaus, bedoeld in artikel 3,
inzichtelijk,
g. de toets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen
bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Wet
op het primair onderwijs en artikel 18b, vierde lid, van de Wet
op de expertisecentra,
h. de toets biedt de inspectie voldoende basis voor een oordeel over de
leerresultaten, bedoeld in artikel 10a van
de Wet op het primair onderwijs of artikel 19a van de Wet op de
expertisecentra,
i. het bij de eindtoets behorende toetsreglement bevat een regeling voor ten minste
de in artikel 7 genoemde
onderwerpen, en
j. de inhoud van de toets wordt verantwoord in een handleiding die een beschrijving
van de gemaakte keuzes voor de te toetsen domeinen en de daarbij passende
afnamevorm bevat.
### Artikel 5
**1.** De directeur neemt de eindtoets af onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en draagt zorg voor voldoende toezicht tijdens de afname van de eindtoets. Hij kan zijn taken aan een of meer toetsleiders overdragen.
**1.** De directeur neemt de eindtoets af onder verantwoordelijkheid van het bevoegd
gezag en draagt zorg voor voldoende toezicht tijdens de afname van de eindtoets. Hij
kan zijn taken aan een of meer toetsleiders overdragen.
**2.** De eindtoets wordt afgenomen in overeenstemming met de afnameaanwijzingen die zijn opgenomen in het toetsreglement bij de desbetreffende toets.
**2.** De eindtoets wordt afgenomen in overeenstemming met de afnameaanwijzingen die zijn
opgenomen in het toetsreglement bij de desbetreffende toets.
**3.** De directeur draagt zorg voor de geheimhouding van de toetsopgaven nadat deze hem door de toetsaanbieder ter beschikking zijn gesteld.
**3.** De directeur draagt zorg voor de geheimhouding van de toetsopgaven nadat deze hem
door de toetsaanbieder ter beschikking zijn gesteld.
### Artikel 6
**1.** Indien bij de afname van de eindtoets een onregelmatigheid wordt geconstateerd, dan kan de directeur maatregelen treffen. De directeur meldt de onregelmatigheid en de getroffen maatregelen aan de inspectie.
**1.** Indien bij de afname van de eindtoets een onregelmatigheid wordt geconstateerd,
dan kan de directeur maatregelen treffen. De directeur meldt de onregelmatigheid en
de getroffen maatregelen aan de inspectie.
**2.** Indien de eindtoets naar het oordeel van de inspectie, al dan niet nadat de directeur maatregelen heeft getroffen, niet op regelmatige wijze is afgenomen, kan de inspectie besluiten dat de toets geheel of gedeeltelijk voor een of meer leerlingen opnieuw wordt afgenomen. De eindtoets is in ieder geval niet op regelmatige wijze afgenomen indien is gehandeld in strijd met het betreffende toetsreglement.
**2.** Indien de eindtoets naar het oordeel van de inspectie, al dan niet nadat de
directeur maatregelen heeft getroffen, niet op regelmatige wijze is afgenomen, kan
de inspectie besluiten dat de toets geheel of gedeeltelijk voor een of meer
leerlingen opnieuw wordt afgenomen. De eindtoets is in ieder geval niet op
regelmatige wijze afgenomen indien is gehandeld in strijd met het betreffende
toetsreglement.
**3.** Indien door onvoorziene omstandigheden de eindtoets aan één of meer scholen niet, of niet op de voorgeschreven wijze, kan worden afgenomen, beslist het bevoegd gezag na overleg met de betreffende toetsaanbieder hoe alsdan moet worden gehandeld.
**3.** Indien door onvoorziene omstandigheden de eindtoets aan één of meer scholen niet,
of niet op de voorgeschreven wijze, kan worden afgenomen, beslist het bevoegd gezag
na overleg met de betreffende toetsaanbieder hoe alsdan moet worden gehandeld.
### Artikel 7
Bij elke eindtoets wordt door de betreffende toetsaanbieder een toetsreglement vastgesteld, waarin de wijze van afnemen wordt geregeld. Daarbij worden ten minste geregeld:
**1.**
Bij elke eindtoets wordt door de betreffende toetsaanbieder een toetsreglement
vastgesteld, waarin de wijze van afnemen wordt geregeld. Daarbij worden ten minste
geregeld:
a. de wijze waarop de directeur de leerlingen aanmeldt voor de eindtoets,
b. welke hulpmiddelen de leerlingen kunnen gebruiken,
c. de wijze waarop de eindtoets kan worden afgelegd door leerlingen voor wie een afwijkende wijze van toetsing noodzakelijk is,
d. de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden gesteld,
e. de wijze waarop de geheimhouding van de toetsopgaven wordt geregeld en de wijze en het moment waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt, en
f. de wijze waarop door de directeur toezicht wordt gehouden op leerlingen die de eindtoets afleggen.
c. de wijze waarop de eindtoets kan worden afgelegd door leerlingen voor wie een
afwijkende wijze van toetsing noodzakelijk is,
d. de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden
gesteld,
e. de wijze waarop de geheimhouding van de toetsopgaven wordt geregeld en de
wijze en het moment waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt, en
f. de wijze waarop door de directeur toezicht wordt gehouden op leerlingen die de
eindtoets afleggen.
**2.** Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de toetsen van het leerling- en
onderwijsvolgsysteem.
### Artikel 8
**1.** De toetsaanbieder stelt voor iedere leerling die de eindtoets aflegt een leerlingrapport op, waarin ten minste het resultaat van de eindtoets, een advies omtrent het vervolgonderwijs en een indicatie van de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen als bedoeld in artikel 3 worden opgenomen.
**1.** De toetsaanbieder stelt voor iedere leerling die de eindtoets aflegt een
leerlingrapport op, waarin ten minste het resultaat van de eindtoets, een advies
omtrent het vervolgonderwijs en een indicatie van de beheersing van de
referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen als bedoeld in artikel 3 worden
opgenomen.
**2.** Het leerlingrapport maakt deel uit van het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 43, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra.
**2.** Het leerlingrapport maakt deel uit van het onderwijskundig rapport, bedoeld in
artikel 42, eerste lid, van de Wet op
het primair onderwijs of artikel 43, eerste lid, van de Wet op
de expertisecentra.
### Paragraaf 3. Toelating andere eindtoetsen
### Paragraaf 3. Erkenning doorstroomtoetsen
### Artikel 9
**1.** De aanvrager dient een aanvraag om toelating van een andere eindtoets voor 1 augustus van het schooljaar van eerste afname in bij Onze minister. Bij de aanvraag toont de aanvrager aan dat de andere eindtoets voldoet aan de kenmerken, genoemd in artikel 4. De aanvraag vermeldt in ieder geval de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus wordt gemeten. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de handleiding, bedoeld in artikel 4, onderdeel j, een concept toetsreglement, de toetsopgaven en de normering van de toets.
**1.** Een toetsaanbieder dient op 31 mei van het schooljaar voorafgaand aan het
schooljaar waarin de doorstroomtoets wordt afgenomen een aanvraag in bij het College
voor toetsen en examens tot erkenning of vaststelling van een doorstroomtoets als
bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdelen a
en b, van de Wet College voor toetsen en examens.
**2.** Onze minister besluit binnen dertien weken op de aanvraag. Een besluit tot toelating van een andere eindtoets wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Een eindtoets wordt voor vier jaar toegelaten, tenzij het besluit tot toelating tussentijds wordt ingetrokken.
**3.** Onze minister laat zich ten aanzien van de toelating adviseren door een onafhankelijke commissie.
**4.** Indien Onze minister, op basis van een advies van de onafhankelijke commissie, vaststelt dat de andere eindtoets niet langer voldoet aan de kenmerken, genoemd in artikel 4, onderdeel b, dan trekt hij het besluit tot toelating in.
### Artikel 10
**1.** Onze minister verstrekt subsidie aan de toetsaanbieder van een andere eindtoets die op grond van artikel 9 is toegelaten. De subsidie wordt jaarlijks verstrekt en bestaat uit een basisbedrag vermeerderd met een bedrag per leerling die de toets heeft afgelegd.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van het subsidiebedrag.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in artikel 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies.
### Paragraaf 4. Kwaliteit toetsen leerling- en onderwijsvolgsystemen
### Artikel 11
**1.** Onze minister wijst de commissie die hem op grond van artikel 9, derde lid, adviseert, aan om het kwaliteitsoordeel over inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 11, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra te geven.
**2.** Het kwaliteitsoordeel wordt gegeven over een enkele toets of over een reeks van toetsen. De toetsen meten in ieder geval de kennis en vaardigheden van de leerling op het terrein van Nederlandse taal en rekenen en wiskunde. De toetsen kunnen de kennis en vaardigheden van de leerling op de overige terreinen, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 11, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, meten.
**2.** Een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, die eerder dan 31 mei wordt ingediend
bij het College voor toetsen en examens wordt beschouwd als een aanvraag ingediend
op 31 mei.
**3.**
Bij het kwaliteitsoordeel worden in ieder geval betrokken:
In de aanvraag toont de toetsaanbieder aan dat de doorstroomtoets voldoet aan de
kenmerken genoemd in artikel 4 en overlegt de
toetsaanbieder in ieder geval:
a. de wijze waarop de leervorderingen van leerlingen systematisch worden gemeten,
b. de mate waarin de toetsen de kennis en vaardigheden van de leerlingen meten op de gebieden, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 11, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, en
c. de wijze waarop de leervorderingen van leerlingen voor de ouders, voogden of verzorgers inzichtelijk worden gemaakt.
a. gegevens over de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus
Nederlandse taal en rekenen wordt gemeten;
b. de toetsopgaven;
c. de wijze waarop voldaan zal worden aan de procedure bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel
f, van de Wet College voor toetsen en examens;
d. het toetsreglement, bedoeld in artikel 7; en
e. voor zover van toepassing: gegevens over de toepassing van de
beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 3a,
eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens,
in eerdere schooljaren.
### Paragraaf 5. Wijziging andere besluiten
**4.** Een besluit tot erkenning van een doorstroomtoets door het College voor toetsen en
examens als bedoeld in artikel 3a, derde
lid, van de Wet College voor toetsen en examens wordt in de Staatscourant
gepubliceerd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de intrekking
van de erkenning.
### Artikel 10
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks subsidie aan de toetsaanbieder van een door het
College voor toetsen en examens erkende doorstroomtoets. De subsidie bestaat uit een
basisbedrag vermeerderd met een bedrag per leerling die de toets heeft
afgelegd.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van
het subsidiebedrag.
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de
onderwerpen, genoemd in artikel 4, tweede
lid, van de Wet overige OCW-subsidies.
### Paragraaf 4. Toetsen leerling- en onderwijsvolgsysteem
### Artikel 11
**1.**
Onverminderd artikel 45b,
eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, of artikel 48c, eerste en tweede lid,
van de Wet op de expertisecentra, heeft de toets de volgende
kenmerken:
a. de toets meet systematisch de leervorderingen van leerlingen;
b. de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en deugdelijk genormeerd als
bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel
g, van de Wet College voor toetsen en examens;
c. het toetsresultaat maakt het niveau van de leerling ten opzichte van de
referentieniveaus inzichtelijk, met dien verstande dat:
1° In het Europese deel van Nederland voor de toets die betrekking heeft op
het terrein Nederlandse taal en rekenen en wiskunde de referentieniveaus,
bedoeld in artikel 3, eerste
lid, worden gebruikt;
2° Dit onderdeel is nog niet in werking
getreden;
3° Dit onderdeel is nog niet in werking
getreden;
d. de toets maakt de leervorderingen van leerlingen voor de ouders, voogden of
verzorgers inzichtelijk; en
e. de toets kent een verantwoording van de inhoud, waarin is beschreven welke
keuzes zijn gemaakt voor de te toetsen domeinen en de daarbij passende
afnamevorm.
**2.** Een toets die wordt afgenomen bij leerlingen in het eerste of tweede leerjaar,
beschrijft uitsluitend de leervorderingen door de leerling te observeren.
### Artikel 12
Wijzigt het Besluit bekostiging WPO.
In de aanvraag tot erkenning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet College voor
toetsen en examen, toont de toetsaanbieder aan dat een toets voldoet aan de
kenmerken genoemd in artikel 11 en overlegt de
toetsaanbieder in ieder geval de volgende gegevens:
a. een beschrijving van de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus,
bedoeld 11, eerste lid, onderdeel
c, wordt gemeten;
b. de toetsopgaven;
c. de normering van de toets; en
d. het toetsreglement.
### Paragraaf 5. Wijziging andere besluiten
### Artikel 13
Wijzigt het Inrichtingsbesluit WVO.
Vervallen
### Artikel 14
Wijzigt dit besluit.
Vervallen
### Paragraaf 6. Slot- en overgangsbepalingen
### Artikel 15
**1.** Tot de datum, bedoeld in artikel 9b, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs is dit besluit niet van toepassing op leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs.
**1.** Tot de datum, bedoeld in artikel 9b,
tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs is dit besluit niet van
toepassing op leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs.
**2.** Tot de datum waarop artikel II van de Wet van 11 december 2013 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs) (Stb 2014, 13) in werking treedt, is dit besluit niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.
**2.** Tot de datum waarop artikel II van de
Wet van 11 december 2013 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair
onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband
met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en
onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor
minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor
speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (centrale
eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs) (Stb
2014, 13) in werking treedt, is dit besluit niet van toepassing op leerlingen van
scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.
**3.** In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan het bevoegd gezag besluiten om in het eerste schooljaar na inwerkingtreding van dit besluit in plaats van een eindtoets als bedoeld in dit besluit een toets als bedoeld in Bijlage A bij de Regeling leerresultaten PO zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit, met uitzondering van de Eindtoets Basisonderwijs, inclusief de Niveautoets van Cito, en de Entreetoets van Cito, bij de leerlingen af te nemen.
**3.** In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan
het bevoegd gezag besluiten om in het eerste schooljaar na inwerkingtreding van dit
besluit in plaats van een eindtoets als bedoeld in dit besluit een toets als bedoeld
in Bijlage A bij de Regeling
leerresultaten PO zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van
dit besluit, met uitzondering van de Eindtoets Basisonderwijs, inclusief de
Niveautoets van Cito, en de Entreetoets van Cito, bij de leerlingen af te
nemen.
### Artikel 16
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld.
### Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Toetsbesluit PO.
## Bijlage 1. Overzicht van de referentieniveaus Nederlands als vreemde taal
en Engels
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Bijlage 2. Beschrijving van de referentieniveaus Papiaments
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden