2018-01-13 | BWBR0026825 | Vennootschapsbelasting, subjectieve vrijstellingen (artikel 5)
This commit is contained in:
parent
30b1529a6b
commit
a9a6a55aed
1 changed files with 4 additions and 18 deletions
|
|
@ -37,33 +37,19 @@ De werkzaamheden van het lichaam moeten voor ten minste 70% bestaan uit het inst
|
|||
|
||||
## 3. Pensioenlichamen (onderdeel b)
|
||||
|
||||
Pensioenfondsen, met uitzondering van de zogenoemde directiepensioenlichamen zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet Vpb, zijn subjectief van de heffing van vennootschapsbelasting vrijgesteld op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel *b*, juncto derde lid, van de Wet Vpb juncto artikel 3 van het UB Vpb.
|
||||
201816312-01-201814-12-20172017-224004201816312-01-201814-12-20172017-22400413-01-201814-12-2017
|
||||
|
||||
### 3.1. Het begrip werkzaamheid van directiepensioenlichamen
|
||||
|
||||
Lichamen waarvan de werkzaamheden hoofdzakelijk bestaan uit de uitvoering van pensioenregelingen of van regelingen voor vervroegde uittreding van – kort samengevat – directeur-grootaandeelhouders zijn niet vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting (artikel 5, tweede lid, onderdeel *b*, juncto tweede lid, van de Wet Vpb). Voor de toepassing van deze uitzondering mag niet alleen gekeken worden naar de mate waarin het aantal werknemers dat voldoet aan de criteria als genoemd in onderdeel *b* zich verhoudt tot het aantal overige werknemers. Met een dergelijke algebraïsche toets kan niet worden volstaan.
|
||||
|
||||
Zo zal, ingeval in één lichaam pensioenverplichtingen zijn ondergebracht van zowel de directeur-grootaandeelhouders als andere (gewone) werknemers, door het herverzekeren van de pensioenverplichtingen van de andere werknemers en het zelf uitvoeren van de verplichtingen jegens de directeur-grootaandeelhouders, een situatie ontstaan waarbij de werkzaamheid van het lichaam hoofdzakelijk bestaat in de uitvoering van het pensioen van de directeur-grootaandeelhouders.
|
||||
|
||||
Naar mijn oordeel wordt de omvang van de werkzaamheid van het lichaam weliswaar beïnvloed door het aantal deelnemers maar spelen ook andere factoren een rol, zoals de aard van de in het lichaam ten behoeve van de werknemers ondergebrachte pensioenverplichtingen en de mate waarin de pensioenregelingen door dat lichaam zelf worden uitgevoerd. Andere indicaties voor de omvang van de werkzaamheid ten behoeve van de individuele pensioenverplichtingen kunnen zijn:
|
||||
|
||||
− de aard van de pensioenregeling;
|
||||
− de toegepaste elementen;
|
||||
− verschillen in de hoogte van de pensioenverplichtingen, zeker wanneer deze verschillen zich niet laten verklaren door de hoogte van het loon en de diensttijd;
|
||||
− de wijze waarop de regeling wordt uitgevoerd, mede beoordeeld aan de hand van het feitelijke risico dat het lichaam draagt.
|
||||
201816312-01-201814-12-20172017-224004201816312-01-201814-12-20172017-22400413-01-201814-12-2017
|
||||
|
||||
### 3.2. Overgangsrecht voor directiepensioenlichamen van voor 1 januari 1992
|
||||
|
||||
Tot en met 31 december 1991 werden er voor directiepensioenlichamen onder meer eisen gesteld aan de winstbestemming. Het vervallen van de vrijstelling met ingang van 1 januari 1992 heeft alleen gevolgen voor de toekomst en leidt er niet toe dat de voordien (in de vrijgestelde periode) behaalde winst en ontstane stille reserves alsnog kunnen worden belast. Dit is ook niet het geval, indien aan die winst alsnog een bestemming wordt gegeven die niet overeenkomt met de oorspronkelijke statutaire bepalingen.
|
||||
|
||||
In de statuten van een vóór 1 januari 1992 opgericht pensioenlichaam kan nog de bepaling zijn opgenomen dat voor statutenwijziging toestemming nodig is van de Minister van Financiën. Voor sinds die datum niet langer vrijgestelde (directie)pensioenlichamen heeft deze bepaling zijn belang verloren. Ik verleen door middel van dit besluit een generale toestemming voor de wijziging van de statuten van zodanige lichamen, voor zover die toestemming volgens de te wijzigen statuten is vereist.
|
||||
201816312-01-201814-12-20172017-224004201816312-01-201814-12-20172017-22400413-01-201814-12-2017
|
||||
|
||||
### 3.3. Buitenlandse pensioenfondsen
|
||||
|
||||
In het buitenland gevestigde pensioenfondsen, die Nederlands inkomen genieten in de zin van artikel 3 van de Wet Vpb, zijn op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel *b*, van de Wet Vpb subjectief vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting, indien zij zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighouden met het verzorgen van uitkeringen krachtens een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding, die naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding in de zin van de wettelijke bepalingen van de loonbelasting. Of de buitenlandse regeling naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse regeling, is ter beoordeling voorbehouden aan de bevoegde inspecteur. Bij een daartoe strekkend verzoek worden in ieder geval de volgende stukken overgelegd:
|
||||
|
||||
1. een kopie van de desbetreffende buitenlandse pensioenregeling;
|
||||
2. de jaarrekening van het lichaam en eventuele andere stukken, waaruit ten genoegen van de inspecteur kan worden vastgesteld dat sprake is van een lichaam, dat zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighoudt met het verzorgen van uitkeringen krachtens een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding.
|
||||
201816312-01-201814-12-20172017-224004201816312-01-201814-12-20172017-22400413-01-201814-12-2017
|
||||
|
||||
## 4. Activiteiten van instellingen van weldadigheid of algemeen nut (onderdeel c)
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue